WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2014

Woorden en daden 2, antwoord aan Tenaanval


















Tenaanval schreef onder de titel 'Laaggeletterden als strohalm' op haar blog een reactie op mijn stukje over de bibliotheek en laaggeletterdheid. Hier volgt mijn antwoord.

Ha Tenaanval,

Net als jij vind ik reactievelden lastig om in te schrijven, bovendien vind ik het leuk om een aanleiding tot een blogpost te hebben, dus ik antwoord je op deze manier.

Zeer bedankt voor je reactie! Ik heb net, 'met de kennis van nu', de reportage nog een keer bekeken. Ik merkte dat ik het aantal laaggeletterden niet goed onthouden had, dat was 1,3 miljoen. Stichting Lezen & Schrijven heeft het al tien jaar over een aantal van 1,5 miljoen.

Ik vond het best een leuk programma, maar hoe jij het genuanceerd kunt noemen begrijp ik niet goed. Iedereen vond en zei hetzelfde en aan niemand werd ook maar één kritische vraag gesteld. De kern was 'de bieb moet blijven', het argument daarvoor was het hoge aantal laaggeletterden. Dat ik op twitter in gesprek raakte met Conny en Caroline, een gesprek waar de rest van deze discussie een gevolg van is, kwam omdat het me verbaasde dat niemand vroeg hoe het komt dat er zoveel laaggeletterden zijn terwijl er toch tot voor kort nog overal bibliotheken waren.

Er zijn nog wel meer vragen die ik graag gesteld en beantwoord had willen zien, bijvoorbeeld hoe dat aantal van 1,3 miljoen vastgesteld  is, of daar onderzoek naar is gedaan en zo ja hoe dan? En wat is precies laaggeletterd, wanneer komt iemand voor dat etiket in aanmerking? Zijn er tests voor? En het bedrag van 560 miljoen euro dat laaggeletterdheid de samenleving zou kosten, ook al zoiets ongrijpbaars. Wat zijn dat voor kosten? Bijstandsuitkeringen omdat veel laaggeletterden geen werk kunnen vinden? Dat zou best eens kunnen, maar als die mensen wél zijn opgeleid, dan zijn er nog steeds geen banen voor ze, want ook veel 'geletterden' zijn zonder werk.

Wat je schreef over de discussie van enkele jaren geleden over de Lees & Schrijf- en Makkelijk Lezen-pleinen in de bibliotheek, dat vond ik wel onthullend. Ik heb daar ook iets van gemerkt in de tijd dat ik zelf nog in de bibliotheekwereld werkte, ik was het inmiddels vergeten maar het kwam weer boven. Ik herinner me een presentatie van een marketingdeskundige die liet zien hoe zo’n nieuw ingerichte bibliotheek er dan uit zou kunnen zien. Je kon verschillende modules bestellen en ik geloof zelfs dat ik toen nog gevraagd heb of er ook iets voor grote-letterboeken bij was en daar was inderdaad een kast voor bedacht. En voor baby's was er ook wat. Maar de pleinen die eerder al ontworpen waren voor mensen die niet zo goed kunnen lezen, die pasten niet in het concept, dus die zouden helaas moeten verdwijnen. Was Conny toen ook in de zaal, om zich daartegen te verzetten? Anders zal ze dat ongetwijfeld elders gedaan hebben.

Dat tij is nu dus blijkbaar gekeerd, maar het laat volgens mij wel zien dat de bibliotheek een beetje zwalkt in haar aandacht voor laaggeletterden. Ik zou dan ook als wethouder met de bibliotheek in mijn portefeuille eerst graag een paar duidelijke afspraken willen maken voor ik besloot de bibliotheek te blijven subsidiëren vanwege de laaggeletterden. Wat Frank Huysmans in zijn reactie schreef zou ik zeker ter harte nemen:

Gemeenten doen er, als voornaamste subsidiegevers van het openbaar bibliotheekwerk, dan ook goed aan de bibliotheken bij de les te houden en te verlangen dat zij hun leesonderwijsondersteunende rol versterken. Lukt dit hun niet, dan kan dit deel van de bibliotheeksubsidie natuurlijk beter worden besteed aan andere partijen die dit wel voor elkaar krijgen.

Ik begreep uit de reactie van cajunlady dat bibliotheken subsidie kunnen krijgen van het SIOB, speciaal voor de bestrijding van laaggeletterdheid. Begrijpelijk dat bibliotheken daar gebruik van willen maken. Maar dergelijke projectsubsidies houden meestal weer een keer op. Vaak is dat het geval als een programma na een paar jaar net goed begint te lopen.  En dan zal de bieb weer iets nieuws moeten zoeken om indruk mee te maken op subsidieverstrekkers.

Wat Frank Huysmans in de reportage vertelde, dat in Noord-Europa het bestaan van en de toegankelijkheid tot bibliotheken iets is dat totaal niet ter discussie staat, dat is in Nederland helaas niet gelukt. Of dat aan de bibliotheek ligt of aan de politiek, wie het weet mag het zeggen. Misschien kan het er alsnog van komen. Maar dan zal veel duidelijker moeten worden waar de bibliotheek voor staat en vooral: hoe dat in de praktijk vorm krijgt. En dan zijn er in de bibliotheek naast marketeers en onderwijsspecialisten en ict-ers en informatiespecialisten en social media-kenners en noem ze allemaal maar op, óók mensen nodig die zelf veel van lezen houden en die vinden dat iedereen in elk geval de kans moet krijgen veel van lezen te gaan houden.

Hartelijke groet, schrvrdzs

p.s. Wat mij betreft mogen mensen die denken met een campagne als Igeekdebibliotheek de bieb te redden meteen elders hun diensten gaan aanbieden.
p.s. 2 Cajunlady schreef 'wiens brood men eet, diens woord men spreekt' en dat deed me denken aan 'wie betaalt, bepaalt'. Dat combinerend met het feit dat Stichting Lezen & Schrijven, zoals Eline in haar reactie vertelde, haar medewerking aan het programma heeft verleend, deed me ineens vermoeden waarom er geen kritische vragen gesteld werden. Maar hier speelt misschien gewoon mijn argwanende aard mij parten.

Schilderij: Gerard Boersma, The Thinker

woensdag 19 februari 2014

Woorden en daden


















Gisteravond raakte ik via twitter in gesprek over een reportage uit het programma Altijd wat, die over laaggeletterdheid en het sluiten van bibliotheken ging. Omdat een gesprek op twitter al snel een rommeltje wordt dacht ik: laat ik proberen er een blogstukje van te maken.

Ik hou van de bibliotheek en ik vind dat de bibliotheek op zo veel mogelijk plaatsen moet blijven. Laat ik dat eerst maar even zeggen. Sommige mensen vinden dat de bieb wel weg kan omdat je toch alles op internet kunt vinden of omdat er e-boeken zijn. Zo denk ik er dus niet over. Ik hou weliswaar van de bibliotheek met een wat wanhopige en onbeantwoorde liefde, het soort liefde dat Edwin Mijnsbergen mooi vergeleek met de tegen-wil-en-dank-liefde die je voor Feyenoord kunt voelen. Het is een rotclub, maar het is wel míjn rotclub, zoiets.

Omdat ik van de bibliotheek hou keek ik gisteravond naar Altijd Wat. Iedereen in de reportage was het er over eens dat de bibliotheek niet weg mag, omdat er zoveel laaggeletterden zijn in Nederland. We zagen een man die tot voor kort niet kon lezen en schrijven en die dat nu geleerd heeft. Hij vertelde hoe blij hij daarmee was en hoe het zijn leven veranderd had en hoeveel hij van de bibliotheek was gaan houden. Dat was dapper en leuk en een beetje ontroerend en je gunt natuurlijk iedere jongere en volwassene die niet kan lezen en schrijven dat hij of zij het zo snel mogelijk alsnog kan leren.

Ik ben eerlijk gezegd vergeten over welk aantal laaggeletterden het gisteren ging, maar vaak wordt het getal van 1,5 miljoen genoemd. En omdat het er zoveel zijn blijkt daar meteen uit dat de bibliotheek hard nodig is, wordt dan gezegd, en is het dus helemaal fout om overal bibliotheken te sluiten. En dan denk ik: waarom vraagt nou nooit niemand in zo’n reportage eens: Tot voor kort waren er nog overal bibliotheken en toch zijn er 1,5 miljoen laaggeletterden in Nederland, hoe zit dat? Zijn die 1,5 miljoen niet te helpen of hebben de bibliotheken dat niet voldoende geprobeerd? Hetzelfde vraag ik me ook af bij de Stichting Lezen & Schrijven. Die bestond onlangs tien jaar en ze zeggen al tien jaar dat ze hard nodig zijn omdat er 1,5 miljoen laaggeletterden zijn in Nederland. Dan denk ik ook: zou het niet overtuigender zijn als je kon zeggen dat er tien jaar geleden 1,5 miljoen waren en nu nog maar 0,5 miljoen? Of voor mijn part 1 miljoen?

