Posts tonen met het label Naar de overkant van de nacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Naar de overkant van de nacht. Alle posts tonen
dinsdag 6 november 2012
Wat ik las 67, vervolg
(Vervolg op mijn blogstukje van gisteren.)
Op Vastelaovond ben je meer jezelf dan anders. En dat kan ook betekenen dat je jezelf beter leert kennen. Hoofdpersoon Ralf in Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen wordt op een ijskoude Vasteloavond in Venlo indringend geconfronteerd met wie hij was, is en wil zijn. Dat wordt in het boek beschreven via de associaties die hij in gedachten maakt. Hij ondergaat weliswaar zeer bewust de Vastelaovond, maar wat hij meemaakt doet hem ook voortdurend denken aan andere momenten in zijn leven. Zomaar een voorbeeld:
Heidi doopt haar hand in het spoelwater en spettert water naar me, als in vertraging. Ik voel het water tegen mijn wang en in mijn hals. Sara op haar knieën voor het bad, een gekleurde handdoek op de vloer. Ze hield een van de meisjes bij de arm vast en met haar andere hand waste ze haar rug en schouders. Ik vroeg: Kan ik iets doen?
'Heidi' is een meisje in een Tiroler pekske dat bier tapt op Vastelaovond, Sara is de vriendin van Ralf die thuis is gebleven met haar vier kinderen en de oppas. De situatie waar hij aan denkt is die van de eerste keer dat hij bij Sara thuis kwam. En zo staan er tientallen associaties in het boek, die samen de lezer een beeld van Ralfs leven geven.
Ralf is het enige kind van een echtpaar dat op een zandschip vaart. Als hij elf is gaat hij bij zijn oom in een dorp wonen. Na de lagere school gaat hij naar het gymnasium, na enkele jaren wordt hij stratenmaker, net als zijn oom. (Of heeft hij eerst het gymnasium afgemaakt, dat heb ik ook na twee keer lezen nog niet onthouden.) Als hij elf is zit hij bij Sara in de klas. Een vriendinnetje komt hem vertellen dat Sara verliefd op hem is, maar hij zegt dat hij het niet op Sara is. Hij hoort Sara, die in de brandgang staat te wachten, huilen.
Jaren later komt hij Sara met haar vier kinderen tegen bij de supermarkt. De jongste twee kinderen, een tweeling, zijn doof en blind. Hij maakt een afspraak met Sara in een café en de dag nadat ze elkaar daar gesproken hebben gaat hij haar thuis opzoeken. Hij helpt haar met het in bad doen van de tweeling. De vier kinderen zijn van een zwarte Amerikaanse militair, die haar heeft verlaten toen ze zwanger was van de tweeling. Ralf trekt bij Sara in en helpt haar met het huishouden en het verzorgen van de kinderen. Sara is inmiddels aan het eind van haar krachten, dus veel komt op Ralf neer.
Als hij vijf jaar met Sara en de kinderen samenwoont, nodigt zijn oom hem uit om mee naar Vastelaovond te gaan. Sara zegt dat hij het moet doen en hij gaat. Als hij er is denkt hij veel aan thuis en ziet beelden voor zich van de jaren met Sara en de kinderen en ook van carnavalsavonden waar hij als jongen is geweest en van zijn leven op het schip. Hij beseft dat hij in de relatie met Sara veel geeft en weinig neemt. Komt dat omdat hij zich schuldig voelt over de afwijzing toen hij elf was? Of heeft hij het nodig om nodig te zijn?
In de loop van de nacht komt hij met een als zonnebloem geklede vrouw in een hotelkamer terecht. Zij zegt: 'Als je iemand mist ben je nooit alleen.' Hij valt in slaap en als hij wakker wordt is de Zonnebloem weg. Hij gaat terug naar de Vastelaovond. Als het café sluit loopt hij over de bevroren rivier naar zijn logeeradres, waar zijn oom die hij veel eerder uit het oog had verloren al ligt te slapen. De vrouw die er woont komt uit bed om Ralf open te doen, maakt een warm bad voor hem klaar en helpt hem met uitkleden. In het bad belt hij Sara op en zegt dat hij haar mist.
Als lezer weet je het niet: vindt Ralf het wel genoeg zo, die vijf jaar geven zonder nemen? Of beseft hij dat hij hoe dan ook bij Sara en de kinderen hoort? Het boek geeft daar geen antwoord op, ik kon het er in elk geval niet uithalen. Misschien suggereert de schrijver dat je je kunt afvragen in hoeverre je eigen situatie op die van Ralf lijkt en wat je zelf zou doen in zijn geval. Dat zouden echte Vastelaovondvragen kunnen zijn.
