WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

woensdag 31 maart 2010

Wat ik las 42

Waarschijnlijk is Hemelsleutels van Tania Heimans het eerste boek dat ik heb uitgelezen uit solidariteit met de hoofdpersoon. Mijn vader (die het vermoed ik was gaan lezen vanwege een recensie in de NRC waarin het een 'droomdebuut' en een 'prachtige roman' werd genoemd) vond het een vreselijk boek en legde het weg. Een van mijn dochters (aan wie ik het gegeven had omdat ik er iets, ik weet niet meer wat, over had gelezen en dacht dat het wel een boek kon zijn dat haar zou bevallen) vond het goed. Ik was daarom wel benieuwd wat ik er zelf van zou vinden. Ik voelde af en toe ook beslist die neiging het weg te leggen, maar las het toch uit. Niet omdat ik het zo'n goed boek vond (want dat vond ik het niet, al vond ik het ook zeker niet slecht), maar vooral omdat ik over de hoofdpersoon dacht: als zij het jaren heeft volgehouden kan ik toch wel een paar uur doorzetten. Het leek of ik haar in de steek zou laten als ik niet doorlas (onzin natuurlijk, maar zo voelde het toch).

Het verhaal speelt in de jaren '70. De hoofdpersoon is Linde, een meisje dat aan het begin van het verhaal zes wordt en aan het eind ervan acht is. Het perspectief van het verhaal is dat van Linde, zij vertelt het a.h.w., dus de zinnen zijn kort en zij begrijpt niet alles wat de lezers begrijpen. Vlak na Lindes zesde verjaardag springt haar depressieve moeder van het balkon (en komt terecht tussen de hemelsleutels in de tuin beneden) als Linde met haar alleen thuis is en beloofd heeft op haar te letten. Linde blijft achter met haar vader en de hond Boeddha en met schuldgevoelens omdat ze niet goed genoeg op haar moeder heeft gelet (ze was net even gaan theezetten toen haar moeder sprong). Haar vader slaapt lang uit, schildert, drinkt en neemt zijn naaktmodellen mee naar bed. Linde is de enige die af en toe de hond uitlaat; verder poept die in de gang op een krant. Een van de vriendinnen van haar vader heeft een geestelijk gehandicapt dochtertje dat het leuk vind om de drollen van Boeddha in de biezen matten te wrijven (een van de scènes waarbij ik de neiging voelde met het boek te stoppen) waardoor Linde goed moet opletten om ze bijtijds in de vuilnisbak te kunnen gooien.

Linde gaat naar de Vrije School en vertelt daar op haar eerste schooldag een schuine mop waar haar vader altijd veel succes mee heeft. De ouders van haar moeder, opa en oma Kroos (door haar vader 'de Kroosjes' genoemd) willen dat ze bij hen komt wonen, maar haar vader staat slechts één bezoekje per maand toe. Onder Linde en haar vader woont de andere oma, oma Sytalis, die aan het dementeren is en verzorgd wordt door een verpleegster. Linde kan goed met oma opschieten en gaat stiekem naar haar toe als Ada (de verpleegster) er niet is. Oma heeft enkele lijfspreuken, zoals 'Ik ben een keurig getrouwde vrouw' en 'Gewoon negeren dat mens'.

Haar vader hoopt beroemd te worden met zijn schilderijen en als dat maar niet lukt schrijft hij een liedje dat door een van zijn vriendinnen gezongen wordt en waar hij een singletje van laat maken dat hij naar een aantal radiostations stuurt. Hij heeft daarna de hele dag vier radio's tegelijk aanstaan op verschillende zenders, om te horen of het liedje gedraaid wordt (wat niet het geval is).

Tussen de volle vuilniszakken, de drollen en de gaande en komende vriendinnen die naakt door het huis lopen, en op een dieet van salami en afhaalchinees, weet Linde zich staande te houden en begrip voor haar vader op te brengen. Zij weet ook nauwelijks hoe een ander leven eruit zou kunnen zien.

Er volgt nog meer ellende: Grote Henk, een broer van haar vader, misvormd omdat hij een keer van de trap is gevallen, zal Linde een keer naar school brengen met de auto, maar neemt haar mee naar het havengebied en verkracht haar. Linde ziet het als een boetedoening omdat ze niet op haar moeder gelet heeft. Het idee van boete doen is bij haar opgekomen door Hanneke, haar (christelijke) vriendinnetje, die haar over het offer van Abraham heeft verteld.

Linde wordt erg ziek en komt in het ziekenhuis. Ze blijkt hepatitis-B te hebben en men probeert uit haar te krijgen wat er gebeurd is, maar Linde vertelt niets. Als de dokter tenslotte vraagt of ze in het speeltuintje vlakbij haar huis wel eens injectiespuiten heeft gezien en zich daar misschien aan heeft geprikt, geeft ze dat toe, hoewel ze daar nooit speelt. Er komt een foto van haar in een krant, bij een stuk van de actiegroep die drugsgebruikers de buurt uit wil hebben.

Aan het eind van het boek komen er mensen van de kinderbescherming aan de deur. Daar moeten de Kroosjes voor gezorgd hebben. Boeddha is inmiddels dood en het huis zit vol vlooien. De vuilniszakken zitten vol maden. Hoe het precies afloopt is niet helemaal duidelijk. Wel blijkt dat fantasie en werkelijkheid voor Linde inmiddels door elkaar zijn gaan lopen en dat je daar als lezer in mee bent gegaan, wat ik verrassend vond.

De 'kinderlijke' stijl begon me op de duur te hinderen, al zou ik niet weten hoe het anders had gemoeten. De manier waarop Linde de wereld zag kwam wel overtuigend over. En Linde 'als persoon' was een heldin die ik als lezer niet in de steek kon laten, wat toch wel iets zegt over de manier waarop ze is neergezet.