De man die in het programma aan het woord kwam was lezen en schrijven gaan leren omdat zijn baas ontdekt had dat hij dat niet kon. Die baas zei toen: Daar gaan we wat aan doen; de man ging naar school en leende boeken bij de bieb. De bibliotheek heeft boeken in huis die geschikt zijn voor volwassenen die net beginnen met lezen. Dat is fijn, maar daar hoeft te bieb niet voor te blijven. Die boeken hadden ook aanwezig kunnen zijn op de school waar die man leerde lezen en schrijven. Dan had hij ze daarvandaan mee naar huis kunnen nemen. Hij was dan misschien niet de bibliotheek als zijn tweede huis gaan beschouwen, zoals hij vertelde en zoals menig bibliothecaris op twitter prachtig vond. Maar misschien waren andere laaggeletterden van de cursus wel blij geweest als ze hun leesboeken meteen mee naar huis hadden kunnen nemen. Want hoe voelt het als je nog maar net kunt lezen en als je dan in de bak met makkelijk-lezen-boeken staat te zoeken en ineens staat de buurvrouw naast je? Dan durf je misschien wel nooit meer naar de bibliotheek. Niet iedereen is zo dapper als die man in de reportage.

Ik heb een beetje de indruk dat de bibliotheek in de laaggeletterden ineens een strohalm ziet om zich aan vast te klampen in deze tijd van onzekerheid. Eerder waren het de zzp-ers die in de bieb kwamen werken en de scholieren die er hun werkstukken zaten te maken. Toen dacht ik ook al: daar heb je de bibliotheek niet voor nodig, dat kan in een café met internet ook. Want die zzp-ers en die scholieren, die komen voor de tafels en stoelen en de wifi, niet voor de boeken. De laaggeletterden komen, áls ze komen, dan nog wel voor de boeken maar ik vraag me af of de bieb de beste plaats is om die boeken neer te zetten. Vanwege die buurvrouw. 

Natuurlijk moet er zoveel mogelijk gedaan worden tegen laaggeletterdheid. Elke volwassene die wil leren lezen en schrijven moet een cursus kunnen volgen, net zolang tot het gelukt is. Er zou geen kind meer de school mogen verlaten dat niet goed genoeg kan lezen. Iedereen gaat minstens tot zijn zestiende naar school, hoe is het dan toch mogelijk dat er 1,5 miljoen Nederlanders rondlopen die niet of nauwelijks kunnen lezen en schrijven? Terwijl er ook al tien jaar een Stichting Lezen & Schrijven is en terwijl de afbraak van de bibliotheeksector nog maar net begonnen is? Snappen jullie dat? Ik niet.

Ik vind het erg belangrijk dat laaggeletterdheid wordt aangepakt en vooral: voorkomen. Ik vind het ook erg belangrijk dat de bibliotheek blijft bestaan. Als plaats waar iedereen die behoorlijk heeft leren lezen en schrijven kan ontdekken wat er allemaal te lezen valt. Hoe niet alleen het feit dát je kunt lezen je leven kan veranderen, maar vooral wát je kunt lezen. Daarom moet de bibliotheek blijven, om dat uit te dragen. Maar dat is een ander verhaal.

Schilderij: Ignat Bednarik

woensdag 27 februari 2013

Brief aan Tenaanval 2














Ha Tenaanval,

Hartelijk dank voor je antwoord! Bloggen is vaak het leukst als iemand het niet met je eens is, daar zijn we het wel over eens denk ik. Dus spreek ik je nog maar een keertje tegen ;-)

Ik had uit je blogstuk begrepen dat je vond dat een kast of kastje met een willekeurige verzameling boeken geen bibliotheek genoemd mag worden maar dat het om die naam te mogen dragen een overdachte verzameling moet zijn. En daarom vond ik dat zowel zo'n little free library als de Vakantiebieb van de ANWB en de 'collectie' van Leeszaal Rotterdam West in principe hetzelfde zijn. Want bij alledrie is de verzameling boeken volstrekt willekeurig en afhankelijk van 'wat de mensen zoal wegdoen' (ik moet ineens aan Suzanne van Herman van Veen denken). Ik vind dat je dat gerust allemaal 'bibliotheek' mag noemen. Bibliotheek betekent verzameling boeken, en meer niet. En natuurlijk is 'de bibliotheek' iets anders, maar dat snapt toch iedereen? Dus waarom bezitterig doen over die naam? PWA doet toch ook niet moeilijk over de IJskoning? Om maar iets te noemen.

Uit je reactie begreep ik dat je niet alleen de willekeurigheid van zo'n kastje of kast(en) met boeken als argument ziet om iets geen bibliotheek te noemen, maar ook het feit dat er niets met die boeken gedaan wordt. Je zegt dat bij een bibliotheek de collectie wordt ingezet voor andere doelen: educatie, bestrijding van laaggeletterdheid, mediawijsheid. Ik heb daar onvoldoende zicht op maar ik geloof het meteen als jij het zegt en ik juich het van harte toe. Dat is allemaal nuttig en nodig.

Maar het is natuurlijk óók zo dat de bibliotheek voor veel mensen alleen maar de plaats is waar ze af en toe of vaak wat te lezen halen. En die mensen kan het weinig schelen of er in de back-office van die bibliotheek aan educatie en mediawijsheid gedaan wordt. Ze willen gewoon een paar boeken meenemen om te lezen. Of om uit voor te lezen. Of om uit te koken. En dát zijn de mensen die steeds vaker teleurgesteld zijn in de bibliotheek. Omdat de boeken die zij graag lezen er niet meer staan of omdat de bibliotheek alleen open is als zij op hun werk zitten of omdat het filiaal in hun buurt gesloten wordt. En een little free library is daar natuurlijk geen oplossing voor, maar het is, denk ik, een soort signaal: kijk eens, het kan ook anders. Heel veel mensen hebben boeken teveel en heel veel mensen zijn op zoek naar iets te lezen en als we dat nou eens bij elkaar brengen? (Waarom is de bibliotheek daar eigenlijk niet opgekomen? Om ook een kast neer te zetten waarin lezers hun overtollige boeken kunnen zetten die anderen dan weer mee kunnen nemen?)

En ook in die zin is, denk ik, een initiatief als Leeszaal Rotterdam West hetzelfde als die kleine kleurige kastjes: een signaal dat het ook anders kan. Dat als de officiële bibliotheek vertrekt, dat dan de niet-officiële bibliotheek het gaat proberen. En dan krijgen alle echte bibliothecarissen de kriebels, want vrijwilligers, zoals bekend, die weten er niks van. Niks van collectievorming, niks van educatie, niks van het bestrijden van laaggeletterdheid. Maar anderen krijgen er andere kriebels van: het aangename gevoel dat je ook buiten de gebaande paden kunt lopen. Dat je vrijwel zonder geld iets voor elkaar kunt krijgen. Dat je met een ouwe tafel en twintig verschillende stoelen ineens een leuke leestafel kunt hebben. Dat je met boeken die je zelf niet meer hoeft een ander een plezier kunt doen. Dat je in een kastje of kast ineens iets ziet staan dat je graag wilt lezen. En dat je het dan zomaar zonder pasje mag meenemen.

In een erg verlicht moment zou je zelfs kunnen denken dat je hier iets ziet opdoemen van een nieuwe maatschappij...

Maar nu draaf ik natuurlijk veel te ver door.

En wat betreft die ANWB-Vakantiebieb, daar heb je helemaal gelijk in, dat is alleen maar marketing. Maar is het dan niet juist leuk dat voor die marketing iets met bóeken gedaan wordt?

En wat betreft Bibliotheek Rotterdam, daar heb je ook helemaal gelijk in. Uiteraard wordt daar nagedacht over de opbouw van de collectie. Maar ik blijf het toch raar vinden dat oudere boeken van een bekende schrijver die nog steeds schrijft uit de collectie verdwijnen. Waarom kunnen die niet bewaard worden in een aparte zaal met volle hoge kasten, waar de retailgedachte nog geen invloed heeft? Ik zou ze daar graag gaan opzoeken.

Wederom een hartelijke groet, schrvrdzs


p.s. De foto ben ik speciaal voor jou (en natuurlijk ook om hem bij deze brief te kunnen doen) gaan maken in de Leeszaal. Dergelijke kastjes hebben op diverse plaatsen in de wijk buiten gehangen, als reclame voor het Leeszaalfestival van november. Soms verdwenen  niet alleen de boeken maar werd ook het kastje meegenomen. Vandaar waarschijnlijk dat ze nu ter decoratie binnen dienen. De gedachte achter de mini-collectie die zich erin bevindt laat zich eenvoudig raden ;-)

maandag 25 februari 2013

Brief aan Tenaanval


















Ha Tenaanval,

Ik las een paar dagen geleden je blogpost 'Een bieb is een bieb is een bieb?' en voelde de neiging opkomen erop te reageren. Ik dacht: dat zakt wel weer, maar nee. Dus hier alsnog een reactie, in de vorm van een brief. Voel je niet verplicht terug te schrijven hoor!

