woensdag 30 december 2009
Laatste post voor de jaargrens
Sommige bloggers maken aan het eind van het jaar lijstjes of een jaaroverzicht of zelfs allebei. Bij die bloggers hoor ik niet. Het beste boek dat ik het afgelopen jaar las? Geen idee. De mooiste zin? Wist ik hem nog maar. De blogpost waar ik met het meeste plezier op terugkijk? Dan zou ik ze eerst weer allemaal moeten doorlezen. Wat ik in b.v. september gedaan heb? Collecties gemaakt, zoveel is wel zeker, maar voor de rest? Waar ik over nagedacht heb? Soms wel 's over de bibliotheek, maar verder? Hoogtepunten? Niet dat ik me herinner. Dieptepunten? Gelukkig ook vergeten.
Kortom, voor terugblikken ben ik niet geschikt. Vooruitkijken dan? Lijkt me zinloos. Goeie voornemens? Nog nooit gelukt, dus die maak ik niet meer.
Hooguit denk ik eens even aan een regel van Bloem: 'Er is geen weerkomst van een eens gemist getij.' Ik vroeg me af hoe dat gedicht eigenlijk verder ging en zocht het op. Dit is het:
QUANDO VER VENIT MEUM
Nimmermeer. Er is geen weerkomst van een eens gemist getij.
Iedre dag is als de vorige onherroepelijk voorbij.
Altijd zullen lenten keren, altijd zullen herfsten gaan.
Tussen ongeboorne' en doden flitst het menselijk bestaan.
En wat blijft den machtelozen tussen straks en nu en toen?
't Onaanvaardbare te aanvaarden en het zwijgen ertoe doen.
J.C. Bloem
Aanvaarden? Er zit niet veel anders op. Maar het zwijgen ertoe doen? Dat ligt niet in mijn aard. Daarom toch een voornemen: ik blog nog even verder. Of het ook een góed voornemen is? Dat is zeer de vraag. Maar juist de minder goede voornemens lukken vaak het best, is mijn ervaring.
Fijne jaarwisseling allemaal!
(In het filmpje, als tegenwicht voor het sombere gedicht, een vrolijk stukje Händel. Hoewel HM The Queen not very amused lijkt te zijn. Maar dat heb je hier ook wel eens.)
Labels:
G.F. Händel,
J.C. Bloem,
jaarwisseling
dinsdag 29 december 2009
Kaart&boek 30

Mijn bijdrage aan de discussie...
Kaart: Theo Swagemakers (1898-1994), Portret 'De vier prinsessen', 1952
Kaart&boek 29 + pleidooi voor het boekenmuseum 2

Op mijn stukje over het 'boekenmuseum' kreeg ik aardige reacties (zie aldaar a.u.b.). Leuk om te lezen dat in verschillende bibliotheken dingen georganiseerd worden rond boeken en schrijvers. Ik wist ook wel dat dat gebeurde, al heb ik geen idee of het vaak gedaan wordt. Grote bibliotheken hebben er waarschijnlijk meer geld en uren voor, maar in kleine bibliotheken zijn misschien weer meer vrijwilligers voor zoiets te vinden. Wat je altijd in de eerste plaats nodig zult hebben zijn een paar enthousiaste mensen die zo nu en dan een goed idee hebben en die hun enthousiasme op anderen weten over te brengen.
Dat ik begon te denken aan een 'museale' functie van de bibliotheek kwam door de term boekenmuseum, die bij mij in plaats van het ermee bedoelde doemscenario juist het tegendeel opriep: ja natuurlijk moeten we, naast nog heel wat meer, óók boekenmuseum zijn! Er zijn zoveel boeken die het bekijken waard zijn en een boek is meer dan alleen de tekst die erin staat (al suggereert de reclame voor e-readers iets anders).
