WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

Posts tonen met het label aladin nieuwe stijl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aladin nieuwe stijl. Alle posts tonen

donderdag 1 januari 2009

al@din nieuwe stijl 3 - slot



















Rotterdam, 1-1-2009


Beste Ria en Tenaanval,

Hartelijk dank voor jullie reacties op mijn twee stukjes over al@din nieuwe stijl. Ik zeg af en toe dat ik kritiek krijgen het leukste van bloggen vind, omdat er uit blijkt dat je serieus genomen wordt en omdat het je aan het denken zet. Maar in dit geval moest ik wel even slikken, want het werd me duidelijk dat van mijn mening niet veel overblijft. Maar wie kaatst moet de bal verwachten nietwaar, en wie zijn gat verbrandt zit nu eenmaal wat minder lekker, eigen schuld.

Ik heb er ook nog 's even over gepraat met de collega die mij inspireerde tot deze stukjes en we kwamen tot de conclusie dat wij waarschijnlijk een verkeerd beeld hadden van de vragen die aan al@din gesteld worden. Mijn collega zei: 'Er zijn toch heel veel vragen waarop je het antwoord helemaal niet kunt opzoeken?' En zo is het volgens mij ook, maar omdat jullie allebei benadrukken dat een bibliothecaris goed is in het zoeken van antwoorden (wat ik zondermeer aanneem) en daarom de beste papieren heeft om goede antwoorden te geven, denken wij nu dat bij al@din blijkbaar vooral vragen gesteld worden waarop het antwoord wel degelijk ergens te vinden is. (Dat geeft mij overigens wel te denken over de luiheid van de vragenstellers, en of die eerst zelf wel geprobeerd hebben dat antwoord te vinden en of een bibliothecaris er eigenlijk wel is om, gesubsideerd door de gemeenschap, het de mensen makkelijk te maken. Maar ik geloof dat dat een andere discussie is.)

Zowel mijn collega als ikzelf hebben in het verleden een paar keer een vraag aan al@din gesteld en wij waren over de antwoorden niet erg enthousiast. Zelf heb ik wel eens een bruikbaar antwoord gekregen, maar voor mijn collega geldt dat niet. Ik heb trouwens ook een keer helemaal geen reactie gekregen, maar ik neem aan dat dat een uitzondering is. Dit bepaalt natuurlijk wel een beetje het beeld dat wij van al@din hebben.

Ik wilde graag eens wat al@dinvragen lezen om een idee te krijgen van wat men zoal vraagt. Ik heb op de al@din-site helaas geen mogelijkheid ontdekt om die vragen ergens te vinden. Wel kon ik door zelf een vraag te bedenken een aantal vragen met een zelfde trefwoord erin vinden, maar dat leverde natuurlijk niet zoveel op.

Ik heb ook naar de 'hersenkrakers' (vragen waar men in de bibliotheek niet uitkwam en die daarom aan het publiek worden voorgelegd) gekeken en vond daar het soort vragen waar wij waarschijnlijk teveel aan dachten: vragen waarop je het antwoord eigenlijk niet kúnt opzoeken, zoals vragen in de sfeer van 'ik heb 50 jaar geleden een boek gelezen over twee jongens die met een boot allerlei avonturen beleefden, hun vader was molenaar geloof ik'. Ja, dáár komen we nog wel uit: dat is De Kameleon natuurlijk, al was die vader weliswaar geen molenaar maar smid. Maar een slagje moeilijker en het lukt niet meer: 'mijn oma zong vroeger altijd een versje over een varkentje en er kwam geloof ik ook een viool in voor, weet u misschien welk versje dat was?' Vast en zeker weten honderden mensen op zo'n soort vraag het antwoord, maar echt opzoeken kun je het volgens mij niet. Daarom lijkt het me erg leuk als de bibliotheek de mensen die zoiets weten kan motiveren mee te gaan doen. Ik ben erg benieuwd of dat zal lukken, want de reacties op die hersenkrakers vond ik nog niet echt hoopgevend over wat je van het publiek kunt verwachten.

