WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit is een blog over lezen maar ook over andere zaken. Opmerkingen zijn van harte welkom. Wil je ook eens wat schrijven op dit weblog? Lees dan hier verder.


maandag 19 december 2011

Lezen in het zwart

































































Van boven naar onder: Florence Fuller / Lucile Blanch / Iain Faulkner

zondag 27 november 2011

Rotterdam 2011-2
















Ik koop vrijwel elke week kaas (oude boeren of overjarige boeren) op de markt. Het is een gezellige kraam en de kaas is erg lekker. Een van de meisjes die in de kraam helpen heet L. Ik was getuige van het volgende gesprek.

Klant: Jij woont toch in Kinderdijk hè.
L: Ja.
Klant: Ken je dan Corry? (Preciese naam verstond ik niet, maar doet er niet toe.)
L: Achternaam?
Klant: Weet ik niet. Maar ik dacht: in Kinderdijk kent iedereen elkaar.
L: (noemt een achternaam)?
Klant: Weet ik niet.
L: Woont ze in de ...straat?
Klant: Weet ik niet.
L: Heeft ze een winkeltje?
Klant: Nee. Maar ze heeft een Suzuki Swift.
L: O! Heeft ze kort blond haar?
Klant: Ja.
L: En een hond?
Klant: Ja.
L: Ja, die ken ik wel. Eerst dacht ik, geen achternaam, dan weet ik het niet, maar toen je zei een Suziki Swift...
Klant: Zie je wel, in Kinderdijk kent iedereen elkaar.

Andere klant (ik) moest lachen, maar dacht: blij dat ik niet in Kinderdijk woon.

(Op de foto is de kraam te zien.)

Foto: Flickr, gemaakt door Deadly Tedly.

vrijdag 18 november 2011

Actie en reactie













Een mail aan de heer G. Schunselaar van de CPNB:


Geachte heer Schunselaar,

In 2009 vroeg ik u of er een groteletterversie van het Nederland Leest-boek (toen Oeroeg) zou kunnen komen. Bijna 200 mensen die in bibliotheek of zorginstelling te maken hadden met lezers van groteletterboeken ondersteunden dit verzoek met hun handtekening en motivatie. Helaas kon of wilde de cpnb er toen niet aan voldoen.

In 2010 was er wél een groteletterversie van het Nederland Leest-boek (De grote zaal), maar die was bedoeld om in de collectie van bibliotheken opgenomen te worden.

Dit jaar kwam er weer een groteletteruitgave (van Het leven is vurrukkulluk) en in verschillende bibliotheken is die nu gratis uitgedeeld aan de lezers. Dit was precies wat in de handtekeningenactie van 2009 bedoeld werd: het Nederland Leest-boek voor álle bibliotheekleden, óók voor diegenen onder hen die op grote letters zijn aangewezen.

Op deze laatste dag van Nederland Leest 2011 wil ik u hier dan ook heel hartelijk voor bedanken!

En ik hoop natuurlijk dat er ook in de komende jaren een groteletterversie om uit te delen zal komen.

Met hoogachting en vriendelijke groet,


Foto hier gevonden.

zaterdag 12 november 2011

Lezen in het rood


































































Van boven naar onder: Vasili Zaitchenko /
David Griffiths / Edward Hopper

maandag 7 november 2011

Rotterdam 2011
















Ik stond op de bus te wachten en op de bank in het bushuisje zat een oudere allochtoon (Marokkaan neem ik aan). Aan de overkant liep een andere oudere allochtoon voorbij, vermoedelijk op weg naar de moskee op de hoek. De heren raakten in (een voor mij onverstaanbaar) gesprek over de straat heen. Toen stak de tweede man de straat over om de andere een hand te komen geven, zoals allochtone mannen dat veelvuldig doen. (De allochtone meisjes zoenen elkaar 4x en zeggen er 'ha schatje' bij, da's weer heel anders.) Maar voor hij zijn kennis begroette, zei hij eerst mij gedag, omdat ik daar toevallig stond. Een hand kreeg ik niet, maar zo was het ook leuk.

(De bushalte is op de foto te zien, achter de boom.)

Foto hier gevonden.

zondag 6 november 2011

maan roos bieb



















In de afgelopen week was ik getuige van iets waarvan ik later dacht dat het eigenlijk een historische gebeurtenis was. Ik was toevallig aanwezig in een klein wijkbibliotheekje in de buurt van R'dam, toen daar een klas op bezoek kwam: groep 3. De mevrouw van de bieb heette de kinderen welkom, vertelde ze wat over de bibliotheek en liet zien waar de boeken stonden die ze al konden lezen. Daarna mochten ze een boek uitzoeken om mee naar school te nemen: een leesboek of een informatief (plaatjes)boek. Na een kwartier ofzo moesten ze van hun onderwijzer in de rij gaan staan en mochten ze helpen hun boeken te scannen. De meester zei dat hij van plan was vaker te komen.