Digitalisering van zeldzame en kostbare boeken is prachtig: je kunt het boek in een vitrine zetten en op een scherm ernaast kun je er digitaal doorheen bladeren. Ik heb dat 's gezien op een kinderboekentoonstelling in de Kunsthal en vond dat erg leuk. Die hele tentoonstelling was trouwens erg leuk en een voorbeeld voor wat bibliotheken op kleinere schaal zouden kunnen doen.
Bibliotheken zouden voor mijn gevoel iets moeten uitstralen van enthousiasme, liefde en bewondering voor boeken. Wie in een bibliotheek komt moet denken: wat staat (of wellicht: ligt) hier ontzettend veel om te lezen en wat is het boek toch een wonderbaarlijk en prachtig ding. Zou er naast de diverse landelijke werkgroepen die de bibliotheek gaan redden ook niet een werkgroep kunnen komen die het boek als museumstuk (en hiermee bedoel ik beslist niet alleen oude boeken) gaat promoten? Er is al een museum van het boek, we hebben het Letterkundig Museum, er is de afdeling Bijzondere Collecties van de UVA en er is ongetwijfeld nog heel veel meer waar ik nooit van gehoord heb. Daar zou je iets kunnen leren over het maken van exposities of expositietjes en misschien ook wel materiaal kunnen lenen. Of misschien kunnen 'we' wel met ze samenwerken en kleine satelliettentoonstellinkjes maken die aansluiten bij een grote in zo'n echt museum. Grotere bibliotheken hebben zelf ook vanalles in hun kluis staan. Het is zonde dat je daar maar zelden iets van kunt zien. En dat een mooie tentoonstelling, als die eens ergens is, niet ook naar andere bibliotheken gaat. En dat goeie ideeën in elke plaats opnieuw lijken te moeten worden uitgebroed.
Dus, nogmaals, wat mij betreft wordt de bibliotheek ook een beetje een boekenmuseum.
Ach ja, men droomt wel eens wat...
Kaart: Vincent van Gogh, Romans Parisiens, 1887
zondag 27 december 2009
Kaart&boek 28 + pleidooi voor het boekenmuseum

In het kader van mijn nieuwe benadering vandaag een stukje over het 'boekenmuseum'. Ik leerde deze term kennen door Edwin, die hem af en toe gebruikt, meestal in combinatie met 'verworden tot'. Het is een term die me niet zo bevalt, d.w.z. niet in de zin waarin hij bedoeld wordt. Wat ik er in lees is ongeveer dit: als we zo doorgaan met de bibliotheek dan staan daar over een jaar of vijf misschien nog wel heel veel boeken in de kast, maar bijna niemand leest ze nog. Ik vrees overigens dat dat idee wel kan kloppen. Ik ben een paar keer in de OBA geweest en heb daar veel mensen achter pc's en laptops gezien en welgeteld een persoon die een boek inkeek. En hier in R'dam is het niet veel anders. In kleinere bibliotheken waarschijnlijk wél, maar daar kom ik nooit.
Je kunt, lijkt mij, op verschillende manieren op die ontwikkeling reageren. Mensen die de term 'boekenmuseum' gebruiken zien, voor zover ik het begrijp, als remedie: andere dingen doen en aanbieden in de bibliotheek, zoals gratis internet, comfortabele werkplekken en de mogelijkheid koffie en broodjes te kopen, begeleiding bij digitaal zoeken, jeugd de kans geven in de bibliotheek te komen gamen, een rol spelen bij het vergroten van 'mediawijsheid' in de samenleving, enz. Vooral dus de 'digitale dingen', zogezegd. Het lijkt me allemaal op zijn minst het proberen waard tot zelfs van groot belang. Maar je zou op het feit dat vrijwel niemand meer voor de boeken naar de bibliotheek lijkt te komen ook op een andere manier kunnen reageren. Let wel: ik bedoel niet in plááts van de zojuist genoemde dingen, maar ernáást.
