Van Daniel Pennac las ik een tijdje geleden Schoolpijn. De schrijver was toen geheel nieuw voor me, maar de mevrouw in de boekhandel zei: 'Zijn vorige boek was ook zo goed.' Toen ik een tijdje later, bezig met het lezen van Schoolpijn dat me zeer beviel, bij Occy een nieuwsgierig makend lovend stuk over In een adem uit..., het geheim van het lezen las, nam ik aan dat dat 'vorige boek' moest zijn en nam me voor het ook te gaan lezen. Toen vergat ik het weer, maar gelukkig dacht ik er op een dag toch weer aan, kon het tweedehands kopen (lenen is een ander verhaal) en heb het nu uit. Ik heb ervan genoten.Het boek gaat vooral over de vraag hoe je mensen tot lezen verleidt en dan wel in het bijzonder díe mensensoort die bekend staat als het meest onwillig waar het lezen betreft: pubers. Pennac geeft een duidelijk antwoord op deze vraag: je verleidt pubers tot lezen door het delen van je eigen leesgenot. Dit doe je door hen voor te lezen (of desgewenst door het vertellen van verhalen, maar dat is natuurlijk moeilijker).
Pennac was leraar Frans (in Frankrijk) en beschrijft hoe hij het aanpakt op de middelbare school (die het tegendeel van een eliteschool was) waar hij lesgeeft. De eerste les vraagt hij zijn leerlingen: wie van jullie houdt niet van lezen? Bijna alle vingers gaan de lucht in. Daarop zegt hij dat hij ze, aangezien ze niet van lezen houden, zal voorlezen.
En hij haalt een dik boek uit zijn tas en begint voor te lezen, ondanks de scepsis van de leerlingen, die denken dat ze er straks vast vragen over zullen moeten beantwoorden (wat niet het geval is). Hij begint in Het parfum van Süskind en leest het hele lesuur.
Zo brengt hij zijn leerlingen met nog veel meer boeken in aanraking. En de methode werkt: de leerlingen worden gegrepen door de verhalen, vergeten hun angst voor boeken (volgens Pennac wordt onwil om te lezen vaak veroorzaakt door de angst voor niet-begrijpen) en worden enthousiaste lezers, in elk geval gedurende hun middelbare-schooltijd.
Ik vond het boek erg overtuigend en ik zou wensen dat elke leraar Nederlands het las en probeerde hoe de methode in zijn klas uitpakte. Waarbij we dan maar moeten hopen dat die leraren zelf van lezen houden, want anders kun je geen leesplezier overdragen.
Ik was van plan een deel van de laatste bladzij van het boek over te schrijven omdat ik dat het allermooiste stuk vond, dat me wonderlijk genoeg even deed denken aan het slot van De avonden. Toen ik zag dat Occy in zijn bespreking ook net dít stuk citeert, twijfelde ik even omdat je het net zo goed daar kunt lezen, maar ik kan het toch niet laten:
De mens bouwt huizen omdat hij leeft, maar hij schrijft boeken omdat hij weet dat hij sterfelijk is. Hij woont in groepen omdat hij een kuddedier is, maar hij leest omdat hij zich alleen weet. Dit lezen is voor hem een samenzijn dat geen enkel ander gezelschap vervangt, maar dat ook door geen enkel ander gezelschap vervangen zou kunnen worden. Het biedt hem geen enkele definitieve verklaring voor zijn lot, maar weeft een dicht netwerk van verstandhoudingen tussen hem en het leven. Uiterst subtiele en geheime verstandhoudingen die het paradoxale levensgeluk tot uiting brengen, zelfs al belichten ze de tragische absurditeit van het leven. Zodat onze redenen om te lezen even vreemd zijn als onze redenen om te leven. En niets of niemand heeft het recht om ons voor die intimiteit ter verantwoording te roepen.
Een ander stukje dat ik graag wil 'delen' is dit:
Wat nog te "begrijpen" overblijft, is dat boeken niet geschreven zijn om mijn zoon, mijn dochter of de jeugd er commentaar op te laten geven, maar opdat ze die lezen als ze er behoefte aan voelen. Onze kennis, onze schooljaren, onze carrière, ons sociale leven - dat is één ding. Ons innerlijk leven als lezer, onze persoonlijke ontwikkeling, dat is een ander ding. Het is prachtig om eindexamenkandidaten te fabriceren, en afgestudeerden, bevoegde leerkrachten en economen, daar vraagt de samenleving om, dat staat buiten kijf... maar hoeveel wezenlijker is het niet, uitzicht te bieden op alle bladzijden van alle boeken.
Het boek eindigt met de tien 'onaantastbare rechten van de lezer', waaronder het recht om een boek niet uit te lezen en het recht om wat-dan-ook te lezen. (Bovenstaand citaat uit de laatste bladzij gaat over het recht om te zwijgen.)
Hoewel ik jullie niet kon voorlezen hoop ik dat de methode-Pennac hier toch ook een beetje werkt en dat ik iemand ertoe verleid heb het boek te gaan lezen. Maar je kunt natuurlijk ook gebruik maken van het recht om níet te lezen, volgens Pennac ook een van de tien onaantastbare rechten van de lezer.

