
Eigenlijk bevalt het best, zo'n blogpauze, al valt het wel een beetje tegen wat ik met de vrijkomende tijd (toch al gauw zo'n 15 uur per week...) doe: nog niks gestreken en maar één mail geschreven en naar één museum geweest en ook nauwelijks meer gelezen dan anders. Maar gewoon niets doen heeft natuurlijk ook zijn charmes. Ik merk wel dat ik vaker op blogs van anderen begin te reageren, blijkbaar is er toch een niet geheel te onderdrukken behoefte af en toe iets te beweren. Dus kan ik dat misschien maar beter weer eens hier doen in plaats van al te vaak elders. Blijft het probleem: waarover? Dat probleem is nu even opgelost door een soort Pavlov-reactie: als ik iets hoor of lees over de strandbibliotheek wil ik zelf ook altijd meteen iets zeggen of opschrijven. En ik lás iets over de strandbibliotheek: bij Tenaanval.
Ik heb het allemaal al eerder gezegd (b.v. hier), maar ik ga het toch nog eens zeggen. Sommige dingen zijn belangrijk genoeg om ze zo nu en dan onder de aandacht te brengen, in de hoop dat héél misschien iemand ergens ooit zal denken: laten we daar eens iets mee doen. En dat die eventuele iemand dan iemand is die ook echt iets kán doen, iemand met een beetje macht en een beetje geld en met een netwerkje, zo iemand.
Ik zeg het er voor de zekerheid altijd maar bij: ik vind de strandbibliotheek leuk en feestelijk en een goed idee. (Mensen denken al gauw dat je de zon niet in het water kunt zien schijnen, om een toepasselijke beeldspraak te gebruiken.) Dat ik jaloers ben betekent dan ook niet dat ik het iedereen die zich met de strandbibliotheek bezighoudt en iedereen die er plezier van heeft door er iets te kunnen lenen niet gún dat die strandbibliotheek er is. En zo denk ik ook over de stationsbibliotheek en de vliegveldbibliotheek en al die andere nieuwe spannende bibliotheken die er misschien gaan komen. Een Ikea-bibliotheekje met uit het Zweeds vertaalde kinderboeken en iemand die daar uit voorleest, dat zou me ook wel wat lijken. (Trouwens, een rijdende bibliotheek die kleine dorpen aandoet lijkt me ook wel een leuk idee. Vergeef me mijn cynisme.)
Maar wat me ook heel leuk lijkt is een mooi bibliotheekje in een zorginstelling. Het voordeel daarvan is dat je het maar een keer hoeft op te zetten en dat het er vervolgens altijd kan blijven. Als ik het goed begrepen heb zal de strandbibliotheek, nu daar geen provinciale subsidie meer voor is, in een aantal plaatsen volgend jaar niet terugkomen. Dat is treurig, want nu zijn de mensen er net aan gewend en gaan straks zonder boek naar het strand en dan stelt de bibliotheek ze toch weer even teleur. Bij een 'zorgbibliotheek' (een betere naam moeten we maar bedenken als hij er echt komt) heb je dat probleem niet: je stopt er een keer wat geld in en daarna hoef je hem alleen nog maar bij te houden door hem af en toe te verven enzo. (De boeken kunnen elk half jaar gewisseld worden door ProBiblio.)
In zorginstellingen zijn gelukkig vaak wel bibliotheekjes, maar of die leuk zijn vraag ik me af. Eerlijk gezegd heb ik er nog nooit een met eigen ogen gezien, al werk ik er dagelijks (d.w.z. als ik op mijn werk ben) voor, maar ik heb het gevoel dat het hooguit een kamertje met een paar boekenkasten is, of dat het zelfs alleen maar een paar kasten zijn, ergens op de gang. Misschien valt het mee, maar ik weet wel bijna zeker dat er een heleboel van die bibliotheekjes zijn die er veel leuker uit zouden kunnen zien. En ik weet ook wel bijna zeker dat je voor het geld waarvoor je een strandbibliotheek opzet en inricht ook een leuke zorgbibliotheek zou kunnen maken.
Altijd als ik iets lees over de strandbibliotheek, b.v. dat de minister er een biertje kwam drinken of dat schrijvers er hun intrek namen of dat erover geschreven werd in een Amerikaans blad, denk ik: als er nou toch ook eens zo'n mooie vrolijke bibliotheek in een zorginstelling kwam, waar dan misschien ook wel oude mensen uit de buurt lid konden worden, of misschien ook zelfs wel kinderen, waar je kranten en tijdschriften kon lezen, waar je koffie kon drinken en je breiwerkje mee naar toe nemen, en als die nou óók eens geopend werd door een minister, en als er dan eens een schrijver kwam vertellen over zijn werk, wat zou dat nou toch leuk kunnen zijn.
'Ja hoor, droom maar lekker verder,' zegt men dan...
Kaart: Johan Mekkink (1904-1991), De ouders van de kunstenaar, 1954