Eerst nog even iets over de term 'boekenmuseum'. Ik weet niet wie die bedacht heeft, maar erg sterk vind ik hem niet. Want waar de bibliotheek toe 'verwordt' als daar niemand meer een boek komt lenen is geen boekenmuseum maar een boekenmagazijn. Mensen komen naar een museum om daar kunst of andere dingen te bekijken, maar ze zullen echt niet naar de bibliotheek komen om daar de boeken te bekijken die in de kasten staan.
Ik zou het juist wel fijn vinden als elke bibliotheek ook een beetje een boekenmuseum was. Maar dan bedoeld als: een plaats waar iets te zien is van de schoonheid ván en de liefde vóór het boek. Een boek is naast drager van tekst ook een ding op zichzelf en soms een heel mooi ding. Veel boeken zijn de moeite waard om naar te kijken, sommige zijn zelfs prachtig. Als bibliotheek zouden we daar iets mee moeten doen. Voor een deel kan dat digitaal, maar ik zou het ook mooi vinden als elke bibliotheek, ook de kleine, exposities maakte van oude boeken, bijzondere boeken, trendy boeken, mooi uitgegeven series, alle drukken van een bekend boek, de mooist vormgegeven boeken van een bepaald jaar, fraai geïllustreerde (kinder)boeken, enz. enz. Of iets over een auteur maar dan niet zo'n treurig tafeltje met tien uit de kast geplukte boeken, maar iets moois, iets waar zorg aan besteed is en waar over nagedacht is door iemand die verstand heeft van vormgeving en presenteren. Ooit beschreef ik al eens een ideetje, zoiets bedoel ik nu ook, maar dan groter.
Regelmatig zie ik in de trein iemand een bibliotheekboek lezen. Ik zit me dan altijd een beetje te schamen, want vrijwel zonder uitzondering zien die boeken er aftands uit: verfomfaaid, smoezelig, een goedkope herdruk. Ik begrijp heus wel dat bibliotheekboeken niet altijd nieuw kunnen zijn (al vind ik het aanschaffen van goedkope herdrukken eigenlijk uit den boze), maar er zou in de bibliotheek zelf iets tegenover kunnen staan. De boeken die je kunt lenen hoeven dan misschien niet altijd mooi te zijn, maar de bibliotheek zou ook aandacht kunnen (eigenlijk vind ik: moeten) vragen voor de uiterlijke schoonheid van veel boeken, voor hoe de vormgeving ervan in een tijdperk past, enz. Dat gebeurt ook wel hier en daar, maar in 'gewone' bibliotheken volgens mij maar zelden. (Ik laat me graag overtuigen van het tegendeel.)
Volgens mij hoeft dit helemaal niet zoveel te kosten, d.w.z. niet als je het vergelijkt met wat sommige andere dingen kosten die ook gebeuren. Het kan landelijk of op zijn minst 'provinciebreed' worden opgezet, tentoonstellingen kunnen rouleren en naar een begeleidend digitaal programa kan door iedere bibliotheek die meedoet via de eigen website verwezen worden.
Kijk, dát is tenminste een boekenmuseum. En trouwens, wie denkt dat een museum muf en saai is zal er vermoedelijk niet vaak komen, want dat geldt voor veel musea helemaal niet.
Ik wil er nog meer over kwijt, maar dat komt nog.
Kaart: Late nineteenth & early twentietht-century children's books from the Opie Collection of Children's Literature, Bodleian Library, University of Oxford
zaterdag 26 december 2009
vrijdag 25 december 2009
donderdag 24 december 2009
Recycling 2

Net als vorig jaar een digitale versie van een in een ver verleden gemaakte kerstkaart. Ik schat deze op ruim 20 jaar.
Ik wens alle lezers van dit blog een plezierige en vredige kerst!
