WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

vrijdag 7 mei 2010

Boek&bieb 27
















Lilian Blom is de weduwe van Louis Ferron. In Strijkend licht vertelt ze dat ze (of beter: haar hoofdpersoon met wie ze voor een deel samenvalt) gaat oppassen op haar twee kleinzoons, omdat haar dochter naar de kapper wil.

Wij zwaaiden haar uit. Op mijn vraag wat wij zouden gaan doen stelde Kai voor om naar 'het beeld' van opa te lopen. 'En dan een ijsje...'
'Kijk,' zei Kai tegen zijn kleine broertje, 'daar staat opa.'
We stonden op de binnenplaats van de Haarlemse bibliotheek. Op een stevige sokkel stond het borstbeeld van Louis, een hommage aan een eigenzinnige schrijver die van zijn hart geen moordkuil maakte.


Van de Stadsbibliotheek Haarlem kon ik maar weinig foto's vinden. Bovenstaande komt van wikimedia en ik hoop dat het inderdaad de bibliotheek met de binnenplaats is waar Lilian Blom het over heeft. (Misschien weet iemand die dit leest dat?) Van het borstbeeld vond ik slechts twee, onduidelijke, foto's. Voor een ervan: zie hier.


Foto: wikimedia

woensdag 5 mei 2010

Vier hoekstenen

















In NRC Handelsblad stond gisteren een artikel over het stadje Pass Christian in Mississippi, dat nu getroffen wordt door de olieramp en eerder veel te lijden had van orkanen, waaronder vijf jaar geleden de orkaan Katrina waarvan het nog lang niet hersteld is. Dit stukje viel me speciaal op:








Door even te googelen vond ik bovenstaande foto (met, Tenaanval, als je het mij vraagt een trotse bibliothecaris erop).


Foto: AP Photo by Bill Haber, hier gevonden.

Wat ik las 45

Eerst even dit: een paar stukjes eerder schreef ik: 'Ik heb een tijdje gedacht dat ik met de categorieën "goed", "slecht" en "sympathiek" de meeste boeken wel zou kunnen indelen.' Dat was natuurlijk flauwekul (en bewijst maar weer eens dat bloggen je niet wijzer maakt want niemand zei er wat van, maar dit terzijde). Toen ik het opschreef had ik al wel een beetje door dat het niet klopte, maar pas later begreep ik echt wat er mis mee was. Ik wilde zeggen dat je buiten de categorieën 'goed' en 'slecht' voor mijn gevoel ook boeken hebt die zich daar niet mee laten indelen en die ik dan b.v. maar het etiket 'sympathiek' opplak, waarmee gezegd wil zijn dat het boek om andere redenen dan dat het een goed boek is toch de moeite waard is (voor mij althans). En toen verzon ik ook nog even 'noodzakelijk' omdat met Een vrouw op de vlucht voor een bericht weer iets anders aan de hand was. Tot zover klopt het wel.

Maar wat níet klopt is dat met 'goed' en 'slecht' de meeste boeken zijn in te delen. Dat slaat zelfs nergens op. Het moet zijn 'ergens tussen goed en slecht' zijn de meeste boeken wel in te delen. En dan beter misschien nog: 'ergens tussen erg goed en erg slecht' kun je de meeste boeken onderbrengen. Het is m.a.w. dus een schaal of een continuüm of zoiets. Ergens in het midden zit 'matig' en dan heb je ook nog 'tamelijk goed', 'nogal slecht' enz. enz. Met een schaal van 1 tot 10 of met 1 tot 5 sterren zou je dat een beetje in beeld kunnen brengen en sommige mensen doen dat ook voor zichzelf op de lijstjes die zij bijhouden van wat ze gelezen hebben. (Ik wou dat ik zo'n mens was.)

Maar nu over wat ik las. Dat was deze keer Dorpsleven van Amos Oz. Ik ging het lezen omdat ik Een verhaal van liefde en duisternis erg goed (daar heb je het al) vond en ik het gevoel had dat dit boek er op zou lijken. Dit waarschijnlijk vooral door het plaatje op de omslag. Andere boeken van Oz, met uitzondering van het piepkleine boekje Soumchi, hebben me nooit zo kunnen boeien, maar na Een verhaal van liefde en duisternis zal ik, in elk geval voorlopig, benieuwd blijven naar wat hij nog meer gaat schrijven.

Maar Dorpsleven is heel anders dan Een verhaal en dat stelde me wel een beetje teleur. Het zijn verhalen over inwoners van het (naar ik aanneem niet bestaande) Israëlische dorp Tel Ilan. Ooit was het een agrarische gemeenschap maar inmiddels zijn veel boerderijen omgebouwd tot antiekzaak of restaurant en komen er in het weekend toeristen. In elk van de zeven verhalen leren we een of meer dorpsbewoners kennen, d.w.z. we werpen een blik op hun leven. De arts die tevergeefs wacht op haar neef die zou komen logeren maar niet in de bus blijkt te zitten, de lerares die samenwoont met haar oude vader die vroeger parlementslid was, de burgemeester wiens vrouw verdwijnt nadat ze hem een briefje heeft laat bezorgen door de Arabische student die in een huisje op het erf van de lerares woont. Uit dat laatste merk je dat personen in verschillende verhalen opduiken. In de verhalen zit hier en daar iets geheimzinnigs: de echtgenote die verdwijnt, vreemde graafgeluiden in de nacht, een onbekende vrouw in een parkje. In het zevende verhaal komt een deel van de mensen die je eerder 'ontmoet' hebt bij elkaar om samen oude volksliedjes te zingen in het huis van een echtpaar van wie de enige zoon op 16-jarige leeftijd een eind aan zijn leven heeft gemaakt, waarna zijn moeder zich in allerlei activiteiten heeft gestort, o.a. het organiseren van zangavonden.

Het achtste verhaal heeft als titel Ergens ver weg in een andere tijd en gaat over een dorp dat bij een moeras ligt, waar alles verrot en beschimmelt en waar veel baby's sterven. Ik begreep niet wat dit verhaal met de voorgaande te maken had, je kunt er als je wilt een toekomstvisioen over het dorp in lezen, maar ik zag dat er niet meteen in.