'“Da’s geen bieb, dat is een verzameling boeken die niemand meer wil hebben.” Dat klinkt misschien een beetje flauw, maar dat is wel precies wat mijn probleem is met al die “little free libraries” die nu overal oppoppen.' schrijf je. Tja, en toen dacht ik meteen ook iets flauws: de bibliotheek, dat is een verzameling boeken die niemand meer wil lezen. Dat is precies wat mijn probleem is met al die bibliotheken die de retailgedachte omarmd hebben.

Maar goed, laten we niet flauw doen. We weten allebei dat we maar ten dele gelijk hebben. De little free libraries worden gebruikt, de bibliotheek ook. In beide kun je soms iets van je gading vinden, soms ook niet.

Op dat idee 'boeken die niemand meer wil hebben' borduur je nog wat door: boeken die DeSlegte niet wil hebben, boeken die van de papiercontainer gered zijn. Dat van DeSlegte kan kloppen, maar dat niemand die boeken meer wil hebben lijkt me onzin. Het gaat om één persoon die ze niet meer wil hebben en die ze daarom beschikbaar stelt voor een ander, die ze misschien best wil hebben. En boeken van de papiercontainer redden, dat lijkt me iets dat alleen maar toe te juichen is.

Ik kom de laatste tijd af en toe in Leeszaal Rotterdam West. Ik heb er een paar maanden geleden een blogstukje over geschreven, dat je denk ik wel gelezen hebt. En er stonden ook artikelen over in het Bibliotheekblad en op bibliotheeksites, dus je bent neem ik aan op de hoogte van het idee erachter. Dat idee is veel breder dan alleen het ruilen van boeken, zoals ook het idee achter de 'echte' bibliotheek breder is dan alleen het uitlenen van boeken. Bij de Leeszaal gaat het ook om de ontmoetingsfunctie, de bijdrage aan de saamhorigheid van een zeer diverse wijk, het is een plaats waar ZZP-ers uit de buurt elkaar kunnen ontmoeten, waar films te zien zullen zijn, waar auteurs komen voorlezen, waar vergaderd kan worden, waar kleine congressen kunnen worden gehouden. Het is allemaal nog in opbouw en of het lukt weet niemand, maar veel mensen geloven erin en doen er hun best voor. Misschien is het nog eens iets voor een volgend blogstukje, maar nu wil ik het, naar aanleiding van wat jij schreef, alleen hebben over de 'collectie'. Ik zet het maar even tussen aanhalingstekens, want van jou mag het vast geen collectie heten, omdat er geen gedachte achter zit. En ja, het is een zootje ongeregeld. Er zit geen lijn in, geen systeem, er is geen plan voor gemaakt. Het zijn simpelweg boeken die iemand niet meer wil hebben. Met een paar tegelijk naar de Leeszaal gebracht, soms een plastic tasje vol, soms per doos, soms een groot deel van het boekenbezit van iemand die overleden is. Er zitten stokoude boeken bij maar ook veel recente, zo te zien maar een keer of zelfs helemaal niet (want nog in de krimpfolie) gelezen. Iemand zal gedacht hebben: ik zal het zelf niet meer lezen, weggooien is zonde maar in m'n kast hoef ik het ook niet, dus dit is een mooie manier om er vanaf te komen en zo heeft een ander er misschien nog wat aan.

Het is precies hetzelfde als de little free libraries, maar dan op grotere schaal. En wat die vakantiebieb van de ANWB doet, dat is natuurlijk ook hetzelfde. En er zit wel degelijk een gedachte achter en wel deze: wat de een niet meer hoeft, daar kan een ander nog plezier van hebben. Niet alles hoeft diep overdacht te zijn, niet over alles hoeft vergaderd te worden. Sommige ideeën komen spontaan op. En van mij mag je elke verzameling boeken een bibliotheek noemen. Je hebt 'de' bibliotheek en je hebt allerlei andere bibliotheken en bibliotheekjes. De ANWB noemt hun ruilkast trouwens 'Vakantiebieb' en 'bieb' is een woord dat een 'echte' zichzelf respecterende bibliothecaris nooit gebruikt, is mij ooit verteld. Dus dat moet zéker mogen. Bij de Leeszaal gebruiken ze het woord bibliotheek ook niet, heel goed beseffend dat ze dat niet zijn.

En weet je wat raar is? Naarmate zo'n ongestructureerde collectie groter wordt, komt er vanzelf meer lijn in. Steeds meer auteurs raken vertegenwoordigd, je kunt de 'spannende boeken' er tussenuit vissen en dan heb je zomaar een spanningskast. Iemand schenkt een paar dozen Franse boeken en dan heb je ineens een afdeling Franse literatuur. En weet je wat leuk is? Mensen nemen iets mee en geven er iets anders voor terug en zo is de 'collectie' steeds in beweging zonder dat je er geld voor hoeft uit te geven.

Tot slot even over die gedachte die achter de collectie zit bij de 'echte' bibliotheek. Ik neem onmiddellijk aan dat die er is, maar ik weet óók dat boeken die tien jaar oud zijn meestal gedachteloos op grond van hun leeftijd uit de collectie gehaald worden. Zo kun je dus meemaken dat je van een schrijver die al vele jaren schrijft en die je nu eens wilt leren kennen, zoals ik dat onlangs had met Paul Auster, zijn oudere werk maar met moeite kunt bemachtigen omdat Bibliotheek Rotterdam op de bovenste planken de boeken frontaal wil plaatsen en er daarom maar weer eens een rondje afschrijven tegenaan heeft gegooid. En, met alle respect en liefde die ik mijn hele lezende leven al voor de bibliotheek voel, ik vind dat je dan toch een beetje bescheiden moet zijn over die 'gedachte' achter je collectie.

Met hartelijke groet, schrvrdzs


Op de foto een kleine selectie uit de 'collectie' spannende boeken van Leeszaal Rotterdam-West, gevonden op hun facebook-pagina.

woensdag 28 november 2012

Zo hip als de bieb
















Bij het Kruitvat zag een een bak met kindertasjes, roze met een motief van poppetjes, en daar stond bij: hippe schoudertas. En toen dacht ik: zal ik dan toch maar een blogstukje over 'hip' schrijven? Want met dat woord loop ik al een paar dagen rond. En ik weet ook hoe het komt: door de Leeszaal. Omdat ik ooit een raar liedje op YouTube heb gevonden over 'die hippe hippe leeszaal'. En het komt ook een beetje door de lezing van Juul Martin die ik in de Leeszaal hoorde. Hij zei dat de mensen van de Leeszaal een soort voorhoede vormen omdat ze bezig zijn met iets wat in de maatschappij nu nog nieuw is en misschien vreemd wordt gevonden maar wat over een tijdje algemeen gebruik zal zijn: delen. Zoals het een aantal jaren geleden nog raar was als je iemand op straat hoorde telefoneren, terwijl dat nu heel normaal is. Waarbij ik overigens, nu ik dit opschrijf, denk: dat bellen op straat is eigenlijk ook alweer een beetje uit de tijd, want veel mensen bellen niet meer maar WhatsApp-en of hoe het heten mag (ik ben er zelf ook een beetje uit).

Zo kwam ik bij het woord 'hip' terecht. Dat vind ik al jaren een interessant woord omdat het is weggeweest en toen weer teruggekomen. Dat is althans mijn idee. Begin jaren '70 was 'hip' de uitdrukking voor 'helemaal in', van deze tijd, nieuw, jong, te-gek-weetjewel. Zo ongeveer herinner ik het me. Of hip nou van hippies kwam of hippies van hip, dat weet ik niet, maar het had in elk geval alles met elkaar te maken.

Maar een paar jaar later werd 'hip' een beetje een verdacht woord. Een woord van je ouders. Als die zeiden dat je nieuwe broek hip was, dan kreeg je een vervelend gevoel. Ten eerste hoorden ouders zo'n woord niet in de mond te nemen, ten tweede was die broek misschien toch minder leuk dan je eerst gedacht had. Met andere woorden: hip was een belegen woord geworden en het verdween naar de achtergrond.

Ik was dan ook verrast toen het woord, een jaar of dertig later, weer terug bleek te zijn. Je hoorde het opeens weer en het had opnieuw die sfeer van vroeger: nieuw, dynamisch, iets van een nieuwe tijd. Dat vond ik bijzonder. Inmiddels is hip geloof ik een woord dat er gewoon bijhoort en dat niet zoveel bijzonders meer betekent en dat dan ook niet misstaat bij de schoudertassen van het Kruidvat.

En nu weet ik eindelijk weer waar ik óók nog aan dacht, en waarmee dit stukje dan hopelijk alsnog een beetje verband krijgt: ik dacht aan de hipste bibliotheek ter wereld. DOK-Delft is daar ooit toe uitgeroepen en hoewel ik het toen ik er een keer ging kijken een leuke bibliotheek vond, heb ik ook altijd gedacht dat wat ze daar hip vinden een beetje het hip is van je ouders en de broek. Ze hebben in DOK een turquoise trap en zebratapijt en bollen met muziek erin en touchscreentafels. En dat heb ik altijd een al snel weer gedateerd soort hip gevonden. En nu, misschien een klein beetje gehersenspoeld door de nieuwetijdsgoeroe Juul Martin, denk ik dat de ouwe tapijten en tweedehands caféstoelen van de Leeszaal, dat die pas écht hip zijn. Omdat hergebruik en duurzaamheid en delen en soberheid de toekomst hebben.