Gisteren las ik op Bibliotheek 2.0 de bijdragen over de Digitale Bibliotheek. En dacht: van de digitale bibliotheek weet ik weinig of eigenlijk niks, maar wat ik in dat wijkbiebje zag, dat was dan wel niet de hele bibliotheek van de toekomst, maar toch zeker een onderdeel ervan: 25 kinderen die net kunnen lezen maken kennis met de bieb. Een historische gebeurtenis in hun leven zou dat kunnen zijn. Aan de bibliothecaresse lag het niet, die was aardig en ontving de kinderen leuk. Toen ik later tegen haar zei 'wat deed u dat leuk', vertelde ze dat ze het had moeten improviseren omdat de collega die het zou doen ziek was. En nu denk ik: knap van die mevrouw, maar waarom laat de bibliotheek dit soort dingen aan improvisatie over? Waarom is er geen 'spannend' draaiboek, waarom krijgen de kinderen geen boekje Groep 3 in de bieb ofzoiets kado, waarom krijgt de school geen voorleesboek mee, ik noem maar wat? Het gaat in onderzoeken over de bibliotheek zo vaak over de belevenisbibliotheek, waarom wordt van zo'n 1e bezoek van een klas beginnende lezertjes dan niet meteen een onvervalste en liefst onvergetelijke belevenis gemaakt?

Het zal vast ook wel eens anders gaan. De ene bibliotheek doet het zus, de andere zo. De ene heeft meer geld, of er meer geld voor over. Er werkt misschien iemand die beginnende lezertjes heel belangrijk vindt. Of zo iemand werkt er juist niet. Maar het zou stándaard anders moeten gaan, vind ik. Duur? Weet iemand hoeveel de Digitale Bibliotheek kost? Ja, de toekomst van de bibliotheek heeft alles te maken met inspelen op digitale ontwikkelingen. Natúúrlijk is dat zo. En gauw een beetje, dat inspelen had al jaren eerder moeten gebeuren. Maar de toekomst van de bibliotheek is óók die groep 3, die 25 kinderen die sinds een paar maanden kunnen lezen en die precies op de leeftijd zijn dat ze de bibliotheek nog heel spannend kunnen vinden.

En nu moet ik ineens denken aan een blogstukje van Ton de Kruyff en aan woorden koken. Kijk vooral naar het filmpje. Waarom gebeurt dit niet overal?

Foto: Flickr/Christchurch City Libraries

donderdag 27 oktober 2011

Wat ik las 50

Tussen Grunberg en mij is het ooit een beetje raar gelopen. Ik las jaren geleden Blauwe maandagen en begreep niet waarom zoveel mensen dat boek zo geweldig vonden; ik vond er niks aan. Ik vond het zelfs vervelend. Het soort humor waar ik de kriebels van krijg, van die Herman Koch-humor (Red ons, Maria Montanelli) of uit de Adrian Mole-boeken. Niks voor mij, dacht ik en ik heb Blauwe maandagen toen dan ook niet uitgelezen.

Ik vind dat je een schrijver (en daarmee natuurlijk ook jezelf) een tweede kans hoort te geven. Niet dat ik dat altijd doe, maar het is toch een soort principe. Dus wellicht was het daarom dat ik een half jaar ofzo nadat ik Blauwe maandagen had weggelegd Fantoompijn ging lezen. En ik vond het prachtig. Wat een absurd en tegelijk droevig verhaal. En dan die humor. Die beviel me ook enorm.

Dat was dus wel een beetje raar. Was Grunberg veranderd of was ik veranderd? Daar wou ik meer van weten en de beste manier om er achter te komen leek mij het opnieuw lezen van Blauwe maandagen. En dat deed ik. De verandering bleek in mijzelf te zitten, want ik las het nu met groot genoegen uit. Wat een absurd en tegelijk droevig verhaal. En dan die humor. Die beviel me ook enorm. En ik dacht: hoe kan dit? Hoe kan ik in zo korte tijd zo anders over een boek zijn gaan denken? Dat je na 10 of 20 jaar wel eens anders over sommige boeken gaat denken, dat wist ik. Maar na een half jaar, terwijl je voor je gevoel zelf helemaal niet veranderd bent? Dat begreep ik toen niet en ik begrijp het nu nog steeds niet.

En zo was ik ineens een Grunbergliefhebber geworden. En bleef ik hem lezen: De asielzoeker, De joodse messias, Tirza, Onze oom en dat zijn waarschijnlijk niet alle romans die ik van hem las. Ook zijn brieven en reportages las ik.

Inmiddels ben ik helaas niet zo enthousiast meer als na Fantoompijn. En dat komt, denk ik, nu niet omdat ík veranderd ben, maar omdat Grunberg veranderd is. Het keerpunt ligt (voor mij) bij Tirza, waarschijnlijk zijn meest geprezen en meest bekende boek (toneelstuk, film). Tirza beviel me op de een of andere manier niet zo. Ik probeerde dat voor mezelf te verklaren en tegelijk ook goed te praten, want ik wilde eigenlijk graag Grunbergliefhebber blijven. Ik bedacht dit. Grunberg wil laten zien hoe absurd de wereld en het leven zijn en schreef daarom aanvankelijk boeken over absurde situaties. Daar was hij erg goed in. Fantoompijn, De asielzoeker, De joodse messias, ik vond het absurde boeken over absurde mensen in absurde situaties. Zo tragisch als het maar wezen kan, de holocaust is nooit ver uit de buurt, toch moet je vaak (glim)lachen. Maar in Tirza werd dat anders. De mensen werden gewoner, herkenbaarder, minder absurd. Ik dacht: het is vast Grunbergs bedoeling ons langzaamaan te laten ontdekken dat het absurde niet iets van anderen is, maar van mensen zoals wij. Het komt dichterbij, hij bréngt het dichterbij. We gaan misschien onszelf herkennen. En daarom vind ik het boek misschien minder goed, omdat het te confronterend is.

