WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

donderdag 26 februari 2009

Prediker 1:18*


















Mennonitisch meisje, foto hier gevonden.

Ik lees momenteel Kamermeisjes & soldaten van Arnon Grunberg. Grunberg begeeft zich in dit boek 'onder de mensen' (wat ook een soort ondertitel van het boek is). Vandaag las ik over zijn bezoek aan de mennonieten in Paraguay. Zijn gids daar is Arthur. Citaat:

Arthur zegt: 'In de buurt van Santa Cruz in Bolivia wonen meer mennonieten dan hier, maar de mennonieten van Santa Cruz zijn traditioneler dan wij. Daar mogen ze bijvoorbeeld maar zes jaar naar school want te veel weten is slecht voor je. (...)'

*Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. Zie hier.

woensdag 25 februari 2009

Wat ik las 10

In een van de tijdschriften die ik op mijn werk af en toe voorbij zie komen (ik denk dat het //Collectie was, maar daar kan ik me in vergissen) las ik een tijdje geleden iets over een boek van een Franse leraar die ooit zelf een slechte leerling was. Ik dacht: dat boek zou ik wel willen lezen, maar vergat het weer. Door een stukje in NRC Handelsblad (niet aanklikbaar) werd ik er weer aan herinnerd en inmiddels heb ik het boek, Schoolpijn van Daniel Pennac, gelezen. Ik vond een mooie (wel aanklikbare) bespreking van Aleid Truijens uit de Volkskrant en het lijkt me daarom onzin te proberen er zelf ook een te maken.

Een paar dingen die me troffen:
1. De schrijver bracht een bezoek aan een school in een troosteloos industriegebied. Hij vroeg daar aan een leerling wat hij aan zijn voeten had en kreeg als antwoord een merknaam. Pas na enige moeite kwam iemand op het woord 'sneakers' en na nog meer moeite viel eindelijk het woord 'schoenen'. Gevraagd naar een trui ging het net zo: weer een merknaam.
2. Een leerling kun je zien als een ui: bedekt met een heleboel lagen die je af moet pellen om bij de kern te komen, elke les opnieuw.
3. Eigenlijk zou je leraar moeten worden in het vak waar je op school de meeste moeite mee hebt gehad. Omdat leraren meestal juist het vak gestudeerd hebben waar ze het beste in waren, kunnen ze zich niet verplaatsten in een leerling die er niets van snapt.

Een citaat:

Grammaticale pijntjes genees je met grammatica, spelfouten met spellingsoefeningen, de angst voor lezen met lezen, de angst om iets niet te begrijpen door helemaal in een tekst te duiken en de gewoonte om niet na te denken met het rustig verstevigen van je verstand door je strikt te beperken tot het onderwerp dat ons hier en nu bezighoudt in deze klas, in dit lesuur, zolang we er zijn.

(Het 'er' staat cursief omdat het verwijst naar een zin als 'ik snap er niks van', die hij met zijn klas ontleedt.)

Aldus een leraar die ooit een leerling was die niets begreep en niets kon onthouden, maar die 'gered' werd door vier bijzondere docenten (en door de ontdekking van de liefde).

Een zeer lezenswaardig boek, zeker voor wie zich bezighoudt met informatieoverdracht aan middelbare scholieren, maar ook voor wie daar niets mee te maken heeft. Naar een eerder boek van Pennac ben ik inmiddels, dankzij een bespreking van Occy, ook erg nieuwsgierig geworden.

dinsdag 24 februari 2009

Boek&bieb 10

In Kamermeisjes & soldaten schrijft Arnon Grunberg o.a. over een bezoek aan Guantánamo Bay.






De gevangenisbibliotheek is een barak, waar een vriendelijke, ietwat onzekere dame ons ontvangt. De gevangenen mogen twee boeken per week lenen.
Ze draait haar lesje af: 'Harry Potter is ontzettend populair.'
(...)
Boeken over seks en over de jihad zijn verboden. 'Seks,' zegt de dame, 'vinden de gevangenen aanstootgevend.'
'En poëzie is heel populair,' vervolgt ze. 'Boeken met foto's van dieren.'