Aanvankelijk dacht ik, verhaal na verhaal lezend: wat moet ik met deze mensen, met hun treurige levens waarin vrijwel niets gebeurt, waarom vertelt de schrijver me dit? Maar langzamerhand begon ik te beseffen dat dat het waarschijnlijk juist was wat hij me wilde vertellen: dat de mensen een treurig bestaan leiden waarin weinig gebeurt en dat dat het leven is. Je leeft nu eenmaal en je zit het uit tot het afgelopen is. Soms gebeurt er iets vreemds, je hoort 's nachts graafgeluiden of je neef komt niet uit de bus, maar je komt er niet achter wat de oorzaak is en je legt je er maar bij neer. Om de zes weken heb je een prettige avond als je oude liedjes gaat zingen met accordeonbegeleiding.

Het is een treurig boek en die treurigheid weet Oz overtuigend te beschrijven, d.w.z. eigenlijk niet te beschrijven maar op te roepen door wat hij vertelt over alledaagse gebeurtenissen. Uiteindelijk kon ik het boek wel waarderen, maar echt goed vond ik het niet. Als ik (voor deze ene keer) een cijfer zou moeten geven: 7 (of drie sterren).

Het verhaal dat me het meest beviel gaat over een bibliothecaresse: een vrouw van ongeveer 30 die overdag het postkantoortje van het dorp runt en 's avonds de bibliotheek. Een jongen van 17 is verliefd op haar en wacht haar 's avonds op om met haar mee te lopen naar de bibliotheek. Zij geeft hem boeken mee en laat hem wat karweitjes doen, maar dat is natuurlijk niet waar hij voor komt. Als hij zich niet langer kan beheersen doet hij het licht uit en pakt haar vast. Later betreurt hij zijn gedrag.

Als er onder de lezers van dit stukje iemand is die van Modiano houdt zou ik zeggen: probeer dit boek eens. Ik heb nog nooit iets anders gelezen dat me zó aan Modiano deed denken. De onbestemdheid, de treurigheid, de vergeefsheid, de wandelingen en het noemen van straatnamen vertonen voor mijn gevoel veel verwantschap met hem. (En ik zou het wel leuk vinden om te horen hoe een ander dat ervaart.)

zondag 2 mei 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (9)























Dag Henk,

Het is vandaag echt (lekker) weer om een brief te schrijven. Wederom zeer bedankt voor je blogbrief!

Daarnet heb ik om deze brief te illustreren mijn op de koninginnedagrommelmarkt gekochte vaas op de foto gezet. De bloemen heb ik gisteren bij AH gekocht, omdat de kleur mooi bij de vaas past en ik ze daarnaast ook een jaren '70-uitstraling vind hebben. De vaas is denk ik uit die tijd (of misschien ook wel uit de jaren '60, niet dat het me iets uitmaakt). Door op 'West Germany', wat op de bodem staat, te googelen merkte ik dat dergelijke vazen veel verzameld worden en dat er b.v. ook een Flickr-groep van is. De meeste vind ik vreselijk lelijk (en ik ben dan ook niet van plan er een verzameling van te beginnen), maar deze vind ik leuk. Ik kocht hem (zoals ik nu denk wel voor een 'vriendenprijsje') van mensen die vroeger bij ons in de buurt woonden en een paar jaar geleden naar Zuid-Limburg zijn verhuisd maar die nu hier op de rommelmarkt bleken te staan met jaren '60- en '70-spullen die ze op Limburgse rommelmarktjes inkopen.

Ik was in jaren niet meer naar de koninginnedagrommelmarkt geweest en het viel me op dat hij veel kleiner was dan vroeger en dat de spullen veel minder leuk waren. Mijn dochter dacht dat dat wel aan Marktplaats zal liggen en daar zal ze vast gelijk in hebben. Als je tegenwoordig een tafeltje of een lamp kwijt wilt zet je een advertentie en ga je er niet mee slepen naar een vrijmarkt. Wat er wel in grote aantallen te koop was waren kledingstukken en schoenen, vele honderden paren schoenen. Mijn bescheiden doel was om misschien een vaas(je) te vinden (en verder gewoon even buiten te zijn), en ik was dus tevreden, want ik vond zelfs ook nog een bord (met roosjes erop) en een beker. De dame die me het bord verkocht zei toen ik vroeg wat het kostte: 'Ja, dat is echt wel twee euro, want dat heb ik er zelf ook voor betaald.' Ik vond dat voor een rommelmarkt een nogal merkwaardig argument, maar ik gaf haar toch maar de twee euro want ik vond het een leuk bord (d.w.z. ik dacht vooral dat een van mijn dochters het leuk zou vinden).

Kan ik uit de foto's die op je blog te zien zijn opmaken dat je jij je nog naar het Middelburgse koninginnefeest hebt begeven? Was dat nadat de koningin was vertrokken? Ik heb e.e.a. op de tv gevolgd. Ik beweer wel eens dat ik nooit tv kijk behalve bij rampen en dat is ook echt zo (nou ja, bijna) maar naar koninginnedag kijk ik ook elk jaar. Dit om te zien wat de dames aan hebben (de jas van Máxima vond ik leuk) en om me te verbazen over al die mensen die het ervoor over hebben uren in de regen te staan om erbij te kunnen zijn. Maar ja, als zulke mensen er niet meer zouden zijn was de monarchie natuurlijk helemáál zinloos geworden (vind ik).

Leuk om te lezen dat je van tuinen houdt. Mijn brief-over-de-tuin was een soort noodgreep: ik wilde iets schrijven maar had op dat moment alleen het onderwerp 'tuin' in mijn hoofd, waarvan ik vreesde dat het je misschien wel niets zou zeggen. Ik vond het eerst een beetje vreemd dat je tuinen leuk vindt, want ik had altijd gedacht dat mensen die graag naar tuinen kijken zelf ook graag in de tuin werken. Maar nu besefte ik ineens dat dat onzin is. Zoals je van muziek kunt genieten zonder zelf een instrument te bespelen, naar schilderijen kunt kijken zonder zelf te schilderen en van lekker eten kunt houden terwijl je koken haat, zo kun je natuurlijk ook van tuinen houden zonder dat je de behoefte voelt zelf te tuinieren. Eigenlijk zo logisch als wat, maar ik was er nog niet opgekomen. Wel denk ik dat je, als je zelf in de tuin werkt, iets beter beseft hoe moeilijk het is om een tuin mooi te krijgen en te houden. Maar dat geldt voor schilderen en koken natuurlijk net zo.