Bij Onze oom dacht ik dat weer. En bij Huid en haar dacht ik het aanvankelijk ook. Maar toch met minder overtuiging. Huid en haar heb ik vorig jaar met sinterklaas gekregen en ik heb het pas onlangs uitgelezen. Ik was er al een paar keer in begonnen maar legde het steeds weer weg. Dat zegt denk ik iets over mijn afnemend enthousiasme over Grunberg. Huid en haar beviel me niet, weet ik nu ik het uit heb. Er zitten tegen het eind een paar mooie stukken in waarin ik wel weer even de Grunberg herkende waar ik zo van hield, maar voor de rest boeide het boek me nauwelijks. Het is, zoals alle boeken van Grunberg, een tragisch boek en ook hier is de holocaust niet ver weg (drie van de personages uit het boek ontmoeten elkaar op een congres over de holocaust). De typische Grunberg-stijl is nog steeds regelmatig goed voor een glimlach. En het verhaal is, welbeschouwd, ook best absurd. Maar dan niet op de idiote manier waar ik zo van hield. Het is een boek over sneue mensen met sneue relaties. Niemand is gelukkig, niemand heeft het naar z'n zin. Seks lijkt een oplossing maar de treurigheid wordt er alleen maar groter van. En zo tobt men voort. En het kan best fijn zijn om daar over te lezen, maar hier vond ik het vooral saai.

Het klopt wel met mijn idee dat Grunberg het absurde van het bestaan steeds dichterbij wil brengen. De mensen in Huid en haar zijn misschien nog net niet helemaal doorsnee, maar ze komen er toch dicht bij in de buurt. (En doorsnee-mensen bestaan natuurlijk ook helemaal niet). Dat zou beklemmend kunnen zijn, maar het deed me niks. Ik dacht: wat een vervelende mensen, ze interesseren me eigenlijk niet.

En nu denk ik: Grunberg is goed in het beschrijven van idiote, absurde situaties, maar 'gewone' mensen, die weet hij niet overtuigend tot leven te brengen.

Dit is een voorlopig oordeel. Ik blijf hem toch nog maar een tijdje lezen. Oude liefde roest wel, maar niet zo snel.

Een samenvatting van Huid en haar is onder andere hier te vinden.

dinsdag 25 oktober 2011

Afgeschreven























Ik raakte in een bibliotheek in de buurt van Rotterdam in gesprek met een mevrouw die een groteletterboek in haar hand had. Dat was een afgeschreven boek en je kon het voor 1 euro kopen. Die mevrouw vertelde me dat ze vrijwilligster was bij een huisbibliotheekje van een zorginstelling in R'dam en dat het boek voor dat bibliotheekje bestemd was. Vroeger leenden ze hun boeken bij Bibliotheek Rotterdam, maar dat was te duur geworden, dus nu probeerden ze zelf een collectie op te bouwen, met afgeschreven boeken.

Ik wist er alles van. Ik maakte zelf vroeger zulke collecties voor instellingen. Bibliotheek R'dam had dat uitbesteed aan de afdeling van de Provinciale Service Organisatie waar ik tot enkele maanden geleden werkte. Ik wist ook van de prijsverhoging: zoals bijna alle bibliotheken moet ook Bibliotheek R'dam fors bezuinigen en een van de maatregelen was het verhogen van de prijs voor wisselcollecties voor zorginstellingen. Veel van die instellingen stopten vervolgens met het lenen van collecties.

Je zult maar in een zorginstelling wonen. Iedereen weet dat het leven daar meestal niet leuk is. Je zult maar in een zorginstelling in R'dam wonen en van lezen houden. En dan te horen krijgen dat er geen nieuwe boeken meer komen. Dat je je voortaan moet behelpen met oude kapotte boeken die bij de bibliotheek zijn afgeschreven. Als je een pas verschenen titel wilt lezen ben je afhankelijk van de goedwillendheid van een familielid of vrijwilliger, die misschien af en toe zo'n nieuw boek voor je uit de bibliotheek wil gaan halen. En je wás al zo afhankelijk, je hád al zo weinig greep op je bestaan, enzovoort, ik heb het allemaal al eens eerder opgeschreven.

Ik vind dit ontzettend treurig. En ik denk ook: het geld dat naar Nederland Leest gaat, hoeveel instellingsbibliotheekjes zou je daar van kunnen betalen? Maar dat zal vast weer het bekende andere potje zijn.

maandag 24 oktober 2011

Leesplicht























Een tijdje geleden sprak ik iemand (van ongeveer mijn leeftijd) die erg veel gelezen heeft. Ik had al een paar keer leesadviezen van deze gespreksgenoot gekregen en zo enkele mij tot dusver totaal onbekende auteurs ontdekt die me zeer bleken te bevallen. Ik vroeg: hoe ben jij er toe gekomen zoveel te lezen, hoe begon dat? Het antwoord was: dat komt door mijn vader, die dwong mij toen ik 12 jaar was om de klassiekers uit de wereldliteratuur te lezen en zo kreeg ik de smaak te pakken.