Soms kan ik wel eens een beetje doorslaan, ik weet het. Dat trekt vanzelf weer bij.

Foto hier gevonden.

zaterdag 24 november 2012

Zalig lezen




















Gisteravond hoorde ik iemand een verhaal vertellen over maatschappelijke overwaarde en de economie van het delen, at ik heerlijke kerriesoep en erg lekkere tabouleh, luisterde naar een stemkunstenaar en een bas-saxofonist, keek de Volkskrant in, maakte een praatje met een paar mensen, dronk een kopje thee, en zag verschillende boeken die ik wel zou willen lezen.

Verder zag ik: een piepkleine baby, een mevrouw met mooie rode lippenstift, een stel Marokkaanse jochies, een paar heren in pak, een mevrouw met een sleutelbos om haar hals, een groepje Ethiopiërs (denk ik), twee kleine meisjes met roze nagellak die aandachtig naar de stemkunstenaar luisterden, een klein hondje, en ook nog een heleboel mensen die me wat minder opvielen dan de hiervoor genoemde.

Waar was ik? Drie keer raden. De boekhandel? Nee. De bibliotheek? Ook mis. Een buurtfeest? Hm, komt in de richting.

Drie keer fout maar jullie hebben toch allemaal een boek gewonnen. Dat kun je gaan ophalen in Leeszaal Rotterdam West. Want dáár was ik gisteravond en daar zijn heel veel boeken en die mag je zomaar meenemen. Het is fijn als je er een ander boek voor terugzet, maar het hoeft niet. En geloof me, ze hebben er goeie boeken. Het Verzameld werk van Bloem en Achterberg waren aan het eind van de avond weg, maar Franca Treur en Vestdijk en Maarten 't Hart en Siebelink en Cees Buddingh' en Hella Haasse, die stonden er allemaal nog. Ik kan niet zo goed schatten maar ik denk dat ik met duizend boeken niet te hoog zit.

Hoe die boeken daar komen? Dat is een lang verhaal dat ik maar zeer ten dele ken. Dit is wat ik er van gehoord heb.

Bibliotheek Rotterdam sluit een groot deel van zijn vestigingen. Ook die in het Oude Westen gaat binnenkort dicht. Een paar buurtbewoners dachten toen: laten we proberen zelf een bibliotheek te beginnen. Dit schrijf ik waarschijnlijk niet goed op, ik denk dat het moet zijn: we gáán zelf een bibliotheek beginnen! Want zulke mensen zijn het, die niet lang en breed piekeren, maar die gewoon beginnen. Het heeft ongeveer een half jaar geduurd, er waren heel veel vrijwilligers bij betrokken (de aantallen die ik hoorde noemen liepen uiteen van zeventig tot honderd), er werd een grote (maar kale) ruimte gevonden die een maand lang gratis gebruikt mocht worden, er werd een budget bij elkaar gepraat van vijfduizend euro en er werd hard gewerkt. En toen ik er vorige week zondag voor het eerst langsliep om eens te kijken wat het nou eigenlijk was, die Leeszaal waar ik hier en daar op internet over gelezen had, toen was het klaar en kon de volgende dag het Festival beginnen. Ik mocht binnenkomen, kreeg uitleg en wist niet wat ik zag: zo leuk zag het eruit. Oude caféstoelen, lange leestafels van sloophout, lampjes van Ikea, vloerkleedjes, achterin een filmzaal, een bar, een hoekje voor kinderen. Een rijtje allemaal verschillende computers langs de wand. Allerlei verschillende boekenkasten vol boeken. Planken met tijdschriften. En wie denkt: dat zal wel een rommeltje zijn, die vergist zich. Want het is ingericht door iemand die daar verstand van heeft. En dat zie je.

De boeken en tijdschriften, trouwens, die zijn gewoon ingeleverd door mensen die ze zelf niet meer hoefden. 'Er zijn zoveel boeken schaarloos,' zei een van de initiatiefnemers tegen me. De kunst is natuurlijk om mensen ertoe te bewegen ze te komen brengen. Die kunst verstaan ze daar.

De hele week was er vanalles te doen, workshops, lezingen, auteurs die kwamen voorlezen. Ik heb spijt dat ik pas op de laatste dag gegaan ben want ik denk dat ik heel wat gemist heb. Maar de laatste avond heb ik in elk geval meegemaakt.

Dit lijkt een succesverhaal en dat is het ook. Maar nu komt natuurlijk de vraag: kan het zo blijven? Mag de Leeszaal gratis in dat al jaren leegstaande pand blijven zitten? Wil het energiebedrijf meewerken? Dat moet nog verder geregeld worden. Dus na deze flitsende start is de Leeszaal nu jammergenoeg weer dicht. Maar ze gaan uit van een 'doorstart', begin volgend jaar. Want dat het in een behoefte voorziet, dat is deze week wel gebleken. En de Marokkaanse jochies die – natuurlijk – op de computers afkwamen, hebben zich zelfs ook al als vrijwilligers aangeboden.

Dit staat op de site van de Leeszaal:

Een leeszaal is een plek voor culturele en sociale uitwisseling en verrijking. 

Dat is mooi gezegd en het is nog waargemaakt ook.

Hier vind je de site van Leeszaal Rotterdam West.
En, op zoek naar een foto, zag ik dat ook het Bibliotheekblad aandacht aan de Leeszaal heeft besteed, zie hier (de foto hierboven komt uit dat stuk). En hier staat ook nog een artikel.

donderdag 22 november 2012

Spelen doe je maar thuis


















Onlangs las ik twee twitterberichten (die ik nu even samenvoeg, de plaatsnaam kort ik voor de goede orde af ), afkomstig van iemand die in een bibliotheek werkt:

Wij hebben in E. nu dus retail. Volgens strakke regels. We hadden een prachtig klimhuisje voor de kids. Dat mag niet meer van "het Bureau". Huilende kindjes en verontwaardigde ouders. Dat allemaal omdat het "niet binnen de formule past". Ben ik nou gek?

Uit latere twitterberichten van dezelfde bibliothecaris bleek me dat er waarschijnlijk toch weer een speelhuisje zal komen. Maar daar gaat het me nu even niet om. Als niemand er iets van gezegd had was dat speelhuisje voorgoed verdwenen. Of op zijn minst tot de invoering van de volgende formule. Dat de kinderen het huisje misschien zouden missen, daar was van te voren blijkbaar niet mee gerekend. Het gaat tenslotte om een 'formule' en als daar een huisje voor moet verdwijnen, dan is dat nu eenmaal zo. Er zullen vast ook een heleboel boeken zijn afgeschreven. Om de rest speelser te kunnen presenteren. Ofzoiets.


Er zijn ook bibliotheken waar de kinderen mee mogen denken over de inrichting. Dat lijkt me een betere formule. Want wie het als kind leuk vond in de bibliotheek, die komt misschien als hij of zij zelf kinderen heeft weer terug. Of blijft misschien zelfs als puber gewoon komen. En dat scheelt dan weer mooi in de marketingkosten.

Foto hier gevonden.

zondag 28 oktober 2012

Kijken niet lenen


















Vrijdag las ik de column van Arjen Fortuin in NRC-Boeken. Inmiddels zag ik op twitter al een paar keer verwijzingen van bibliothecarissen naar die column. Er stond niet bij wat men ervan vond. Jammer, want daar ben ik wel benieuwd naar.

Ik, als lezer en bibliotheekgebruiker, dacht in goed Rotterdams: zijn ze nou helemáál van de pot gepleurd?! Ik had wel eens foto's gezien van de bibliotheek waar Fortuin over schrijft, de nog niet zo lang geleden geopende 'Boekenberg' in Spijkenisse. En dan dacht ik: wat staan die boeken daar hoog, hoe zouden ze daar bij kunnen? Ik nam aan dat er een soort galerijtjes waren die je op de foto niet zag. Maar dat was een beetje naïef van me en gebaseerd op de verouderde gedachte dat in een bibliotheek boeken staan die je kunt lenen. Niks hoor, een deel van de boeken in de Boekenberg dient slechts ter decoratie. Het zijn afgeschreven boeken die je niet meer kunt lenen en waar je dus ook niet bij hoeft te kunnen. (Wie maakt ze schoon trouwens, want iedereen weet hoeveel stof boeken kunnen verzamelen. En wat kost dat dan, zo'n hoogwerker met iemand erop die stof afneemt? Hoeveel nieuwe boeken kun je daar voor kopen? Maar dit tussen haakjes.)

Fortuin noemt een paar titels die daar in de hoogte staan en dat zijn nou niet direct boeken waarvan je denkt: die leest niemand meer. Maar je kunt ernaar fluiten of ze uit een andere bibliotheek laten komen, als ze daar tenminste nog wél in de collectie zitten.