Ik heb in Rotterdam verschillende keren tuinen bezocht tijdens de Verborgen Tuinen-dagen. Dat was heel leuk, vooral omdat er ook altijd kleine stadstuinen bij zijn. Die geven het gevoel dat ik zoiets misschien ooit ook nog wel eens zou kunnen bereiken. Dat zou ik bij de Zeeuwse tuinen niet snel hebben. Ik kijk ook graag in tuinboeken en ik heb met veel plezier Buiten de perken van Romke van de Kaa gelezen, een tuinboek zonder plaatjes dat 'leest als een roman'. Mensen die hun tuin openstellen voor bezoekers zijn trouwens bijna altijd erg aardig, is mijn ervaring. Soms krijg je er zelfs ook nog een kopje thee en een koekje. En ik heb nog steeds een pot met bosandoorn, die ik van een oude deftige mevrouw met een grote, beetje wilde tuin bij een groot oud huis in Kralingen kreeg, toen ik haar vroeg welke plant het was omdat hij in de schaduw stond en ik veel schaduw in mijn tuin heb. Ze ging meteen een stuk voor me uitsteken en haar man ging een plastic zak voor me zoeken. Ik was daar toen toch zó door verrast! En ze doen het nog steeds (ik bedoel nu de plantjes).

Wat je vertelde over uitstel om tot actie over te gaan vond ik zeer herkenbaar. Elk argument dat je noemde (de zebravinken, de merels, het geld) vond ik trouwens ook gewoon een goed argument. Toch zou ik denken dat je, als je écht heel graag een nieuwe schuur wilde, die volière wel zou kunnen verplaatsen met vinken en al en die vakantie een keer overslaan en die nieuwe schuur neerzetten zodra de merels zijn uitgevlogen. Als je begrijpt wat ik bedoel. Maar dat je het uitstelt begrijp ik volkomen. Het is helemaal niet leuk om vanalles overhoop te halen. Het wordt pas leuk als het klaar is, en zelfs dan nog niet altijd omdat het resultaat soms tegenvalt en je denkt: heb ik dáár nou zo m'n best voor gedaan? (Iets wat ik heb met m'n blog, maar daarover een andere keer.)

Ik hoop dat je het plan in een volgende blogbrief iets te vertellen over het 'willen genieten zonder er al te veel voor te hoeven doen' zult uitvoeren. Het is zo níet-calvinistisch als het maar zijn kan en ik ben benieuwd hoe het zo gekomen is. (Of was het gewoon altijd al zo?) Toch lijk je me bepaald niet iemand die zich overal makkelijk vanaf maakt. Er zijn vast dingen waar je je wél van harte voor inzet. Wat maakt het verschil? Zijn het misschien dingen die je beter liggen?

Die communicatie met mensen over de hele wereld via MSN e.d. interesseert me ook. Hoe komt zoiets van de grond?

En wat houdt taalcoach zijn in?

Dat je door je activiteiten via de 'sociale media' niet meer aan lezen toekomt, zit dat je niet dwars? Ik weet niet hoe hevig je van lezen hield/houdt, maar ik kreeg toch wel de indruk dat je het tamelijk graag deed. Ik ben zelf, ondanks mijn blogverslaving, toch altijd blijven lezen, zij het minder dan ik wenselijk vond. Daarbij heb ik natuurlijk het voordeel dat ik regelmatig in de trein zit en daar kun je niet veel anders doen dan lezen (of slapen), d.w.z. als je geen iPhone o.i.d. of laptop hebt en die heb ik niet (en dat houd ik ook maar zo geloof ik). Als ik een paar dagen niks gelezen heb word ik behoorlijk onrustig. Maar misschien went het?

Bloeit de blauwe regen al? Mijn magnolia is nu inmiddels helemaal uitgevallen. Onderstaand nog een tuinfoto van vorige week. Die van vandaag moet ik nog maken. (Ik hoop dat het even droog wordt.)

Hartelijke groet, schrijverdezes

p.s. Vanavond eten we o.a. zeekraalsalade. Klinkt wel Zeeuws hè? (Al weet ik niet waar deze zeekraal vandaan komt, behalve dan van een visboer op de markt.)



















Foto's: eigen foto's uit eigen huiskamer/achtertuin.

woensdag 28 april 2010

Rotterdam 2010-3


















Daarnet liep ik langs de Hema hier vlakbij toen een vrouw me aansprak: 'Mevrouw, zou u één seconde op mijn fiets willen passen? Ik heb geen slot en ik moet even iets kopen. Eén seconde.' Ik weet niet meer of ik iets zei als 'goed' of dat ik de fiets zwijgend aanpakte, maar in elk geval stond ik daar met die fiets en werd die ene seconde natuurlijk wel wat langer. En dacht ik: wat vind ik hier nu van? Ik twijfelde tussen 'ouderwets' en 'dorps'. En ik vond het ook wel een beetje brutaal en een klein beetje vervelend, maar ook wel weer een klein beetje leuk.

Ik geef meteen toe dat het geen bijzonder verhaal is, maar toch was het, voor zover ik me herinner, iets wat ik nooit eerder had meegemaakt, en daarmee toch wel een béétje bijzonder.