Hè? Wat? Een kind van 12 dwingen wereldliteratuur te lezen?! Is die vader helemaal gek? Zo bederf je toch alle plezier in het lezen? Dat soort gedachten kwamen meteen in me op en gedeeltelijk sprak ik ze uit. Mijn gespreksgenoot glimlachte wat en ging er niet tegenin. Hij zei níet wat het meest voor de hand lag: maar het is toch goed afgelopen, ik lees nog steeds en met genoegen. Hij zei geloof ik nog wel dat hij zijn vader dankbaar was, maar dat drong niet echt meer tot me door, verontwaardigd als ik was.

Later dacht ik er nog eens over na. En langzaamaan nam mijn verontwaardiging af. Ik bedacht alsnog zelf: maar het is toch goed afgelopen, hij leest nog steeds en ik ken maar weinig mensen die zóveel gelezen hebben. Vervolgens dacht ik: kinderen op viool- of pianoles doen, dat vind ik wél een goed idee. En wat is eigenlijk het verschil? Er zijn maar weinig kinderen die zelf dolgraag op muziekles willen. Toch denken veel ouders (waaronder ik) dat het goed voor ze is, dat je ze een kans geeft schoonheid te ontdekken, dat het ze discipline zal bijbrengen, dat ze later meer van muziek zullen houden, dat ze er hun hele leven plezier van zullen hebben.

En waarom zou dat voor lezen dan niet ook gelden? Mijn gespreksgenoot vertelde me ook nog dat zijn vader hem die boeken overhoorde. Nog erger! dacht ik eerst. Maar wat doet de pianolerares met het stukje dat je moet instuderen? Precies hetzelfde toch? En meer en meer begon ik te denken: die vader deed het goed. En zelfs een beetje: had ík maar zo'n vader gehad. En: had ik niet eigenlijk zo'n moeder moeten zijn? Ik kan zelf niet eens pianospelen en stuurde mijn kinderen toch naar pianoles. En ik lees wel al bijna m'n hele leven maar ik liet het aan het toeval over of mijn kinderen dat ook zouden gaan doen. Klopt dat eigenlijk wel? Had ik ze niet veel meer moeten (proberen te) dwingen tot lezen?

Mijn methode om mijn kinderen van lezen te laten houden was: veel voorlezen. Dat leek mij altijd de enig juiste methode en ik moet zeggen dat hij niet slecht gewerkt heeft. Mijn kinderen lezen nog steeds en dat doet tenslotte niet iedereen. Maar ze lezen geen klassiekers, ze lezen vooral bestsellers. Had ik ze moeten dwingen? Of samen met hen wereldliteratuur lezen? Misschien wel.

In elk geval is het nu te laat en dat vind ik ook wel rustig eerlijk gezegd. Maar over kinderen en lezen denk ik nu toch een beetje anders.

(Met pianospelen zijn ze overigens gestopt. Dat dan weer wel.)


Foto: Flickr, gemaakt door Plashing Vole

zondag 23 oktober 2011

Veilig lezen























Gisteren moest ik ineens denken aan het moslimmeisje waar ik 3 jaar geleden een blogstukje over schreef. Dat meisje dat zo graag las en soms klappen kreeg omdat ze uit de bibliobus boeken meenam die ze van haar vader niet mocht lezen. Toen was ze 12, hoe zou het nu met haar gaan? Zouden de 'Hoe overleef ik'-boeken haar geholpen hebben?

Dat ik aan haar moest denken komt door Nederland Leest. Ik heb nooit erg veel voor Nederland Leest gevoeld, maar veel kwaad heb ik er ook nooit in gezien, behalve dat ik denk dat het geld nuttiger besteed kan worden. Maar dat geldt voor erg veel geld. En het is natuurlijk wél ontzettend leuk dat het Nederland Leest-boek dit jaar ook in een groteletterversie wordt uitgedeeld. En omdat ik daar zelf ooit nog 's actie voor heb gevoerd, zou ik nu dik tevreden moeten zijn.

Maar dat ben ik niet. Ik twijfel. Ik denk aan het moslimmeisje. Dat komt omdat ik me afvraag of de keuze voor Het leven is vurrukkulluk en voor de bijbehorende posters en ander reclamemateriaal wel zo wijs is geweest. Nee, ik ben niet voor censuur. Ja, ik vind dat in de bibliotheek alles te leen moet zijn, ook Bukowski, ook Het leven is vurrukkulluk.

Er wordt de laatste tijd heel wat verwijderd uit de collectie van heel wat bibliotheken omdat uitleencijfers meer en meer het collectiebeleid bepalen. Chicklitschrijfster Jill Mansell wint het daarom ruimschoots van bijvoorbeeld Nobelprijswinnaar Knut Hamsun (ik noem maar een voorbeeld, ik merkte het onlangs zelf in de Centrale van Bibliotheek Rotterdam). Ik vind dat eigenlijk ook een beetje censuur, maar echte censuur kun je het natuurlijk niet noemen: als je een titel van Hamsun in de bieb wil lenen, dan kan dat gelukkig nog steeds, dan wordt hij elders, waar ze hem nog niet hebben weggegooid, voor je aangevraagd. Dat dat aanvragen vaak geld kost, daar wil ik nu maar even niet over zeuren. Censuur, daar ben ik op tegen. Erg op tegen zelfs. Ik zeg het nog maar even, want ik krijg door wat ik hierna ga zeggen de schijn een beetje tegen vrees ik.