Voor mij had het boek iets extra's omdat het zich in de buurt waar ik woon afspeelt. De straten ken ik, het speeltuintje (dat inmiddels weg is) kende ik, de achtiegroep herinner ik me, het verhaal over het bombardement van de dierentuin, waar oma Sytalis het vaak over heeft, kende ik ook.

maandag 29 maart 2010

Gecombineerd geciteerd 5






















Op twitcit staan inmiddels ongeveer 400 citaten. O.a. deze, over sokken:


Is er een mooier zinnebeeld van het geluk dan een paar gave sokken? Frans Kellendonk.

Want er was een meisje met witte sokjes dat ik iedere morgen in de trein zag stappen. Voor haar worstelde ik me wakker. F.B.Hotz


Foto: Flickr, gemaakt door: madelinetosh.

Wat ik las 41-2


















In De barbaren (hier staat mijn vorige stukje over dit boek) laat Alessandro Baricco zien hoe de manier waarop mensen ervaringen opdoen sterk aan het veranderen is. Voor de 'oude mens' waren geduld en studie de aangewezen weg. Een ervaring kon je soms ook ineens, in één magisch moment overkomen, maar hij had altijd iets te maken met diepgang en inzicht. Voor de 'barbaar' ligt dat anders: die doet ervaringen op door zich snel van het ene ding (situatie, plaats, stukje informatie) naar het andere te verplaatsen. De ervaring wordt gevormd door het aaneenrijgen van een aantal punten. De barbaar zoekt daarom bij voorkeur dingen op die hem voldoende energie geven om weer verder te kunnen naar een volgend ding. Hij heeft constant beweging nodig en probeert op de top van de dingen te blijven. Surfen en multitasking zijn woorden die hier precies bij passen. Multitasken kun je zien als een aantal dingen tegelijk oppervlakkig doen, maar voor barbaren is het in feite gewoon het doen van één ding.

Voor barbaren is het verleden iets dat alleen maar interessant is voor zover het bruikbaar is als materiaal voor het heden, d.w.z. als er ervaringen aan te ontlenen zijn die weer naar volgende ervaringen kunnen leiden. Voor een barbaar is niets 'heilig' zou je kunnen zeggen. En als je een barbaar vraagt of hij niet bezig is zijn ziel te verkopen kijkt hij je verbaasd aan omdat het begrip 'ziel' hem onbekend is. Zo ongeveer begreep ik Baricco. Ik doe het boek tekort, maar je kunt het natuurlijk ook zelf lezen.

Baricco schreef het laatste hoofdstuk aan de voet van de Chinese muur, nadat hij daar uren over gewandeld had. Hij was daar speciaal naartoe gegaan omdat hij het een mooi voorbeeld vindt van de manier waarop de 'beschaving' geprobeerd heeft de 'barbaren' buiten te houden. Maar de barbaren laten zich door een muur, hoe lang die ook is, niet tegenhouden, ze trekken er gewoon omheen of slaan er een bres in. In plaats van hardnekkig verzet te bieden tegen de barbaren is het volgens Baricco dan ook veel nuttiger om intelligent mee te varen op de stroom.

Varen, dat is onze taak. In wezen komt het er denk ik op neer dat we kunnen besluiten wat we van de oude wereld willen meenemen naar de nieuwe wereld. De dingen waarvan we willen dat ze intact blijven, ook tijdens de onzekerheid van een duistere reis. De banden die we niet willen verbreken, de wortels die we niet willen kwijtraken, de woorden die we nog altijd willen uitspreken, en de ideeën die we willen blijven denken. Het is een verfijnd werkje, een zorg: in die grote stroom in veiligheid brengen wat ons dierbaar is. Het is een moeilijke taak omdat het nooit betekent dat we iets in veiligheid brengen tégen de mutatie, maar altijd ín de mutatie. Want dat wat gered wordt zal nooit datgene zijn wat we tegen de tijd hebben beschermd, maar dat wat we hebben laten muteren, zodat het opnieuw zichzelf zou worden in een nieuwe tijd.

Misschien klinkt dit wat vaag en zweverig, en ik daar hou ik eigenlijk helemaal niet van, maar het sprak me hier toch aan en ik dacht ineens aan de bibliotheek: wat zou het leuk zijn om eens met een stel bibliotheekmensen over dit boek te praten. En ik dacht ook: dát is onze taak, dingen die we willen bewaren in veiligheid brengen. Niet door ze in een kluis te stoppen, maar door ze te digitaliseren, zal ik maar zeggen. Zodat ze mee kunnen in die stroom waar we niet tegenop moeten roeien, maar die we intelligent moeten bevaren.

En toen dacht ik ook nog: daarom heeft de bibliotheek mensen nodig die weten wat het is om een barbaar te zijn, maar die ook weten hoe het 'vroeger' was. Mensen die een verbinding kunnen leggen tussen de oude en de nieuwe beschaving. Die weten wat het is om zich ergens in te verdiepen maar die ook gemakkelijk van de ene ervaring naar de andere kunnen surfen. Die er over nadenken wat uit verleden en heden een rol zou moeten blijven spelen in de toekomst. Mensen die midden in de mutatie staan. Die nog longen hebben maar ook al kieuwen, om een beeldspraak van Baricco te gebruiken.

Zulke mensen zijn volgens mij in de bibliotheekwereld tamelijk zeldzaam. Het zou dus aanbeveling verdienen ze, voor zover ze er zijn, op waarde te schatten en naar ze te luisteren. Ik heb wel eens het gevoel dat dat te weinig gebeurt.


Foto: Flickr, gemaakt door wizwise.

zondag 28 maart 2010

Vraagje













Beste Bibliotheek medewerker,

Mijn vraag is deze: waarom schrijft u niet gewoon bibliotheekmedewerker (zonder spatie) of, als u die hoofdletter belangrijk vindt, Bibliotheekmedewerker of medewerker van de Bibliotheek?