Foto: Flickr, gemaakt door: freddy.

zondag 25 april 2010

Wat ik las 44

Ik heb een tijdje gedacht dat ik met de categorieën 'goed', 'slecht' en 'sympathiek' de meeste boeken wel zou kunnen indelen, maar Een vrouw op de vlucht voor een bericht van David Grossman laat zich hier in elk geval niet bij onderbrengen. Ik pieker al enkele dagen over een nieuwe term, maar ik kan niks bedenken. Het enige dat in me opkwam is 'noodzakelijk', maar het juiste woord is dat niet. Maar het zegt toch wel íets over het boek, d.w.z. over wat ik ervan vind, nl. dat er gedeelten in staan waarvan ik vind dat 'iedereen' ze eigenlijk zou moeten lezen. Het zijn stukken over oorlog en over hoe het is om soldaat te zijn. Voor wie zelf nooit actief bij een oorlog betrokken is geweest zijn boeken nodig om je daar een klein beetje een beeld van te geven, en dit boek is er een van. (En televisie en films dan? Ja, die ook, maar daarmee kom, je denk ik, minder te weten over wat mensen denken en hoe ze zich voelen.)

De oorlog in het boek van Grossman is de oorlog tussen Israël en zijn buurlanden en is daarmee een oorlog die voor de inwoners van de betrokken landen altijd op de achtergrond aanwezig is en die soms verhevigt tot gevechten, invallen, 'acties'. Deze oorlog bepaalt in hoge mate het leven van de hoofdpersonen van dit boek. Wie in Israël woont krijgt er altijd mee te maken, al zal het de een harder treffen dan de ander. Je moet zelf drie jaar in het leger en later geldt dat voor je kinderen. En in het 'gewone' leven is er altijd nog de angst voor aanslagen in de bus of op straat. (Om zijn kinderen iets leuks te geven als tegenwicht tegen die altijd aanwezige dreiging schreef Grosmann eerder Het zigzagkind en De stem van Tamar, twee boeken waar ik zonder aarzelen het etiket 'goed' op plak.)

Een vrouw op de vlucht voor een bericht is dik en ik vond het een beetje langdradig en wijdlopig, maar er zitten ook erg sterke stukken in. Het begin hoort meteen bij die sterke stukken: drie pubers van 16, de jongens Avram en Ilan en het meisje Ora ontmoeten elkaar in het ziekenhuis. Ze zijn als enigen overgebleven op de isoleerafdeling, vanwege complicaties die ze kregen tijdens een epidemie. Het is oorlog maar ze weten niet precies hoe het ervoor staat en of Israël, waar ze wonen, wint of verliest. Ze zoeken elkaar 's avonds in het donker op (blijkbaar is het ziekenhuis verduisterd) en praten. Hun kennismaking wordt meeslepend beschreven (ik vergat af en toe adem te halen). Er ontstaat een band die altijd blijft bestaan, in elk geval gedurende de jaren waarover het boek gaat.

Het stuk over de ontmoeting in het ziekenhuis is een soort prelude. Het 'echte' verhaal is een trektocht die Ora bijna 40 jaar later maakt over het Israëlpad, met Avram. Het was de bedoeling dat ze die tocht zou maken met haar zoon Ofer, nadat hij uit het leger was gekomen. Maar aan de vooravond van hun tocht, met de rugzakken al ingepakt, zegt hij tegen zijn moeder dat hij mee gaat doen aan een 'actie'. Hij hoeft weliswaar niet, want zijn diensttijd is voorbij, maar hij wil het zelf.

In plaats van met Ofer maakt Ora nu de tocht met Avram, die, zo ontdek je als lezer al vrij snel, de vader van Ofer blijkt te zijn. Ofer is opgevoed door Ilan en Ora, samen met zijn halfbroer Adam, zoon van Ilan. Avram is tijdens de Jom Kippoer-oorlog krijgsgevangen gemaakt door het Egyptische leger en gemarteld. Bij zijn terugkeer is hij lichamelijk en geestelijk zwaar beschadigd en hij kan de gedachte dat hij een kind op de wereld waarin deze dingen gebeuren heeft gezet niet aan en heeft zich altijd afzijdig gehouden. Min of meer hetzelfde had Ilan bij de geboorte van Adam. Hij verliet Ora en hun kind toen, maar toen Ora weer zwanger was kwam hij terug en werd een goede en leuke vader voor de beide jongens.

Dit klinkt allemaal misschien wat onwaarschijnlijk en lijkt misschien een te ingewikkelde constructie, maar ik vond het geheel toch wel overtuigend. Tijdens hun wandeling die een paar weken duurt vertelt Ora verhalen over Ofer (en ook over Adam), zodat Avram langzaamaan zijn zoon en het gezin waarin hij opgroeide leert kennen. Ilan en Adam zijn op dat moment ergens in Zuid-Amerika, omdat de relatie van Ilan en Ora was vastgelopen.

Ora heeft geen telefoon bij zich en wil van voorbijgangers of in winkels niets horen over het nieuws, als een soort vlucht voor de mogelijkheid dat Ofer zal omkomen. Aan het eind van het boek hoor je niet hoe het met hem is afgelopen. Wel heb je dan heel wat gelezen over het opgroeien van Adam en Ofer, over de vriendschap tussen de twee broers en over wat Avram en Ilan in de oorlog hebben meegemaakt. Er zitten zeer indringende stukken tussen die het boek beslist het lezen beslist maken. De nadelen van een zekere langdradigheid en de naar mijn smaak te vele uitweidingen maken het boek minder goed dan het misschien had kunnen zijn, maar ze horen op de een of andere manier ook wel weer bij het verhaal, omdat ze het soort uitstel bieden waar het verhaal juist over gaat.

Het is een boek over wat mensen elkaar kunnen aandoen en is daarmee een dramatisch boek. Het krijgt nog een extra dramatische lading omdat een zoon van Grossman in 2006 als soldaat is omgekomen in de tweede Libanonoorlog, terwijl zijn vader dit boek aan het schrijven was met ongeveer dezelfde gedachte als die van Ora: de hoop dat je door te blijven vertellen je kind in leven kunt houden.

Ik las, o.a. in dit interview, dat Grossman na de dood van zijn zoon Uri zichzelf overeind heeft weten te houden door aan het boek te blijven werken en het af te maken.

maandag 19 april 2010

Klein nieuws



















Iemand die dit blog regelmatig leest mailde mij vorige week dit:

Vanmiddag gezien: ongeveer 30-jarige vrouw met hond, aan het looplezen.