Gisteren was ik bij Bibliotheek Rotterdam. Een boek van Auster was voor me uit Den Haag gekomen. Dat kost me  €1,50. Niet onoverkomelijk, maar als het te vaak gebeurt toch vervelend. Het ging met het uitlenen ook nog mis, ik moest terug en ik was een beetje geïrriteerd en zei daarom iets als: Ja, dat kost me elke keer 1,50 omdat jullie alles weggooien. Waarop de bibliotheekmedewerker zei: We kunnen nu eenmaal niet alles bewaren. En ik: Dan moet u maar eens boven gaan kijken naar al die lege kasten, daar kan nog heel wat bij. En voegde daar vergoeilijkend aan toe: Maar daar kunt u niks aan doen natuurlijk.

En later had ik spijt dat ik zo onaardig was geweest, maar ik dacht ook: als iedereen z'n mond houdt zullen ze nooit horen wat de mensen ervan vinden, en toen had ik weer een beetje minder spijt. De kunst is natuurlijk om het vríendelijk te zeggen. In de Boekenberg kun je nu dus gaan meemaken dat je een onbereikbaar boek ziet dat je wel zou willen lenen en dat ze het dan voor je moeten aanvragen in Den Haag of Den Helder.

Ik moet ineens aan 'De Schaduw' denken, die detective uit de serie van Havank. Die had een bril die uitsluitend diende 'ter verhoging van de deftigheid en het decorum'. (Of was het zijn medewerker Polycarpus Frochot die zo'n bril had? Doet er ook niet toe.) En ik moet ook denken aan het liedje 'Daar mag je alleen maar naar kijken, maar aankomen niet.'

Fortuin schrijft dit:
Overal in bibliotheken verdwijnen boeken waarvan je niet wist dat je ze zocht ten faveure van de boeken die iedereen al vindt (...).

En zo is het. En dat is erg. Of laat ik zeggen: ík vind dat erg. Maar ik ben vast niet de enige.

De Boekenberg is trouwens, door een jury waarin Arjen Fortuin ook zat, verkozen tot de op een na beste bibliotheek van Nederland. De OBA is nummer een geworden. Ik vraag me af wat de criteria zijn geweest.

Foto: Flickr, gemaakt door: whester

vrijdag 31 augustus 2012

Nieuw, dus beter


















Op Volkskant.nl staat een artikel over de bibliotheek. Daarin wordt een woordvoerster van de Vereniging Openbare Bibliotheken geciteerd:

'We kijken hoe we de bibliotheek aantrekkelijk kunnen maken en hoe we kunnen zorgen dat mensen langer binnenblijven. Dat doen we onder meer door meer actueel aanbod te hebben, terwijl oude boeken sneller van de plank verdwijnen. Het aanbod moet gaan lijken op dat van een boekenwinkel.'

En toen dacht ik: nee! dat moet helemaal niet! Althans, ík zit er niet op te wachten. Al is het nog wel de vraag wat voor boekwinkel dat zou moeten zijn, waar de bibliotheek op moet gaan lijken. De Bruna? Of meer iets als die boekhandel die pas in de NRC stond, Schimmelpenninck? Het laatste model zou mij meer aantrekken dan het eerste, al besef ik dat het voor een openbare bibliotheek te 'elitair' is.

Maar het grote verschil tussen de bibliotheek en de boekhandel zou, vind ik, moeten zijn dat je in de bibliotheek boeken kunt vinden die in de boekhandel niet meer te krijgen zijn. Vroeger was dat inderdaad zo, maar het is minder en minder het geval. 'De bibliotheek heeft geen bewaarfunctie,' zeggen bibliothecarissen soms. Dat zal wel zo zijn, en het is natuurlijk onmogelijk om alles te bewaren, want dan kan er op een keer niks nieuws meer bij. Maar het komt er in de praktijk vaak op neer dat boeken die ouder zijn dan tien jaar uit de collectie verdwijnen.

Ik sprak een paar jaar geleden een bibliothecaris die een tijdje thuis had gezeten omdat haar baas had gezegd: ik geloof dat jij het niet zo goed meer aankunt, ga maar een poosje uitrusten. Er zal vast nog meer aan de hand zijn geweest, maar de aanleiding was als volgt. Er kwam een mevrouw in de bibliotheek die net een bekende Nederlandse schrijver, ik weet niet meer welke het was, maar laten we zeggen Jan Siebelink, ontdekt had. Ze wilde nu ook graag zijn oudere werk lezen maar kon het niet vinden. De bibliothecaris die mij dit vertelde had het nagekeken voor die mevrouw en toen ontdekt dat de oudere titels van Siebelink waren afgeschreven door een van haar collega's. En toen werd ze zó ontzettend kwaad dat haar baas vond dat ze thuis maar moest gaan bijkomen.

De Centrale van Bibliotheek Rotterdam, waar ik wekelijks kom, heeft het lang volgehouden om ook oudere titels op de plank te hebben. Maar sinds enige tijd heeft ook daar de retailgedachte ingang gevonden en is er drastisch gesaneerd om de boeken op de bovenste planken frontaal te kunnen presenteren. Want daar gaan de mensen meer door lenen, snapt u? En daar doen we het toch allemaal voor. Al zei ook iemand die er werkt en die ik ken tegen me: dit is toch geen bibliotheek meer?! Ik merkte dat bijvoorbeeld een heleboel titels van Knut Hamsun, die ik het afgelopen jaar gelukkig net allemaal gelezen had, verdwenen zijn. Er staan alleen nog wat herdrukken van hem, want die zijn nog geen tien jaar oud. Ik ben onlangs begonnen Paul Auster te lezen, die schrijft al een jaar of veertig. Het valt me niet eens tegen wat ik kan vinden, moet ik zeggen, maar mijn eerste aanvraag is al onderweg: een ouder boek van hem moet via het Interbibliothecair Leenverkeer uit Haarlem komen.

Ik begrijp heus wel dat niet elke bibliotheek alles kan hebben. Maar een grote bibliotheek als de Centrale van Rotterdam, zou die nou niet gewoon het complete werk van alle grote schrijvers in huis kunnen hebben? Een soort canon? En dan bied ik me graag aan als vrijwilliger om al die titels tweedehands en 'in goede staat' op te sporen.

Dat de bibliotheek op een boekhandel zou moeten lijken, daar maak je mij als lezer dus zeker niet blij mee. Misschien zou het concept van de toekomstige combinatie Selexyz/DeSlegte dan nog het beste voorbeeld zijn, daar verkopen ze tenminste ook oude boeken.


Foto van De Nieuwe Bibliotheek, Almere, gevonden op Flickr, gemaakt door Hotfield.

zondag 23 oktober 2011

Veilig lezen























Gisteren moest ik ineens denken aan het moslimmeisje waar ik 3 jaar geleden een blogstukje over schreef. Dat meisje dat zo graag las en soms klappen kreeg omdat ze uit de bibliobus boeken meenam die ze van haar vader niet mocht lezen. Toen was ze 12, hoe zou het nu met haar gaan? Zouden de 'Hoe overleef ik'-boeken haar geholpen hebben?

Dat ik aan haar moest denken komt door Nederland Leest. Ik heb nooit erg veel voor Nederland Leest gevoeld, maar veel kwaad heb ik er ook nooit in gezien, behalve dat ik denk dat het geld nuttiger besteed kan worden. Maar dat geldt voor erg veel geld. En het is natuurlijk wél ontzettend leuk dat het Nederland Leest-boek dit jaar ook in een groteletterversie wordt uitgedeeld. En omdat ik daar zelf ooit nog 's actie voor heb gevoerd, zou ik nu dik tevreden moeten zijn.

Maar dat ben ik niet. Ik twijfel. Ik denk aan het moslimmeisje. Dat komt omdat ik me afvraag of de keuze voor Het leven is vurrukkulluk en voor de bijbehorende posters en ander reclamemateriaal wel zo wijs is geweest. Nee, ik ben niet voor censuur. Ja, ik vind dat in de bibliotheek alles te leen moet zijn, ook Bukowski, ook Het leven is vurrukkulluk.

Er wordt de laatste tijd heel wat verwijderd uit de collectie van heel wat bibliotheken omdat uitleencijfers meer en meer het collectiebeleid bepalen. Chicklitschrijfster Jill Mansell wint het daarom ruimschoots van bijvoorbeeld Nobelprijswinnaar Knut Hamsun (ik noem maar een voorbeeld, ik merkte het onlangs zelf in de Centrale van Bibliotheek Rotterdam). Ik vind dat eigenlijk ook een beetje censuur, maar echte censuur kun je het natuurlijk niet noemen: als je een titel van Hamsun in de bieb wil lenen, dan kan dat gelukkig nog steeds, dan wordt hij elders, waar ze hem nog niet hebben weggegooid, voor je aangevraagd. Dat dat aanvragen vaak geld kost, daar wil ik nu maar even niet over zeuren. Censuur, daar ben ik op tegen. Erg op tegen zelfs. Ik zeg het nog maar even, want ik krijg door wat ik hierna ga zeggen de schijn een beetje tegen vrees ik.