Met vriendelijke groet, schrijverdezes

zaterdag 27 maart 2010

Wat ik las 41

In De Pers staat op dinsdag een column van Tommy Wieringa die ik altijd lees. Een paar weken geleden was het deze, waarin hij over De barbaren van Alessandro Baricco schreef en wel zó dat ik dacht: dat wil ik lezen. En toen ik kort daarna in de boekhandel was dacht ik er warempel weer aan en kocht het boek en inmiddels heb ik het gelezen. Zelfs twee keer, omdat ik na de eerste keer onvoldoende begrepen had wat de schrijver er precies mee wilde zeggen. De tweede keer heb ik er een potlood bij genomen en voor het eerst sinds mijn schooltijd weer eens streepjes in een boek gezet. Door die tweede keer lezen is het me wel iets duidelijker geworden, al weet ik nog steeds niet goed wat de schrijver wil zeggen. Maar nu denk ik dat hij misschien ook niet echt iets wil zeggen, in de zin van 'dit is mijn advies aan u', maar dat hij ons een beeld schetst waar we zelf maar eens verder over moeten gaan denken. Dat verder denken lijkt me o.a. juist voor bibliotheekmensen nuttig, maar daar hoop ik nog op terug te komen.

Het boek is aanvankelijk verschenen als een reeks van dertig krantenartikelen (in La Repubblica), in 2006. Op een enkel punt lijkt het daarom al weer wat verouderd: de e-reader wordt er b.v. niet in genoemd als het gaat over boeken lezen op een scherm. Maar dat is alleen maar illustratief voor waar het boek o.a. over gaat, nl. over de snelheid waarmee dingen 'tegenwoordig' veranderen.

De 'barbaren' in het boek zijn wat de schrijver een 'mutatie' noemt (hij had zijn boek eigenlijk De mutatie willen noemen, maar die titel vond niemand mooi). Hij ziet om zich heen dat veel dingen veranderen en dat veel mensen wat ze zien en meemaken op een nieuwe manier benaderen en daardoor zelf ook veranderen en hij merkt daar soms bij zichzelf ook iets van, en hij wil proberen die veranderingen en de nieuwe mensensoort die aan het ontstaan is te beschrijven.

Hij doet dat aan de hand van drie voorbeelden: wijn, voetbal en boeken. Wijn was vroeger iets dat maar in een paar landen gedronken werd, nu drinkt men het over de hele wereld. De wijn die de wereld veroverd heeft noemt Baricco 'Hollywoodwijn'. Typerend ervoor is dat hij 'makkelijk' te drinken is zodat bijna iedereen hem meteen lekker vindt, en dat de kwaliteit constant is. Voor wijn van het oude stempel moest je moeite doen, je moest hem 'leren drinken' en elke wijn had zijn eigen kenmerken.

Wat betreft voetbal: het kan gebeuren dat de beste speler uit een team wekenlang op de reservebank zit, omdat het in het moderne voetbal niet meer gaat om individuele prestaties maar om het elftal als geheel. De term hiervoor komt uit Nederland: totaalvoetbal.

Over boeken schrijft Baricco drie hoofdstukken die ik hier niet kan samenvatten, maar een van de dingen die hij zegt is dat boeken om door veel mensen gelezen te worden in verband moeten staan met andere zaken: de schrijver is b.v. tv-presentator of een bekende persoonlijkheid, of het boek is verfilmd. Hij zegt het zo:

(...) de barbaren neigen er alleen maar toe boeken te lezen waarvan de gebruiksaanwijzing wordt gegeven op plekken die níét boeken zijn.

Uit dit alles concludeert hij dat een een aantal zaken een rol spelen als de barbaren een gebied 'innemen': technologische vernieuwing, commerciële vervoering, spectaculariteit, moderne basistaal (d.w.z. de taal van de televisie e.d.), vereenvoudiging, oppervlakkigheid, snelheid, middelmatigheid, aanpassing aan de Amerikaanse ideologie, neiging tot het seculiere, inbedding in een opeenvolging van ervaringen.

Toen ik het stuk van Wieringa las dacht ik dat Baricco zich zou verzetten tegen die oppervlakkigheid, commercialiteit e.d. Dat was, moet ik eerlijk bekennen, ook waarom ik dacht dat ik het boek wilde lezen. Maar hij verzet zich niet, hij beschrijft alleen. En later in het boek zegt hij zelfs dat verzet zinloos is. Dat was even slikken. Maar door flink te kauwen heb ik het brok toch door mijn keel gekregen en helemaal aan het eind werd ik daar zelfs nog een beetje voor beloond. Maar daarover een andere keer.

vrijdag 26 maart 2010

Trendwatching


















Het voelt bijna of ik een trend op het spoor ben... De omvang ervan overtreft nog nauwelijks het lezen op een e-reader, maar toch wil ik hem even beschrijven. Het gaat om 'staan of lopen met een boek'.

In de afgelopen twee of drie weken zag ik minstens vijf keer iemand stáán lezen op station of bushalte of in de trein, óf de trein instappen met een vinger tussen de pagina's van een boek en meteen na het plaatsnemen verder lezen. Ik zag ook iemand lezend over de (R'damse) Heemraadssingel lopen. (De vorige keer dat ik iemand lopend zag lezen is denk ik wel 30 jaar geleden.) Vanmiddag in een overvolle tram zag ik een jongen van een jaar of 18 (met een -zo te zien- dure spijkerbroek en een leren jackje) met één arm rond een stang zonder op of om te kijken lezen in wat (toen hij tegelijk met mij uitstapte) Venijn van Jan & Sanne Terlouw bleek te zijn.

Als drie e-readers in vijf maanden het bewijs van een hype kunnen zijn, kan dit misschien ook wel iets betekenen. Ik blijf opletten.


Foto: Flickr, gemaakt door: biblicone

woensdag 24 maart 2010

Lezende schrijvers

















Afgelopen zaterdag bezocht ik twee 'literaire evenementen'. Eerst ging ik naar Boekhandel Van Gennep, waar Tom Lanoye kwam voorlezen uit Sprakeloos, en daarna naar Boek & Bal, het lezersfeest van Bibliotheek Schiedam. Beide bezocht ik in gezelschap van een van mijn dochters.