Zelf zag ik vanmiddag twee sta-lezers bij Schiphol, een bij de bushalte en een bij de trein.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik vorige week ook voor het eerst een lopende laptopper heb gezien, bij de bushaltes van station Hoofddorp.


Plaatje hier gevonden.

zondag 18 april 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (8)


















Dag Henk,

Dit wordt een brief over mijn tuin. Dat komt omdat ik sinds vorige week zo'n beetje dag en nacht over mijn tuin tob, in mijn tuin ploeter, om mijn tuin treur, over mijn tuin klaag tegen mijn huisgenoten, foto's van mijn tuin in betere tijden bekijk, inkopen doe voor mijn tuin, denk dat het met mijn tuin nooit meer goedkomt, enz. Dit alles natuurlijk voor zover ik niet werk, slaap, een boek lees of andere dingen doe waarbij tegelijkertijd aan mijn tuin denken niet mogelijk is.

Mijn tuin is slechts een tuintje. Maar mijn tuin is tevens een puinhoop. 'Hoe een kleine tuin een grote puinhoop kan zijn,' daar valt een lang verhaal over te schrijven, maar ik beperk het tot een brief. Hierboven zie je mijn magnolia, zoals hij te zien is uit het badkamerraam, op de 'anderhalfde' verdieping (die halve is de kelder: om in de tuin te komen moet ik eerst een trap af). De magnolia heeft zich in mijn donkere stadstuintje omhooggewerkt naar het licht en heeft nu bloemen waar de bovenburen hopelijk plezier aan beleven. Dat was niet helemaal mijn bedoeling toen ik hem een jaar of zeven (?) geleden plantte, maar zo ging het. De magnolia is het enige dat op dit moment in mijn tuin het aanzien waard is, en dan moet ik er ook nog voor naar boven...

Toen ik ruim 25 jaar geleden in dit huis kwam wonen stond de tuin vol met brandnetels en bramen. Langzaam, heel langzaam, is het me gelukt er iets van te maken. Ik herinner me nog goed dat mijn buurman (die al weer jaren elders woont), over de schutting kijkend en mij bezig ziend, op licht-meewarige toon zei: 'Je blijft het maar proberen hè?' Later heb ik nog wel eens gedacht: Kon H. (de buurman) mijn tuin nu maar eens zien, dan zou hij opkijken. Maar inmiddels ben ik weer ongeveer terug bij af. De rododendrons die zo vrolijk bloeiden in het voorjaar, donkerrood, roze, paars, lila: op een na allemaal dood. De klimop die de schutting zo mooi aan het oog onttrok: niets meer van over. De astilbes die het al jaren zo goed deden: verdwenen. De (tuin)geraniums die zich zo goed uitbreidden: niks meer van te bespeuren. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dat zal ik niet doen.

Gedeeltelijk ligt dit aan de 23dingen en de daaruit voortgekomen drang tot bloggen. Wie blogt heeft geen tijd om in de tuin te werken. En een tuin waar je niet in werkt gaat hollend achteruit. Maar rododendrons en klimop gaan niet zomaar dood, dus daar moet iets anders achter zitten. Mijn theorie is dat het aan de grondwaterstand ligt. Die is duidelijk lager geworden na een bouwproject hier vlakbij. Hoewel, begon het verval van de rododendrons niet al eerder? Maar hoe het ook gekomen is, de vraag is vooral: hoe krijg ik het weer goed? Voorlopig ben ik aan het puinruimen: zakken vol dode rododendron, blad, takken, verdorde klimopslierten en wat al niet zijn inmiddels in de vuilniscontainer gegooid. Vandaag bij Praxis een nieuwe spa gekocht, een zak grond, een clematis en een hortensia. (Meer viel op de fiets door mijn dochter en mij in een keer niet te verslepen.) Een paar foto's van de magnolia gemaakt om er een boven deze brief te kunnen zetten, en, omdat ik vorige week de primula al vastgelegd had, me meteen voorgenomen voortaan elke week iets aardigs uit de tuin te fotograferen (voor zover er iets aardigs te vinden is dan, anders maar het aardigste dat er op dat moment is).

Maar genoeg over mijn tuin. Zó interessant is die nou ook weer niet (behalve voor mij dan). Wat ik nog wil vragen is dit: heb jij dat ook wel eens, dat je met iets bezig bent en denkt: dit is een metafoor voor het leven? Dat heb ik o.a. bij het maken van (te) lange wandelingen en ook bij het werken in mijn tuin. Dan komen allerlei clichés in me op, zoals: je moet er aan werken om er iets van te maken, bij sommige dingen moet je ingrijpen, andere juist met rust laten, tevreden zijn met weinig, nooit wanhopen, het gaat altijd anders dan je denkt, waar je veel van verwacht valt soms tegen, waar je weinig hoop op hebt wordt soms een succes. En meer van die levenswijsheden die zo op theedoeken geborduurd kunnen worden.

In de tuin werken is volgens mij goed voor de geestelijke gezondheid. Maar ernaast bloggen, dát gaat eigenlijk niet. Een snel briefje, dat lukt nog net... Hier is het dan!

Hartelijke groet, schrijverdezes

p.s. Herinner ik mij goed (van een foto met klimop, kan dat?) dat jij ook een tuin hebt?


Foto: eigen foto van eigen achtertuin.

maandag 12 april 2010

E en oud 2















Festina Lente wees me op dit filmpje van De Bieb voor de Zaanstreek, dat ze was tegengekomen op Bibliotheek 2.0 (via deze link). Heel erg bedankt, Festina!

Hoewel dit volgens mij nog niet dé oplossing is voor de grote-letter-lezer (o.a. vanwege het aanbod van e-boeken, waarin voor zover ik weet (nog) geen familie-/streekromans zijn opgenomen, die juist bij grote-letter-lezers populair zijn), vond ik het toch een erg leuk filmpje. Ik hoop dat makers van e-readers en uitgevers van e-boeken het zullen zien en er (verder) door gaan nadenken over deze voor hen misschien wat onverwachte groep potentiële klanten. En dat geldt natuurlijk ook voor bibliotheken, die bij De Bieb voor de Zaanstreek vast meer informatie kunnen krijgen.

