Posts tonen met het label Béla Czene. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Béla Czene. Alle posts tonen
maandag 12 november 2012
Troost op de plank
In reactie op mijn stukje over herlezen schreef Lidia (van het blog wilikditwel): 'Ik heb een plankje met romans die ik af en toe herlees'. Piet P. (van Piet's dingen die deugen) dacht dat het herlezen van oude lievelingsboeken 'kan wijzen op zoeken naar vertrouwdheid en geborgenheid'.
Hierdoor dacht ik aan een vrouw, een jaar of dertig ouder dan ik, die ik vroeger wel eens sprak. Zij las enorm veel, had twee abonnementen op de bibliotheek en een volle boekenkast. Op de opmerking 'wat lees jij toch ontzettend veel' reageerde ze soms met 'het is een vlucht hoor'. Destijds begreep ik dat niet, maar inmiddels maar al te goed. Zij wees mij een keer op haar plankje met geliefde boeken. 'Troostboeken' noemde ze die. Af en toe, als ze daar behoefte aan had, las ze er een van. Het was handig dat ze voor het grijpen stonden en ik denk dat naar dat rijtje kunnen kijken op zichzelf soms al troostend was. Ik ben zo dom geweest niet goed op te letten welke boeken het waren.
Ik heb zelf ook wel eens over zo'n plankje nagedacht. Een echt plankje of anders wat titels die ik voor het grijpen in mijn hoofd heb. Maar het is me nooit gelukt het samen te stellen. Er zijn wel boeken die ik erg mooi vond, maar de meeste daarvan komen niet in aanmerking als troostboek omdat ze juist heel droevig zijn. Ik denk niet dat het herlezen ervan me zal helpen als ik me treurig voel, integendeel vermoed ik. Tot de boeken die het meeste indruk op me hebben gemaakt hoort bijvoorbeeld In ongenade van Coetzee. Tijdens het lezen daarvan werd ik erg somber en ik heb het nooit herlezen. Natuurlijk biedt zo'n boek iets wat je een ingebouwde troost zou kunnen noemen. Dat het zo goed geschreven is en blijk geeft van zoveel inzicht in hoe mensen met elkaar omgaan compenseert de somberheid van dat inzicht een beetje. Dat schoonheid kan uitstijgen boven ellende, dat is troostend. Maar of het ook werkt als je je al ellendig voelt voordat je aan het boek begint, dat betwijfel ik.
Ik zou als ik me rot voelde ook helemaal geen behoefte hebben aan een vrolijk of erger nog een 'grappig' boek. Daar hou ik normaal al niet van en als ik me somber voel zou ik er zeker niet ineens van gaan lachen. Dus ook dat valt af. Maar welke boeken zou ik dán op mijn plankje kunnen zetten? Ooit kwam het op twitter even ter sprake, eerst ging het geloof ik over het bekende onbewoonde eiland en toen kwam ik op de proppen met het troostboekenplankje en toen bleken sommige mensen dat heel goed voor zichzelf te kunnen vullen. Maar mij lukte het niet en het lukt me nu nog steeds niet. Ik denk dat ik De brief voor de koning en Geheimen van het wilde woud van Tonke Dragt er wel op wil zetten. En De jacobsladder van Maarten 't Hart. En Het Bureau, al is dat misschien toch te troosteloos. Maar het vult in elk geval meteen de halve plank.
Gevolg van het ontbrekende plankje is dat ik als ik treurig ben ter afleiding bijvoorbeeld maar naar Pauw & Witteman ga kijken. En daar ben ik nog nooit vrolijker van geworden.
Schilderij: Béla Czene (1911-1999)
Labels:
Béla Czene,
herlezen,
lezen,
lezer in de kunst
Abonneren op:
Posts (Atom)