Het voorlezen door Lanoye duurde een uur en 20 minuten en toen was het pauze en kwamen er drankjes en hapjes en daarna zou het voorlezen misschien nog wel verder gaan (want waarom zou hij het anders pauze genoemd hebben), maar wij moesten helaas weg omdat we anders Boek & Bal niet zouden halen. Dat vond ik wel een beetje jammer, want het voorlezen was prachtig. Ik had het boek net gelezen en was voor m'n gevoel bijna alles alweer vergeten (behalve dat ik het een erg goed boek vond), maar tijdens het voorlezen herinnerde ik het me toch allemaal weer en verheugde me op wat komen ging, ongeveer zoals je dat bij een bekend en geliefd muziekstuk kunt hebben.

Lanoye leest heel mooi en nam er ruim de tijd voor. Ik vind 'eigenlijk' dat je boeken gewoon moet lezen en dat naar schrijvers kijken en luisteren niets toevoegt, maar er zijn uitzonderingen en dit was er een van. Mijn dochter, die het boek niet gelezen had (maar dat nu wil gaan doen) had ook genoten.

Toen snel naar huis om te eten en verder naar Boek & Bal. Ik was daar nog nooit geweest, maar ik was wel nieuwsgierig naar Bibliotheek Schiedam en het programma zag er leuk uit, dus ik wilde maar eens gaan. Ik had bedacht dat ik in elk geval Ilja Leonard Pfeijffer en Franca Treur wilde horen en dat het me voor de rest niet veel uitmaakte. Ilja Pfeijffer heb ik inderdaad gehoord, maar Franca Treur niet. Omdat je moest kiezen uit verschillende locaties was het lastig combineren. We gingen ook naar de 'Cursus humor' van Urgert en Geleijnse, waar ik een keer op het Lezersfeest in Rotterdam een uur voor in de rij had gestaan en toen toch de zaal niet meer in kon. In Schiedam kon je zonder moeite naar binnen en nu weet ik in elk geval dat ik er nooit meer voor in de rij hoef te gaan staan: het was niet onaardig, maar echt leuk vond ik het toch niet.

Ilja Pfeijffer werd samen met Rien Vroegindeweij, Vrouwkje Tuinman en Ramsey Nasser geïnterviewd door Ron Elshout, stadsdichter van Schiedam. Later las elk van de vijf dichters nog voor, maar toen zat ik inmiddels bij de humorcursus (wat ik achteraf de verkeerde keuze vond, maar ja). Zo'n interview is nogal zinloos en zou eigenlijk niet moeten gebeuren, maar het gebreurt natuurlijk toch. 'Hoe ga je te werk als je een gedicht schrijft' en dat soort vragen. Vrouwkje Tuinman begint altijd met de laatste regel, dat weet ik nu in elk geval.

Mijn dochter wilde graag naar Nico Dijkshoorn, die voorlas en optrad met zijn band, dus daar gingen we ook naartoe. Ik meende me ineens te herinneren dat een collega van me in die band speelt en dat was ook zo: hij was de drummer en het was leuk hem te zien spelen. (Dijkshoorn en hij kennen elkaar uit Bibliotheek Amstelveen, waar ze allebei als dienstweigeraar te werk waren gesteld, als ik goed ben geïnformeerd.)

Ik kwam nog meer collega's tegen (en zelfs de directeur die bij de ingang stond om iedereen te verwelkomen kende ik nog van vroeger bij ProBiblio) en het was al met al dus best gezellig, maar als ik 'met de kennis van nu' had moeten kiezen tussen Boek & Bal en Tom Lanoye zou ik zeker voor Lanoye gekozen hebben (en dat was ook nog 's gratis, terwijl B&B 15 euro p.p. kostte). Maar ik hoefde niet te kiezen en kon gewoon naar allebei.


Foto: Arie Kers, gevonden op de website van Boekhandel Van Gennep.

Blogbrief uit Rotterdam-West (6)















Dag Henk,

Hartelijk dank voor je beide blogbrieven (voor de andere lezers: zie hier en hier). Je brief over het geloof verraste me, niet alleen doordat hij zo snel op de voorgaande brief volgde, maar vooral door de inhoud. En die inhoud verraste me dan weer niet zozeer door wát je vertelde, maar meer vanwege het feit dát je het vertelde.

Volgens mij stel je maar één vraag in die brief, nl. of je mijn zondag er niet mee bedorven hebt. En zelfs dat vraag je niet eens echt, maar je spreekt de hoop uit. Wees gerust: je hebt mijn zondag niet bedorven.

Maar impliciet vraag je voor m'n gevoel toch wel iets, nl. hoe het míj in geloofszaken vergaan is. Het is aardig van je dat het niet écht vraagt, want zo kan ik doen of er geen vraag gesteld is en gewoon geen antwoord geven. Maar van die ontsnappingsmogelijkheid zal ik geen gebruik maken. Maar anders dan bij je eerdere brieven lukte het me niet om meteen te antwoorden. Dat komt omdat ik bij dit onderwerp niet goed weet waar ik de grens wil leggen tussen wat ik je eventueel best in een persoonlijke brief zou willen vertellen én wat ik 'open en bloot' op mijn blog zet. Dus ik ga maar eens wat proberen, schrappen kan natuurlijk altijd nog. Het zal, denk ik, een beetje een oppervlakkig antwoord worden, maar misschien valt er ook nog iets tussen de regels door te lezen. Dat oppervlakkige komt dan door die grens die ik noemde en ook door de vele jaren die mij inmiddels scheiden van de tijd dat ik gelovig was. M.a.w.: ik weet gewoon niet goed meer wat en hoe ik toen dacht.

Wat je schreef was heel herkenbaar voor me. Mijn gereformeerde jeugd en opvoeding lijken veel op de jouwe en ook hoe het je op geloofsgebied daarna vergaan is vertoont overeenkomst met hoe het mij verging. Ik vraag me af of het misschien een proces is dat veel ex-gereformeerden hebben doorgemaakt: als kind ben je opgevoed in de christelijke leer, als 'jong-volwassene' wordt je beeld verruimd door invloed van een groep die het geloof anders beleeft en tenslotte kom je tot de conclusie: ik geloof niet meer.