Nederland Leest, de naam zegt het al, beoogt een campagne te zijn voor heel Nederland. Dat inmiddels díe inwoners van Nederland die op grote letters zijn aangewezen óók mee kunnen lezen, vind ik daarom beslist winst. Maar hoe staat het met het moslimmeisje? En met haar autochtone tegenhangster het refomeisje, een meisje zoals Franca Treur, auteur van Dorsvloer vol confetti, die in een interview vertelde hoe belangrijk de bibliobus voor haar geweest is, er ooit een was? Wat gebeurt er als de vader van zo'n meisje ziet dat er posters met naakte mensen in de bibliotheek hangen? Als hij ontdekt dat er lolly's worden uitgedeeld in een soort condoomverpakking met een erotisch tekstje erop? Als hij even in Het leven is vurrukkulluk bladert? Zou het dan niet kunnen gebeuren dat zo'n meisje voortaan niet meer naar de bibliotheek mag?

En als dat gebeurt, wat denken we dan? Denken we: met zulke bekrompen mensen willen we als bibliotheek niks te maken hebben? Of denken we: wat sneu voor dat meisje, dat ze nu niet meer kan lezen?

Wat wil Nederland Leest nou precies? Is het echt de bedoeling dat heel Nederland hetzelfde boek gaat lezen? Waarom wordt dan een boek gekozen waarvan je bij voorbaat kunt weten dat een deel van Nederland het niet zal willen lezen? En wat wil de bibliotheek? Zien ze daar de moslimmeisjes als doelgroep? En zo ja, waarom hangen ze dan een poster met naakte mensen op?

En vanwege die vragen twijfel ik over Nederland Leest. En moest ik aan het moslimmeisje denken.

Maar dat Het leven is vurrukkulluk nu ook als groteletterboek wordt uitgedeeld, dát vind ik echt geweldig!

zondag 21 november 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (14)


















Dag Henk,

Als vervolg op mijn blogbrief over de oorzaken tot slot iets over wat voor mij de aanleiding is geweest om met bloggen te stoppen. In mijn laatste 'echte' blogstukje, dat als titel Voorbij, voorbij had, schreef ik dit:

Vanmorgen gehoord: 'Er zal bezuinigd moeten worden en helaas zijn het de bibliotheek-inhoudelijke onderdelen waarop dit in de eerste plaats invloed zal hebben. De bibliotheken kiezen voor ICT en marketing.'

En toen wist ik het zeker: ik wilde geen 'biblioblogger' meer zijn. En daar zag ik maar een oplossing voor: stoppen met bloggen en wel meteen. Dat was misschien een wat overspannen reactie, maar ik heb er geen moment spijt van gehad. Integendeel, door wat er verder is gebeurd ben ik er alleen maar meer van overtuigd geraakt dat het een goed besluit was.

'Er zal bezuinigd moeten worden' werd ons (d.w.z. alle 'bibliotheekinhoudelijke' medewerkers van de PSO waar ik werk) door onze sectordirecteur meegedeeld tijdens een onverwachts georganiseerde bijeenkomst. Zijn formulering bleek al na korte tijd niet juist te zijn geweest, maar toen had ik het al opgeschreven en heb ik het maar zo gelaten. Hoewel het effect hetzelfde is, is het principe anders: het ging niet om een echte bezuiniging, maar om een 'ombuiging' van provinciale subsidie. Die subsidie wordt nog steeds verleend, maar de gezamenlijke directies van de Noord- en Zuid-Hollandse basisbibliotheken (vertegenwoordigd in SOOB en BOZH) willen hem gedeeltelijk anders gaan inzetten: meer geld voor marketing en ICT en daardoor minder voor andere producten. Die andere producten zijn o.a. collecties en themabussen en daarnaast nog zo'n twintig andere vormen van dienstverlening. Sommige producten kunnen ook met minder subsidie waarschijnlijk nog wel blijven bestaan, andere zullen onherroepelijk verdwijnen.

Ik zou over dit besluit en over hoe het heeft uitgepakt wel het e.e.a. kunnen opschrijven, maar dat zal ik niet doen omdat ik dit weblog daar de plaats niet voor vind en het bovendien geen enkel nut heeft. Ik wil in deze blogbrief alleen proberen uit te leggen waarom het voor mij een doorslaggevend argument was én bleef om dit blog te beëindigen.

Ik vond al langer dat de bibliotheek zich steeds meer begon te richten op alles wat naar buiten toe leuk overkomt. Strandbibliotheek, retailbibliotheek, Schipholbibliotheek, allemaal vrolijke en flitsende vormen van bibliotheekwerk, die er mooi uitzien en die het goed doen in artikelen of filmpjes en die door de gebruikers gewaardeerd worden. Ik heb helemaal niets tegen deze kant van het bibliotheekwerk, maar het begon me steeds meer te hinderen dat er nooit eens aandacht was voor de naar buiten toe wat minder dynamische maar in mijn ogen minstens zo belangrijke kanten van wat bibliotheken doen. Het product waar ikzelf dagelijks aan werk, wisselcollecties voor zorginstellingen, kwam nooit in de krant, werd niet vermeld in het jaarverslag, stond intern regelmatig ter discussie, mocht nooit onder de aandacht worden gebracht bij bibliotheken. Hetzelfde gold voor de themacollecties voor instellingen. De direct betrokkenen in bibliotheken en instellingen wisten deze producten wel degelijk op waarde te schatten, maar voor bibliotheekdirecteuren bleef het een tamelijk onbekend onderdeel van wat hun bibliotheek deed. Zij legden dan ook unaniem en zonder enige discussie de prioriteit bij marketing en ICT, en als gevolg daarvan worden de themacollecties voor zorginstellingen per 1-1-2011 opgeheven. De wisselcollecties voor instellingen kan op termijn hetzelfde overkomen, want voor 2012 en daarna staan nog meer 'ombuigingen' gepland. Hetzelfde lot kan ook de collecties voor het onderwijs gaan treffen.

