
Ook vanmiddag (zaterdag) was ik weer enkele uren in de Centrale van Bibliotheek Rotterdam. Nadat ik een aantal boeken verzameld had ging ik om erin te bladeren aan de tafel bij de GLB zitten, voor mij tenslotte een vertrouwde omgeving (al staan er in verhouding tot waar ik aan gewend ben maar weinig boeken). Na een tijdje kwam een man met een laptop aan dezelfde tafel zitten. In de verte waren wat geluiden van de kinderafdeling. Wat dichterbij zaten een paar meisjes op gedempte toon te praten. Ik had het wel naar mijn zin en dacht: de bibliotheek is eigenlijk net een grote huiskamer en het gaat toch allemaal gewoon goed, ook al zie je geen personeel. (Ik had wel een bibliotheekdame zien zitten bij het informatiepunt, maar dat kon ik vanuit mijn positie niet meer zien.) Ik begon er over te denken maar weer eens vaker te gaan.
Maar toen begon het beeld te kantelen, zoals dat tegenwoordig heet.
De man die ook aan de tafel zat vroeg (in het Engels) of ik even op zijn spullen wilde passen als hij naar de wc ging. Dat wilde ik natuurlijk. Hij bleef een minuut of 10 weg (de wc's zijn beneden en het is er op zaterdag waarschijnlijk druk omdat het dan markt is). Intussen kwamen niet ver van mij vandaan vijf of misschien zes (allochtone) jongens zitten die eropuit waren om te klieren. Een met een petje, een met een capuchon met bontkraag, een met een capuchontrui. Een van hen pakte een boek en gooide dat naar een meisje dat een eindje verder op een bank zat te lezen. Volgens mij raakte het boek het meisje in haar gezicht en anders ging het er rakelings langs, maar ze deed of ze niks merkte. Dat was misschien wel verstandig. Toen gingen de jongens de computer die daar stond aanzetten. Het was een lescomputer, van het leesplein of zoiets (preciese naam ben ik vergeten). Ze zetten hem lekker hard aan en een stem bleef herhalen: 'We gaan het nu hebben over browsen. Browsen is zoeken op de computer.' Dat scheen erg leuk te zijn. Ik begon me op te winden, vroeg me af of ik er iemand bij zou gaan halen of zelf iets gaan zeggen, maar ik durfde mijn plaats niet te verlaten omdat ik op die laptop moest letten. Een van de jongens was daar al een keer iets te dicht langsgelopen naar mijn smaak.
Toen de eigenaar terugkwam hoopte ik dat zijn aanwezigheid zou helpen, maar dat was niet het geval. De 'overlast' ging door en toen ze weer met een boek gooiden (dit keer gelukkig niet naar het meisje), werd ik kwaad genoeg om er naartoe te gaan. Mijn optreden wil ik bepaald niet overtuigend noemen, want in dit soort gesprekken ben ik niet getraind en die jongens waren dat duidelijk wel. Ik vroeg waarom ze niet buiten wat leuks gingen doen en meer van dat soort foute vragen. Het lezende meisje dat eerst niets leek te zien of te horen zei ineens: En naar mij hebben ze een boek gegooid. Ik zei dat ik dat gezien had en dat ik dat gevaarlijk vond en dat ze rekening moesten houden met andere mensen in de bibliotheek. Het lukte me om een keer het woord 'respect' in mijn praatje te verwerken. Het resultaat was dat ze weggingen. Eentje zette nog gauw de computer hard aan, maar de laatste zette hem zowaar weer uit.
Omdat het me ergerde dat er geen personeelslid bij was gekomen, ging ik naar het info-punt en vertelde de daar aanwezige dame wat ik gedaan had. Ze toonde enig medeleven en zei 'Wij kunnen dat hier niet zien'. 'Ja, dat weten die jongens ook,' zei ik daarop. Ik had kunnen waarschuwen, dan had ze er een bewaker bijgeroepen. Ik zei dat ik een laptop in de gaten moest houden. Dat was natuurlijk niet helemaal waar, want toen die man weer terug was kon ik weg. Maar op de een of andere manier vond ik gaan waarschuwen enger dan zelf iets doen. Eng vanwege het feit dat zulke jochies wel 's kwaad kunnen worden. Ik was nu ook een (klein) beetje bang dat ze misschien buiten op me stonden te wachten.
Ik zou dit waarschijnlijk niet gedaan hebben, als ik me niet verantwoordelijk had gevoeld 'als bibliotheekpersoon'. Als ik niet toevallig zelf bij een bibliotheekorganisatie had gewerkt was ik waarschijnlijk gewoon ergens anders gaan zitten, maar dat weet ik natuurlijk niet zeker. Misschien had ik me dan wel als 'burger' of als 'lezer' of wie weet zelfs als 'mens' verantwoordelijk gevoeld.
Wat me aan het geval dwars zit is dat het personeel niet regelmatig een rondje maakt om te kijken of alles goed gaat. Wat ik jammer vind is dat er geen stoerdere types in de bibliotheek werken, bij voorkeur ook een paar van buitenlandse afkomst. Eventueel moeten dat dan maar een paar jongerenwerkers zijn in plaats van bibliothecarissen. Niet alleen om dit soort jongens in het gareel te houden, maar liefst ook om iets met ze te doen waar ze lol in hebben.
Wat me een beetje schokte (ook al wist ik het eigenlijk wel uit de tram enzo) is dat die jongens een soort rudimentair Nederlands spraken met een sterk buitenlands accent. Ze waren een jaar of 14 en vast allemaal hier geboren. Er gaat ook in het onderwijs blijkbaar iets niet goed. Maar een huisgenoot van me dacht dat ze het misschien expres deden, om stoerder te lijken. Dat zou natuurlijk kunnen.
O ja, de multi-touchtable staat op een kleurig geblokt vloerkleed en er omheen staan verschillende vitrines, dus het ziet er gezelliger uit dan op de foto die ik woensdag plaatste. De tafel was vandaag overigens uit of kapot.
Foto: Flickr, gemaakt door tdietmut.












