WELKOM OP MIJN WEBLOG

Met dit weblog ben ik op 23 januari 2008 begonnen als onderdeel van de cursus '23 dingen'. Sinds 8 juni 2008 probeer ik het buiten dit kader te laten voortbestaan. Opmerkingen zijn van harte welkom.
Wil je ook eens wat schrijven op dit weblog? Lees dan hier verder.

woensdag 8 juli 2009

Voorlopig laatste 'plaatje'























Pierre-Auguste Renoir (1841-1919)
Claude Monet ou le liseur, 1874

dinsdag 7 juli 2009

Boek&bieb 15















In De vertegenwoordigers van F.B. Hotz staat het verhaal De herhaling. Daaruit komen de volgende regels (Metropolis is een sciencefictionfilm uit 1927).

In Metropolis, die hij in zijn leven viermaal gezien had, huisde in de hoogste wolkenkrabber de 'Heerser', die vanuit een controleruimte de werkers in hun onderaardse machinehallen kon bespieden op een scherm. De dakkoepel van dat bouwsel bevatte een wintertuin, concertzalen en bibliotheken. Zonen van de Stichter leefden daar in bovenwereldse luxe.

Toen ik op zoek ging naar een plaatje uit deze film vond ik, naast het bovenstaande beeld uit de film, ook dit ontwerp voor een nieuwe bibliotheek in Utrecht, van het bureau Rapp en Rapp:
















Daarover valt te lezen: 'De film Metropolis leverde ideeën op voor de buitenkant.'
Het ontwerp van Rapp en Rapp wordt overigens niet uitgevoerd. Tenaanval wijdde daar vorig jaar deze blogpost aan.


Filmbeeld hier gevonden.
Impressie ontwerp bibliotheek hier gevonden.

maandag 6 juli 2009

Plaatje 16





















Edward Hopper (1882-1967)
Hotel Room, 1931



(Voor de dames die er een keer op aandrongen dat ik de 'plaatjes' zou groeperen: ik ben een eind gevorderd. Klik op het label 'lezer in de kunst'.)

zondag 5 juli 2009

Plaatje 15


Isaac Israëls (1865-1934)
Liggend naakt (Sjaantje van Ingen)


Wie BoekenDingen leest (en wie dat niet doet mist veel) heeft het al gezien: bovenstaand schilderij won de door het tijdschrift Oog georganiseerde verkiezing van het mooiste naakt uit de Nederlandse schilderkunst. Omdat het een lezend naakt is en ze bovendien laat zien hoe men het best de huidige temperaturen doorstaat, mag zij hier vandaag ook prijken. (Ik bedoel maar: naakt is prima, maar het moet wel functioneel zijn...)

Lees en zie hier meer bij BoekenDingen (o.a. meer lezende naakten) en op de website van de verkiezing.

zaterdag 4 juli 2009

Plaatje 14























Dit mooie plaatje zag ik op dit mooie blog, waarop nog veel meer leuks en interessants te vinden is. Ik kon het niet laten het over te nemen. Hier vind je meer van/over de tekenaar: Jan van der Veken.

woensdag 1 juli 2009

Plaatje 13
















Grigory Myasoedov (1834-1911)
Het voorlezen van het manifest, 19 februari 1861 (vermoedelijke vertaling, schrijverdezes), 1873



Bij gebrek aan inspiratie (ik wijt het nog maar even aan de warmte, na het weekend zien we wel verder) ging ik op zoek naar een plaatje en dacht: laat ik het 's met een Russische zoekterm proberen. Babylon vertaalde 'lezend' in 'Чтение' en daarmee vond ik dit schilderij. Ik moest even denken aan de twaalfjarige Jezus in de tempel, maar ik meen begrepen te hebben dat het het voorlezen van het manifest over de afschaffing van lijfeigenschap laat zien.

(Speciaal voor al die mensen die denken dat in bibliotheken niks revolutionairs te vinden is...)