Ik had het bovenstaande graag wat indringender geformuleerd, maar het lukte me niet. Ik ben er misschien te emotioneel onder of misschien juist niet emotioneel genoeg, ik weet het niet. Ik schreef er, na veel getob, dit stukje over voor Bibliotheek 2.0, dat moet maar genoeg zijn.

Ik heb de bibliotheek lang gezien als een sociale organisatie, waarmee ik iets bedoel als: een organisatie met aandacht voor alle groepen in de samenleving en vooral met éxtra aandacht voor die groepen voor wie die extra aandacht op het gebied van lezen en informatie belangrijk of noodzakelijk is: kinderen, mensen met een taalachterstand, mensen die groteletterboeken nodig hebben, ouderen die niet zelf meer naar de bibliotheek kunnen komen, dementerenden die kunnen opleven door boeken over vroeger, enz.

De laatste tijd ben ik de bibliotheek meer en meer gaan zien als een organisatie die zich vooral richt op wat 'scoort': hoe halen we de krant, hoe trekken we jongeren, wat valt op, wat is hip, zijn zitzakken een idee, zullen we ons op het station vestigen, hoe trekken we meer bezoekers, hoe beïnvloeden we de politiek? En om dat uit te zoeken en te bewerkstelligen is marketing nodig of in elk geval nuttig. En als dat ten koste gaat van b.v. ouderen in zorginstellingen, dan vinden we dat misschien wel jammer, maar het is helaas niet anders, je moet nu eenmaal keuzes maken.

Ik heb ruim twaalf jaar met veel plezier collecties gemaakt, maar ik merk dat ik de laatste tijd cynisch ben geworden. Ik begrijp dat ik gefrusteerd lijk, of misschien jaloers. Ik besef dat het feit dat deze ontwikkeling me misschien mijn baan gaat kosten me beïnvloedt. (Of het inderdaad zover komt hoor ik morgen. En als ik het niet ben, kan het een ander zijn.) En ik realiseer me terdege dat niemand zit te wachten op cynische stukjes over de bibliotheek. Vandaar dat ik besloten heb niet meer over de bibliotheek te bloggen. Want elke blogpost die ik momenteel zou schrijven, zou cynisch worden.

Henk! Het blogbrieven schrijven was me een genoegen. Ik dank je nogmaals heel hartelijk voor jouw kant van onze blogcorrespondentie. Ik ben blij dat we het geprobeerd hebben en ik vind dat het iets is geworden om met voldoening op terug te zien.

Veel goeds, veel groeten en hopelijk tot een ontmoeting elders, schrvrdzs

Foto: Vogezen, augustus 2010.


Naschrift de volgende dag. Voor wie zich afvraagt hoe het is afgelopen met het gesprek over mijn baan: slecht. Voor enkele collega's geldt hetzelfde, voor sommigen liep het beter af, anderen verkeren nog in onzekerheid.

Naschrift op 25-11. Inmiddels zijn tien mensen ontslagen. Of het er nog meer worden weet ik niet. Iemand nog een baan in de aanbieding?

woensdag 17 november 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (13)


















Dag Henk,

Van die teller op je blog word ik een beetje zenuwachtig. Ik dacht dat er nog bijna 20 dagen te gaan waren, maar het zijn er nog maar 13. En ik wil per se vóór je blog verdwijnt mijn laatste blogbrief geschreven hebben. Dus moet ik nu toch echt eens beginnen. Wat ik inmiddels dus gedaan heb, maar nu het vervolg nog...

Om te beginnen wil ik je heel hartelijk bedanken voor al je blogbrieven. Ze hebben onze blogs niet van de ondergang kunnen redden, maar ik vond het experiment zeer de moeite waard en ondanks de niet zo lange duur toch zeker een succes. Ik merkte dat de dialoog me losmaakte uit het stramien waar ik in was komen vast te zitten. Dat beviel me. Wat je me schreef was interessant, leuk, zette aan tot nadenken, daagde me uit de grens op te zoeken van wat ik wel en niet 'openbaar' wilde maken. Dat sommige mensen het waardeerden was fijn, dat het sommige andere mensen ergerde vond ik eigenlijk wel leuk.