Zoals ik al schreef heb ik het boek twee keer gelezen. Na de eerste keer wist ik nog niet goed wat ik ervan vond. Ik vond het wel een goed geschreven en bijzonder boek, maar ik had ook mijn twijfels over al die associaties. Kan iemand zóveel gedachten over het verleden krijgen door wat hij in het heden meemaakt? Dat leek me onwaarschijnlijk en het stoorde me een beetje. Bij de tweede lezing heb ik me er min of meer aan overgegeven. Vooral omdat ik het zo knap gedaan vind. Je komt veel over Ralf te weten en dat gaat allemaal aan de hand van gedachten die hij krijgt op Vastelaovond en al die gedachten worden ergens aan vastgeknoopt. Ik besefte pas bij de tweede lezing (of dacht het in elk geval zo te begrijpen) dat het een literair middel is en dat dat middel heel goed wordt toegepast.
Of het echt kán, zoveel gedachten krijgen bij waterspetters, een handdoek, een jurk en tientallen andere dingen, die vraag moet ik geloof ik maar vergeten, net zoals de vraag of je wel zoveel kunt drinken zonder bewusteloos te raken. Een roman beschrijft een literaire werkelijkheid en niet dé werkelijkheid. Het gaat erom of de werkelijkheid van het boek je overtuigt. Ik heb nog steeds wat twijfel, maar heb me toch voor het grootste deel gewonnen gegeven. Misschien zou een derde lezing me nog meer overtuigen, maar daar zal het voorlopig wel niet van komen.
maandag 5 november 2012
Wat ik las 67
Toen ik ongeveer een half jaar geleden Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen gelezen had besefte ik dat ik het om er iets over te kunnen opschrijven nog een keer zou moeten lezen. In de meeste gevallen zou ik het er dan bij laten zitten, maar dit boek heb ik inderdaad herlezen. En ik heb er geen spijt van want het was het zeker waard.
Het verhaal speelt tijdens Vastelaovond in Venlo. Het gaat onder andere over wat Vastelaovond betekent en hoe je het viert of hoe je je er doorheen slaat, ik weet niet hoe ik het het beste kan noemen. Eigenlijk is het allebei geloof ik. Voor mij was het allemaal nieuw, ik ben nog nooit naar het Carnaval geweest en van Vastelaovond had ik zelfs nog nooit gehoord. Dat je Vastelaovond geen Carnaval moet noemen heb ik inmiddels begrepen. Naar het (eigenlijk: de) Carnaval kun je als Hollander-van-boven-de-rivieren nog wel gaan en er gekleed in een boerenkiel meedrinken en -dansen, maar voor Vastelaovond is meer nodig. Om daar als niet-Venloër écht aan mee te kunnen doen moet je heel wat leren. Al waren het alleen maar de Limburgse liedjes, waaruit in het boek vaak geciteerd wordt. Goed kunnen drinken is ook meegenomen, al is er in het boek ook wel sprake van cola. Maar de hoofdpersoon drinkt bier, Flügel, Jägermeister en jenever. En dat in hoeveelheden die ik bijna niet serieus kan nemen, maar misschien klopt het toch. Hij houdt het aantal bekertjes bier met behulp van een scheurkalender bij tot tweeënzeventig, daarna telt hij ze niet meer. De andere drankjes, uit glaasjes, flesjes, reageerbuisjes en een zakflacon worden wel genoemd maar niet geteld. Bij elkaar haalt hij zeker de honderd, een hoeveelheid waarvan je volgens mij in coma zou moeten raken, maar misschien vergis ik me. In het boek is het in elk geval zó overtuigend beschreven dat ik het accepteerde. Het tijdsbestek is me ontgaan, was het een dag en een nacht of langer? In elk geval was het een aaneengesloten periode zonder slaap.
Naast de liedjes en het kunnen drinken heb je een costuum nodig, ofwel een pekske zoals het daar genoemd wordt. In het boek komen heel wat prachtige pekskes voorbij, een pater, een zonnebloem, een ijsbeer, Spaanse danseressen, Mexicanen, kerstbomen, een goudvis, en nog veel meer. De naam van het pekske is in het boek tevens de naam van degene die het draagt. De hoofdpersoon leren we wel met zijn echte naam kennen: Ralf. Hij draagt een veermanspak, met een pet en een tas met kaartjes voor een overtocht.
Tot zover de 'uiterlijke voorwaarden'. Maar het belangrijkste om aan Vastelaovond mee te kunnen doen is een kwestie van mentaliteit. Ik weet niet of ik het helemaal goed begrepen heb, maar wat ik uit het boek opmaakte is dat je op Vastelaovond weliswaar verkleed bent, maar in feite meer jezelf dan ooit. De eerste regels van het boek luiden:
Tijdens Vastelaovond ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovond ben je eindelijk jezelf.
Dat zei zojuist een man tegen me, een man die ik niet ken en om wiens schouders nu mijn arm ligt. Een man met een grijze pruik en een lange zwarte patersjas, met zo'n eindeloze rij kleine zwarte knoopjes. Ik hoop dat mijn arm daar nog even mag blijven liggen.