Klik op het plaatje om het te vergroten.

maandag 29 juni 2009

Plaatje 12























Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976)
Lesende (Else Lasker-Schüler), 1912

zondag 28 juni 2009

Plaatje 11





















Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976)
Die Lesende, 1911

vrijdag 26 juni 2009

Onderweg


















Vanwege de warmte een kort postje. Gisterochtend in de trein pakte ik mijn boek, De stem van mijn moeder, van Abdelkader Benali. Schuin tegenover me zat een man die zijn vriendin aanstootte en op mijn boek wees. Ik hield het even omhoog om het haar te laten zien en de man zei: 'De schrijver van dat boek is een vriend van me. Ik ken hem al heel lang, we zijn samen opgegroeid.' Ik zei dat hij dan zeker ook wel de film (over de schrijver) gezien had en hij zei ja. Ik zei: 'Het lijkt me een aardige man.' Hij zei: 'Het is een goeie jongen. En heel slim.' Ik zei: 'Ja, dat geloof ik zeker.'

Vanmorgen zat ik in de trein naast een jongen die Don Quixote aan het lezen was, in het Engels. Hij was op blz. 475.

Literatuur is overal.

Foto van Flickr, gemaakt door Julie70

woensdag 24 juni 2009

Wat ik las 22

In een paar dagen, wat voor mijn doen snel is, las ik Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Ik had het e.e.a. over het boek gelezen en was er wel een beetje nieuwsgierig naar geworden, maar ik had geen moeite gedaan om het te pakken te krijgen en was het alweer half-en-half vergeten, toen een collega onverwacht vroeg: wil jij Alleen maar nette mensen nog lezen? Ik zei dat ik daar wel aan gedacht had en vroeg: hoezo? Nou, ik kon het van hem lenen, maar het moest wel na het weekend terug zijn want hij had het ook weer via een ander (en het was eigenlijk een leeskringboek, dus voor de klanten). Maar: 'je hebt het zo uit'. OK dan. Het afgelopen weekend las ik zo snel ik kon het boek, kreeg gelukkig nog een dag respijt om de laatste bladzijden te lezen en nu staat het weer keurig waar het hoort.

Bij het lezen van het boek kwam ineens de term 'zedenschets' bij me op. Ik weet eerlijk gezegd niet wat precies onder een zedenschets verstaan wordt, maar het leek me wel een goede typering voor dit boek. De hoofdpersoon is David Samuels. Zijn vader is hoofdredacteur van een actualiteitenprogramma op de tv, zijn moeder werkt bij een advocatenkantoor (of een makelaarskantoor, dat weet ik niet meer), ze wonen in Amsterdam Oud-Zuid en ze zijn joods. David wordt regelmatig voor Marokkaan aangezien vanwege zijn zwarte haar en donkere uiterlijk. Hij gaat naar het gymnasium en zijn toekomst lijkt duidelijk: studeren en trouwen met Naomi die hij al kent vanaf zijn twaalfde.

Na het gymnasium gaan al zijn vrienden en vriendinnen naar de universiteit, maar David weet niet wat hij wil gaan doen. Ook over zijn relatie met Naomi twijfelt hij. Die is hem te vertrouwd en te voorspelbaar. Eigenlijk verlangt hij naar een 'negerin'. Via de 'negerinnendisco' en de formule (die hij vaker zal gebruiken) 'Hallo schoonheid, ik ben David, wie ben jij?' ontmoet hij Rowanda, die uiterlijk geheel aan zijn wensen voldoet: cupmaat F en een dikke bil (het woord bil wordt consequent in het enkelvoud gebruikt). Rowanda woont met haar twee kinderen, haar moeder en haar twee broertjes in een flat in de Bijlmer. Wat haar in David aantrekt is dat ze denkt dat hij geen 'liegman' is. Zwarte mannen zijn dat wel. Zo krijgen ze verkering.