Dan heb je ook nog de vragen waarover zoveel te zeggen is dat de informatie uit een naslagwerk te kort schiet of misschien juist te ingewikkeld is voor de vragensteller. Dat is óók een soort vragen waar wij aan dachten en daarom leek het ons mooi als de bibliotheek een netwerk zou kunnen opbouwen van mensen met allerlei soorten kennis naar wie je dan verwezen zou kunnen worden. Laten we zeggen dat je wilt weten hoe zo'n kredietcrisis nou precies ontstaat en dat er dan een gepensioneerde economieleraar is die dat wil uitleggen, een beetje aangepast aan het kennisniveau van de vragensteller. Het lijkt mij nuttig als de bibliotheek een aantal van zulke mensen in een bestand zou hebben. En dan komt er misschien zelfs eens een informatie-avond in de plaatselijke bibliotheek met zo'n leraar die een soort openbare les geeft over de crisis... Ja, daar zijn best leuke dingen mee te verzinnen!

Maar waarschijnlijk worden bij al@din dus vooral vragen gesteld die opzoekbaar zijn en dan is de bibliothecaris uiteraard, zoals jullie ook zeggen, de aangewezen persoon om die zoekactie uit te voeren omdat hij er nu eenmaal voor geleerd heeft. (Eigenlijk, realiseer ik me ineens, wordt al@din nieuwe stijl dan toch niet echt een voorbeeld van 'crowd-sourcing' zoals we dat in de 23dingen tegenkwamen. Toen zei ík notabene, n.a.v. het taggen, dat bibliothecaris een vák is dat heus niet iedereen beheerst...)

Ik wil, in stijl, eindigen met een paar vragen:
- Ik merk dat ik steeds 'bibliothecaris' schrijf en dat deden jullie zelf ook, maar moeten we eigenlijk niet 'informatiespecialist' zeggen?
- Zijn de al@dinvragen ergens te vinden?
- Is er een boek over 'informatie zoeken & vinden' (uit de bibliotheek-/informatieopleiding) dat jullie me kunnen aanraden?

Dames R en T, ik hoop dat jullie nu iets beter begrijpen hoe ik op mijn dwaalspoor geraakt ben. Ik dank jullie nogmaals voor jullie kritische reacties en hoop er in het nieuwe jaar weer een aantal te mogen krijgen.

Met hartelijke groet, schrijverdezes

dinsdag 30 december 2008

al@din nieuwe stijl 2


















Foto hier gevonden.

'De kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant.' Vanmiddag, toen ik op weg was naar de kantine om een broodje te halen kwam ik op de trap een collega tegen die net een kroket had gekocht. Ik citeerde bovengenoemd gedicht en vroeg: van wie is dat ook alweer? Prompt antwoordde mijn collega: van X.

Deze collega is bibliothecaris (neem ik althans aan) en werkt al jaren voor al@din. Zou dat de verklaring zijn voor zijn kennis omtrent dit gedicht? Of komt het door iets anders, b.v. doordat hij dol is op kroketten of omdat hij graag gedichten leest of omdat de dichter uit R'dam komt of omdat het gedicht op een schort van Plint staat dat hij misschien thuis heeft hangen? Ik heb geen idee.

Waarom schrijf ik dit op? Omdat ik het wel een aardige illustratie vind bij mijn stukje van eergisteren over al@din, waarop de immer kritische Tenaanval een reactie gaf met daarin o.a. deze regels:

Zo raar vind ik dat niet hoor, dat de bibliotheek de beste antwoorden wil leveren. De bibliotheek profileert zich (zeker met Al@din) als dé vraagbaak voor iedereen en als leverancier van betrouwbare informatie. Dan is het niet zo gek dat ze dan ook de beste informatie willen leveren.

Waarop ik weer zou willen zeggen: de bibliotheek kan zich wel zo willen profileren, maar is dat terecht? Op de site van al@din staat:

Voor de beantwoording van moeilijke vragen beschikt al@din over een netwerk van specialisten buiten het netwerk van de openbare bibliotheken.