(Eerder schreef ik er dit over.)

zondag 11 april 2010

Blogbrief aan iedereen


















Beste lezers van dit blog,

Het is mijn bedoeling vandaag in mijn tuin(tje) te gaan werken. M'n oude broek heb ik al aan en ik heb m'n gezicht ingesmeerd met factor 15 (al lijkt dat wat overbodig). Mijn tuin is twee jaar zwaar verwaarloosd. Dat komt door het bloggen. Veel is dood, ziek, ingestort, overwoekerd door klimop. Kortom: een puinhoop en ik zie er tegenop er aan te beginnen. (En ik zit dus te hopen dat het straks gaat regenen.) De primula elatior (zie boven) heeft zich van de verwaarlozing niets aangetrokken en staat vrolijk te bloeien en ik ben hem daarnet speciaal voor jullie gaan fotograferen.

Maar eerst iets anders, nl. iets over de brieven uit 'de Zeeuwse hoofdstad' en uit 'Rotterdam-West' oftewel de brieven van Henk aan mij en omgekeerd. Sommige mensen vragen zich af waarom wij dit doen: privébrieven op onze blogs zetten. En wat zij daar mee te maken hebben. Of ze zeggen dat ze het een beetje genant en/of niet interessant vinden om het te lezen en dat daarom maar liever niet doen.

Dat laatste staat iedereen natuurlijk volkomen vrij en het is ook zeker niet om deze mensen 'over te halen' de brieven toch te lezen dat ik dit schrijf. Maar de vraag waarom wij dit doen wil ik wel proberen te beantwoorden, zo goed en zo kwaad als dat gaat, want ik weet het zelf ook niet zo precies. Bovendien is het slechts míjn kant van de zaak, die van Henk is misschien wel helemaal of gedeeltelijk anders.

Op 17-2 schreef Henk 'Het is weer zover' en doelde daarmee op een gebrek aan (blog)inspiratie. Omdat ik met hetzelfde zat, stelde ik voor een soort brievenroman te beginnen. Dat was niet zo serieus bedoeld eerlijk gezegd, d.w.z. ik opperde het een beetje als grapje. Dat wil overigens niet zeggen dat ik het idee niet leuk vond, maar wel dat ik niet verwachtte dat Henk het óók leuk zou vinden. Maar dat vond hij dus wel en zo begon het. E.e.a. is (dat wist ik niet eens meer) na te lezen in de reacties onder bovengenoemde post.

Voor de duidelijkheid: Henk en ik kennen elkaar niet anders dan via onze blogs. Wij hebben elkaar nooit gezien en Henk van mij zelfs geen foto. Wat ik van hem weet weten jullie ook (sommigen, b.v. collega's van hem, kennen hem zelfs beter neem ik aan) en voor wat hij van mij weet geldt hetzelfde, d.w.z. voor zover jullie onze blogs allebei lezen.

Het is dus helemaal geen privé-briefwisseling en zo is hij ook nooit bedoeld geweest. Dat lijkt me nogal voor de hand te liggen: wie een correspondentie begint doet dat normaal gesproken niet via een blog. Het is een blogbriefwisseling. En wat is dat dan? Nou, dat weet niemand, want het is nieuw. Dat is een beetje een flauw antwoord natuurlijk, maar toch is het wel waar. In elk geval is het voor óns nieuw. Daarom moeten we nog uitvinden hoe het moet, of het vol te houden is, of het een beetje overkomt bij de lezers van onze blogs, wat de mogelijkheden en beperkingen ervan zijn, waar we het over gaan hebben, hoe we de grens tussen privé en openbaar bewaken.

Ongetwijfeld gaat er wel eens iets niet goed, maar daar moeten we dan maar niet te moeilijk over doen. Misschien mislukt het experiment helemaal en dat is dan een beetje jammer, maar heel erg is het niet. Het aardige ervan vind ík in ieder geval dat het een experiment is. Dat we het gewoon maar eens proberen. Dat we het zomaar ineens zijn gaan doen. Dat het 's over 'iets anders' gaat. Én dat het blogposts oplevert natuurlijk, want daar ging het uiteindelijk om.

Ik moet bekennen dat ik een beetje schrok van de voortvarendheid waarmee Henk 'grote onderwerpen' aansneed, zoals idealen en geloof. Maar tegelijk was dat toch ook een uitdaging: hoe ga ik daar op in zonder het gevoel te hebben al te persoonlijk te worden? Misschien is dat, gezien enkele uitlatingen van lezers (of inmiddels v/h lezers) van onze brieven een beetje mis gegaan. Misschien ook niet, want ik heb ook een paar andere geluiden gehoord.

Maar wat ik nou eigenlijk wil zeggen is dit: die briefwisseling is niet iets tussen Henk en mij, maar iets tussen Henk, mij en de lezers van onze blogs. Dus als jullie willen reageren is dat prima. Graag zelfs. Als jullie willen meeschrijven, leuk! Als jullie onderwerpen willen aandragen, doe dat dan. (Henk, als jij hier anders over denkt moet je het natuurlijk zeggen!) Dat wij een beetje 'zwaar' van start gingen wil niet zeggen dat het zo moet blijven. Het was voor mij ook een soort wederzijds plaatsbepalen: wie ben jij eigenlijk, hoe sta je in het leven, wat vind je belangrijk? Daar is nu wel iets van duidelijk geworden (als wil ik nog wel iets over boeken vragen, en misschien ook een keer over politiek). Zo kun je andere dingen die ter sprake komen een beetje in een verband zien: het verband met de gereformeerde jeugd bijvoorbeeld.

Een brievenroman zal het niet worden, zo goed schrijven we helaas niet. Maar dat geeft ook niet, een blog is evenmin een roman tenslotte. Een blog is vooral, vind ik, een plaats waar je eens iets kunt proberen. En dat doen wij nu.

Zo, en nu dan maar eens de tuin in... Of nee, eerst nog een paar hardloopcitaten zoeken, vanwege de marathon.

Dank jullie wel voor het lezen!