Foto's: Jessie Graham, hier gevonden.

zaterdag 21 februari 2009

Merkwaardig












Foto: ANP

Tenaanval wees ons op de brief die minister Plasterk aan de Tweede Kamer stuurde als reactie op het advies van de Commissie Calff. (Edwin wees er op Bibliotheek 2.0 al eerder op, maar dat zag ik pas later.) De merkwaardigste zin van die brief vond zij die waarin Mien van 't Sant genoemd werd. Zelf vind ik een andere zin nog merkwaardiger, nl. deze:

In die brief schreef ik dat het kennisniveau van een samenleving de belangrijkste bron voor duurzame welvaartsgroei is en dat het belang van onderwijs in onze kennissamenleving niet kan worden onderschat.

Aldus onze minister van OCW (daarbij verwijzend naar een eerdere brief die hij schreef). Lees de zin nog maar eens als het merkwaardige je niet meteen opviel. Hoort daar niet te staan 'dat het belang van onderwijs in onze kennissamenleving niet mág worden onderschat'? Of misschien 'móet worden onderschat'? Of 'niet kan worden óverschat'? Of wellicht 'moeilijk kan worden overschat'?

De minister zal het wel niet zelf geschreven hebben, maar toch.

Soms denk ik wel eens: als ik alles wat ik lees bij de eerste taalfout opzij leg kan ik nooit last van informatiestress krijgen. Maar sinds ik zelf onlangs 'fouloos spellen' schreef ben ik bescheidener geworden...

Zou het nut hebben als ik een mailtje aan het ministerie stuur? Is dat eigenlijk niet mijn burgerplicht? Zucht.

Hier is de brief van de minister te vinden (pdf-bestand).


Naschrift: Ik heb inmiddels mijn (vermeende) burgerplicht toch maar gedaan en een mailtje naar het ministerie gestuurd (via het vragenformulier op de site), met deze tekst:

L.S.,
'In die brief schreef ik dat het kennisniveau van een samenleving de belangrijkste bron voor duurzame welvaartsgroei is en dat het belang van onderwijs in onze kennissamenleving niet kan worden onderschat.'
Dit schrijft minister Plasterk in zijn brief van 10-2-2009 waarin hij reageert op het advies van de Commissie Calff over bibliotheekvernieuwing.
Het lijkt mij dat er zou moeten staan:
'dat het belang van onderwijs in onze kennissamenleving niet mág worden onderschat',
of: 'niet kan worden óverschat',
of: 'moeilijk kan worden overschat'.
Wat er nu staat is het tegendeel van wat er bedoeld wordt.
Met vriendelijke groet,

Raadseltje













Plaatje van wikipedia.


Weet je wie de eerste Nederlandse politicus met een weblog was? Raad maar eens. Het blog is gestart in 2002 en wordt nog steeds bijgehouden. Morgen geef ik het antwoord.

vrijdag 20 februari 2009

Uit VN










Vandaag kocht ik Vrij Nederland, omdat daar deze week 'de 50 beste blogs en sites' in staan. Ik kwam ook iets anders tegen: een stuk en (via de website) een filmpje over gamende kinderen. Kijk zelf maar. Het filmpje heeft de titel Immersion, de maker heet Robbie Cooper.

donderdag 19 februari 2009

Eeuwige trouw

















Plaatje hier gevonden.


Dit berichtje stond vandaag in De Pers. Wat ik me afvraag is: waarom wil men bij Facebook die gegevens zo graag bewaren? Je zou denken dat dat alleen maar opslagcapaciteit en dus geld kost, maar blijkbaar is er een commercieel (of ander?) belang mee gemoeid dat ik niet doorgrond. Wat ik me ook afvraag is: doen ze het over een poosje gewoon toch, maar dan stiekem? Wat ik me tot slot afvraag is: hoeveel mensen kan het eigenlijk echt iets schelen?

'Eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden', zegt het spreekwoord.

woensdag 18 februari 2009

Wat ik las 9

Zet tien bibliothecarissen bij elkaar en ze praten over poken of over twitter, denk ik de laatste tijd wel eens. Maar dat is een lelijk vooroordeel van mij, want soms praten bibliothecarissen ook wel eens over boeken. En zo is het gekomen dat ik lid ben geworden van een echte bibliothecarissenleesclub. Na 'De club op zolder' die ik toen ik een jaar of tien was samen met een vriendinnetje vormde (de naam kwam uit een boek en meer dan die naam was de club eigenlijk niet), de 'Brugclub' van de gereformeerde kerk en daarna de 'Gereformeerde Jongelingsverening' en nog later de boekgrrls, die ik ook maar even tot de clubs reken, wordt dit de vijfde keer in mijn leven dat ik bij een club hoor.