En daar wordt de betekenis van Vastelaovond eigenlijk al samengevat. (Maar dat zag ik pas toen ik het boek voor de tweede keer gelezen had.) Elementen ervan zijn dat een volslagen vreemde iets formuleert wat precies op jou van toepassing is én dat je beseft dat die vreemde helemaal zo vreemd niet is, maar een mens zoals jij. Dat is wat ik meende op te maken uit het boek: dat je op Vastelaovond tot inzicht komt over zowel jezelf als over de ander. En dat je inziet dat elk mens weliswaar uniek is maar tegelijkertijd je medemens. Dat je elkaar nooit zult begrijpen maar soms ineens ook wél. Zoiets.
Blogstukjes mogen niet te lang zijn is mij wel eens geleerd, dan haken de mensen af. Daarom laat ik het voor vandaag hierbij en vertel ik morgen verder over dit boek.
Het verhaal speelt tijdens Vastelaovond in Venlo. Het gaat onder andere over wat Vastelaovond betekent en hoe je het viert of hoe je je er doorheen slaat, ik weet niet hoe ik het het beste kan noemen. Eigenlijk is het allebei geloof ik. Voor mij was het allemaal nieuw, ik ben nog nooit naar het Carnaval geweest en van Vastelaovond had ik zelfs nog nooit gehoord. Dat je Vastelaovond geen Carnaval moet noemen heb ik inmiddels begrepen. Naar het (eigenlijk: de) Carnaval kun je als Hollander-van-boven-de-rivieren nog wel gaan en er gekleed in een boerenkiel meedrinken en -dansen, maar voor Vastelaovond is meer nodig. Om daar als niet-Venloër écht aan mee te kunnen doen moet je heel wat leren. Al waren het alleen maar de Limburgse liedjes, waaruit in het boek vaak geciteerd wordt. Goed kunnen drinken is ook meegenomen, al is er in het boek ook wel sprake van cola. Maar de hoofdpersoon drinkt bier, Flügel, Jägermeister en jenever. En dat in hoeveelheden die ik bijna niet serieus kan nemen, maar misschien klopt het toch. Hij houdt het aantal bekertjes bier met behulp van een scheurkalender bij tot tweeënzeventig, daarna telt hij ze niet meer. De andere drankjes, uit glaasjes, flesjes, reageerbuisjes en een zakflacon worden wel genoemd maar niet geteld. Bij elkaar haalt hij zeker de honderd, een hoeveelheid waarvan je volgens mij in coma zou moeten raken, maar misschien vergis ik me. In het boek is het in elk geval zó overtuigend beschreven dat ik het accepteerde. Het tijdsbestek is me ontgaan, was het een dag en een nacht of langer? In elk geval was het een aaneengesloten periode zonder slaap.
Naast de liedjes en het kunnen drinken heb je een costuum nodig, ofwel een pekske zoals het daar genoemd wordt. In het boek komen heel wat prachtige pekskes voorbij, een pater, een zonnebloem, een ijsbeer, Spaanse danseressen, Mexicanen, kerstbomen, een goudvis, en nog veel meer. De naam van het pekske is in het boek tevens de naam van degene die het draagt. De hoofdpersoon leren we wel met zijn echte naam kennen: Ralf. Hij draagt een veermanspak, met een pet en een tas met kaartjes voor een overtocht.
Tot zover de 'uiterlijke voorwaarden'. Maar het belangrijkste om aan Vastelaovond mee te kunnen doen is een kwestie van mentaliteit. Ik weet niet of ik het helemaal goed begrepen heb, maar wat ik uit het boek opmaakte is dat je op Vastelaovond weliswaar verkleed bent, maar in feite meer jezelf dan ooit. De eerste regels van het boek luiden:
Tijdens Vastelaovond ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovond ben je eindelijk jezelf.
Dat zei zojuist een man tegen me, een man die ik niet ken en om wiens schouders nu mijn arm ligt. Een man met een grijze pruik en een lange zwarte patersjas, met zo'n eindeloze rij kleine zwarte knoopjes. Ik hoop dat mijn arm daar nog even mag blijven liggen.
En daar wordt de betekenis van Vastelaovond eigenlijk al samengevat. (Maar dat zag ik pas toen ik het boek voor de tweede keer gelezen had.) Elementen ervan zijn dat een volslagen vreemde iets formuleert wat precies op jou van toepassing is én dat je beseft dat die vreemde helemaal zo vreemd niet is, maar een mens zoals jij. Dat is wat ik meende op te maken uit het boek: dat je op Vastelaovond tot inzicht komt over zowel jezelf als over de ander. En dat je inziet dat elk mens weliswaar uniek is maar tegelijkertijd je medemens. Dat je elkaar nooit zult begrijpen maar soms ineens ook wél. Zoiets.
Blogstukjes mogen niet te lang zijn is mij wel eens geleerd, dan haken de mensen af. Daarom laat ik het voor vandaag hierbij en vertel ik morgen verder over dit boek.
Abonneren op:
Posts (Atom)