Nederland Leest, de naam zegt het al, beoogt een campagne te zijn voor heel Nederland. Dat inmiddels díe inwoners van Nederland die op grote letters zijn aangewezen óók mee kunnen lezen, vind ik daarom beslist winst. Maar hoe staat het met het moslimmeisje? En met haar autochtone tegenhangster het refomeisje, een meisje zoals Franca Treur, auteur van Dorsvloer vol confetti, die in een interview vertelde hoe belangrijk de bibliobus voor haar geweest is, er ooit een was? Wat gebeurt er als de vader van zo'n meisje ziet dat er posters met naakte mensen in de bibliotheek hangen? Als hij ontdekt dat er lolly's worden uitgedeeld in een soort condoomverpakking met een erotisch tekstje erop? Als hij even in Het leven is vurrukkulluk bladert? Zou het dan niet kunnen gebeuren dat zo'n meisje voortaan niet meer naar de bibliotheek mag?

En als dat gebeurt, wat denken we dan? Denken we: met zulke bekrompen mensen willen we als bibliotheek niks te maken hebben? Of denken we: wat sneu voor dat meisje, dat ze nu niet meer kan lezen?

Wat wil Nederland Leest nou precies? Is het echt de bedoeling dat heel Nederland hetzelfde boek gaat lezen? Waarom wordt dan een boek gekozen waarvan je bij voorbaat kunt weten dat een deel van Nederland het niet zal willen lezen? En wat wil de bibliotheek? Zien ze daar de moslimmeisjes als doelgroep? En zo ja, waarom hangen ze dan een poster met naakte mensen op?

En vanwege die vragen twijfel ik over Nederland Leest. En moest ik aan het moslimmeisje denken.

Maar dat Het leven is vurrukkulluk nu ook als groteletterboek wordt uitgedeeld, dát vind ik echt geweldig!

maandag 7 juni 2010

Voorbij, voorbij

















Vanmorgen gehoord: 'Er zal bezuinigd moeten worden en helaas zijn het de bibliotheek-inhoudelijke onderdelen waarop dit in de eerste plaats invloed zal hebben. De bibliotheken kiezen voor ICT en marketing.'

Einde van de bibliotheek (op termijn)?

In elk geval einde van dit weblog (nu).

Heel veel dank voor iedereen die ooit op dit blog gereageerd heeft en een hartelijke groet aan wie dit leest, schrijverdezes




Foto: Flickr, gemaakt door Chris Dever

woensdag 2 juni 2010

Lekker bezig






















Ik heb een nieuwe hobby. Een echte passie is het nog niet, maar daarvoor is het misschien nog te pril. Ik zal jullie vertellen hoe het zo gekomen is.

Al een paar maanden probeer ik Kartonnen dozen van Tom Lanoye te lenen bij de Centrale van Bibliotheek Rotterdam, maar dat lukt steeds maar niet. Kijk, zo stond het gisteren in de catalogus. (Let vooral even op de tweede datum.)











Je zou zeggen: reserveer dat boek dan, dan kom je vanzelf een keer aan de beurt. Inderdaad, dat zou slimmer zijn, want het exemplaar dat nog wél in omloop is, is steeds weer net weg als ik kom. Maar op de een of andere manier wacht ik liever dan dat ik een euro (of wat het precies is) moet betalen voor een boek, althans voor dít boek: een jaren oude Rainbowpocket, ongetwijfeld net zo vergeeld als Een slagerszoon met een brilletje.

Maar wat te doen tijdens het wachten? Er zijn nog andere boeken op de wereld natuurlijk. Maar er is ook de AquaBrowser, die het associatief denken stimuleert en zo kwam ik op het idee om eens iets met eierdozen te gaan doen. En zeg nou zelf, is Rupsje Nooitgenoeg niet leuk geworden? (En het is een beroemd literair dier ook nog!)


En zo heb je dan straks (wanneer dat straks precies is weet geloof ik niemand), als bibliotheek.nl officieel van start gaat en alles wordt zoals ons voorspeld is, een prachtig beginscherm voor alle bibliotheken van Nederland, vol vrolijke widgets en met gepersonaliseerd advies. Als je daar dan intikt dat je Sprakeloos van Tom Lanoye erg mooi vond, dan krijg je de tip om ook Kartonnen dozen te gaan lezen en kun je meteen ook de recensies ervan op je scherm krijgen. En als je dan enthousiast wordt en denkt: ja, dat wil ik lezen, dan ga je naar de catalogus van de bibliotheek in je woonplaats (waar je automatisch naartoe geloodst wordt als je je postcode hebt ingevuld) en dan zie je wat hierboven en hiernaast te zien is. En dan ontdek je misschien zomaar ineens de wondere wereld van de eierdoos. Als dát geen belevenisbibliotheek is, dan weet ik het niet meer.

(De eerlijkheid gebiedt me overigens te zeggen dat er nóg een exemplaar van Kartonnen dozen bij de Centrale van Bibliotheek Rotterdam in omloop is, dat een ander jaartal heeft en dus een andere treffer geeft.)


Foto hier gevonden.

zondag 30 mei 2010

Biebgeruis















Dit is de PATRULL luchtreiniger van Ikea. Wat zou het heerlijk zijn als hij desgewenst de geur van oude boeken kon verspreiden...

vrijdag 14 mei 2010

Iets over duiden
















Mijn (blog)naam werd genoemd in een post van Jan Klerk en hoewel het niet per se een positieve verwijzing was, zie ik hem evengoed als een eer. En ik wilde er ook graag op reageren, maar dit is weer 's een zo'n blogstukje dat maar niet wil lukken. Ik heb al twee versies gemaakt en verworpen en ik zit nu wel weer te tikken maar weet nog steeds niet hoe ik het moet zeggen, zelfs niet eens precies wát ik wil zeggen. Hou dan gewoon je mond, zul je nu denken en daar zit beslist iets in en bovendien: de zon schijnt, ik heb een snipperdag, de gevelbewerkers zijn weg, de tuin moet van troep ontdaan worden, Coetzee wacht om verder gelezen te worden. Maar het is óók zo dat je soms iets 'in de groep kunt gooien' en dat iemand je dan een stapje verder helpt. Daar blog ik eigenlijk vooral voor, dus dat wil ik toch maar proberen.

Als jullie eventueel eerst de stukken van Edwin en Jan willen (her)lezen zou dat wel fijn zijn, dan kan ik die bekend veronderstellen. (Het zijn bovendien interessante stukken.)

Dat Jan met de termen 'duider' en 'moderne profeet' niet echt iets religieus bedoelde begreep ik natuurlijk ook wel. Dat ik zelf niet echt 'religieus' bedoelde is overigens ook zo. Maar 'duider' roept bij mij toch de gedachte op aan iemand die de betekenis van ontwikkelingen die je zelf niet kunt overzien aan je uitlegt en die je dan op zijn woord gelooft. En het interpreteren van ontwikkelingen in de maatschappij, in dit geval 'digitale ontwikkelingen', heeft voor mijn gevoel nogal veel te maken met de visie die je op de maatschappij hebt. Daarom zou ik graag eerst de maatschappijvisie van de 'duider' willen leren kennen voordat ik hem/haar als 'leider' zag. En ik zou ook wel willen weten wat tegenstanders van deze visie vinden. Nu is dat allemaal nogal veel moeite en het komt er daarom niet van dat ik zoiets ga uitzoeken, omdat ik daar geen tijd voor (over)heb en het voor mijn werk niet nodig is. En ik denk eigenlijk dat meer bibliotheekmensen er zo over denken. En dat vinden Edwin en Jan stom van die bibliotheekmensen, omdat ze zo de kans voorbij laten gaan een 'duider' te worden, of een gids op de 'informatiezee'. En het zou ('zomaar') kunnen dat Edwin en Jan daar gelijk in hebben.

Wat ik me nu afvraag is dit: kúnnen bibliothecarissen wel duiders worden of is dat eigenlijk misschien een beetje te veel gevraagd? En wat moeten ze dan precies duiden, de informatiestromen of de informatie zelf? Of allebei? En die mensen die Jan noemt (Seth Godin, Clay Shirky, John Battelle, Kevin Kelly), zijn dat gidsen voor bibliothecarissen of zijn het gidsen voor iedereen? Ik heb niets van hen gelezen en weet er dus ook niets van (ik zal binnenkort eens opzoeken wat Jan over ze geschreven heeft), en ik vermoed dat dat voor meer mensen geldt, dus misschien ben ik niet de enige die niet weet hoe we hen moeten zien.

En gesteld dat we vinden dat bibliothecarissen inderdaad in staat zijn gidsen in het huidige en toekomstige, en ongetwijfeld voortdurend veranderende, informatieland (of op de informatiezee) te worden, wat is daar voor nodig? Wat moet je daar voor leren? En verwachten we vervolgens dat men zulke gidsen dan ook inderdaad zal raadplegen? Of zullen de mensen gewoon meer en meer alles googelen en eventueel eens aan de buurman, hun dochter, de dokter of de kaasboer vragen wat die ervan vindt? Zelf heb ik nog nooit een bibliothecaris iets anders gevraagd dan waar ik een bepaald boek kon vinden. En verder ook wel eens iets omdat hij/zij ergens verstand van had, maar dan als mens zal ik maar zeggen, niet omdat hij/zij bibliothecaris was.

