WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

maandag 2 oktober 2017

De vaart der volkeren























In Rotterdam komt een bibliotheek op het station. Hier kun je het lezen: https://www.nrc.nl/…/reiziger-kan-straks-boek-lenen-op-cent… Op 1 november aanstaande wordt hij geopend. Menigeen staat bij voorbaat al te juichen, vooral bibliothecarissen die het hip en eigentijds vinden en een mooie manier om de bibliotheek onder de mensen te brengen. Ik word er alleen maar treurig en een beetje kwaad van, al ben ik nota bene Rotterdammer, lezer en treinreiziger. Maar ik moet denken aan het Oude Westen, op een steenworp afstand van het station, waar al meer dan vijf jaar geen bibliotheek meer is en waar ook geen nieuwe vestiging van Bibliotheek Rotterdam gepland is. Voor het Nieuwe Westen, ietsje verder, geldt hetzelfde. Een bibliotheek op het station is een aardigheidje, een stukje luxe voor de reiziger. Een bibliotheek in het Oude Westen is geen aardigheidje, maar een noodzaak. Bittere noodzaak kun je eigenlijk wel zeggen, als je bedenkt hoe de taalachterstand daar voor veel kinderen op de loer ligt omdat hun ouders onvoldoende Nederlands spreken. De scholen doen wat ze kunnen, maar er is meer nodig. De bibliotheek zou een belangrijke rol kunnen spelen, niet alleen door de juiste boeken aan te bieden. Boeken aanbieden kan eventueel ook op de scholen, met dBos, de Bibliotheek op school. Maar er kan veel meer gebeuren, en dat zou ook móeten gebeuren, om kinderen taalvaardiger te maken, liefde voor lezen en verhalen te laten ontwikkelen, te leren vertellen, te leren schrijven, te leren luisteren. Juist een bibliotheek in zo’n wijk zou met nieuw aanbod kunnen experimenteren, schrijvers kunnen uitnodigen, met scholen kunnen samenwerken, ouders het belang van voorlezen uitleggen, kinderen laten merken dat ze op taalgebied meer kunnen dan ze van zichzelf denken. Een kleurrijke plaats zijn, in verschillende opzichten, waar kinderen uit allerlei culturen elkaar tegenkomen en elkaar beter kunnen leren kennen. De buurt moet gemengder worden wat betreft inkomensklasse en opleiding, daar streeft de gemeente naar. Met als een van de doelen: meer sociale cohesie. Maar wat gebeurt er? De bewoners met een hoger inkomen doen hun kinderen buiten de wijk op school en zo komt er van die cohesie niet veel terecht. De bibliotheek zou een plaats kunnen zijn waar alle kinderen komen meedoen aan activiteiten en waar ouders elkaar ook kunnen ontmoeten. Maar helaas, de bibliotheek zit liever op het station. Ja, die stationsbibliotheek krijgt ook een wijkfunctie, zeggen ze. En er zal vast wel eens iemand uit het Oude Westen een boek komen lenen. Maar de kinderen hebben er niks aan.

Ik weet nog dat ik net zo’n stukje als dit ooit eens schreef, een jaar of acht geleden, toen in Noord- en Zuid-Holland de collecties voor activiteitenbegeleiders van zorginstellingen geschrapt werden, terwijl men tegelijk erg trots was op de nieuwe Schipholbibliotheek. Ook zo’n tegenstrijdigheid die me kwaad maakte. (Toen kon je nog denken dat ik het me misschien vooral aantrok omdat het me m’n baan kostte, maar nu gaat dat in elk geval niet op.) Wat zou het toch mooi zijn als de bibliotheek inzag dat hip zijn niet zo belangrijk is, maar dat het in de eerste plaats gaat om maatschappelijk nut. Volksverheffing heette dat vroeger nog onomwonden. De bibliotheek wordt betaald met belastinggeld, dus zou zoveel mogelijk maatschappelijke relevantie moeten hebben. Bestrijden van laaggeletterdheid, door veel bibliotheken tot speerpunt verklaard, is een mooi streven, maar voorkomen is beter. En dat doe je niet op het station, maar in de wijken waar dat het meest nodig is.