Op een feest bij Rowanda thuis zijn de vrouwen aan het koken en staan de mannen op het balkon. De neven van Rowanda zijn allemaal liegmannen en laten hun veroveringen zien d.m.v. foto's en filmpjes op hun telefoon, en geven David tips hoe je ervoor kunt zorgen dat je vriendin niets ontdekt als ze in je mobiel gaat zoeken (laatste nummer altijd wissen, alleen achternamen opslaan).

David gaat een keer met een neef van Rowanda naar een disco in de Bijlmer en danst daar met een Antilliaanse. Als Rowanda binnenkomt (uren later, omdat ze nog bezig was haar haar te doen) en David met de Anti ziet wordt het ruzie. Ze is erg teleurgesteld en kwaad omdat David toch ook een liegman blijkt te zijn al beweert hij natuurlijk dat er niks aan de hand was tussen hem en de Antilliaanse.

David gaat verder op zoek naar wat hem de ideale vrouw lijkt: een intellectuele negerin. Na verschillende mislukkingen denkt hij haar misschien te kunnen vinden in Memphis en gaat daar naartoe (zijn ouders betalen nog steeds alles maar dreigen wel daar mee te stoppen). Hij ontmoet er een intellectuele negerin in de universiteitsbibliotheek, maar merkt dat zij eigenlijk erg lijkt op de meisjes uit Oud-Zuid. In het vliegtuig terug naar huis concludeert hij dat hij toch het meest bij Naomi hoort en dat hij met haar verder wil. Maar Naomi blijkt niet meer op hem te wachten: zij gaat nu met Davids beste vriend Daan. Na weken van wanhoop maakt David een afspraakje met de Marokkaanse Naima, die bij Albert Heijn in de kassa zit en met wie hij daar eerder een keer een praatje heeft gemaakt. Hoe het verder gaat zou ik graag weten, maar dit was het einde van het boek.

De zeden die dit boek schetst zijn die van het Oud-Zuid-milieu, waar men elkaar ontmoet op feesten, waar bij vele gelegenheden Piper Heidsieck-champagne wordt gedronken, waar men boeken leest en converseert over actuele thema's en waar de kinderen naar het gymnasium en later naar de universiteit gaan én die van de zwarte gemeenschap in de Bijlmer, vooral die van de Suri's (waarnaast je ook nog de Anti's en de Afrikanen hebt), waar mannen liegen en meisjes jong moeder worden, waar Fernandes en cola gedronken wordt en waar seks handelswaar is.

Dit alles zal ongetwijfeld niet algemeen geldig zijn en teveel cliché, maar ik heb het gevoel dat het beeld ook niet al te onbetrouwbaar is. De auteur laat slechts zien wat zijn hoofdpersoon meemaakt en dat dat meteen een soort antropologische ontdekkingsreis is, is mooi meegenomen voor de lezer (mij beviel het althans), maar volgens mij niet bedoeld om over te discussiëren. Maar dat is nu juist volop gedaan: het boek zou racistisch en seksistisch zijn en diverse mensen hebben zich er kwaad over gemaakt.

Anderen vonden het boek juist weer erg vermakelijk. Gek genoeg heb ik nergens gelezen dat het misschien juist een treurig boek is. En dat is wat ik het zelf eigenlijk vind. Het gaat over niet weten waar je bijhoort en wat je met je leven aanmoet, over hoe je je in het leven staande houdt. en over wat mensen elkaar in relaties kunnen aandoen en over het onvermogen de medemens te begrijpen. Daar valt wel eens om te lachen, maar echt lollig kun je het toch niet noemen.

Ik vind het boek zeker niet racistisch of seksistisch. Het beschrijft wat bestaat en spreekt geen oordeel uit. Dat sommige mannen de voorkeur geven aan cup-F en dat sommige meisjes hun cup-F bh's (die vast niet goedkoop zijn) laten betalen door de mannen die er zo van houden, gebeurt blijkbaar en Vuijsje vertelt erover. Hij beschrijft evenzeer de mores van Amsterdam Oud-Zuid, maar niemand komt op het idee om hem racistisch tegenover blanken te noemen.