Dit was een eerste poging (nou ja, eigenlijk de derde dus) om een beetje te verduidelijken wat ik me door de stukken van Edwin en Jan heb zitten afvragen. Misschien volgt er nog eens eentje.

Tot slot dit: met de volgende regels van Jan ben ik het hartgrondig eens:

Ik krijg de indruk dat de door retail geïnspireerde pragmatici op dit moment meer indruk maken dan de 'ouderwetse' idealisten in het vak.

Ik wou dat je zoiets vaker las. Dat Jan en ik vervolgens verschillende idealen m.b.t. de bibliotheek zullen blijken te hebben lijkt me waarschijnlijk, maar dat geeft niet. Misschien kunnen die idealen zelfs wel naast elkaar bestaan, zoals er ook verschillende groepen bibliotheekgebruikers naast elkaar kunnen bestaan. Maar de bibliotheekwereld heeft, ook naar mijn idee, in elk geval 'inhoudelijker' idealen nodig dan alleen hogere uitleencijfers en meer bezoekers.


Foto: Flickr, gemaakt door Brian Clayton.

woensdag 5 mei 2010

Vier hoekstenen

















In NRC Handelsblad stond gisteren een artikel over het stadje Pass Christian in Mississippi, dat nu getroffen wordt door de olieramp en eerder veel te lijden had van orkanen, waaronder vijf jaar geleden de orkaan Katrina waarvan het nog lang niet hersteld is. Dit stukje viel me speciaal op:








Door even te googelen vond ik bovenstaande foto (met, Tenaanval, als je het mij vraagt een trotse bibliothecaris erop).


Foto: AP Photo by Bill Haber, hier gevonden.

maandag 5 april 2010

Kleine klaagzang


















Omdat ik Sprakeloos van Tom Lanoye met veel plezier gelezen heb en begreep dat Een slagerszoon met een brilletje en Kartonnen dozen daar een soort drieluik mee vormen, besloot ik die andere twee ook te gaan lezen. En ging ik naar de bibliotheek. Daar trof ik drie exemplaren van Een slagerszoon aan: Ooievaarpockets van elf jaar oud, geheel vergeeld en zonder marge in het midden zodat je ze met twee handen open moet houden. Ik schaamde mij een beetje en werd een beetje kwaad, maar vervolgens leende ik toch maar zo'n vod en las het.

Ik ben ervan overtuigd dat de bibliotheek vele taken heeft, dat je er terecht kunt om iets te beleven, dat je er mediawijs kunt worden en dat de koffie er soms lang niet slecht is. Maar is het nou echt teveel gevraagd om, als je een recent boek van een bekende en nog volop schrijvende auteur gelezen hebt, en je wilt daarna graag zijn oudere werk leren kennen, dat er dan misschien een fatsoenlijke uitgave van zo'n eerder boek in de bibliotheek te vinden zou zijn? En niet alleen zo'n armoedig boekje-voor-op-reis?

Nee, ik heb helemaal niks tegen Ooievaarpockets. Net zomin als ik iets heb tegen Rainbowpockets. Ik heb alleen iets tegen Ooievaarpockets in de bibliothéék. En tegen bibliotheken met Ooievaarpockets. Als je vindt dat je een bepaalde titel in je collectie hoort te hebben, zorg dan voor een goed ogend exemplaar. Vind ik dan.

Maar wat dan weer een troost is: je kunt het boekje vervolgens aan jezelf uitlenen bij een geavanceerde, prima werkende uitleenbalie, waaraan je kunt merken dat de bibliotheek er best een paar euro voor over heeft om het de leners naar de zin te maken. (Je moet alleen niet van die rare wensen hebben...)


Foto: Flickr, gemaakt door: amsfrank

vrijdag 19 maart 2010

DOK avant la lettre




Een collega die themacollecties voor activiteitenbegeleiders (in zorginstellingen) samenstelt liet me een paar weken geleden een boek zien over reclame-grammofoonplaatjes: De muzikale verleiding, en vroeg of ik er liedjes van kende. Ik kende er geeneen maar de titel Ga toch mee naar die hippe, hippe leeszaal maakte me wel nieuwsgierig en ik vroeg of ze dat even wilde laten horen (er zaten - uiteraard - ook cd's bij). Ik vond het een gek maar ook wel grappig liedje en schreef titel en zanger op met de gedachte: daar ga ik een keertje op googelen. Zojuist kwam het daar eindelijk van en tot mijn verrassing bleek het zelfs op YouTube te vinden, zodat ik het kan 'delen' (let maar niet op het filmpje). De zanger is Robert Kreis en het liedje is van omstreeks 1974.

woensdag 17 maart 2010

Beetje gemijmer




















Bij ons op het werk wordt de zogeheten peuterbus ingericht en bemand/-vrouwd. Die bus rijdt (op verzoek) naar peuterspeelzalen en biedt de peuters daar een programma over het Prentenboek van het jaar (dit jaar De wiebelbillenboogie). Je hebt ook de themabus, voor oudere kinderen. Ik spreek wel eens een collega die op die bussen werkt en wat ze erover vertelt is erg leuk. De achterliggende gedachte is natuurlijk leesbevordering. Ik neem aan dat het om die reden ook gesubsidieerd wordt: een bezoek van de peuterbus of themabus kost maar weinig.

Ik vind dat prachtig. Hoe meer kinderen met boeken in aanraking komen, hoe mooier ik het vind. Maar omdat ik zelf voor de andere kant van het menselijk spectrum werk, nl. voor (hoog)bejaarden, mijmer ik wel eens wat over een bus voor díe doelgroep. Ik geef toe: leesbevordering heeft daar misschien niet zoveel zin meer. Als je 85 bent en nog steeds niet wil lezen mag je dat inmiddels zelf weten. Maar de bibliotheek is er niet alleen voor de leesbevordering, maar streeft er o.a. ook naar mensen een 'belevenis' te bieden. Hoe je daar ook over mag denken, een feit is inmiddels dat die 'belevenis' er bij hoort: lezingen, films, lezersfeesten, high-tea's met een schrijver, game-evenmenten, enz.

Dat gebeurt allemaal in de bibliotheek, maar wie in een zorginstelling woont kan daar meestal niet meer naartoe. Dat is treurig. Maar de bibliotheek heeft tegenwoordig nóg een devies: zijn waar de klanten zijn. Zo zijn we als bibliotheek soms op het strand, soms bij een festival, komen we met de bus naar de peuterspeelzaal, zitten we op hyves en twitter en straks misschien op het station of het vliegveld.

Ik heb het wel eens eerder gezegd, dus ik hou het nu kort: helemaal eerlijk vind ik het niet, dat je als je in een zorginstelling woont van de bibliotheek weinig meer merkt. Misschien 150 boeken in een kast en een aardige mevrouw die ze aan je uitleent. Maar belevenissen? Vergeet het maar. Waarom niet ook 's een lezing in een zorginstelling of een schrijver die daar langskomt?

En, waar ik door die bussen aan moest denken: waarom ook niet een bus die leuk is voor ouderen? Die voor kan rijden bij een zorginstelling? Bijvoorbeeld ingericht in jaren '50-stijl met boeken uit en over die tijd, en filmpjes en liedjes en radioprogramma's? Of een bus over de school van vroeger? Ik weet zeker dat daar iets leuks van te maken is. Ik weet ook bijna zeker dat er mensen zijn die je er een plezier mee zou doen. Natuurlijk zijn er problemen op te lossen: kun je zo'n bus in met een rollator bijvoorbeeld? Maar waar een wil is, is een weg nietwaar. En kan een beetje leesbevordering voor ouderen eigenlijk ook niet heel nuttig zijn? Als andere bezigheden zijn weggevallen kan lezen (of het luisteren naar gesproken boeken) ineens tóch iets zijn om nog of weer aan te beginnen. Maar dan moet je daar misschien eerst even op gewezen of enthousiast voor gemaakt worden.

'Voor een goed idee is altijd geld,' zei onlangs op mijn werk iemand die het weten kan tegen me. Ik vind dit zelf best een goed idee eigenlijk.


Foto: De Stem, hier gevonden.

zaterdag 6 maart 2010

Vernieuwing




















Bij ons op het werk stonden tot voor kort in de hal twee Gispen-stoelen met een bijpassend tafeltje. Uiteraard in de eerste plaats bedoeld voor bezoekers die even moesten wachten, maar ze waren ook heel decoratief en ik vond het altijd een plezier om ernaar te kijken. Ze waren bekleed met zwart ribfluweel en zaten heerlijk, zoals ik geconstateerd heb toen ik er een keer even op (in) eentje was gaan zitten om op een collega te wachten met wie ik samen naar huis zou reizen. Ongeveer een maand geleden zijn deze stoelen vervangen door twee andere, waarvan ik de ontwerper (of het merk) niet ken. Ze hebben een soort (liggende) U-vorm en zijn lichtblauw. Ik heb er nog niet op ('in' is hier in elk geval niet het juiste woord) gezeten, maar het zou me zeer verbazen als ze lekker zaten, en ik vind ze in elk geval niet mooi. Eerlijk gezegd erger ik me er elke keer als ik er langs loop aan, maar het zal wel wennen.

