
Als ik het goed begrepen heb (want het is een wat merkwaardig verhaal) is de hoofdpersoon van De tegenhanger van Atte Jongstra, een man die ook Atte Jongstra heet, in het hiernamaals terechtgekomen. Hij verblijft daar in een hotel dat in Frankrijk lijkt te staan. Hij wil een toren gaan bouwen om van daaruit een stad te kunnen zien waarvan hij vermoedt dat zijn vrouw Mary er verblijft. Hij zegt tegen de eigenaar van het hotel dat hij boeken over torens nodig heeft en die zegt dat hij het voor hem zal regelen.
Een opgewonden uur volgde, waarin Jongstra wederom op de tuinbank gezeten over de vorm van zijn toren nadacht en zich alvast verheugde op zijn vergezicht op Mary.
Hij hoorde een automotor naderen en liep naar boven. Links van het hotelgebouw, op de hoger gelegen weg stopte een auto en toeterde luid. Even meende hij de vormen van een stadsmobiel in de wagen te herkennen, maar het bleek een bestelbus met gesloten flanken, waarop met grote letters 'Bibliobus' stond geschilderd. De bestuurder stapte uit, een bibliothecaristype: de wilde bobberd van een lezer en een papierbleek gezicht boven het standaard colbert van stof uit Manchester, de elleboogstukken ontbraken niet, de plompe spekzoolschoenen completeerden het beeld.
'U bent die torenbouwer?'
'Eh ja...'
De bestuurder opende beide achterdeuren van de bus. Jongstra zag een gezellig ingerichte ruimte. Boekenkasten aan beide zijden, een gemakkelijke fauteuil en een staande lamp, waarbij het goed lezen leek.
'Gaat u maar eens lekker op uw gemak zitten. Ik heb de hele afdeling over torens uit de centrale vestiging meegenomen, er zit vast bij wat u zoekt.'
Foto hier gevonden.