Labels:
kerstgroet
woensdag 23 december 2009
Rotterdam 2009-8

Zojuist glibberde ik heen en terug naar AH hier op de hoek, vanwege de kerstboodschappen (1e ronde). In het stuk straat waar ik dan doorheen kom woont, voor zover ik weet, in de benedenhuizen één allochtoon (volgens mij Turks) gezin. Er was één stuk stoep prachtig schoon gemaakt. Raad maar eens waar. Bij de (Marokkaanse) moskee aan de overkant was ook een paadje, bij AH was het hele voorplein (dat ook nog 's schuin loopt) glad.
Inmiddels zijn er twéé schoongemaakte stukken stoep in onze straat, het tweede wat minder mooi dan het eerste, maar het kan er mee door. (Raad nog maar 's waar.)
Zou je dat op de inburgeringscursus leren, dat je bij sneeuw je stoep moet schoonmaken? Of doet in Turkije gewoon iedereen dat nog?
Naschrift (3 kwartier later): Zojuist heen en weer geglibberd naar de brievenbus, de andere kant op dan AH, waarmee ik mijn kant van de straat helemaal gehad heb (het is maar een korte straat). Vier sneeuwvrije stukken gezien: bij het Marokkaanse reisbureau, de Marokkaanse snackbar, de Marokkaanse 2ehandswinkel en het Marokkaanse koffiehuis.
Naschrift 2 (bijna 5 uur later): En weet je waar het inmiddels misschien nog wel het gladst is? Juist ja, op die schoongeveegde stukken die nu beginnen op te vriezen...
Naschrift 3 (kwartier later): ik heb mijn geveegde stukje met zout bestrooid. Hopelijk houdt dat de gladheid weg.
Naschrift 4 (de volgende dag): mijn stukje is een oase in een woestijn van gladheid.
Foto: Nico van der Horst foto-video, hier gevonden.
Labels:
inburgeren,
Observaties
dinsdag 22 december 2009
Kaart&boek 25 + gewetensvraag

Edwin vroeg me, in een reactie op mijn blogpost van afgelopen zondag:
Waarom toch altijd beginnen over conservatief als je zegt dat je het liefst zou zien dat bibliotheken alleen boeken bevatten en dan nog het liefst alleen literatuur? Dat is toch gewoon een wens/mening?
En Ton de Kruyff schreef n.a.v. diezelfde post:
Maar voor mij hoort er ook informatie in een bibliotheek thuis. Van allerlei kanten. Via een pc, maar ook weer vooral op papier.
Beide opmerkingen hebben me aan het denken gezet. Ik ben er nog niet uit, maar soms helpt het als je toch alvast wat opschrijft.
Waarom noem ik de gedachte aan een 'literaire bibliotheek' conservatief? Of ik dat altijd doe weet ik niet, maar ik zal het vast wel vaker hebben gedaan. Inderdaad is het gewoon een wens/mening, maar mij lijkt dat wat meestal als progressief of conservatief bestempeld wordt ook juist de wensen en meningen van mensen zijn. Over gedrag hoor je dat toch niet zo vaak. Ik zie dus geen tegenstelling tussen 'conservatief' en 'gewoon een wens/mening', eerlijk gezegd.
Maar daar is de vraag nog niet mee beantwoord, want ik begrijp natuurlijk best wat er bedoeld wordt: waarom associeer ik wat ik vind over een 'literaire bibliotheek' toch steeds met conservatief? En daar raakt de vragensteller wel een gevoelige snaar. Want het is een vorm van zelfbeschuldiging waar ik eigenlijk helemaal niet aan zou willen doen, maar waar ik me een beetje toe gedwongen voel door de sfeer in 'biblioblogland'. Of dat ook de sfeer is in 'bibliotheekland' in ruimere zin weet ik niet, want daar heb ik onvoldoende zicht op.