Hartelijke groet, schrijverdezes


Foto: eigen foto van eigen achtertuin.

donderdag 8 april 2010

Impasse


















Zo langzamerhand begint het me volstrekt onduidelijk te worden waarom ik eigenlijk nog probeer dit weblog in leven te houden. Alles (behalve de gelezen boeken) is herhaling geworden, een zeldzame enkeling (die ik daar zéér dankbaar voor ben!) reageert op wat ik schrijf, een nog zeldzamere enkeling neemt zich misschien een keer voor een boek te gaan lezen omdat ik er met enthousiasme over schreef. De laatste leerzame discussie kan ik me al niet meer herinneren.

Toen ik er vanwege de 23dingen aan moest beginnen zei ik dat bloggen een hoog 'kijk mij eens'- gehalte had. En zo is het. Kijken jullie voorlopig maar 's een poosje een andere kant op. Ik beraad mij dan intussen op wat ik eventueel verder nog met dit weblog wil (áls er iets overblijft zullen dat de stukjes over boeken zijn).

Misschien kan ik in de vrijkomende tijd een appeltaart-service (bezorging door heel Nederland, mits met openbaar vervoer bereikbaar) beginnen. Of ik ga (na twee jaar) weer 's in m'n tuin werken...

Je hebt oorzaken en aanleidingen. De oorzaken van dit 'besluit' zijn mijzelf ook niet geheel duidelijk, al heeft het verdwijnen van ZBDigitaal (als bibliotheekweblog bedoel ik) er geloof ik wel iets mee te maken. En daarnaast ongetwijfeld mijn nu al weken durende gebrek aan bloginspiratie. De aanleiding weet ik wél: die is dat ik hoorde dat bij ons op het werk bureaus van 10 jaar oud, die er nog als nieuw uitzien, vervangen gaan worden. Terwijl we met de boeken die we aan zorginstellingen leveren 20 jaar moeten doen. Er zijn grenzen aan wat een mens kan begrijpen. En omdat dit weblog toch altijd min of meer een soort 'biblioblog' is geweest, voel ik nu (tijdelijk?) een onoverkomelijke barrière om er mee door te gaan.

@Henk: Onze correspondentie gaat wat mij betreft gewoon door (graag zelfs!) en, eveneens wat mij betreft, van mijn kant ook gewoon op deze plaats. De lezers zullen dan dus voornamelijk (of helemaal) via jouw blog komen, maar dat maakt mij niet uit. Zeg maar wat je wilt!


Foto: eigen foto van eigen appeltaart.

maandag 5 april 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (7)























Dag Henk,

Opnieuw hartelijk dank voor je blogbrief! Ik las hem pas vandaag, omdat ik gisteren (eerste paasdag) bezig was met eten en drinken en (gematigd) vrolijk zijn (en alles wat daar bij komt kijken).

'Tel uw zegeningen, tel ze een voor een,' dat is voor mij het lied dat, volgens overlevering, mijn oma (getrouwd met de opa die dominee was) zong als ze in een slecht humeur was. Mijn moeder en haar broer en zussen wisten dan dat ze haar maar beter even uit de weg konden gaan. Hier zit ongetwijfeld achter dat mijn oma vond dat je niet ondankbaar mocht zijn en dat alles je 'uit Gods vaderlijke hand' toekwam, het goede én het kwade (d.w.z. het minder plezierige, want het was natuurlijk tóch goed voor je).

Ik heb wel eens gelezen dat uit onderzoek is gebleken dat de mate waarin mensen zich gelukkig voelen veel meer afhangt van hun karakter dan van de omstandigheden waarin zij verkeren. Ik ben geneigd dat te geloven. Er zijn waarschijnlijk omstandigheden waarin niemand gelukkig is. En er zijn mischien ook wel omstandigheden waarin íedereen gelukkig is. (Het eerste lijkt me overigens waarschijnlijker dan het tweede.) Maar dat zijn de extremen. Daartussen wordt de mate waarin je je gelukkig voelt vooral bepaald door je karakter. Denk ik.

De een blijft in moeilijke omstandigheden overeind, de ander kan zelfs een kleine tegenslag niet aan. Sommigen zijn tevreden met weinig, anderen ontevreden met veel. Ik denk dat het vooral aan je aard ligt en dat je daar niet zoveel aan kunt veranderen. Natuurlijk kun je jezelf voorhouden dat je niks te klagen hebt en dat anderen er veel slechter aan toe zijn. Soms is dat zeker relativerend. Maar helpt het echt om dankbaarder te worden? Eventjes vast wel, maar op de duur? Ik loop wel eens chagrijnig door de stad, met zere voeten op zoek naar iets dat ik maar niet kan vinden. Als ik dan iemand in zo'n elektrisch invalidenwagentje tegenkom denk ik natuurlijk wel even: wat erg, en wat ben ik toch goed af. Maar als ik thuiskom zonder gevonden te hebben waar ik naar zocht en dan met mijn zere voeten meteen ook nog naar Albert Heijn moet, dan vind ik mezelf toch alweer een beetje zielig. Na het toneelstuk dat jij gezien hebt zou het waarschijnlijk wat langer duren, maar na een week was dat toch ook wel uitgewerkt.

Dus bij wat jij schrijft, nl. 'Voor mij een extra reden om optimistisch door het leven te gaan,' denk ik: die optimist was je al. Je denkt even extra na door dat stuk, je beseft even heviger wat je allemaal hebt om dankbaar voor te zijn, maar je wordt er niet echt anders van. Een tevreden mens wordt niet zo snel ondankbaar, en omgekeerd. Volgens mij kun je jezelf maar zeer beperkt aanleren om anders te gaan denken. Daar zijn vast wel technieken voor bedacht, maar ik geloof niet dat ze veel zullen uithalen.