Toch stopte ik er acuut mee. De blogbrieven waren onderdeel van mijn blog en het bloggen stond me ineens zó tegen dat de blogbrieven mee ten onder gingen. Dat lag dus zeker niet aan de brieven, al begonnen we beiden al wel te merken dat ook blogbrieven schrijven afhankelijk is van inspiratie en niet altijd vanzelf gaat. Nee, het had een andere oorzaak en een andere aanleiding. Ik was vast van plan je die oorzaak en aanleiding nog eens uit te leggen. De andere lezers van mijn blog zouden het dan meteen ook weten. Het is er tot nu toe niet van gekomen en het begon heel erg op 'van uitstel komt afstel' te lijken. De gestaag tikkende klok op je blog brengt me er nu dan toch eindelijk toe. (Wellicht ben je de enige lezer. Of er nog anderen zijn die dit blog in hun RSS hebben staan of anderszins in de gaten houden, vraag ik me af.) Ik merk dat ik het formuleren een beetje verleerd ben (heb jij dat ook, dat stukjes schrijven iets is dat het beste lukt als je het regelmatig doet?) en ik weet nog steeds niet precies waarom ik ineens het bloggen niet meer kon opbrengen, maar de lange tijdsduur heeft er wel toe geleid dat ik het in elk geval enigszíns denk te begrijpen.

Natuurlijk was er het gebrek aan inspiratie. Na een paar jaar had ik wat ik wilde zeggen wel gezegd en de meeste dingen al twee of meer keer. Onze blogcorrespondentie was me daarom zeer welkom: ineens kwamen er nieuwe dingen aan de orde. Wel bleef mijn blog voor mijn gevoel nog steeds een 'biblioblog'. Ik had er zelf voor gekozen om vooral over 'bibliothecaire zaken' te schrijven. Dat was een logisch gevolg van het feit dat ik mijn blog begon vanwege de 23dingen. En over privé-dingen schrijven wilde ik niet, al heb jij me er toch toe weten te bewegen...

Naast de bibliotheekkwesties werden de door mij gelezen boeken onderwerp voor blogposts. Ik vond het prettig om regelmatig iets op te schrijven over wat ik gelezen had. Als ik weet dat ik er iets over op ga schrijven lees ik aandachtiger en bovendien: als ik er iets over opgeschreven heb kan ik tenminste nog eens opzoeken wat ik ook alweer las en wat ik er van vond. Als ik niets opschrijf over een boek weet ik na enige tijd hooguit nog of ik het al dan niet goed vond en soms zelfs dat niet eens. De discipline om voor mezelf van elk gelezen boek een verslagje te maken heb ik nooit kunnen opbrengen, maar de gedachte dat enkele anderen zo'n verslagje lazen was voldoende stimulans. Natuurlijk deed ik het in de eerste plaats voor mezelf (zoals je volgens mij alles in de eerste plaats voor jezelf doet), maar de gedachte dat anderen er misschien eens een leestip aan konden ontlenen vond ik prettig. Soms dacht ik zelfs iets als: als alle lezende bibliothecarissen nou eens wat opschreven over wat ze lazen, wat zou dat een mooie onderlinge uitwisseling van informatie kunnen zijn.

Maar nu komt het knelpunt. Ik voelde me meer en meer ongemakkelijk bij de gedachte dat ik een 'biblioblog' had. Ik begon mailtjes te sturen naar mensen die mij in lijstjes van 'bibliotheekblogs' gezet hadden, om ze te vragen mij daaruit te schrappen. Dat deden ze dan gelukkig. Maar toch bleef het wringen: mijn blog hinkte voor mijn gevoel teveel op twee gedachten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit pas enige tijd nadat ik met bloggen gestopt was zo bedacht heb, d.w.z. dat ik er de woorden voor heb gevonden. Vóór die tijd was het een gevoel van onbehagen dat ik niet goed kon plaatsen. Maar langzamerhand meende ik het te begrijpen: een blog dat de bibliotheek en lezen in zich verenigt is een blog dat uiteindelijk wel aan innerlijke tegenstrijdigheid ten onder moet gaan. Dit klinkt natuurlijk vreemd, want wat ligt meer in elkaars verlengde dan lezen en de bibliotheek? Wie graag leest hoúdt toch van de bibliotheek? Ja, dat is misschien wel waar. Wie veel leest en niet al te veel geld heeft, is blij met de mogelijkheid boeken te kunnen lenen. Maar dan heb je het over een klánt van de bibliotheek. En ik blogde niet als klant, maar als werknemer. Ik merkte dat het in de bibliotheekwereld over heel veel onderwerpen gaat: mediawijsheid, gaming, leeskilometers, internetvaardigheden, retail, een landelijke catalogus, noem het maar op. Maar nooit of in elk geval hoogst zelden las ik iets over literatuur, over lezen om schoonheid te ervaren, over lezen om op andere gedachten te komen, om in andermans hoofd te kunnen kijken, om verwonderd te raken of verontwaardigd of blij of treurig. Lezen was iets dat je moest kunnen om geïnformeerd te zijn, om een mondige burger te worden, om je weg te kunnen vinden op internet.