Het kwam zo. Ik wist dat er bij ons op het werk een jeugdboekenleesclubje was en toen ik De jongen in de gestreepte pyjama had gelezen vroeg ik aan een van de leden of ze dat boek met hun clubje gelezen hadden omdat het me een boek leek waarover je wel zou kunnen praten. Ze hadden het niet gelezen, maar ze zochten nog een thema voor de volgende leesronde en dat zou misschien wel WO II kunnen worden. En had ik geen zin om ook mee te gaan lezen? Ja, eigenlijk wel en zo zat ik er ineens bij. Het thema werd inderdaad WO II en we lezen De jongen met de gestreepte pyjama, Oorlogswinter en Allemaal willen we de hemel. De eerste twee kende ik al (al ga ik Oorlogswinter nog maar even herlezen) en het laatste las ik onlangs.

Allemaal willen we de hemel van Els Beerten is een Vlaams boek en heeft een thema dat voor zover ik weet in Nederlandse jeugdboeken niet voorkomt: een van de hoofpersonen gaat aan het Oostfront meevechten met de Duitsers om de Russen tegen te houden. Hij wordt daartoe gebracht door een geschiedenisleraar en de pastoor, die gloedvol betogen dat de bolsjewieken het katholieke geloof willen vernietigen en daarom ergere vijanden zijn dan de Duitsers.

Aanvankelijk laten de twee vrienden Jef en Ward zich overtuigen, maar Jef mag niet van zijn ouders. Ward gaat wel. Al snel komt hij erachter dat van wat hem is voorgespiegeld, o.a. dat de Vlamingen niet aan het front zouden hoeven vechten, weinig klopt. Maar dan is het te laat om terug te gaan. Als hij een keer met verlof is gebeurt er iets waar Jef en hij bij betrokken zijn en dat door het hele boek een rol speelt. Pas aan het eind wordt duidelijk wat er precies gebeurd is en dan gebeurt er opnieuw iets dramatisch. Dit klink nogal vaag, maar omdat er misschien mensen zijn die het boek nog willen lezen en niet iedereen het fijn vindt om van te voren te weten hoe een boek afloopt (zelf had ik het al achterin gelezen, maar ik lees dan ook niet voor de spanning), vertel ik er verder niets over.

Het boek heeft vier hoofdpersonen: Ward, Jef, Renée en Remi. Jef en Remi, die ook wel 'kleine' genoemd wordt, waar hij niet erg van gediend is, zijn broers, Renée is hun zusje. Ward en Jef zijn vrienden, Ward en Renée zijn verliefd op elkaar. In het boek is steeds een van deze personen de ik-figuur van een hoofdstuk. Je moet wel even goed opletten in wiens hoofd je nu weer kijkt, maar echt moeilijk is dat niet. Het verhaal maakt ook sprongen in de tijd en wordt gedeeltelijk als terugblik verteld, maar ook dat is goed te volgen.

Het boek gaat over oorlog, vaderlandsliefde, misleiding, liefde, vriendschap, trouw, bedrog, verraad. Dat is dus nogal wat. Toch is het geen 'zwaar' boek, het leest prettig, het is (een beetje) spannend en je kunt je in de hoofdpersonen verplaatsen. Het relativeert 'goed' en 'fout' en dat beviel me eraan. Voor geoefende lezers lijkt het me een mooi opstapje naar de 'volwassenenliteratuur'. Voor matige lezers is het waarschijnlijk te dik en te ingewikkeld van constructie en hier en daar ook te langdradig. Om voor te lezen in de klas lijkt het me heel geschikt.

Met een beetje googelen vind je er meer over. Voor jeugdbibliotheekmensen vind ik het een aanrader, voor mensen als ik die gewoon graag eens een jeugdboek lezen ook.

dinsdag 17 februari 2009

Tja



























Uit NRC Handelsblad, 16-2-2009













maandag 16 februari 2009

Wkvlmpstng 5





















Tekening: Roxie Munro

zondag 15 februari 2009

Wkvlmpstng 4






















Tekening: William Steig


zaterdag 14 februari 2009

vrijdag 13 februari 2009

Treurig









Dat mensen dit 'gadget' op hun weblog zetten kan ik nog wel begrijpen, maar de manier waarop Blogger het aanprijst, dáár word ik dus nogal treurig van.

donderdag 12 februari 2009

Goed voorbeeld


















Leuk nieuws uit Vlaanderen:

'Alle zevenjarigen in Vlaanderen en Brussel krijgen gratis boek' stond gisteren in De Morgen (en in andere Vlaamse kranten).

