WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

Posts tonen met het label GDMW-festival. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GDMW-festival. Alle posts tonen

maandag 12 oktober 2009

Weer naar GDMW 4













Op GDMW kwam ook Tommy Wieringa. Vorig jaar was ik nogal van hem onder de indruk, dus ik keek er naar uit. Hij zou deze keer samen optreden met Jaap Scholten, schrijver van o.a. Morgenster, een boek dat ik (jaren geleden) met plezier gelezen heb. Ik had begrepen dat de twee schrijvers elkaar zouden interviewen, maar dat gebeurde niet. (Ze hebben dat wel gedaan in het Passionate Magazine, mede-organisator van het GDMW. Misschien had ik daar iets over gelezen.) Wieringa had enige tijd doorgebracht bij Scholten, die in Hongarije woont. Het plan was om allebei een verhaal te schrijven, maar dat was mislukt, vertelde Wieringa.

Ze lazen elk wat verhalen voor en de 'meerwaarde' van het gezamenlijke optreden ontging me. De belangrijkste band leek dat Scholten een paar schoenen van Wieringa aanhad, waar we op gewezen werden.

Ik kreeg de indruk dat Wieringa het niet erg naar zijn zin had. Toen hij het toneel opkwam zei hij iets over een chaotische dag en aan de mensen die vooraan blijkbaar onderuit lagen op zitzakken o.i.d. (ik zat achterin en kon het niet zien) vroeg hij of ze in slaap gevallen waren. Toen er gelachen werd zei hij: 'Lachen vind ik een tamelijk aapachtig vertrekken van het gelaat en daar stel ik geen prijs op.' Dat verbaasde me, want vorig jaar werd er ook veel gelachen tijdens zijn optreden en toen was hij daar, zoals later uit zijn column in De Pers bleek, juist nogal tevreden over. ('Ik stook het vuur langzaam op, het wordt aangeblazen door applaus en gejoel - dit is wat voorlezen moet zijn, het ontketenen van een opstand.')

Van zijn verhalen van vorig jaar herinner ik me nu nog stukken, van die van dit jaar niets. Van een zaal die in zijn ban was, was deze keer geen sprake. Hij moest wat abrupt stoppen vanwege een volgend programma-onderdeel en ik kreeg de indruk dat hij enigszins verontwaardigd het podium verliet. Ik ben toen ook maar naar huis gegaan, aanzienlijk minder vrolijk dan vorig jaar.

Benieuwd of hij er morgen in De Pers nog op terug komt.

Over Jaap Scholten kan ik niet veel zeggen. Hij las niet bijzonder goed voor en boeide me niet. Dat zegt verder niets over zijn kwaliteiten als schrijver. Misschien zou zo'n festival er gewoon niet moeten zijn. Schrijvers moet je lezen, niet beluisteren. Maar zoals het vorig jaar met Wieringa was, dat was toch wel bijzonder. Ik weet het dus niet.

Foto Tommy Wieringa: Klaas Jan van der Weij, hier gevonden.
Foto Jaap Scholten hier gevonden.

zaterdag 10 oktober 2009

Weer naar GDMW 3


















Op GDMW was ook cabaret te zien. De vrijdagavond begon met Campert, Mulder & Chabot, drie heren die mij individueel nooit erg hebben weten te boeien, maar als groepje kon ik ze wel waarderen. Ze brachten wat onderdelen van hun theaterprogramma Tot zoens. Mulder liet muziek uit zijn jeugd horen waaruit moest blijken wat voor vreselijke invloed die jeugd op hem had gehad, o.a. 'Waarom zijn de mensen zo moe' van Jules de Corte. Eveneens uit míjn jeugd, jaren niet meer gehoord en inderdaad nogal vreselijk als je het terughoort. (Vroeger vond ik het leuk moet ik bekennen.) Chabot voerde een act op over het maken van een chocolade-afgietsel van zijn penis. Even googelen leerde mij dat het een verhaal is uit zijn bundel Schiphol blues, zie b.v. hier. Maar met voorlezen had het weinig te maken, dit was optreden en er viel erg om te lachen.