Als (en voor zover) ik 'biblioblogs' lees, lees ik daar vaak over vernieuwing en die vernieuwing is vrijwel altijd 'digitaal' van aard, om het zo maar even te noemen. De bibliotheek moet een nationale website hebben, de bibliotheek moet op hyves, de bibliotheek moet iets met wikipedia, de bibliotheek moet gevonden worden door zoekmachines, de bibliotheek moet een betrouwbare toegangspoort worden tot digitale informatie, in de bibliotheek moet je kunnen gamen, enz. Het is niet helemaal mijn wereld en misschien is het zelfs helemaal mijn wereld niet. Dat komt omdat ik werk voor hoogbejaarden én omdat ik met boeken werk. Over al die andere dingen lees ik wel eens wat en ik heb er ook wel af en toe een mening over, maar echt veel weet ik er niet van omdat ik er geen praktijkervaring mee heb. Van het een verwacht ik meer dan van het ander: een goeie toegangswebsite voor heel bibliothecair Nederland lijkt me van levensbelang voor de bibliotheek, aanwezigheid op hyves weer wat minder. Maar elk experiment, mits redelijk onderbouwd, goed uitgevoerd en bijtijds (en kritisch) geëvalueerd, lijkt me nuttig en ik lees er graag over. Als ik kritiek heb is die opbouwend bedoeld, d.w.z. theoretisch gesproken dan, want ik realiseer me heus wel dat mijn op- en aanmerkingen niet snel een beleidsmaker zullen bereiken, laat staan beïnvloeden. (Maar dat mag de pret in het geheel niet drukken.)
Al deze 'digitale' zaken worden, volgens mij, door vrijwel iedereen gezien als vooruitstrevend. De een zal ze wat meer omarmen en toejuichen dan de ander, maar je hoort nooit eens iemand zeggen dat 'digitaal' ouderwets of behoudend is. 'Bibliotheekvernieuwing' gaat dan ook heel vaak over digitale dingen en subsidie voor bibliotheekvernieuwing gaat volgens mij ook heel vaak naar digitale dingen.
Ik schreef het al in mijn eerste korte reactie op de vraag van Edwin: dat ik, als ik iets schrijf over de bibliotheek als centrum voor literatuur, daar meteen zelf maar vast aan toevoeg dat dat door veel mensen wel conservatief gevonden zal worden, komt door termen als 'boekenmuseum' en 'ouwe meuk' die ik af en toe lees als het op biblioblogs over boeken gaat. Zelf zeg ik nooit 'pretpark' of 'moderne shit' of zoiets, als ik het over nieuwe ontwikkelingen heb. Maar ik voel mij wél gedwongen om te zeggen 'ik weet dat menigeen het idee van een bibliotheek waarin het in de eerste plaats over literatuur gaat verouderd vindt' waarmee ik eigenlijk, ook al laat ik het er niet op volgen, toch een beetje bedoel: 'maar wees alstublieft zo vriendelijk mij daarom toch niet meteen af te schrijven' of zoiets.
En ja, dat moet maar eens afgelopen zijn. Het is nog net geen zelfcensuur, maar het begint er op te lijken. Dat ik me ertoe gedwongen voel zegt ongetwijfeld iets over mij en misschien ook iets over de sfeer in de biblioblogwereld. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik daar maar per ongeluk in verzeild geraakt ben en er maar half-en-half thuishoor, maar mijn plekje verdedigen met 'ik weet wel dat ik ouderwets ben, maar ik bedoel het toch echt goed hoor', dat is natuurlijk een beetje slap, en dan zeg ik het nog voorzichtig. Laf kun je het eigenlijk wel noemen.
Dat was dus even een confronterende vraag, maar wel nuttig. Dankjewel, Edwin.
Op de opmerking van Ton de K. kom ik hopelijk later nog terug. Ook over wat ik bedoel met een 'literaire bibliotheek' moet ik nog maar eens iets uitleggen. Maar zo was het wel weer even genoeg.
Kaart: Quint Buchholz, Der Gruss, Inkognito, Berlijn
zondag 20 december 2009
Kaart&boek 24

Zie je die kaas in de boom, Anna? Wel een beetje vreemd dat die muis niet naar het voorlezen luistert. Of zou dat in een moeite door gaan?