Alle Vlaamse en Brusselse kinderen die dit schooljaar leren lezen krijgen een gratis boek, dat de titel Voor nu en nog heel lang heeft en opgehaald kan worden bij de bibliotheek. De oplage is 63.000 exemplaren: het geboortecijfer van 7 jaar geleden.

Aan het boek hebben 51 auteurs en illustratoren meegewerkt, het bevat verhalen om voor te lezen en om zelf te lezen en de lees- en leeftijdsniveaus zijn achterwege gelaten 'om de scholen er aan te herinneren dat door de focus op leestraining het leesplezier soms in het gedrang komt'. Er is ook een luisterversie van het boek.

Het boek is een project van Stichting Lezen en wordt gesubsidieerd door de minister van Cultuur.

Meer over het boek vind je hier.

woensdag 11 februari 2009

Naar de kermis 2












Bron: Flickr, foto: CharlesFred


En wéér is er een blogkermis, deze keer georganiseerd door Astrid. Voor een blogger-zonder-inspiratie zoals ik een mooie kans om het tenminste weer eens ergens over te hebben. Hij gaat over 'nut en noodzaak van klassieke media'. Er worden verschillende vragen gesteld, o.a. hoe je scholieren ertoe zou kunnen bewegen voor hun informatie ook eens een boek te pakken i.p.v. alles op internet op te zoeken én of boeken moeten blijven bestaan of dat beter alles op het net kan komen. Althans, ik heb de vragen op deze manier begrepen.

Over scholieren kan ik zelf weinig zeggen omdat ik er zowel in mijn werk als in mijn omgeving niets mee te maken heb. Ik heb daarom twee kleine gesprekjes gevoerd met ervaringsdeskundigen: een met een leraar en een met een ex-scholier. (Een scholier van nu komt in mijn omgeving niet voor.)

De leraar geeft economie en verwante vakken op een ROC. Op de havo/vwo-afdeling van dat ROC, waar hij lesgeeft, zitten over het algemeen leerlingen die het elders niet gered hebben en die nu een tweede kans krijgen, die ze veelal niet of slechts met tegenzin grijpen. Niet direct het publiek dat er nou eens lekker voor gaat zitten om een diepgravend werkstuk te maken. Ik denk overigens dat het op andere scholen wel wat minder extreem zal zijn, maar dat een middelbare scholier er in het algemeen toch op uit is om met zo min mogelijk moeite een goed cijfer te halen, waarbij 'goed' natuurlijk een relatief begrip is, en dat andere zaken als baantje, sport, relaties, hyven en tv-kijken vaak prioriteit hebben en een geduchte concurrent voor huiswerkmaken vormen. Dat was in mijn tijd niet veel anders, behalve dan dat er gewoon minder van zulke concurrerende dingen waren: bijna niemand had een baantje, internet was er nog niet en de tv stond, als hij er al was, in de huiskamer.

De leraar die ik sprak vindt het prima als zijn leerlingen op wikipedia kijken, want wat daar over zijn vak op staat is goed. Maar vaak kijken ze daar helemaal niet maar plukken hier en daar stukken uit artikelen of andere werkstukken die ze 'inclusief de taal- en denkfouten' aan elkaar plakken en inleveren. Als ze het te gek maken moeten ze het overdoen en anders laat deze leraar het maar zo. Het maken van werkstukken is weliswaar een wettelijke verplichting, maar dat wil nog niet zeggen dat het per se nuttig is in het onderwijsproces.

Dit klinkt misschien wat negatief, maar in mijn ogen is het realistisch. De ex-scholier (nu 10 jaar van de middelbare school af) die ik sprak, zei het zo: om te kunnen beoordelen of informatie betrouwbaar is zul je eerst iets van het onderwerp af moeten weten. En dat is waar het volgens mij om gaat: je moet op school eerst iets leren om zo'n werkstuk te kunnen maken en dat leer je niet dóór zo'n werkstuk te maken. Je kunt kinderen vast wel leren verschillende bronnen naast elkaar te leggen en dan te kijken waar de overeenkomsten en verschillen zitten en wat dan betrouwbaar lijkt te zijn en wat niet (als dit een beetje de manier is waarop je zoiets zou moeten doen, want dat weet ik eigenlijk niet), maar dat lijkt mij iets dat pas moet komen als je eerst een aantal basisdingen geleerd hebt. Bijvoorbeeld: NRC Handelsblad gaat door voor een betrouwbare krant, maar toch staan er soms berekeningen in die totaal niet kloppen. Wie kan rekenen ziet dat, wie niet kan rekenen gelooft wat er staat.