Daarna kwam Campert, die een aantal verhalen voorlas. Ik heb nooit zo van zijn verhalen gehouden en ook nu boeiden ze me niet bijzonder, maar het was een genoegen iemand van zijn leeftijd (80) en breekbaar ogend, zo levendig te horen voorlezen. De zaal, waarin vrijwel iedereen veel tot zeer veel jonger was, reageerde enthousiast. Dat was leuk om mee te maken. Al hield ik dan zelf nooit zo van Campert, het is toch een van de literaire helden van 'onze' jeugd, de man van Tjeempie! of Liesje in Luiletterland en Het leven is vurrukkulluk (die ik overigens geen van beide gelezen heb...).

Foto: Anton Corbijn
Optredens hier te vinden.

woensdag 7 oktober 2009

Weer naar GDMW 2



















Dag Festina,

Bovenstaande foto staat daar vrees ik illegaal, maar ik doe het voor jou. Ik wilde je nl. graag laten zien hoe Ramsey Nasr er afgelopen zaterdag uitzag en dat was, afgezien van zijn kleren, die ik me niet meer herinner (dus het kunnen ook deze geweest zijn), zoals op deze foto. Bril of geen bril maakt in dit geval nogal een verschil en zaterdag had hij hem op.

Ik hoorde voor het eerst van RN toen hij meedeed aan de wedstrijd voor 'Dichter des Vaderlands' en die ook won. Omdat NRC Handelsblad de gedichten die hij in deze functie schreef publiceerde leerde ik die ook kennen. Die gedichten bevielen me wel en waren een verademing na die van de vorige Vaderlandsdichter. Ik kreeg de indruk dat jij RN bewonderde, maar zo ver was het met mij nog niet. Maar door het gedicht 'mi have een droom' en de manier waarop hij dat voordroeg, begon ik hem ook stilletjesaan een beetje te bewonderen. Ik keek dan ook met enig verlangen uit naar zijn optreden op het GDMW. En ik werd niet teleurgesteld. Hij is aardig en hij kan mooi voordragen. Naar aanleiding van een van zijn gedichten was een animatiefilmpje gemaakt en dat kregen wij te zien. RN zag het zelf ook voor het eerst in de definitieve vorm en hij leek oprecht aangedaan en blij en bedankte de makers. (Als hij er niks van meende is hij in elk geval een goed acteur en dat is ook wat waard.)

Hij droeg een aantal gedichten voor, die ik niet allemaal meer weet (achteraf gezien had ik de titels misschien even moeten noteren). Daarbij waren in elk geval het gedicht dat hij instuurde als sollicitatie naar de functie van Dichter des Vaderlands, 'ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven)', en ook 'in het land der koningen' en 'mi have een droom' (dat laatste hoopte ik natuurlijk al). Van zijn 'gewone' gedichten heb ik alleen 'de zuivere minnaar' teruggevonden. (Alle DdV-gedichten en enkele andere zijn te vinden op de site van RN, maar dat wist je ongetwijfeld al.)

Ik vond altijd dat je gedichten in de eerste plaats hoort te lezen. Ze een keer horen voorlezen kan wel 's aardig zijn, maar dat is toch bijzaak. Het gedicht leeft tussen het papier en jou, zoiets. En dat vind ik nog steeds, maar ik ben er door RN toch wat minder zeker van geworden. Zijn gedichten krijgen beslist iets extra's als hij ze voordraagt, omdat hij dat zo mooi doet. Voor de betekenis maakt het gelukkig niks uit: zijn gedichten zijn bij een eerste kennismaking aangenaam onbegrijpelijk en dat wordt er niet minder op als je ze hoort.

Wat in het geval van de gedichten van RN naar mijn idee daarom de beste benadering zou zijn is deze: ze eerst thuis een paar keer lezen en er dan pas naar gaan luisteren. In de praktijk lukt dat natuurlijk niet altijd, dus ik doe het nu maar andersom.