Ook van mijn opvoeding waren de christelijke lagere school, de christelijke middelbare school, bidden en bijbellezen aan tafel en de catchisatie (bij ons net als bij jullie ook wel kattebak geheten) belangrijke onderdelen. Een verschil is dat ik nooit belijdenis heb gedaan: hoewel ik op het moment dat je geacht werd dat te doen (zo rond je 20e jaar als ik mij goed herinner) nog wel geloofde, was het ja zeggen op de bij de belijdenis gestelde vragen toch iets waarvan ik dacht dat ik het niet met overtuiging zou kunnen doen. Ik ben ook niet naar belijdeniscatechisatie gegaan. De preciese argumenten weet ik niet meer.

Wat voor jou Taizé was, was voor mij min of meer het 'Leerhuis'. Dat was een soort cursus over bijbel en geloven, gegeven door Tom Naastepad (hier vind je een stukje over hem uit Trouw), pastor van een gemeente hier in R'dam. Ik was daar trouwens geen lid van en ging nog gewoon naar de gereformeerde kerk. Maar op dat Leerhuis kwam ik in aanraking met een voor mij nieuwe manier van bijbeluitleg. Geloven was niet iets van 'Jezus in je hart', maar ging over de manier waarop je in de maatschappij stond. De bijbel kon je lezen als een politiek boek: tegen de onderdrukking. Geloven was links zijn. Ik versimpel het nu natuurlijk, maar dit is toch wel zo'n beetje de samenvatting.

Het was niet zomaar alleen een politieke interpretatie van de bijbel, er werd ook grondig aan bijbelstudie gedaan. Een belangrijke inspirator was Karl Barth. Er was ook een serie boekjes van theologen uit deze stroming, die wel de Amsterdamse school genoemd werd: de Amsterdamse cahiers. Er staat hier nog een rijtje van in de kast. Wat overigens niet wil zeggen dat ik ze allemaal gelezen heb.

Zoals het contact met Taizé bij jou voorbij ging (als ik je althans goed begrepen heb) kwam voor mij een einde aan de periode dat ik naar het Leerhuis ging. En ik ging ook niet meer naar de kerk. Ik ben nog eens geïnterviewd door een kennis die theologie studeerde en die onderzoek deed naar waarom en hoe mensen de kerk verlieten. Ze wilde meer weten van de strijd die men daarvoor met zichzelf en/of met de kerk leverde en naar de onderwerpen waarover die strijd ging. Maar ik kon over zo'n strijd niets vertellen omdat ik hem niet had gevoerd. Ik weet nog dat ik iets zei als: ik bleef af en toe eens uitslapen op zondagochtend en dat gebeurde steeds vaker en ik merkte toen dat ik de kerk eigenlijk niet miste. En zo verloor ik langzaam maar zeker zowel het contact met de kerk als mijn geloof. Zonder veel getob of drama.

Blijkbaar heeft het nooit erg diep gezeten, heb ik later wel gedacht. Het geloof bepaalde weliswaar je hele leven, maar het waren vooral de regels en gebruiken en de mensen met wie je omging die het belangrijk maakten. Je dácht ook wel dat je een band met God (ik schrijf het toch nog met een hoofdletter...) had, maar dat was niet veel anders dan geloven in Sinterklaas, denk ik nu. Het was je door je ouders en meesters en juffrouwen en de dominee verteld, dus je wist niet beter of het was zo en het kwam aanvanklijk niet in je op om er aan te twijfelen. Dat kwam pas later. Ik realiseerde me toen ik een jaar of 25 was, enigszins tot mijn schrik, dat termen als genade, barmhartigheid, vergeving, enz., die me mijn hele leven vertrouwd waren geweest en die altijd een bepaald gevoel bij me hadden opgeroepen, me niets meer zeiden. Het leek een andere taal te zijn.

Dit was geen goed opgebouwd verhaal vrees ik. Maar misschien komt e.e.a. toch wel over. En anders vraag je nog maar wat.

Schuldegevoelens, ja als er íets gereformeerd is, zijn die het wel geloof ik. Veel last heb ik er niet meer van, maar helemaal kwijt raak je ze nooit.

Dertig jaar geleden had ik over dit onderwerp heel wat brieven vol kunnen schrijven (en dat heb ik ook wel gedaan). Nu was eentje al moeilijk...

Nou, dat was het dan. Tot schrijfs maar weer! Hartelijke groet, schrijverdezes


Op de foto zie je de Mathenesserbrug, hier vlakbij. Gevonden op wikipedia.

maandag 22 maart 2010

Gecombineerd geciteerd 4

















Op twitcit staan inmiddels ongeveer 400 citaten. O.a. deze, bij elkaar gezocht voor Edwin, vanwege zijn nieuwe wending.


'De dingen kunnen vreemd lopen, en vaak doen ze dat ook.' Atte Jongstra

Godlof dat onkruid niet vergaat. / Het nestelt zich in spleet en steen, / breekt door beton en asfalt heen, / (...). Ida Gerhardt

Ik hou van de Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog. Tjitske Jansen

'Kracht put je uit de zekerheid dat je leeft zoals je leven wilt,' vervolgde hij. J.J.Voskuil

Wat is het goed dat de omstandigheden je er soms toe dwingen dingen te doen die je uit vrije wil nooit zou ondernemen. Maarten 't Hart

Ergens loopt een scheidslijn die ons verdeelt in burgers en avonturiers. Bep Vuyk

Wat ook mogelijk is, dacht de bibliothecaris op zekere ochtend, ik steek de boel in brand. Herman Brusselmans

Muziek, dat helpt. Gerard Reve

Het is goed werk te hebben waar je zo van houdt, dat je niet in de eerste plaats aan het geld denkt. Iedereen zou dat moeten hebben. Jacoba van Velde

Wijsheid is dat je uit al je mogelijkheden de saaiste moet kiezen. Koos van Zomeren

De dood die heb je al, bedoel ik, maar het leven is wat je er zelf van weet te maken. Gerard Reve

Wat zou je liever willen, twee levens van veertig of een van tachtig? Renate Rubinstein