Schilderij: Compartment C, Car 293, Edward Hopper

zondag 28 mei 2017

Zeg maar dag met je handje – een soort open brief














'Hij draaide zich om en wuifde naar me. Ik wuifde terug. Toen verdween hij in een bocht in de weg.'
Dat zijn de laatste regels van het zesde hoofdstuk van Daantje de Wereldkampioen, een boek van Roald Dahl.

Sinds een half jaar help ik drie meisjes uit groep 6 op een school in een oude stadswijk een beetje met lezen, als een soort leesmoeder. Omdat extra hulp bij het lezen op die school welkom is, proberen we die met een groepje vrijwilligers te geven. Per meisje besteed ik er een half uur per week aan. Dat is weinig en ze steken er vrees ik dan ook niet zoveel van op. Maar zelf heb ik er al veel van geleerd. Over hoe andere mensen leven, over wat meisjes van tien leuk vinden, over de fidget spinner, elke week hoor ik wel wat nieuws. En elke week vind ik het weer leuk. Maar ook ben ik elke week een beetje treurig. Het lezen van die meisjes gaat, gelet op hun 'migratie-achtergrond', eigenlijk helemaal niet zo slecht. Maar als je kijkt naar wat wenselijk is voor hun toekomst, dan gaat het toch echt niet goed. Dan is hoe ze kunnen lezen nog totaal onvoldoende. Zowel technisch als wat begrip betreft, wat natuurlijk met elkaar samenhangt.

Inmiddels weet ik dat ik een woord vooral niet te snel bekend moet veronderstellen en leg ik veel woorden uit. Onlangs bijvoorbeeld bouillon. Uitspreken was een probleem en ze wisten ook niet wat het was. Ook gewone Nederlandse woorden behoeven vaak uitleg. Zoals uitspreiden, twee van hen hadden geen idee wat dat was, de derde dacht dat het betekende dat steeds meer mensen ziek werden, dat begon er op te lijken.

Ik lees ze, als onderdeel van mijn 'lessen' ook elke keer een stukje voor. Momenteel uit 'Daantje de Wereldkampioen', dat misschien een beetje te saai voor ze is, en te ouderwets, maar ik zet toch door, mijn eigen kinderen vonden het ooit tenslotte erg mooi. En wat ze echt leuk vinden, 'Het leven van een Loser' bijvoorbeeld, daar mogen zij mij dan weer uit voorlezen. Vorige week las ik de laatste regels van hoofdstuk zes van Daantje, zie hierboven. Meisje één vroeg: wat is wuifde? Ik vertelde het. Aan meisje twee vroeg ik na het voorlezen: weet je wat wuiven is? Nee, dat wist ze niet. Meisje drie wist het ook niet. En nou is wuiven wel een beetje ouderwets Nederlands, maar dat ze het helemaal niet kenden en ook niet uit het zinsverband konden opmaken, dat verbaasde me toch. Het maakte me nog ongeruster dan ik al was. Was weten ze nog meer allemaal niet? Hoe beïnvloedt hun beperkte woordenschat wat ze van een les opsteken? Als in een uitleg teveel woorden zitten die ze niet kennen gaat veel langs ze heen. Dan gaat het van kwaad tot erger, kun je wel zeggen. Ik hou m’n hart vast. Goed kunnen lezen is niet het enige in het leven, maar belangrijk is het wel.