Had je al ontdekt dat 'ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven)' op YouTube staat? Vast wel, maar zo niet, klik dan hier.

Ben je nu een beetje jaloers?

Hartelijke groet, schrvrdzs


p.s. In het blad uitAGENDA waarin de programma's van de R'damse theaters e.d. staan, las ik een interview met RN (met romantische foto's erbij, zónder bril). Meest opvallende uitspraak daarin vond ik 'Het is het enige dat het leven zin geeft: het verschijnsel van de seksuele voortplanting.' De interviewer vond het blijkbaar ook opvallend, want hij gaf zijn stuk als titel 'Ramsey Nasser... ...wil zich voortplanten' (het tweede deel zag je na omslaan).

Foto: Jos Uljee, hier gevonden.

zondag 4 oktober 2009

Weer naar GDMW




De (blog)geschiedenis herhaalt zich: vrijdag- en zaterdagavond was ik voor de tweede keer bij het GDMW-festival, dat nu overigens weer bij zijn volle naam werd genoemd: Geen Daden Maar Woorden. Vorig jaar was ik er vooral naartoe gegaan in de hoop er wat over te kunnen bloggen. (Dat was nog in de periode dat ik het bloggen zeer serieus nam.) Inderdaad lukte het me toen er een paar stukjes (zie desgewenst hier en hier en hier ook nog) over te schrijven en wat ook prettig was: ik had het erg naar mijn zin. Het optreden van Ilja Pfeijffer samen met Ellen ten Damme en dat van Tommy Wieringa herinner ik me als de hoogtepunten, en ook de films over Abdelkader Benali en Rien Vroegindeweij bekeek ik met genoegen.

Omdat het me vorig jaar zo bevallen was (en eerlijk gezegd net als toen hopend op wat blogstof), en ik gelukkig bijtijds in de gaten had wanneer het zou zijn, ging ik er nu weer heen. Het programma leek me dit jaar wat minder aantrekkelijk, maar in elk geval zou Tommy Wieringa er ook deze keer zijn en daarnaast ook nog 's Ramsey Nasr. Het meisje bij de kassa raadde me met veel overtuiging Kees Torn aan, dus daar was ik ook wel nieuwsgierig naar. Omdat ik het heen- en weerlopen tussen twee zalen de vorige keer onhandig vond, besloot ik me nu tot de grote zaal te beperken en de paar optredens in de kleine zaal die me aardig leken maar te laten zitten.

Vrijdagavond dacht ik na afloop: 't was wel een beetje saai, maar morgen zal het vast beter zijn. Zaterdagavond dacht ik: gisteren was het leuker. Dus: het viel tegen. Geen echt vervelende avonden en heus geen zonde van m'n tijd want die zou ik anders zeker niet beter besteed hebben, maar helaas, de gevoelens van vorig jaar (die ik, als ik dat woord toen al gekend zou hebben, 'wow-momenten' had kunnen noemen) bleven uit. Tja, en waar ligt dat dan aan? Verwachtte ik teveel (immers 'alles is veel voor wie niet veel verwacht'), stond ik er niet genoeg voor open, was ik niet in de juiste stemming, of wás het vorig jaar gewoon beter? Daar kom je nooit achter natuurlijk en ik ken niemand die er ook was, dus even gezamenlijk evalueren zal ook niet gaan.