Kaart: Rotraut Susanne Berner,Vorlesestunde, Inkognito, Berlijn
Labels:
kaart en boek,
Rotraut Susanne Berner,
Vorlesestunde
Waar of niet?

Ik wist wel dat er mensen zijn die in complottheorieën geloven, maar dat was tot nu toe van horen zeggen of uit de krant. Maar gisteren verkeerde ik in een gezelschap waarin enkele mensen dergelijke theorieeën aanhingen. Ik voerde zelf een gesprek over minder controversiële zaken, maar ving wel het e.e.a. op en werd later door huisgenoten nog wat bijgepraat. De theorieën die ter sprake kwamen waren o.a. dat 9/11 beraamd is door de Amerikaanse regering en dat het broeikaseffect een leugen is. Het eerste had als doel een oorlog in Irak te legitimeren, het tweede heeft iets te maken met plannen van topmensen uit het bedrijfsleven en de banken voor een wereldregering. Met dat laatste hangt b.v. ook de val van de DSB-bank weer samen. En zo werden er nog wat van die dingen genoemd.
Het gaat me niet om het waarheidsgehalte van deze theorieën. Mij overtuigen ze in verste verte niet, maar daar wil ik het (hier) niet over hebben. Waar het me om gaat is dat de aanhangers bepaald geen domme jongens waren, veel hadden gelezen en veel argumenten hadden voor hun overtuigingen. Hun belangrijkste bron leek internet te zijn, maar er zullen vast ook wel boeken bestaan die hun mening vertegenwoordigen. Een van de deelnemers aan het gesprek zei: als iets mijn belangstelling heeft lees ik alles wat ik erover kan vinden. Deze man is afgestudeerd econoom, heeft een scriptie geschreven over de economische aspecten van groene energie (of iets dergelijks) en gelooft dat wat we in de krant lezen over CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde onzin is. Niet de CO2 leidt tot opwarming, maar opwarming (waar de mens geen invloed op heeft) leidt tot meer CO2-uitstoot. Of zoiets. En dat we het tegendeel moeten geloven dient heel andere doelen dan verbetering van het milieu. Ik geef het vast niet goed weer, maar wat ik maar wil zeggen is dat iemand die er toch echt wel verstand van heeft iets kan beweren wat iemand anders die er ook echt verstand van heeft grote onzin kan vinden. Zo iemand was er ook bij: ook een econoom, maar met een heel andere mening.
Na deze ervaring vraag ik me nog wat meer af dan ik toch al deed wat de bibliotheek eigenlijk bedoelt met 'mediawijsheid' en informatie op waarde schatten en betrouwbaarheid van bronnen, enz., waar we zo voor nodig zijn en zo goed aan kunnen bijdragen. De complottheoretici zullen zeggen: de bibliotheek verwijst alleen maar naar 'officiële' bronnen, maar daar word je door voorgelogen. Je moet de mensen juist de weg wijzen naar de níet-officiële publicaties, want wikipedia kunnen ze zelf wel vinden. Tja, en wat doe je dan? Ik zou het niet weten. Moeten we dan elke keer zeggen: de meest gangbare mening is deze, maar er zijn ook andere stromingen, die heel anders denken? En weten we dat dan allemaal en kunnen we het beoordelen? En wat gebeurt er als je toevallig op school een economieleraar hebt die zo'n complottheorie aanhangt en zijn mening heel geloofwaardig weet over te brengen? Of als je vader ervan overtuigd is dat aanslagen niet door zgn. terroristen worden gepleegd maar door regeringen? Of als je moeder zegt dat ze je met nano-chips injecteren als je denkt dat je een griepprik krijgt? Waar staan we als bibliotheek in al die discussies? Moeten we daar wel in willen staan? Kunnen we dat eigenlijk wel?