Dus wie graag wil dat leerlingen kritisch naar internet (en ook naar andere bronnen) kijken zal er voor moeten zorgen dat ze 1. de nodige basiskennis hebben over het onderwerp waar ze meer van te weten moeten komen voor hun werkstuk en 2. dat ze i.h.a. een kritische houding ontwikkelen t.a.v. alles wat ze lezen of horen, waar dan ook: krant, tv, internet, boeken.

Nog even terug naar die leraar van daarnet: in de hogere klassen van het havo/vwo op dat ROC ontbreekt het veel leerlingen merkwaardig genoeg (want ze zijn toch op de een of andere manier wél in die klassen terechtgekomen) nog aan allerlei elementaire vaardigheden (het uitrekenen van percentages e.d.), dus hij beschouwt het als nuttiger om zijn leerlingen dáár zoveel mogelijk van bij te brengen i.p.v. te streven naar perfecte werkstukken. Uiteraard kun je op andere scholen met andere leerlingen andere eisen stellen, maar volgens mij blijft het altijd zo dat je informatie, of die nou uit een boek of van internet komt, zonder voldoende basiskennis nooit op waarde kunt schatten. Kortom: het schoolboek (al dan niet digitaal) en de toelichting daarop van de leraar (al dan niet digitaal) hoort aan het eigen onderzoek vooraf te gaan.

Dan de vraag over de toekomst van het boek. Daar valt volgens mij niet veel meer over te zeggen dan: afwachten. Ik zou het persoonlijk jammer vinden als het boek in zijn huidige vorm verdween en ik denk dat het ook niet zo snel zal gebeuren. De cd heeft in hoog tempo de grammofoonplaat vervangen en is nu zelf alweer op zijn retour, maar iets dergelijks is bij boeken nog niet te merken (bij kranten natuurlijk wel, bij tijdschriften weer níet), dus dat geeft me het gevoel dat het boek het wel gaat redden, maar weten doe ik het niet. Zolang er genoeg mensen boeken blijven kopen, blijven ze gedrukt worden en als het aantal boekenkopers te klein wordt houdt het op, zo simpel is het lijkt mij. En daar doen we weinig aan, al hebben bibliotheken misschien nog wel enige invloed omdat ze grote boekafnemers zijn.

Dat ook studenten tegenwoordig vrijwel uitsluitend met internet werken, wat ik ergens in een bijdrage aan deze blogkermis las, kan ik uit eigen ervaring niet onderschrijven. Ik heb vele jaren zicht gehad op een student en die werkte altijd met tientallen boeken om zich heen. Die boeken waren her en der via internet opgespoord, maar het bleven boeken. Zeker een alfa-student? Inderdaad, maar toevallig zie ik ook wel eens een student van waarschijnlijk de meest database-gerichte studie de er bestaat: bio-informatica, en deze student werk toch ook nog met gigantisch dikke handboeken (die ook nog als voordeel hebben dat je er in kunt lezen terwijl je onderwijl een tenniswedstrijd op de tv volgt -d.w.z. als je kunt multitasken natuurlijk- wat met een laptop weer lastiger is).

En wat doe ik zelf als ik informatie nodig heb? Laat ik voorop stellen dat de informatie die ik verzamel altijd van een hoog huis-, tuin- en keukengehalte is. Wat ik voor mijn werk moet weten weet ik al, kan ik eigenlijk wel zeggen, dat klinkt misschien vreemd, maar collecties maken is zoiets als foutloos spellen: op een keer kun je het gewoon en verandert er niks meer aan (zolang er geen spellingwijziging komt). Hoe het in de wereld gaat volg ik met een half oog in de krant. Naar de tv kijk ik zelden. Soms vraag ik iets aan een huisgenoot, collega of ander medemens die meer weet dan ik. En voor de rest google ik alles wat ik weten wil. Dat zijn dan vrnl. dingen over boeken en schrijvers, recepten, tuindingen, reisinformatie, openingstijden van winkels enz. Soms iets uit wikipedia.

Ik denk dat dit stuk een hoog suikerspingehalte heeft: het lijkt groot, maar het bevat veel lucht. Maar ook dat hoort bij de kermis.

Hier staat de eerste Naar de kermis.