Wat is nodig om ervoor te zorgen dat kinderen in groep 6 wél weten wat wuiven betekent? Volgens mij een opvoeding met boeken en verhalen, met voorlezen, met liedjes zingen (Jantje uit De Haag, die wuifde met zijn handje). Niet alle ouders zien het belang daarvan in, niet alle ouders weten hoe ze dat moeten aanpakken. Waar ik van droom voor die oude stadswijk waar mijn leesmeisjes wonen, is een jeugdbibliotheek. Vol prentenboeken, voorleesboeken, Het leven van een Loser en andere populaire boeken, en Daantje en andere klassiekers. Waar ouders kunnen leren wat geschikte boeken zijn en hoe je moet voorlezen, waar kinderen toneel kunnen spelen en zingen en tekenen en verhaaltjes schrijven, en boeken lenen natuurlijk. Waar je elke week met de klas naar toegaat. En in het weekend met je ouders, of misschien wel alleen of met je vriendinnetje, omdat het vlakbij is. Waar taal en verbeelding aan de macht zijn. Waar lezen iets kan worden dat je voor je plezier doet in plaats van alleen omdat het van de juffrouw moet. Waar laaggeletterdheid bestreden wordt door het te voorkomen.

Weet je wat nou zo jammer is? De wijk waar de meisjes wonen is het Oude Westen van Rotterdam, en daar is al vijf jaar geen bibliotheek meer. En het hoort ook niet bij de plannen van Bibliotheek Rotterdam om er in de nabije toekomst weer een filiaal te openen. Dromen zijn bedrog.
Ik weet niet wie hierover het besluit heeft genomen, maar ik hoop dat hij of zij er nog eens ernstig over wil nadenken of het wel zo'n verstandig besluit was.

(Dit stukje was bedoeld als een soort open brief. Ik zette het eerst op facebook. Delen mag, graag zelfs.)

donderdag 30 maart 2017

AH-ervaring #8























Een paar maanden geleden ging ik statiegeldflessen inleveren. Het duurde even voor ik aan de beurt was. Tegelijk met mij stond een man te wachten met twee AH-tassen. Ik hield hem een beetje in de gaten want ik wist niet wie van ons eerst was en wilde niet voordringen. Vandaar misschien dat ik hem herkende toen we een paar weken later allebei op de tram stonden te wachten, bij de Blaak. Hij had weer twee AH-tassen bij zich. Ik keek in een ervan en zag plastic flessen. En begon toen te vermoeden dat de man zijn flessen her en der in de stad verzamelt. Een paar dagen geleden wist ik het zeker: ik zag hem opnieuw met zijn tassen bij de automaat, waar hij een gedeukte plastic fles in probeerde te stoppen die er steeds weer uitkwam. 

En dan vraag je je wel eens wat af, maar weten doe je niks.

(Het OV is voor mensen met AOW gratis in Rotterdam. De man leek me zeventig ofzo.)

maandag 20 maart 2017

Haarvaten

















Elke donderdagmiddag help ik drie meisjes uit groep zes een beetje met lezen. Die meisjes zitten op een basisschool in het Oude Westen van Rotterdam.  Met elk van hen oefen ik een half uur. Zij lezen hardop een paar lesjes uit het schoolleesboek, ik verbeter hen waar nodig en bespreek de moeilijke woorden. Soms hebben we het even over een feestje of een uitstapje of onlangs de verkiezingen. Tot slot lees ik tien minuten voor, momenteel uit Daantje de wereldkampioen van Roald Dahl. Het idee was aanvankelijk dat het oefenen per kind een kwartier zou duren. Daar heb ik eerst twintig minuten van gemaakt en vervolgens een half uur (uiteraard na toestemming van de leerkracht). Want ik wil graag ook een tijdje voorlezen. De stukjes uit het oefenboekje zijn zo saai dat je zou kunnen denken dat lezen iets is dat je nu eenmaal moet kunnen maar waar je weinig plezier aan kunt beleven. Naar het zwembad gaan, of naar de verjaardag van je neefje, of nieuwe kleren kopen, of naar een film op de tv kijken, dat zijn de leuke dingen in het leven van een meisje van tien. Lezen staat vaak niet in dat rijtje.  En vooral niet als je er niet zo goed in bent. Dan ga je liever dansen, als je daar toevallig wél goed in bent. Of buitenspelen. En dat is natuurlijk prima. Maar: lezen is wel belangrijk. Erg belangrijk zelfs. Om een opleiding te kunnen volgen die bij je past, om formulieren te begrijpen, om woorden te leren die je thuis nooit hoort. Om later je kinderen te kunnen voorlezen. En dan heb ik het nog niet eens over het leren kennen van werelden waar je anders niks van zou weten. Wat tot meer begrip voor andere mensen en andere manieren van leven zou kunnen leiden. En ook niet over het plezier dat lezen geeft, als je een boek gevonden hebt dat je mooi vindt. 