Hey! Wacht! Spit door / een gelukskiezel verschuilt zich onder de aarde / aarzel niet spoor hem op / (...) / toe nou. Nafiss Nia

Hij zei ook: Je moet in het leven goed in iets zijn geweest, je moet in iets hebben uitgeblonken (...). Jeroen Brouwers

Alles gaat toch zoals het moet en heel anders dan men het graag zou willen, of denkt dat men het graag zou willen (...). Nescio

De enige fatsoenlijke manier van leven is je bedrinken. J.J.Voskuil

AANGENAAM De onbekende / kan reeds morgen / een bekende zijn. J.A.Deelder

Want het zij zo, en is zo, en zo is het. Ja. Rogi Wieg


Afbeelding hier gevonden.

zaterdag 20 maart 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (5)























Dag Henk,

Hartelijk dank voor je 'tussenbrief'. Misschien is dit nu dan een 'tussenantwoord'? Het wordt wel een beetje ingewikkeld, maar in feite maakt het niks uit: een brief is een brief.

Wat betreft Gerard Reve: ik heb De avonden ook gelezen, maar pas toen ik een jaar of 40 was (schat ik). Toen ik nog op school zat las ik Nader tot u en Op weg naar het einde, die ik altijd door elkaar haal, vooral ook omdat ze er in de uitgave die ik heb (bijna) hetzelfde uitzien. (Zie hier.) Ik weet daarom niet meer welke van de twee ik het eerste las, maar ik weet nog wel dat het veel indruk op me maakte. Ik weet ook nog waar ik het las: in een vakantiehuisje in Ouddorp, waar ik toen met mijn ouders verbleef. Ik denk dat ik 17 was, het was paasvakantie en het sneeuwde en ik las, liggend op een stapelbed, dat boek van Reve. Wat het precies teweeg bracht weet ik niet meer, maar dát het iets teweeg bracht weet ik nog heel goed. Waarschijnlijk was het vooral verwarring. Ik weet allang niet meer waar het boek over gaat (een boek herlezen dat veel indruk heeft gemaakt durf ik niet altijd aan), maar het zal vast en zeker treurig zijn geweest, maar geschreven in een stijl die blij maakte omdat hij zo prachtig is. Althans dat vond ik. Nooit eerder had ik iets gelezen dat zo mooi geschreven was (ik had toen ook nog niet erg veel gelezen). En als je 17 bent en je zit met je ouders in een vakantiehuisje en het sneeuwt, ja dan kunnen dingen wel eens wat harder aankomen dan als je in je 'gewone doen' bent.

Daarna heb ik meer van Reve gelezen en ben altijd van zijn stijl blijven houden. Niet alle boeken vond ik goed, latere bevielen me soms zelfs helemaal niet. Zijn brievenboeken vind ik allemaal zeer de moeite waard. Ik vind hem een geniaal brievenschrijver en het woord 'geniaal' gebruik ik maar hoogst zelden, dus ik bedoel ook echt geniaal en niet gewoon 'goed' (waar geniaal tegenwoordig voor mijn gevoel een soort synoniem van is geworden).

Je schrijft over De avonden:

Ik herinner me weinig van het boek. De sluimerende homo in mij is er in ieder geval toen niet door wakker geschud, maar ik was een laatbloeier en kwam pas rond mijn vijfentwintigste uit de kast.

Misschien zeg ik nu iets doms en ik hoop dan maar dat deze brief door een Reve-kenner wordt gelezen die me zal verbeteren, maar voor zover ik me herinner gaat het in De avonden helemaal niet over het al dan niet homo zijn van de hoofdpersoon. Dus viel er met dat boek ook niets wakker te schudden. Daar had je andere Reve-boeken voor moeten lezen...

Waar ik ook even over nadacht is dat 'uit de kast komen'. Ik heb altijd gedacht (d.w.z. sinds ik de uitdrukking leerde kennen) dat dat betekende: ervoor uitkomen dat je homo bent, dus het aan je ouders en je vrienden en collega's vertellen. Zoals jij erover schrijft lijkt het te gaan over er zélf achter komen dat je het bent. Of viel het een bij jou met het ander samen? Waarmee ik bedoel: heb je toen de in je sluimerende homo wakker werd dat meteen aan b.v. je ouders verteld? Ik realiseer me dat dit misschien een te persoonlijke vraag is en ik zou hem ook niet gesteld hebben als je niet zelf over dat uit de kast komen was begonnen. En daarnaast geef je op je blog ook zeker niet de indruk dat homo zijn iets is waarover je het buiten de privé-sfeer niet wilt hebben. Maar als je er niet op in wilt gaan moet je dat natuurlijk gewoon niet doen.

Leuk om te lezen over de dominee die auto's haatte. Die had ik graag horen preken. Wij hadden overigens in de jaren '70 ook zo'n 'linkse' dominee, maar hoe hij over auto's dacht weet ik niet meer. Ik herinner me ook niet of er wel eens mensen de kerk zijn uitgelopen. Er moet ongetwijfeld discussie geweest zijn over zijn ideeën. Ik heb toen zelf (ik was een jaar of 18) in een of andere kerkelijk werkgroepje (ik heb vaag het gevoel dat het 'De Vredesgroep' heette) gezeten, maar wat we deden weet ik niet meer. Wat wel jammer is.

Of bij mijn opa wel eens mensen zijn weggelopen weet ik niet. Conflicten zal hij vast wel gehad hebben, want bepaald makkelijk was mijn opa niet. Maar van zijn geloofsopvattingen weet ik niets. Er zijn in zijn tijd wel een paar 'kerkscheuringen' geweest en misschien gingen die wel gepaard met het opstaan en weglopen van een bepaalde groep. Maar ook weer niet in elke gemeente zal de kerk 'gescheurd' zijn.

Nu het toch over lopen in de kerk gaat zal ik je een kleinigheidje opbiechten (hoewel dat natuurlijk een te katholiek woord is). Ik was als kind, en ook als puber nog, bang voor het doorgeven van het collectezakje. D.w.z. als er in de bank waarin ik zat een stuk leeg was en ik dus een eindje met het zakje moest lopen om het aan de volgende kerkganger door te geven. Ik dacht dan dat de hele kerk naar me keek en voelde me erg slecht op mijn gemak. Als ik dus de pech had in een half-lege bank te zitten, was ik de hele dienst zenuwachtig voor de collecte (want die kwam pas tegen het eind).

