
Edwin vroeg me, in een reactie op mijn blogpost van afgelopen zondag:
Waarom toch altijd beginnen over conservatief als je zegt dat je het liefst zou zien dat bibliotheken alleen boeken bevatten en dan nog het liefst alleen literatuur? Dat is toch gewoon een wens/mening?
En Ton de Kruyff schreef n.a.v. diezelfde post:
Maar voor mij hoort er ook informatie in een bibliotheek thuis. Van allerlei kanten. Via een pc, maar ook weer vooral op papier.
Beide opmerkingen hebben me aan het denken gezet. Ik ben er nog niet uit, maar soms helpt het als je toch alvast wat opschrijft.
Waarom noem ik de gedachte aan een 'literaire bibliotheek' conservatief? Of ik dat altijd doe weet ik niet, maar ik zal het vast wel vaker hebben gedaan. Inderdaad is het gewoon een wens/mening, maar mij lijkt dat wat meestal als progressief of conservatief bestempeld wordt ook juist de wensen en meningen van mensen zijn. Over gedrag hoor je dat toch niet zo vaak. Ik zie dus geen tegenstelling tussen 'conservatief' en 'gewoon een wens/mening', eerlijk gezegd.
Maar daar is de vraag nog niet mee beantwoord, want ik begrijp natuurlijk best wat er bedoeld wordt: waarom associeer ik wat ik vind over een 'literaire bibliotheek' toch steeds met conservatief? En daar raakt de vragensteller wel een gevoelige snaar. Want het is een vorm van zelfbeschuldiging waar ik eigenlijk helemaal niet aan zou willen doen, maar waar ik me een beetje toe gedwongen voel door de sfeer in 'biblioblogland'. Of dat ook de sfeer is in 'bibliotheekland' in ruimere zin weet ik niet, want daar heb ik onvoldoende zicht op.
Als (en voor zover) ik 'biblioblogs' lees, lees ik daar vaak over vernieuwing en die vernieuwing is vrijwel altijd 'digitaal' van aard, om het zo maar even te noemen. De bibliotheek moet een nationale website hebben, de bibliotheek moet op hyves, de bibliotheek moet iets met wikipedia, de bibliotheek moet gevonden worden door zoekmachines, de bibliotheek moet een betrouwbare toegangspoort worden tot digitale informatie, in de bibliotheek moet je kunnen gamen, enz. Het is niet helemaal mijn wereld en misschien is het zelfs helemaal mijn wereld niet. Dat komt omdat ik werk voor hoogbejaarden én omdat ik met boeken werk. Over al die andere dingen lees ik wel eens wat en ik heb er ook wel af en toe een mening over, maar echt veel weet ik er niet van omdat ik er geen praktijkervaring mee heb. Van het een verwacht ik meer dan van het ander: een goeie toegangswebsite voor heel bibliothecair Nederland lijkt me van levensbelang voor de bibliotheek, aanwezigheid op hyves weer wat minder. Maar elk experiment, mits redelijk onderbouwd, goed uitgevoerd en bijtijds (en kritisch) geëvalueerd, lijkt me nuttig en ik lees er graag over. Als ik kritiek heb is die opbouwend bedoeld, d.w.z. theoretisch gesproken dan, want ik realiseer me heus wel dat mijn op- en aanmerkingen niet snel een beleidsmaker zullen bereiken, laat staan beïnvloeden. (Maar dat mag de pret in het geheel niet drukken.)
Al deze 'digitale' zaken worden, volgens mij, door vrijwel iedereen gezien als vooruitstrevend. De een zal ze wat meer omarmen en toejuichen dan de ander, maar je hoort nooit eens iemand zeggen dat 'digitaal' ouderwets of behoudend is. 'Bibliotheekvernieuwing' gaat dan ook heel vaak over digitale dingen en subsidie voor bibliotheekvernieuwing gaat volgens mij ook heel vaak naar digitale dingen.
Ik schreef het al in mijn eerste korte reactie op de vraag van Edwin: dat ik, als ik iets schrijf over de bibliotheek als centrum voor literatuur, daar meteen zelf maar vast aan toevoeg dat dat door veel mensen wel conservatief gevonden zal worden, komt door termen als 'boekenmuseum' en 'ouwe meuk' die ik af en toe lees als het op biblioblogs over boeken gaat. Zelf zeg ik nooit 'pretpark' of 'moderne shit' of zoiets, als ik het over nieuwe ontwikkelingen heb. Maar ik voel mij wél gedwongen om te zeggen 'ik weet dat menigeen het idee van een bibliotheek waarin het in de eerste plaats over literatuur gaat verouderd vindt' waarmee ik eigenlijk, ook al laat ik het er niet op volgen, toch een beetje bedoel: 'maar wees alstublieft zo vriendelijk mij daarom toch niet meteen af te schrijven' of zoiets.
En ja, dat moet maar eens afgelopen zijn. Het is nog net geen zelfcensuur, maar het begint er op te lijken. Dat ik me ertoe gedwongen voel zegt ongetwijfeld iets over mij en misschien ook iets over de sfeer in de biblioblogwereld. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik daar maar per ongeluk in verzeild geraakt ben en er maar half-en-half thuishoor, maar mijn plekje verdedigen met 'ik weet wel dat ik ouderwets ben, maar ik bedoel het toch echt goed hoor', dat is natuurlijk een beetje slap, en dan zeg ik het nog voorzichtig. Laf kun je het eigenlijk wel noemen.
Dat was dus even een confronterende vraag, maar wel nuttig. Dankjewel, Edwin.
Op de opmerking van Ton de K. kom ik hopelijk later nog terug. Ook over wat ik bedoel met een 'literaire bibliotheek' moet ik nog maar eens iets uitleggen. Maar zo was het wel weer even genoeg.
Kaart: Quint Buchholz, Der Gruss, Inkognito, Berlijn