Boeken die ze mooi vinden, hoe komen zulke meisjes daaraan? Want ook de niet zo sterke lezers kunnen boeken opnoemen die ze leuk vinden: Het leven van een Loser, Geronimo Stilton, De waanzinnige boomhut. Die boeken zijn natuurlijk te koop. Maar dan moeten je ouders daar geld voor hebben. Die boeken zijn ook te leen bij de bibliotheek. Maar dan moet er wel een bibliotheek in de buurt zijn. En dat is nou net waarom ik dit stukje schrijf: in het Oude Westen van Rotterdam is geen bibliotheek. Al vijf  jaar niet meer. In het Nieuwe Westen ook niet trouwens. Tussen de bibliotheek van Delfshaven en de Centrale Bibliotheek in het centrum van Rotterdam, ligt een groot bibliotheekloos gebied. Vroeger waren er in dat deel van de stad twee vestigingen en kwam er ook nog een bibliobus langs. Toen kregen we het nieuwe beleid van Bibliotheek Rotterdam: van de eenentwintig  vestigingen zouden er zes overblijven. Het ene filiaal na het andere werd gesloten. Vervolgens kwam het nog nieuwere beleid van Bibliotheek Rotterdam: toch niet terug naar zes, maar er komen weer vestigingen bij. De bibliotheek wil weer ‘in de haarvaten van de wijken zitten,’ vertelde de directeur in een interview. Dat was mooi gezegd, maar voor zover ik het begrepen heb blijven de haarvaten van Rotterdam West voorlopig leeg op dit punt. Een bibliotheekvoorziening is daar niet gepland. En juist die meisjes (en jongens ook natuurlijk) in het Oude Westen, met vaak een migratieachtergrond en de daarmee samenhangende taalachterstand, die zouden er toch erg mee gebaat zijn als ze gemakkelijk naar de bibliotheek konden gaan.  Om daar Geronimo Stilton te lenen, en De waanzinnige boomhut.  Omdat ze die boeken zó leuk vinden dat ze al lezende misschien vergeten dat ze zwakke lezers zijn. En omdat ze na elk boek uit een van deze series (en die series hebben héél veel delen ;-) een iets minder zwakke lezer zullen zijn. 

Maar we hebben toch de Bibliotheek op School, boek1boek en BoekToer, zullen bibliothecarissen die dit lezen nu denken.  Daar kunnen de scholen in zo’n bibliotheekloze buurt toch gebruik van maken? Dat is waar. Maar wat is het grote verschil? Lid zijn van de bibliotheek is gratis voor kinderen en al die nieuwe diensten kosten de scholen geld. En misschien herinneren jullie je dat onlangs in het nieuws was dat leraren van de basisschool materiaal om met de kinderen te knutselen soms maar uit eigen portemonnee betalen? Dus geld is er blijkbaar niet altijd. En waarom heeft een wijk als Delfshaven, die wat bevolkingssamenstelling lijkt op het Oude Westen, wél een bibliotheek en het Oude Westen niet? Ja, dat ligt natuurlijk aan het geld dat Bibliotheek Rotterdam te besteden heeft en dat ze maar een keer kunnen uitgeven. Maar onrechtvaardig vind ik het wel. En onverstandig ook. Zó onrechtvaardig en zó onverstandig dat ik na drie jaar ineens weer de behoefte voelde een blogstukje over de bibliotheek te schrijven.