En dat lijkt me nogal logisch. Een bibliothecaris is weliswaar óók een specialist, maar dan op het terrein van ontsluiten, rubriceren, terugvinden, enz. van informatie. Een bibliothecaris kan als het goed is ook beoordelen of een informatiebron als betrouwbaar te beschouwen is. Maar een bibliothecaris weet verder niet meer dan wat een gemiddelde ander weet. Ja, een bibliothecaris die dol is op voetbal weet misschien wie in de wedstrijd Nederland-Hongarije in 1984 het Nederlandse doelpunt maakte (ik noem maar wat). En een bibliothecaris die gaag breit weet misschien hoe je een hiel maakt in een eigenstgebreide sok. Maar dat is toeval. Het eerste weet mijn collega van de financiële administratie ook en het tweede kon mijn oma je ook haarfijn uitleggen. En als iets niet op internet of in een boek te vinden is, kan een bibliothecaris het ook niet voor je vinden. Daarom is het fijn dat de financiële administrateur en de sokkenbreiende oma nu via al@din de kans krijgen anderen met hun kennis/deskundigheid van dienst te zijn. (Vooropgesteld dat ze daar zin in hebben natuurlijk, maar dat zal moeten blijken.) En dan heb je ook nog de gepensioneerde professor en de amateur-archeoloog en de moeder van een groot gezin en noem al die bronnen van kennis, ervaring en levenswijsheid maar op.

Ik vind het een heel goed idee dat de bibliotheek gaat proberen via al@din al deze bij allerlei mensen aanwezige kennis en deskundigheid te ontsluiten en wie weet ook te rubriceren en terugvindbaar te maken. Maar laten we maar liever niet de illusie koesteren dat we het zelf allemaal het beste weten, want dat is niet zo en dat is ook nergens voor nodig. Vind ik.
Als we hopen (en eigenlijk ook een beetje denken) dat we zelf de beste vragenbeantwoorders zijn, waarom beginnen we hier dan aan? Zijn we straks teleurgesteld als blijkt dat 'het publiek' er toch beter in is? Of zijn we juist teleurgesteld als blijkt dat het niveau blijft zoals het was en dat we dus inderdaad blijkbaar de beste waren óf dat we anderen niet hebben weten te motiveren om mee te doen?

Zo, en nu is het hoog tijd om oliebollen te gaan bakken.

Weet iemand misschien, net als mijn collega, de dichter van de kroketten uit zijn/haar hoofd? (Niet googelen, want dan is het meteen raak.)

maandag 29 december 2008

al@din nieuwe stijl















Al jaren geleden zei een van mijn collega's eens tegen me: waarom geven ze bij al@din niet ook mensen van buiten de bibliotheek de gelegenheid antwoord te geven? Er zijn toch zoveel mensen die ergens verstand van hebben en die het misschien leuk vinden anderen te laten meeprofiteren van wat zij weten? Ik vond dat een goed idee, maar zowel mijn collega als ikzelf hadden niets met al@din te maken en konder er dus geen invloed op uitoefenen.

Maar het is er zonder ons ook van gekomen: al@din wordt een 'community', lees hier maar. Ik vertelde dit aan bovengenoemde collega en zei erbij dat men hoopt dat de bibliotheek de beste antwoorden gaat geven, zoals uit deze regels blijkt:

In deze open omgeving beantwoordt niet alleen de bibliotheek vragen, maar kan iedereen dat doen. De vraagsteller waardeert vervolgens de verkregen antwoorden. Een uitdaging voor de bibliotheek om de kwalificatie voor het beste antwoord in de wacht te slepen.

Mijn collega zei hierop (ongeveer): 'Wat is dat nou weer voor onzin, waarom moet de bibliotheek de beste zijn? Het gaat er toch om dat op een vraag het beste antwoord komt en dat de bibliotheek vrager en beantwoorder bij elkaar brengt? Het is toch al prachtig als door onze bemiddeling mensen een goed antwoord krijgen? We hoeven toch niet per se zelf te scoren? Nu lijkt het net of we denken: leuk dat u meedoet, maar geef a.u.b. geen al te goed antwoord, want daar willen we graag zelf het beste in zijn. Denken we als bibliothecarissen nou echt dat we overal verstand van hebben?' Ik vind dit goede vragen en daarom schrijf ik ze op. Misschien kan iemand die dit leest uitleggen waarom de bibliotheek zo graag zelf de beste vragenbeantwoorder wil zijn i.p.v. 'slechts' de instantie die er voor zorgt dat het beste antwoord de vragensteller bereikt.