Dat het boek een literaire prijs gewonnen heeft (De Gouden Uil) lijkt mij teveel eer. Het leest lekker, maar veel diepgang heeft het niet en mooie zinnen tref je er ook niet in aan. Maar ik heb het wel met genoegen gelezen.

Voor ik het weer moest terugeggeven heb ik nog even een pagina gekopieerd, die ik in zijn geheel zal overtypen. De ouders van David komen een keer eten bij Rowanda thuis. Ze hebben een fles Piper Heidsieck-champagne meegebracht. Janine is Rowanda's moeder.

'Het eten is bijna klaar,' riep Rowanda uit de keuken. 'Hebben jullie honger?'
Het bleef stil. Ik riep terug dat we honger hadden.
Het was weer stil. Totdat Rowanda en Janine de pannen op tafel zetten, naast een stapel borden. Daarnaast lagen door elkaar wat vorken, lepels en messen. Ook stonden er een fles cola, een fles Fanta, en een paar glazen.
Mijn moeder onderzocht het eten. 'Hoe heet dit gerecht?' vroeg ze.
'Rijst,' zei Janine. Met kip en groente.'
'Maar hoe heet het?'vroeg mijn moeder.
'Rijst. Met kip en groente,' zei Janine.
'Wie gaat waar zitten?' vroeg mijn moeder aan mijn vader. 'David naast Rowana en ik naast jou?'
Niemand luisterde. Ze vroeg, nu rechtstreeks aan mij: 'Wie gaat waar zitten?'
'We zitten niet aan tafel,'zei ik. 'We eten op de bank.'
'En wat gaan we drinken?'vroeg mijn moeder. 'Het zal wel pittig zijn. Ik denk dat we wit moeten drinken.'
Mijn vader keek even naar de ingepakte fles Piper Heidsieck, die in de keuken op de grond stond. Ik schonk twee glazen Fanta voor ze in.
Bij het eten werd het stil. Ik had nog niet eerder gehoord dat het stil was bij Rowanda thuis. De Xbox 360 was uit, de tv stond aan, zonder geluid. een dataingshow op MTV.
'Is dat een Surinaamse gewoonte?' vroeg mijn moeder. 'Om te eten bij de televisie?'
'Je moet toch eten,' zei Rowanda. 'Dus dat.'
Ze eindigde vaak een zin door te zeggen: 'Dus dat.'
Toen ik een keer vroeg wat dus dat betekende, zei Rowanda dat ik niet altijd zo moeilijk moest doen.


Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen, pg. 119

Op zoek naar een link om hier aan toe te voegen kwam ik terecht bij nrc.tv, waar Pieter Steinz over het boek praat en, wat ik leuk vind, een stuk blijkt voor te lezen dat overlapt met het stuk dat ik uitkoos om te citeren.

maandag 22 juni 2009

Boek&bieb 14















In Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje is David Samuels op zoek naar de intellectuele negerin. Zijn zoektocht brengt hem naar Memphis.

Shaquorya, de receptiedame van het hotel, deze keer zonder gouden bril maar met zwarte nep-Gucci zonnebril die ze ook binnen droeg, had verteld dat in de bibliotheek van de University of Memphis computers stonden die iedereen kon gebruiken. De Ned R. McWerther Library was gevestigd in een mooi wit gebouw met Griekse pilaren. Om de bibliotheek heen was zo'n Amerikaanse campus. Ik schakelde in op de MSN. In Nederland was het nacht, alleen Bas was ingelogd.

Foto hier gevonden.