Natuurlijk is dat allemaal waar en nuttig en moet iedereen zo goed mogelijk leren lezen. Dat vind ik ook. Maar wat ik steeds meer begon te missen was de aandacht voor de 'intrinsieke waarde' van literatuur. De gedachte dat literatuur niet in de eerste plaats núttig is, maar dat literatuur móói is. Dat literatuur kúnst is. En nog wel liefst een vorm van kunst waar je voor heel weinig geld of zelfs gratis mee kunt kennismaken, in de bibliotheek. En dat de bibliotheek er daarom actief aan moet meewerken dat iedereen de kans krijgt kennis te maken met literatuur, zoals ook iedereen de kans zou horen te krijgen muziek, schilderijen, films en andere kunstuitingen te leren kennen. En wie daarna besluit: lezen is niks voor mij, in een museum zien ze me nooit meer, laat mij maar lekker sporten, die mag dat gelukkig helemaal zelf weten. Maar onbekend maakt onbemind, zegt het spreekwoord, en ik denk dat dat klopt. En daarom zie ik het als een van de taken van de bibliotheek om mensen in contact te brengen met literatuur. En dan bedoel ik met 'literatuur' niet per se boeken 'van niveau', maar wel boeken 'van een niveau dat mensen uit zichzelf misschien niet gaan lezen'. En die gedachte miste ik langzamerhand zo hevig in alles wat ik las over de bibliotheek, dat ik dacht: ik moet als blogger weg uit die wereld, want ik hoor er niet.

Tot zover voor vandaag. Dit was, denk ik nu, naast het mezelf te vaak herhalen, de oorzaak van het stoppen met mijn blog. Er was ook nog een aanleiding. Daarover hoop ik je vóór het eind van de 13 dagen die jouw blog nog in de lucht zal zijn mijn allerlaatste blogbrief te schrijven.

Ik zou graag je blogbrieven willen bewaren. Is het goed als ik ze uit jouw blog kopieer en in het mijne plak? Of weet je een andere oplossing?

Het was me als vanouds een genoegen je te schrijven.

Ik hoop dat het goed met je gaat!

Hartelijke groet, schrijverdezes


p.s. De foto is van mijn vakantie (augustus 2010) in de Vogezen. En ja, wie daar loopt dat ben ik, onder het motto 'Moedig voorwaarts' (Gerard Reve).

maandag 7 juni 2010

Voorbij, voorbij

















Vanmorgen gehoord: 'Er zal bezuinigd moeten worden en helaas zijn het de bibliotheek-inhoudelijke onderdelen waarop dit in de eerste plaats invloed zal hebben. De bibliotheken kiezen voor ICT en marketing.'

Einde van de bibliotheek (op termijn)?

In elk geval einde van dit weblog (nu).

Heel veel dank voor iedereen die ooit op dit blog gereageerd heeft en een hartelijke groet aan wie dit leest, schrijverdezes




Foto: Flickr, gemaakt door Chris Dever

zondag 6 juni 2010

Kaart&boek 38
























Die rups heeft nu wel lang genoeg bovenaan gestaan en de inspiratie is helaas even een blogje om (ik weet het: heel flauwe formulering), daarom maar weer eens een aflevering van 'Kaart&boek'.


Kaart: Quinten Massys (1466-1530), Geldwisselaar en zijn vrouw, 1514

woensdag 2 juni 2010

Lekker bezig






















Ik heb een nieuwe hobby. Een echte passie is het nog niet, maar daarvoor is het misschien nog te pril. Ik zal jullie vertellen hoe het zo gekomen is.

Al een paar maanden probeer ik Kartonnen dozen van Tom Lanoye te lenen bij de Centrale van Bibliotheek Rotterdam, maar dat lukt steeds maar niet. Kijk, zo stond het gisteren in de catalogus. (Let vooral even op de tweede datum.)











Je zou zeggen: reserveer dat boek dan, dan kom je vanzelf een keer aan de beurt. Inderdaad, dat zou slimmer zijn, want het exemplaar dat nog wél in omloop is, is steeds weer net weg als ik kom. Maar op de een of andere manier wacht ik liever dan dat ik een euro (of wat het precies is) moet betalen voor een boek, althans voor dít boek: een jaren oude Rainbowpocket, ongetwijfeld net zo vergeeld als Een slagerszoon met een brilletje.

Maar wat te doen tijdens het wachten? Er zijn nog andere boeken op de wereld natuurlijk. Maar er is ook de AquaBrowser, die het associatief denken stimuleert en zo kwam ik op het idee om eens iets met eierdozen te gaan doen. En zeg nou zelf, is Rupsje Nooitgenoeg niet leuk geworden? (En het is een beroemd literair dier ook nog!)


En zo heb je dan straks (wanneer dat straks precies is weet geloof ik niemand), als bibliotheek.nl officieel van start gaat en alles wordt zoals ons voorspeld is, een prachtig beginscherm voor alle bibliotheken van Nederland, vol vrolijke widgets en met gepersonaliseerd advies. Als je daar dan intikt dat je Sprakeloos van Tom Lanoye erg mooi vond, dan krijg je de tip om ook Kartonnen dozen te gaan lezen en kun je meteen ook de recensies ervan op je scherm krijgen. En als je dan enthousiast wordt en denkt: ja, dat wil ik lezen, dan ga je naar de catalogus van de bibliotheek in je woonplaats (waar je automatisch naartoe geloodst wordt als je je postcode hebt ingevuld) en dan zie je wat hierboven en hiernaast te zien is. En dan ontdek je misschien zomaar ineens de wondere wereld van de eierdoos. Als dát geen belevenisbibliotheek is, dan weet ik het niet meer.

(De eerlijkheid gebiedt me overigens te zeggen dat er nóg een exemplaar van Kartonnen dozen bij de Centrale van Bibliotheek Rotterdam in omloop is, dat een ander jaartal heeft en dus een andere treffer geeft.)


Foto hier gevonden.