Centraal Weekblad zegt me wel iets, zeer goed mogelijk dat mijn opa dat las. Maar ik geloof niet dat wij het thuis hadden. Lazen jullie Trouw? Mijn ouders niet, die hadden de NRC. Toch herinner ik me wel bladzij 2 van Trouw, met het kerknieuws. Waar ik dat dan las weet ik ook al niet meer. Wat ook wel weer jammer is.

En tot slot, wat betreft de kerk (voor nu): heb jij op een kerkelijke jeugdclub gezeten? In mijn tijd heette dat nog GJV: Gereformeerde Jongelings Verening. (Wat eigenlijk een vorm van onterecht spatiegebruik is, maar ik geloof toch dat het zo geschreven werd. Maar iedereen zei geejeevee.) Ik ben daar lid van geweest en daarvóór van de 'Brugclub', die was voor 14 en 15-jarigen geloof ik. Voor jongere kinderen waren er ook clubs, maar daar heb ik nooit op gezeten. Wel op catechisatie. Was dat er in jouw tijd ook nog?

Het gaat wel weer erg de nostalgie-kant op... Dus als je het te gek vindt worden laat je het maar gewoon zitten hoor!

Mijn laatste vraag gaat in elk geval over korter geleden: waarom ben jij destijds eigenlijk gaan bloggen? Als ik er niet door de 23dingen toe gedwongen zou zijn zou ik er zeer waarschijnlijk nooit aan begonnen zijn, maar voor jou moet dat anders liggen. En in het verlengde ervan vraag ik me af waarom je het nog steeds doet. Dat is een vraag die ik mezelf ook regelmatig stel, vooral in tijden van inspiratiegebrek, zoals de laatste maanden. Onze correspondentie is in elk geval een mooi houvast in onzekere blogtijden!

Het blog van je collega ziet er mooi uit en ze schrijft goed. Denk je echt dat ze op de briefgedachte is gekomen door onze blogbriefwisseling? Maar dan heeft ze eigenlijk ook een lezer nodig die terugschrijft. Misschien moet de hele blogwereld maar eens een tijdje twee aan twee aan het corresponderen slaan. Vaak kom je toch op ideeën omdat iemand je ergens iets over vraagt.

Vanavond ga ik (met een van mijn dochters) naar Boek & Bal in Schiedam. En aan het eind van de middag waarschijnlijk luisteren naar Tom Lanoye, die komt voorlezen bij boekhandel Van Gennep.

Tot de volgende brief maar weer! Hartelijke groet, schrijverdezes


p.s. Nu vergat ik nog iets te zeggen over de bezuinigingen. Ellendig is dat. En bedreigend. Het lijkt erop of het bijna alle bibliotheken en bibliotheekorganisaties gaat treffen. Het excuus zal de crisis wel zijn. En je zult ook wel mensen hebben die zeggen dat het kansen biedt. Inderdaad: gezond verstand en liefde voor boeken zijn hard nodig. ('Liefde voor media' klinkt minder goed, maar is wel politiek-correcter natuurlijk.)


Foto: Flickr, gemaakt door Miek37.

vrijdag 19 maart 2010

DOK avant la lettre




Een collega die themacollecties voor activiteitenbegeleiders (in zorginstellingen) samenstelt liet me een paar weken geleden een boek zien over reclame-grammofoonplaatjes: De muzikale verleiding, en vroeg of ik er liedjes van kende. Ik kende er geeneen maar de titel Ga toch mee naar die hippe, hippe leeszaal maakte me wel nieuwsgierig en ik vroeg of ze dat even wilde laten horen (er zaten - uiteraard - ook cd's bij). Ik vond het een gek maar ook wel grappig liedje en schreef titel en zanger op met de gedachte: daar ga ik een keertje op googelen. Zojuist kwam het daar eindelijk van en tot mijn verrassing bleek het zelfs op YouTube te vinden, zodat ik het kan 'delen' (let maar niet op het filmpje). De zanger is Robert Kreis en het liedje is van omstreeks 1974.

woensdag 17 maart 2010

Beetje gemijmer




















Bij ons op het werk wordt de zogeheten peuterbus ingericht en bemand/-vrouwd. Die bus rijdt (op verzoek) naar peuterspeelzalen en biedt de peuters daar een programma over het Prentenboek van het jaar (dit jaar De wiebelbillenboogie). Je hebt ook de themabus, voor oudere kinderen. Ik spreek wel eens een collega die op die bussen werkt en wat ze erover vertelt is erg leuk. De achterliggende gedachte is natuurlijk leesbevordering. Ik neem aan dat het om die reden ook gesubsidieerd wordt: een bezoek van de peuterbus of themabus kost maar weinig.

Ik vind dat prachtig. Hoe meer kinderen met boeken in aanraking komen, hoe mooier ik het vind. Maar omdat ik zelf voor de andere kant van het menselijk spectrum werk, nl. voor (hoog)bejaarden, mijmer ik wel eens wat over een bus voor díe doelgroep. Ik geef toe: leesbevordering heeft daar misschien niet zoveel zin meer. Als je 85 bent en nog steeds niet wil lezen mag je dat inmiddels zelf weten. Maar de bibliotheek is er niet alleen voor de leesbevordering, maar streeft er o.a. ook naar mensen een 'belevenis' te bieden. Hoe je daar ook over mag denken, een feit is inmiddels dat die 'belevenis' er bij hoort: lezingen, films, lezersfeesten, high-tea's met een schrijver, game-evenmenten, enz.

Dat gebeurt allemaal in de bibliotheek, maar wie in een zorginstelling woont kan daar meestal niet meer naartoe. Dat is treurig. Maar de bibliotheek heeft tegenwoordig nóg een devies: zijn waar de klanten zijn. Zo zijn we als bibliotheek soms op het strand, soms bij een festival, komen we met de bus naar de peuterspeelzaal, zitten we op hyves en twitter en straks misschien op het station of het vliegveld.