Alternatieve aardrijkskunde
















Door het lezen van In een adem uit... dacht ik terug aan de middelbare school waar onze leraar aardrijkskunde ons in de derde klas voorlas uit M'n liefje m'n duifje van Roald Dahl. Het verhaal dat me daarvan het best is bijgebleven is dat over de vrouw die haar man doodsloeg met een bevroren lamsbout en het moordwapen daarna in de oven zette. Ze bood de agenten die de moord kwamen onderzoeken aan om te blijven eten en een van de agenten vroeg zich terwijl hij bezig was een stuk lamsbout te verorberen af: waar zou het moordwapen toch zijn, misschien zitten we er wel met onze neus bovenop. Dit verhaal heeft destijds zo'n indruk op me gemaakt dat ik nog steeds de naam van de vrouw weet: Mary Maloney (ik moest wel even opzoeken hoe je het schrijft). Ik ben het boek toen, net zoals de leerlingen van Pennac soms deden met de boeken waaruit hij voorlas, gaan kopen en ik heb het nog steeds. (Het is inmiddels in twee stukken uit elkaar gevallen, de kaft is gescheurd en het papier is bruin geworden.)

Ik zat in de trein in In een adem uit... te lezen en had net aan dat voorlezen uit M'n liefje m'n duifje zitten terugdenken toen ik tot mijn verrassing deze passage tegenkwam, in een hoofdstuk waarin Pennac leerlingen aan het woord laat over de boeken die hij heeft voorgelezen:

'Die Roald Dahl, die is te gek! Dat verhaal van die vrouw die haar kerel doodslaat met een bevroren schapebout en die de smerissen het corpus delicti laat opeten, ik kwam niet meer bij...!'

Pas jaren later heb ik (met veel plezier) de jeugdboeken van Roald Dahl gelezen, zoals Daantje de wereldkampioen en Mathilda en een van de leukste prentenboeken die ik ken: De reuzenkrokodil.

Foto van Roald Dahl gevonden via Google-afbeeldingen.

zondag 21 juni 2009

Wat ik las 21

Van Daniel Pennac las ik een tijdje geleden Schoolpijn. De schrijver was toen geheel nieuw voor me, maar de mevrouw in de boekhandel zei: 'Zijn vorige boek was ook zo goed.' Toen ik een tijdje later, bezig met het lezen van Schoolpijn dat me zeer beviel, bij Occy een nieuwsgierig makend lovend stuk over In een adem uit..., het geheim van het lezen las, nam ik aan dat dat 'vorige boek' moest zijn en nam me voor het ook te gaan lezen. Toen vergat ik het weer, maar gelukkig dacht ik er op een dag toch weer aan, kon het tweedehands kopen (lenen is een ander verhaal) en heb het nu uit. Ik heb ervan genoten.

Het boek gaat vooral over de vraag hoe je mensen tot lezen verleid en dan wel in het bijzonder díe mensensoort die bekend staat als het meest onwillig waar het lezen betreft: pubers. Pennac geeft een duidelijk antwoord op deze vraag: je verleidt pubers tot lezen door het delen van je eigen leesgenot. Dit doe je door hen voor te lezen (of desgewenst door het vertellen van verhalen, maar dat is natuurlijk moeilijker).

Pennac was leraar Frans (in Frankrijk) en beschrijft hoe hij het aanpakt op de middelbare school (die het tegendeel van een eliteschool was) waar hij lesgeeft. De eerste les vraagt hij zijn leerlingen: wie van jullie houdt niet van lezen? Bijna alle vingers gaan de lucht in. Daarop zegt hij dat hij ze, aangezien ze niet van lezen houden, zal voorlezen.

En hij haalt een dik boek uit zijn tas en begint voor te lezen, ondanks de scepsis van de leerlingen, die denken dat ze er straks vast vragen over zullen moeten beantwoorden (wat niet het geval is). Hij begint in Het parfum van Süskind en leest het hele lesuur.

Zo brengt hij zijn leerlingen met nog veel meer boeken in aanraking. En de methode werkt: de leerlingen worden gegrepen door de verhalen, vergeten hun angst voor boeken (volgens Pennac wordt onwil om te lezen vaak veroorzaakt door de angst voor niet-begrijpen) en worden enthousiaste lezers, in elk geval gedurende hun middelbare-schooltijd.