Het leukste moment voor mij was er een van niet-literaire aard: de band De Kift, een mij tot nu toe onbekende band die overigens al 20 jaar bestaat, die voor veel muzikaal spektakel zorgde waartussen ook gedichten werden 'voorgedragen' of gezongen, zette naast blaasinstrumenten, gitaren en mij onbekende instrumenten bij een van hun nummers ook een soort grote mand in, die werd geschud en dan rammelde. Hij werd steeds harder geschud, tot er op een gegeven moment wat blikken over de rand vielen waarmee duidelijk werd hoe dat gerammel tot stand kwam. Harder en harder werd de mand geschud, meer en meer blikken vlogen het toneel op. Intussen werd de muziek ook steeds wilder, verschillende muzikanten wisselden razendsnel tussen b.v. gitaar en trompet, renden heen en weer, enz. Er werd ook nog een tekst tussendoor geroepen of gezongen, maar welke dat was ben ik vergeten. Tot dan toe had ik vooral met verbazing zitten kijken, maar toen de eerste blikjes over de rand begonnen te vliegen kreeg ik er plezier in (en zo te horen velen met mij) en werd ik aangestoken door het absurde geheel. En ik dacht: zó zou literatuur moeten zijn, of in elk geval literatuur op een festival, of in elk geval een deel van de literatuur op een festival: verrassend, ontregelend, meeslepend, absurd. (Zo uitgewerkt bedacht ik het natuurlijk niet ter plaatse maar nu pas, maar iets ervan dacht ik wel.)

Verder was er o.a. nog dit. Tom Lanoye las: redelijk boeiend. Herman Brusselmans las: tamelijk hilarisch. Marcel Möring las: saai. Cees Nooteboom las: saai. Leon Verdonschot las: saai. E.e.a. zegt weinig over de tekst, maar meer over de manier waarop de auteur hem brengt. De tekst van Brusselmans zou ik waarschijnlijk als ik hem las flauw hebben gevonden, maar zoals hij hem voorlas was hij nogal vermakelijk. Over de rest (cabaret, dans, Ramsey Nasr, Wieringa & Scholten) hopelijk later.

woensdag 8 oktober 2008

Kippenvel bij Tommy Wieringa


















Foto van Literatuurplein

'Vervolgens kwam Tommy Wieringa, die een aanvankelijk rommelige zaal prachtig wist te bespelen en te boeien, waarover in een volgende 'post' nog iets meer,' schreef ik zondag in mijn stukje over de tweede avond van het GDMW-festival. Vandaag dan die beloofde 'post'.

Ik ken Tommy Wieringa, zoals ongetwijfeld de meesten die hem kennen, in de eerste plaats van Joe Speedboot. Later las ik ook Alles over Tristan. Ik heb hem een keer gezien bij Lezen Etcetera Live, waar hij geïnterviewd werd door Pieter Steinz. (Na hem kwam toen trouwens Ilja Pfeijffer, een mooie middag was dat.) Iets wat me van Wieringa zeker zal bijblijven is dat hij een keer als gastschrijver bij TU-Delft de film Vliegtuig over Joost Conijn liet zien en vervolgens een gesprek met Conijn voerde. Een prachtige film waar ik erg van genoten heb en waar ik misschien nog maar 's een stukje over moet schrijven, ook al past dat niet helemaal in de lijn van dit blog.

Al met al verheugde ik me op het optreden van Wieringa, afgelopen zaterdag. En mijn verwachtingen zijn uitgekomen of liever gezegd overtroffen, want wat er gebeurde bezorgde me wat ze in Idols een 'kippenvelmoment' zouden noemen. Ik hoop dat ik het een beetje kan overbrengen.

Wieringa had, zou je kunnen zeggen, de pech dat hij moest optreden tussen twee muziekoptredens, die van Gabriel Rios en Hans Teeuwen. Toen hij al achter zijn lessenaar stond was de zaal nog druk aan het leegstromen. Toen de rust weer was weergekeerd ('Zo, nu zijn we onder ons,' zei Wieringa) zaten er waarschijnlijk naast mensen die speciaal voor hem waren gekomen ook mensen in de zaal die alvast een plekje wilden hebben voor Hans Teeuwen en die Wieringa er maar even bij namen. En krijg nu vervolgens zo'n zaal maar eens mee. Dat lukte hem fantastisch. Hij las bijna allemaal nieuw werk voor, wat ik erg sympathiek vond. Het waren korte, enigszins ironische verhalen, waar je als je ze zelf las af en toe wel om zou kunnen glimlachen. Maar voorgelezen door Wieringa bleken ze de zaal voortdurend luid aan het lachen te krijgen. De combinatie van de tekst én de manier waarop W. hem las, was precies goed.

