WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

zaterdag 24 oktober 2009

Rotterdam, 2009

Zojuist was ik bij de Hema, hier om de hoek, om sokken te kopen. Een oudere gehoofddoekte mevrouw (die misschien ook wel gewoon van mijn leeftijd was) riep mij en wees naar een paars vest. Ik dacht dat ze er niet bijkon en haalde het van het rek, maar het bleek om de prijs te gaan. Die las ik voor: 19,95. Door haar vingers op te steken maakte de vrouw mij duidelijk dat ik het anders diende te formuleren. Ik stak 2 keer 10 vingers omhoog. Daarmee was ons gesprek beëindigd. Ik geloof niet dat zij het vest genomen heeft.


Foto van de Hema-site. (N.B.: het afgebeelde vest is duurder.)

Toktok























'Als je domme vragen stelt kan je domme antwoorden verwachten,' zei Willem van Hanegem 40 jaar geleden al. En zo is het maar net. Als iemand aan een bibliotheekdirecteur de vraag stelt 'Welk boek ligt er op uw nachtkastje?' vind ik dat ongeveer de domste vraag die je stellen kunt. ('Welk boek zou u meenemen naar een onbewoond eiland?' had ook gekund.) Dus dat de directeur van DOK Delft op deze vraag antwoordt met 'Ik lees in principe geen boeken.' verbaast me niks. Bovendien denk ik dat deze directeur zich al verheugde op het opfladderen van de kipjes nadat hij deze knuppel in hun hok had geworpen. Ik voelde inderdaad even de neiging aan het tokken te slaan, maar ik wist hem te onderdrukken. Mijn stukje van gisteren is het bewijs.

Maar toen werd uit onverwachte hoek, door een andere bibliotheekdirecteur, nog een stok in het hok gegooid en kan ik het toch weer niet laten. Dominees die niet in God geloven, daar kijk ik sinds J.M.A. Biesheuvel er overtuigend een beschreef niet meer van op. Onderwijzers die niet van kinderen houden, wie op school heeft gezeten weet dat ze bestaan. Rokende longartsen, stelende politieagenten, liegende rechters, ik lig er niet van wakker. Maar een bibliotheekdirecteur die geen romans leest, die heeft me vannacht toch uit mijn slaap weten te houden. Die directeur is Ton de Kruyff en hij verklaarde in een reactie op ZBDigitaal dat hij sinds enkele jaren geen romans meer leest en dat hem dat prima bevalt. En hoewel ik inmiddels wel wist dat veel bibliothecarissen nooit romans lezen dacht ik dat bibliotheekdirecteúren dat toch nog wel af en toe zouden doen. Tja, hoe naïef kan je zijn?

Ik snap niet hoe je zonder kunt, dat is het in de eerste plaats natuurlijk. Hoe je de wereld aankunt zonder hem af en toe in geromantiseerde vorm (waarbij ik niet bedoel: in romantische vorm) tot je te nemen is me een raadsel. Maar het tweede is: ik snap niet hoe je kunt denken dat je de wereld kunt begríjpen zonder er romans over te lezen. Nee, ik beweer niet dat je alles gaat begrijpen als je romans leest. Maar volgens mij helpt het wel. Informatie is belangrijk, maar er is meer. In de huid van een ander kruipen, denken met zijn hersenen, dat kun je alleen in romans. Wat iemand je vertelt hoor je aan, wat je in een roman leest gaat door je héén. Zoiets. Ik verwijs nog maar 's naar de Annie M.G. Schmidt-lezing van Sjoerd Kuyper, waar ik eerder uit citeerde. Met begrijpen bedoel ik dan ook niet zozeer 'snappen', maar eerder 'begrip krijgen voor'.

Eigenlijk vind ik dat iedereen romans zou moeten lezen en dat je dat lezen op school zó zou moeten leren dat je er niet eens aan zou dénken er mee op te houden. Maar goed, dat is een beetje onrealistisch, dat besef ik wel. Maar zoals ik vind dat onderwijzers van kinderen moeten houden en politieagenten niet horen te jatten, zo vind ik dat bibliotheekdirecteuren romans moeten lezen. Want als je het niet doet en als dat je ook nog 's prima bevalt, hoe kun je je dan ooit met overtuiging sterk maken voor een bibliotheek waar literatuur een belangrijke rol speelt? Er is meer in de wereld dan literatuur, dat weet ik ook wel. Ook in de bibliotheek is er meer, nl. wat ik altijd maar 'informatie' noem zonder te weten wat daar nou precies allemaal onder valt. Wie niet geïnformeerd is zal veel literatuur niet begrijpen. Maar wie geen romans leest zal veel informatie niet begrijpen. Daarom zijn beide onmisbaar in een bibliotheek. En een directeur moet dat, vind ik, 'belichamen'. En anders moeten er maar twee directeuren komen, een informatieve en een literaire.

Ton de Kruyff schrijft overigens een leuk, aangenaam ironisch en relativerend blog. Ironie en relativeringsvermogen leken mij altijd dingen die je vooral leert door romans te lezen. Dat is dus een vooroordeel gebleken.