Ik vond het boek erg overtuigend en ik zou wensen dat elke leraar Nederlands het las en probeerde hoe de methode in zijn klas uitpakte. Waarbij we dan maar moeten hopen dat die leraren zelf van lezen houden, want anders kun je geen leesplezier overdragen.

Ik was van plan een deel van de laatste bladzij van het boek over te schrijven omdat ik dat het allermooiste stuk vond, dat me wonderlijk genoeg even deed denken aan het slot van De avonden. Toen ik zag dat Occy in zijn bespreking ook net dít stuk citeert, twijfelde ik even omdat je het net zo goed daar kunt lezen, maar ik kan het toch niet laten:

De mens bouwt huizen omdat hij leeft, maar hij schrijft boeken omdat hij weet dat hij sterfelijk is. Hij woont in groepen omdat hij een kuddedier is, maar hij leest omdat hij zich alleen weet. Dit lezen is voor hem een samenzijn dat geen enkel ander gezelschap vervangt, maar dat ook door geen enkel ander gezelschap vervangen zou kunnen worden. Het biedt hem geen enkele definitieve verklaring voor zijn lot, maar weeft een dicht netwerk van verstandhoudingen tussen hem en het leven. Uiterst subtiele en geheime verstandhoudingen die het paradoxale levensgeluk tot uiting brengen, zelfs al belichten ze de tragische absurditeit van het leven. Zodat onze redenen om te lezen even vreemd zijn als onze redenen om te leven. En niets of niemand heeft het recht om ons voor die intimiteit ter verantwoording te roepen.

Een ander stukje dat ik graag wil 'delen' is dit:

Wat nog te "begrijpen" overblijft, is dat boeken niet geschreven zijn om mijn zoon, mijn dochter of de jeugd er commentaar op te laten geven, maar opdat ze die lezen als ze er behoefte aan voelen. Onze kennis, onze schooljaren, onze carrière, ons sociale leven - dat is één ding. Ons innerlijk leven als lezer, onze persoonlijke ontwikkeling, dat is een ander ding. Het is prachtig om eindexamenkandidaten te fabriceren, en afgestudeerden, bevoegde leerkrachten en economen, daar vraagt de samenleving om, dat staat buiten kijf... maar hoeveel wezenlijker is het niet, uitzicht te bieden op alle bladzijden van alle boeken.

Het boek eindigt met de tien 'onaantastbare rechten van de lezer', waaronder het recht om een boek niet uit te lezen en het recht om wat-dan-ook te lezen. (Bovenstaand citaat uit de laatste bladzij gaat over het recht om te zwijgen.)

Hoewel ik jullie niet kon voorlezen hoop ik dat de methode-Pennac hier toch ook een beetje werkt en dat ik iemand ertoe verleid heb het boek te gaan lezen. Maar je kunt natuurlijk ook gebruik maken van het recht om níet te lezen, volgens Pennac ook een van de tien onaantastbare rechten van de lezer.

vrijdag 19 juni 2009

De bekoorlijke bibliotheek 2



















Beste bibliothecaressen, bewakers van de tempel, het is fijn dat alle titels van de wereld hun plekje gevonden hebben in de volmaakte organisatie van uw geheugens (hoe zou ik er wijs uit worden zonder u, ik met mijn geheugen als een zeef), het is prachtig dat u op de hoogte bent van alle thematieken die geordend staan op de schappen die u omringen... maar wat zou het ook goed zijn, u uw favoriete romans te horen vertellen aan de bezoekers die verloren ronddwalen in de wouden van mogelijke lectuur... wat zou het mooi zijn als u hen vereerde met uw mooiste leesherinneringen! Wees vertellers - tovenaars - en de boeken zullen rechtstreeks van hun planken in de handen van de lezer springen.
Het is zo eenvoudig om een roman te vertellen. Een paar woorden zijn soms al voldoende.