En nou dacht ik gisteren, nadat ik er op weg naar huis weer voorbij gekomen was, ineens: is het vervangen van die klassieke (en in mijn ogen onovertroffen) Gispen-stoelen door deze onduidelijke, fletse 'zitobjecten' eigenlijk niet een beetje symbolisch voor de bibliotheek? Maar toen riep ik mezelf natuurlijk onmiddellijk tot de orde.


Foto hier gevonden.

zaterdag 27 februari 2010

Zaterdagmiddag, Bibliotheek 010, vervolg























Een week geleden schreef ik een stukje over een ervaring in de Centrale van Bibliotheek Rotterdam. Ik kreeg daar ook enkele reacties op van mensen uit die bibliotheek, o.a. deze:

Hoi Schrijverdezes,

Ik voelde me aangesproken, niet beledigd. Ik was, ben blij met je tekst. Dat had ik er ook wel bij mogen zeggen. De bibliotheek verandert langzaam. De wereld om ons heen verandert veel sneller. Ik denk dat het steeds meer toestaan in de bibliotheek niet de oplossing is. De jongelui eruit gooien ook niet. Wat in de wijkbibliotheken al jaren speelde, speelt nu steeds meer in de grote bibliotheek ook. Ik ben een bibliotheekmens. Ik hou van boeken, ik hou van informatie zoeken en verstrekken, van doorgeven, van ordenen en puzzelen. Ik pas niet meer in de moderne bibliotheek. Ik droom van een ouderwets uitleencentrum. Een enorm boekenmagazijn waar nerds zoals ik de weg weten, de boel ordenen, opruimen, onderhouden. Ik vind het een hele droevige ontdekking. Tijd om een baantje achter de schermen te gaan zoeken, voordat ik iemand over de reling gooi.



Ik vind het, net als de schrijver/ster van dit stukje, een droevige ontdekking dat iemand die zichzelf een 'bibliotheekmens' noemt, die van boeken houdt, van het zoeken en verstrekken van informatie, van doorgeven en puzzelen, dat zo iemand moet concluderen dat er in de moderne bibliotheek geen plaats meer voor hem/haar is, althans niet in het publieksgedeelte van die bibliotheek.

Wat is er dan eigenlijk zo anders aan een 'moderne bibliotheek'? Het lijkt me dat het in de bibliotheek van nu net zo goed als in die van vroeger nog steeds zou moeten draaien om boeken en om informatie zoeken/doorgeven/verstrekken. Daar ben je als bibliothecaris toch voor? De schrijver (m/v) van het stukje weet ongetwijfeld dat er tegenwoordig in de bibliotheek meer te vinden en door te geven is dan alleen boeken. Dat lijkt me het probleem niet. Het probleem wordt gevormd door al die andere dingen waar je in de moderne bibliotheek mee te maken hebt: overlast, rommel, ongeduldige mensen, zich vervelende pubers. Als je je heil achter de schermen wilt gaan zoeken omdat al díe aspecten, die tegenwoordig ook tot de taken van een 'bibliotheekmens' lijken te horen, je teveel worden, dan is er iets (grondig) mis volgens mij.

Waar is de wc? Waar kan ik kopiëren? Waar kan ik wisselen? Waar kan ik op internet? Heeft u een pen voor me? Ik heb mij eens door een bibliotheekmens laten vertellen dat dát de meest gestelde vragen zijn.

En als je dan verder nog 's de hele tijd moet zeggen: Wilt u wat zachter praten; wil je je rommel in de prullenbak stoppen; hé jongens gaan jullie 's naar buiten; niet rennen; hier wordt niet met boeken gegooid; kan die muziek (op je hoofd) wat zachter, enz. enz. (en als dan de klanten er ook nog 's blogstukjes over gaan schrijven...), dan kan ik me goed voorstellen dat je soms de neiging krijgt iemand over de railing te kieperen en denkt: geef mij voortaan maar iets te doen in de back-office.

Ik schreef vorige week dat ik vond dat het personeel vaker een rondje zou moeten lopen. Ik dacht toen aan het 'gewone' bibliotheekpersoneel, de bibliothecarissen dus. Dat was een verkeerde gedachte. Het zou vast geen kwaad kunnen wat betreft de orde, maar het zou waarschijnlijk, zo heb ik inmiddels begrepen, wél kwaad kunnen voor de mensen die het moeten doen. Er is een grens aan de hoeveelheid die je kunt verdragen van de zaken die ik hierboven noemde. En hoe meer je rondloopt, hoe meer je ermee geconfronteerd wordt.

Ik denk daarom inmiddels dit (en ik besef heus wel dat dat geld kost en alleen dáárom al niet zo simpel is): de orde zou vooral bewaakt moeten worden door speciale aardige maar indrukwekkende ordebewakers, die goed met lastige types overweg kunnen, die vriendelijk zijn voor iedereen die vraagt naar de wc/het kopieerapparaat/de openingstijden, die misschien een zakje wisselgeld bij zich hebben en een paar pennen, die oude dametjes helpen om hun rollator in de lift te zetten, die met klierende jongens een praatje maken, die de taal van de straat kennen en toch beschaafd zijn. Kortom: echt goeie beveiligingsmensen. Dan kunnen de bibliothecarissen weer het soort informatie verstrekken waar mensen een bibliothecaris voor nodig hebben. En dat zo'n bibliothecaris dan gewoon af en toe ontspannen een rondje kan lopen omdat de orde al bewaakt wordt door anderen. Ja, dat zou mooi zijn. Dan zou je misschien wel nooit meer van een groot boekenmagazijn dromen... Of van een plaats achter de schermen.

Nog even iets over dat 'steeds meer toestaan in de bibliotheek'. Ik weet niet hoe de schrijver/ster van de reactie denkt over eten en praten in de bibliotheek. Ik zelf denk dat dat allebei 'moet kunnen'. Als je zoals in de Centrale van Bibliotheek Rotterdam overal leuke hoekjes maakt met een soort 'eethoeken' van vrolijk gekleurde tafels en stoelen en als bezoekers daar dan vervolgens alleen maar mogen zitten zwijgen en hooguit een slokje nemen uit een flesje water, dan vind ik die leuke hoeken eigenlijk nep. Zet dan maar liever strenge bruine stoelen neer en tafels met een bordje met 'niet praten, niet eten, niet bellen' erop. Dan weet iedereen waar hij aan toe is en gaan de scholieren wel ergens anders heen.

Zelf vind ik het leuk dat er vaak groepjes scholieren zitten te werken in de bibliotheek. Ik geloof ook dat de bibliotheek daar een mooie plaats voor is: voor het maken van huiswerk als je thuis teveel wordt afgeleid door de tv of je broertjes en zusjes of je Hyvesvriendjes, of voor het maken van een werkstuk als je met z'n vieren moet werken. En dan moet je ook kunnen praten en wat eten en drinken vind ik. 'Niet te hard praten en je rommel in de prullenbak' dát zou wel hier en daar op een bordje kunnen staan. (Al zou iedereen het natuurlijk eigenlijk uit zichzelf moeten begrijpen.) En het beleid moet duidelijk zijn. Ik heb een keer gezien dat een groepje scholieren op hun kop kreeg omdat ze een zak chips hadden. 'Je weet best dat dat niet mag,' zei de bibliotheekmevrouw. Maar mijn dochter gaat soms met een vriendin met een thermosfles en koekjes in de bibliotheek zitten leren en daar heeft nog nooit iemand wat van gezegd. (Mijn dochter ziet het, tussen haakjes, trouwens als een voordeel dat je in de Centrale Bibliotheek geen draadloos internet hebt. Want dan heb je tenminste geen afleiding. Dat is juist de reden dat ze erheen gaat.)

En als die meisjes met die chips nou ook nog 's net toevallig bruin zijn en ze zien dan dat andere meisjes die toevallig wit zijn wél mogen eten (of andersom), dan heb je de poppen natuurlijk nog extra aan het dansen en dat is dan toch een beetje je eigen schuld (als bibliotheek). Misschien is de regel wel dat eten niet mag en houdt de een er de hand aan en de ander niet (meer), maar dat is toch wel erg verwarrend. En die meneer die 'ssst' zei tegen die jongetjes bij de multi-touchtable die helemaal geen herrie maakten, die wekt ook verwarring in de hand. Want als je zo'n ding neerzet met spelletjes erin, dan moet je vervolgens niet verwachten dat kinderen die zonder geluid te maken gaan spelen.

Ik vond het leerzaam. Iedereen hartelijk dank voor zijn/haar reacties. En ik ga straks weer naar de bibliotheek. Nieuwe avonturen beleven.


Foto: Flickr, gemaakt door roryrory.