Je schrijft over de Lena uit het stuk dat ze door een 'ongelijk' zwaar gehandicapt is geraakt. Dat moet een typefout zijn, maar het is een mooie: ongelijk, dát is het en zo is het verdeeld op de wereld. Althans zo lijkt het. Iemand zei eens tegen me: misschien is de som van geluk en ongeluk voor iedereen gelijk. Ik vond dat een interessante gedachte, al heb ik geen idee of hij klopt. En te meten is het al helemaal niet. Maar denk b.v. eens aan toen je ziek was. Ik weet haast zeker dat er toen momenten geweest zijn waarop je blij was met de aandacht en het meeleven van anderen. Juist dán maakt zoiets veel indruk. En misschien kun je, achteraf de balans opmakend, zeggen: het was eigenlijk niet echt een slechtere tijd dan een 'gewoon' jaar. Misschien, want ik weet het natuurlijk niet, maar ik zou het niet vreemd vinden als het zo was. Zou er naast de wet van behoud van ellende ook zoiets kunnen bestaan als de wet van behoud van geluk? Of zijn het misschien twee kanten van dezelfde medaille?

Iemand aan wie ik moest denken toen je de Lena uit het toneelstuk beschreef zag ik niet zo lang geleden bij Albert Heijn hier op de hoek. Het was een vrouw zonder armen en benen, die zich voortbewoog in een elektrisch karretje. Ze had geen moeite gedaan iets te camoufleren, dus het was nogal confronterend om haar te zien. Een begeleidster droeg haar boodschappen. Wat je moet overwinnen om zo naar AH te durven gaan is onvoorstelbaar. Net als jij kan ik me goed voorstellen dat iemand in zo'n situatie boos en verbitterd is. Dat je het níet bent lijkt me veel moeilijker voor te stellen. En toch zullen er mensen bestaan die het niet zijn. Dat is wonderlijk, vind je niet?

Onze blogcorrespondentie kent onverwachte wendingen. Dat bevalt me zeer. Tot schrijfs dus maar weer!

Hartelijke groet, schrijverdezes


Foto: Flickr, gemaakt door Remko Tanis.

Kleine klaagzang


















Omdat ik Sprakeloos van Tom Lanoye met veel plezier gelezen heb en begreep dat Een slagerszoon met een brilletje en Kartonnen dozen daar een soort drieluik mee vormen, besloot ik die andere twee ook te gaan lezen. En ging ik naar de bibliotheek. Daar trof ik drie exemplaren van Een slagerszoon aan: Ooievaarpockets van elf jaar oud, geheel vergeeld en zonder marge in het midden zodat je ze met twee handen open moet houden. Ik schaamde mij een beetje en werd een beetje kwaad, maar vervolgens leende ik toch maar zo'n vod en las het.

Ik ben ervan overtuigd dat de bibliotheek vele taken heeft, dat je er terecht kunt om iets te beleven, dat je er mediawijs kunt worden en dat de koffie er soms lang niet slecht is. Maar is het nou echt teveel gevraagd om, als je een recent boek van een bekende en nog volop schrijvende auteur gelezen hebt, en je wilt daarna graag zijn oudere werk leren kennen, dat er dan misschien een fatsoenlijke uitgave van zo'n eerder boek in de bibliotheek te vinden zou zijn? En niet alleen zo'n armoedig boekje-voor-op-reis?

Nee, ik heb helemaal niks tegen Ooievaarpockets. Net zomin als ik iets heb tegen Rainbowpockets. Ik heb alleen iets tegen Ooievaarpockets in de bibliothéék. En tegen bibliotheken met Ooievaarpockets. Als je vindt dat je een bepaalde titel in je collectie hoort te hebben, zorg dan voor een goed ogend exemplaar. Vind ik dan.

Maar wat dan weer een troost is: je kunt het boekje vervolgens aan jezelf uitlenen bij een geavanceerde, prima werkende uitleenbalie, waaraan je kunt merken dat de bibliotheek er best een paar euro voor over heeft om het de leners naar de zin te maken. (Je moet alleen niet van die rare wensen hebben...)


Foto: Flickr, gemaakt door: amsfrank

woensdag 31 maart 2010

Wat ik las 43

Dit boekje, waarin weinig valt te lezen maar des te meer te bekijken, en dat volgens de achterflap de titel Normale mensen heeft gekregen, is een bundeling van de foto's die Ari Versluys en Ellie Uyttenbroek van 2002 tot 2004 maakten voor de reclamecampagne 'Altijd jezelf' van de Hema. Er staan ongeveer 200 'gewone' (en enkele bekende) Rotterdammers in, gefotografeerd met een bij hen passend Hema-artikel, of gewoon als zichzelf. De foto's hebben op posters gestaan die b.v. in bushuisjes hingen en sommige stonden op de Hema-vrachtwagens.

Ik zag het een paar weken geleden in de winkel van museum Boijmans en vond het op het eerste gezicht al leuk en toen ik het later verder bekeek nog veel leuker. Een van de geportretteerden is de mevrouw bij wie ik jarenlang op de markt tuinplanten heb gekocht (zij is er nu mee gestopt). Zij vertelde me destijds dat ze had genoten van haar bezoek aan de studio en ze had de poster in haar stand opgehangen. Zij zal het vast wel goed vinden dat ik de foto hier ook laat zien. (En ik hoop maar dat de makers van de foto dat ook goed vinden, het is als reclame voor hun boek bedoeld!)

Ik vind het een prachtig boekje. Wat zou het leuk zijn als Versluis en Uyttenbroek ook eens een campagne voor de bibliotheek konden doen. Zij maakten ook het boek/de boeken (er zijn diverse versies van verschenen zag ik) Exactitudes, ook zeer het bekijken waard.

Trendwatching 2

















Gisteren zag ik weer twee gevallen van looplezen, d.w.z. de variant daarvan waarin iemand met een boek in de hand het OV instapt om daarna meteen te gaan lezen. (Het is in strikte zin dus geen echt looplezen.) 's Morgens stapte een (jonge) vrouw voor mij de bus in met, zoals ik later kon zien, Overdosis van Helen Vreeswijk in de hand, waarin ze meteen (verder) begon te lezen. 's Middags in de tram kwam een man binnen met een boek in de hand waarin hij staande ging lezen. Het leek een beetje op een bijbel, maar toen wij tegelijk uitstapten zag ik dat er o.a. 'works' op de rug stond. Waarschijnlijk dus een verzamelbundel of een deel uit een reeks. Het was zwart en vrij klein en voorop stond een kleine gouden cirkel. Iemand een idee?


Foto: Flickr, gemaakt door Macielpaludo.