Uit: Daniel Pennac, In een adem uit - het geheim van het lezen


Noot: Er staat bibliothecaressen, ik vraag me af of dat niet bibliothecarissen zou moeten zijn, maar ik weet niet wat er in het Frans staat.

Kaart hier gevonden.

woensdag 17 juni 2009

De bekoorlijke bibliotheek



















De laatste tijd hoor je in verband met de bibliotheek nogal eens het woord 'verleiden'. Dat heeft iets te maken met 'retail': de consument moet verleid worden tot het kopen van producten. Dus die producten moeten er leuk of lekker uitzien en aantrekkelijk worden uitgestald en een behoefte in je wakker maken, en ook nog 's betaalbaar zijn. Tot zover kan ik het allemaal volgen.

Maar waar wil de bibliothéék nou precies toe verleiden? Ik heb de indruk dat het er vooral om gaat mensen ertoe over te halen de bibliotheek binnen te komen en er een tijdje te blijven. Dus het moet er gezellig zijn, je moet er wat kunnen eten en drinken, op een fijne bank kunnen zitten, tijdschriften kunnen inkijken, er moet draadloos internet zijn zodat je er met je laptop naartoe kan, enz. Verzin zelf maar verder.

En dan? Dan heb je die mensen binnengehaald, ze hebben zitten twitteren, twee kopjes koffie gedronken, de Linda gelezen, bijgepraat met een oude kennis die er toevallig ook was, en ze zijn misschien zelfs een beetje tot rust gekomen. De bezoekersteller heeft lekker doorgetikt; zie je wel, de bieb moet blijven!

En, omdat het nou eenmaal een bibliotheek is, zou het natuurlijk wel mooi zijn als die mensen tenslotte ook nog een boek mee naar huis namen. Dus daar verleiden we ze ook nog even toe. De kast wordt leuk frontaal ingericht en in het midden staan tafels waarop Saskia Noort, Herman Koch en Jill Mansell je toelachen en op verleidelijke toon fluisteren: neem mij mee, leer mij kennen, ik zal je niet teleurstellen.

Het zal vast wel werken. Bij Bruna doen ze het ook zo tenslotte, en die moeten er van leven. Maar ik vraag me wel eens af: waarom zouden we dit willen, behalve dan dat we natuurlijk allemaal graag onze baan in de bibliotheek willen houden? Willen we echt alleen maar een soort Bruna met een koffiehoek zijn? Of is verleiden toch niet helemaal het juiste woord en zouden we ook eens kunnen denken aan overtuigen, bezielen, laten delen in een (onze?) passie voor boeken?

Natúúrlijk is het leuk als je ergens gezellig koffie kunt drinken met een gratis tijdschrift erbij. Natúúrlijk is het fijn als je voor een paar tientjes per jaar alle Noorts en Mansells kunt lezen. En als de bibliotheek een leuk leescafé heeft en ervoor kan zorgen dat je geen half jaar hoeft te wachten voor je de nieuwe Mansell te pakken krijgt, dan is dat beslist verleidelijk. Maar waarom zou zoiets eigenlijk gesubsidieerd moeten worden? Kun je gesubsideerd naar De Efteling, of naar de film, of uit eten? Wat is het verschil? Dat lezen beter is? Ongeacht wat je leest? Hopen we dat de mensen als ze Saskia Noort uit hebben zullen vragen of we misschien ook iets diepgaanders te leen hebben? En hebben we dat dan ook voor ze? Of bestaat het idee van 'volksopvoeding' alleen nog in de ziel van enkele verstokte bibliothecarissen die het er maar liever niet over hebben omdat het zo conservatief overkomt?

Ik weet het ook niet hoor, maar die term 'verleiden', die bevalt me niet, dat weet ik wel.


Plaatje gevonden via Google-afbeeldingen. Ik weet helaas niet meer waar...