(Stiekem denk ik: laten we het in de bibliotheek toch gewoon alleen over literatuur hebben. Daar kunnen we onze handen aan vol hebben en veel mensen mee boeien, als we het goed doen. De rest van de discussies vindt dan wel elders plaats. Maar dit denk ik heel stiekem en schrijf ik daarom heel klein en tussen haakjes.)
Schilderij: Rembrandt van Rijn, De samenzwering van Claudius Civilis, 1661, hier gevonden.
Labels:
informatie
vrijdag 18 december 2009
donderdag 17 december 2009
Oppervlakkig?

Gisteren was op ZBDigitaal een verslag te lezen van de lezing die Francisco van Jole hield op het symposium over digitaal erfgoed en de bibliotheek, dat in de Zeeuwse Bibliotheek gehouden werd. Ik las dat verslag en verbaasde mij over twee dingen.
1. Over de uitspraak van Van Jole 'Wat niet digitaal is bestaat niet'. Ik begrijp de bedoeling, maar je zou b.v. ook kunnen zeggen 'De belangrijkste dingen in het leven zijn niet digitaal'. Dat lijkt me (minstens) net zo waar.
2. Over dit stukje tekst:
Een van de toepassingen die Enno Meijers en Edith Zuiderent vanochtend presenteerden, was een toepassing voor de Surface Tafel die vandaag gedemonstreerd wordt op de infomarkt. Dat is precies waar van Jole op doelt: daar kom je straks nog voor naar de bibliotheek en niet voor boeken die je ook op je iPhone bij je draagt.
Ook dit meen ik te begrijpen, maar op het eerste gezicht vind ik het toch een beetje korte-termijndenken. Dat de meeste mensen geen surface-tafel van 13.000 euro voor zichzelf kopen lijkt me logisch. Maar wat je ermee kunt doen zal vermoed ik over een paar jaar ook op je pc of je tv (of een combinatie daarvan) kunnen of wie weet zelfs al op een huiskamerversie van de tafel, misschien ietsje minder mooi, maar je hoeft er de deur niet voor uit en je kunt er met het hele gezin of al je vrienden gezellig voor of omheen gaan zitten en intussen ook nog wat eten en drinken. Wat men dan van de bibliotheek verwacht is dat je alles wat daar aan 'digitaal erfgoed' te vinden is gewoon thuis met je eigen apparatuur kunt zien en gebruiken, net zoals je boeken die je wilt lezen op je iPhone kunt zetten. Dus denken dat de surface-tafel of iets anders digitaals dat misschien over een jaar of wat ontwikkeld wordt de bibliotheek zal redden lijkt me eigenlijk een beetje naïef omdat het altijd na een tijdje verouderd zal zijn. En gezien de snelheid waarin bibliotheken op nieuwe ontwikkelingen inspelen zullen we altijd achter lopen.
Ik zou denken: zet in op díe dingen die niet door technische ontwikkelingen kunnen worden ingehaald: een lezing over evolutie, het voorlezen van kleuters, praten over literatuur, advies over kinderboeken, een prettige leestafel met kranten en tijdschriften en koffie, enz. Simpele dingen misschien, maar niet in digitale vorm verkrijgbaar en min of meer uniek voor de bibliotheek. Doe vooral iets voor kinderen en voor ouderen, want dat zijn de groepen die voor hun leesplezier het meest van de bibliotheek afhankelijk zijn en daarom het 'dankbaarste' publiek vormen.
Dat menigeen dit een conservatief stukje zal vinden besef ik. Maar dat is het aardige van een weblog: je kunt er zo conservatief op zijn als je wilt. (Ik bedoel overigens niet dat je zo'n surface-tafel niet zou moeten aanschaffen, al heb je voor hetzelfde geld natuurlijk ook 750 prentenboeken, maar alleen dat je er volgens mij niet te veel van moet verwachten als publiekstrekker voor de langere termijn).
Illustratie hier gevonden.
Labels:
bibliotheek,
bibliotheekvernieuwing
dinsdag 15 december 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)