Ik heb het wel eens eerder gezegd, dus ik hou het nu kort: helemaal eerlijk vind ik het niet, dat je als je in een zorginstelling woont van de bibliotheek weinig meer merkt. Misschien 150 boeken in een kast en een aardige mevrouw die ze aan je uitleent. Maar belevenissen? Vergeet het maar. Waarom niet ook 's een lezing in een zorginstelling of een schrijver die daar langskomt?

En, waar ik door die bussen aan moest denken: waarom ook niet een bus die leuk is voor ouderen? Die voor kan rijden bij een zorginstelling? Bijvoorbeeld ingericht in jaren '50-stijl met boeken uit en over die tijd, en filmpjes en liedjes en radioprogramma's? Of een bus over de school van vroeger? Ik weet zeker dat daar iets leuks van te maken is. Ik weet ook bijna zeker dat er mensen zijn die je er een plezier mee zou doen. Natuurlijk zijn er problemen op te lossen: kun je zo'n bus in met een rollator bijvoorbeeld? Maar waar een wil is, is een weg nietwaar. En kan een beetje leesbevordering voor ouderen eigenlijk ook niet heel nuttig zijn? Als andere bezigheden zijn weggevallen kan lezen (of het luisteren naar gesproken boeken) ineens tóch iets zijn om nog of weer aan te beginnen. Maar dan moet je daar misschien eerst even op gewezen of enthousiast voor gemaakt worden.

'Voor een goed idee is altijd geld,' zei onlangs op mijn werk iemand die het weten kan tegen me. Ik vind dit zelf best een goed idee eigenlijk.


Foto: De Stem, hier gevonden.

maandag 15 maart 2010

Gecombineerd geciteerd 3


















Op twitcit staan inmiddels tegen de 400 citaten. O.a. deze, over wensen en verlangen:


En toch blijft er altijd een zekere treurnis en twijfel aan de mogelijkheid om 't geen ànders had kunnen zijn... Stijn Streuvels

De mens is niet gebouwd op de inlossing van wat hij wenst. Hij is gemaakt voor de wens en voor het verlangen. Godfried Bomans

want één hart blijft thuis en één hart gaat op reis / maar geen van de twee vindt het Paradijs. H.Marsman

We wachtten maar. Waarop? Dat hebben we nooit geweten. Nescio

Je halve leven verkwansel je aan verwachting en verlangen, de andere helft wordt vergald door de vervulling ervan! L.H.Wiener

Wat lang verbeid is, is voorbij voordat je er enige notie van hebt. Yves van Kempen

Onze wereld staat bol van de verwachtingen. En daarom heeft niemand plezier in de wereld. I.L.Pfeijffer

En toen kon het beginnen, we wisten alleen niet wat. Anna Loog



Foto: Flickr, gemaakt door hibecki

Gecombineerd geciteerd 2























Op twitcit staan inmiddels tegen de 400 citaten. O.a. deze, over drinken:


De drinker is conservatief, de drank daarentegen progressief. A.F.Th.van der Heijden

Waarop dronk een mens zoal? (...) Op de gezondheid? Het nieuwe jaar? Op een goede afloop? Op elkaar? Om het af te leren? Dimitri Verhulst

Wijn ripe ende van goeder smake / Es ene nuttelike sake, / Diene drinct int ghevouch: / Hie starct den lechame ghenouch Jacob van Maerlant

Den wyn is sterck en hy baert groote crachte,/Ouer hem dies te vele nut oft drinct,/ Hy werckt in hem dicmaels twist en tweedrachte J.v.d.Noot

als ik teveel drink / word ik ook kachel C.Buddingh'

DE ONTVANGER: Jenever es te stirk veur mij. 'k 'n Kan d'r nie goed tegen. DE JUGE: Ik uek niet. Uleken, gee mij nog nen dreupel. Cyriel Buysse

Men seydt: die wel drinckt, slaapt wel, en die wel slaapt en doet gheen sonden G.A.Bredero

"Welnu," zeide de waardin (...) "komt! drinkt als vroolijke gezellen met elkaar en laat dat eeuwige gekijf varen.(...)" Jacob van Lennep

'(...) ik rook nooit, en champagne is te zeer mijn dagelijkse drank dan dat ik er nog iets feestelijks in zou kunnen zien. (...)' A.Coolen

Whisky is het beste geneesmiddel als je zonderlinge gedachten hebt. Idiote gedachten kunnen niet tegen whisky. Tip Marugg


Gisteren enorm veel gedronken, omdat ik me ellendig gevoelde, en nu ben ik er natuurlijk nog veel beroerder aan toe. Gerard Reve


Foto: Flickr, gemaakt door Olivier Engel.

Gecombineerd geciteerd























Op twitcit staan inmiddels tegen de 400 citaten. O.a. deze, over het huwelijk:


(...) zij wist, dat zij eenmaal moest trouwen.... zij verlangde 't ook, zonder recht te weten waarom. Marcellus Emants

'(...) Trouwen? Ach ik weet het niet, het huwelijk is net een padvindersmes; alles zit erop en eraan, maar niks doet het echt goed.' Maarten 't Hart

Ik ben niet getrouwd: ik heb me laten trouwen. Maurice Gilliams

Zij had een mooi filetwerk onder de hand, hij een boek en hij rookte uit een studentikoze oliekop. Gerard Walschap

God heeft dan aan den man een hoger aard gegeven, / En aan het wijf gelast om onder hem te leven. Jacob Cats

In elk huwelijk begint na de bruiloft meteen al de eerste crisis, de crisis van het bereikte doel. Belcampo

Het is toch wél ongelukkig dat een mens zo vastzit aan z'n baantje. Door allerlei dingen, o.a. ook door getrouwd te zijn. Theo Thijssen

Wat 'n wonder - jij wàs al tweemaal getrouwd - as je de manne dan nóg niet kent .... Herman Heijermans


Foto: Flickr, gemaakt door: Ann Douglas.