Ik herinner me min of meer letterlijk deze zin: 'De afgelopen zomer bracht ik door omstandigheden een paar dagen door op een camping in Heeg.' Als je het zo leest lijkt dat niet erg opwindend, maar als je het hoort met de enigszins plechtige, gedragen stem van Wieringa bekruipt je een aangenaam gevoel van verwachting. En dat gevoel was in de zaal duidelijk te bespeuren. Na de titel 'Braadworst', gevolgd door deze beginzin, was er niet veel meer nodig om het ene lachsalvo na het andere te ontketenen met een verhaal over een buurman in een caravan met een brommend koelapparaat op het dak waardoor de 'ik' van het verhaal hem hevig ging haten, een haat die verdween toen de buurman hem de volgende dag tijdens een volleybalwedstrijd een in de gekoelde caravan klaargemaakte braadworst aanbood.

Na een aantal nieuwe verhalen las W. ook nog iets voor uit zijn bundel reisverhalen Ik was nooit in Isfahan. Dit verhaal ging over het verstrooien van de as van een overleden oom, wat uiteindelijk, omdat de as in de urn geklonterd was, uitliep op leeglepelen terwijl de 20 jaar jongere Egyptische echtgenoot van de moeder van de hoofdpersoon, 'papa Afrika', er een Egyptisch dodenlied bij zong. Lees het zelf maar eens.

De verhalen waren de moeite waard, maar wat vooral indruk op me maakte was hoe enthousiast de toehoorders werden. Achter mij zat een jongeman (zo klonk hij althans, ik heb niet omgekeken) die tijdens het optreden van Gabriel Rios een beetje zat te vervelen en te kletsen, je kent die types wel (ze zitten altijd wel ergens achter je). Toen Wieringa binnenkwam en applaus kreeg, zei mijn achterbuurman: 'Nou, ze schijnen hem allemaal te kennen.' Maar al snel kwam hij in de ban van Wieringa en begon hij er duidelijk plezier in te krijgen. Hij lachte om alles waarom te lachen viel en herhaalde genietend sommige woorden, zoals 'braadworst'.

Het was me een groot genoegen om te merken dat literatuur dit met mensen kan doen. Dat wist ik ook wel, maar ik was het een beetje vergeten. Natuurlijk was het niet alleen de tekst maar ook de man die hem bracht. Het interactieve zat hem gelukkig alleen in het feit dat je kon lachen en klappen. Je hoefde niet door te klikken, te taggen, te linken, te delen, je hoefde niet te twitteren, niet mee te denken hoe het verder zou moeten, je had niet eens een pc nodig en je telefoon moest uit. Je hoefde alleen maar te luisteren en te genieten. En dat deed ik. Dankuwel, meneer Wieringa.

En wat het achteraf nog extra leuk maakte: in De Pers, waarin Wieringa een column heeft, schreef hij gisteren over zijn ervaringen op het GDMW-festival. O.a. dit:
'Even tevoren heb ik voorgelezen in de grote zaal van de schouwburg. Het was na middernacht, het moment dat landerigheid en dronkenschap het voor het zeggen krijgen en het publiek eigenlijk alleen maar wacht op de act na jou, Hans Teeuwen die liedjes zingt. Een verloren, stimulerende positie. Ik lees verhalen die ik nog niet eerder heb voorgelezen, langzaam verandert er iets in de zaal, het rumoer gaat liggen, er ontstaat een hoopvolle stemming. De verhalen weven dunne draden tussen mij en de mensen in het donker, de woorden fonkelen als druppels aan een vislijn, elk afzonderlijk woord wordt verstaan en begrepen. Ik stook het vuur langzaam op, het wordt aangeblazen door applaus en gejoel - dit is wat voorlezen moet zijn, het ontketenen van een opstand.'

Website van/over Tommy Wieringa.