Foto: Flickr, gemaakt door: drhenkenstein.

vrijdag 23 oktober 2009

Pltj 21























Helene Schjerfbeck (1862-1946)
Girl Reading; Seated Girl, 1904

Boek en hip


















Daarnet dacht ik: als ik nou 's gewoon 'bibliotheek' intik op Google, wat zou ik dan vinden? Ik deed het en bij de bovenste treffers vond ik dit artikel op de site van de Volkskrant. De directeur van de hipste bibliotheek van Nederland leest in principe geen boeken. Gelukkig kent hij vele andere manieren van lezen. Waar nog bij komt dat hij luistert naar dames tussen de 30 en de 60. Woonde ik maar in Delft, ik zou meteen lid worden bij DOK (als ik dat niet al was).


Op de foto een voorleesstoel bij DOK, foto gevonden op Flickr, gemaakt door drhenkenstein.

donderdag 22 oktober 2009

Wat ik las 30 / Hoezo cliché? 2

Onderweg van mijn werk naar huis las ik vandaag een boek dat geheel gewijd is aan de bibliotheek: Niet brullen in de bieb!, geschreven door Michelle Knudsen en geïllustreerd door Kevin Hawkes. Dit (prenten)boek kreeg ik door enkele oorzaken & gevolgen in handen. Ik zal ze verder niet uit de doeken doen, behalve de oorspronkelijke oorzaak: Conny vertelde ooit op haar blog over een voorstelling die zij samen met haar buurvrouw in de bibliotheek van haar woonplaats had gegeven n.a.v. dit boek.

Dit is het verhaal. Een leeuw wandelt een bibliotheek binnen. (Het wordt niet vermeld, maar misschien werd hij daartoe verleid door de twee stenen soortgenoten die de ingang flankeren.) Daar stuit hij in de frontoffice op meneer Van Puffelen, die het snel bij mejuffrouw Slingelandt van de backoffice gaat melden. Mejuffrouw Slingelandt vraagt of de leeuw zich aan de regels houdt en als dat het geval blijkt te zijn mag hij blijven.

De leeuw geniet van het voorleesuurtje en brult van teleurstelling als het afgelopen is. Hem wordt te verstaan gegeven dat brullen (evenmin als rennen) in de bibliotheek niet is toegestaan. Als hij belooft niet meer te brullen mag hij de volgende dag weer naar het voorleesuurtje komen. De volgende dag komt hij veel te vroeg. Mejuffrouw Slingelandt laat hem karweitjes doen, zoals het afstoffen van encyclopedieën met zijn staart. De leeuw komt elke dag terug. Op een keer valt mej. S. van het krukje waarop zij in haar backoffice is gaan staan om een boek van de bovenste plank te kunnen pakken. De leeuw gaat men. Van P. roepen, maar die begrijpt hem niet. Er zit voor de leeuw niets anders op dan te brullen. Van P. jaagt de leeuw weg en gaat het melden bij mej. S. Hij vindt haar op de grond en belt de dokter.

Mejuffrouw S. heeft een gebroken arm en is erg treurig omdat de leeuw weg is. Meneer Van P. gaat de leeuw zoeken en als hij hem gevonden heeft (hij stond door de deur van de bibliotheek naar binnen te kijken) zegt hij dat er een nieuwe regel in de bieb is: brullen is toegestaan als je er b.v. een vriend of vriendin die gewond is mee kunt helpen.

Eind goed al goed: de leeuw komt terug en alle kinderen juichen, wat voor deze ene keer mag.

Het boek is uit 2006 en er zijn computers in de bibliotheek. Meneer van P. draagt een vlinderstrikje, een geruite broek en een malle bril. Mejuffrouw (!) S. heeft een rond brilletje, een knot en een rok tot ver over de knie. In de bibliotheek mag je niet rennen en geen herrie maken. Toch vond ik het een leuk boek.

woensdag 21 oktober 2009

Pltj 20























Eero Järnefelt, 1863-1937
Girl Reading, 1909

Hoezo cliché?

Toen ik vanavond omstreeks 18.15u aan kwam lopen bij AH zag ik net een groepje jonge mannen naar binnen marcheren, studenten zo te zien. Ik denk dat het er 8 waren en ze liepen netjes 2 aan 2. Binnen zag ik ze weer: ze droegen overhemden en hadden allemaal dezelfde stropdas om. Een van hen riep naar de anderen: 'Hé, pakken jullie alvast drie kratten bier?'


Plaatje hier gevonden.

Goeie vraag


















Het is misschien al wel een jaar geleden dat op ZBDigitaal in een reactie een vraag gesteld werd waar ik nog af en toe aan moet denken. Ik heb hem niet kunnen terugvinden, maar ik weet bijna zeker dat hij van Marina was. Ik herinner hem mij zo: Als je er niet toevallig werkte, zou je dan nog wel eens in de bibliotheek komen? Ik vond het een erg goede vraag.

Wat mezelf betreft: ik keek ervan op toen ik in mijn brief aan de NRC las dat ik negen jaar geleden elke week naar de bibliotheek ging. Ik dacht even: zou ik gebluft hebben? maar ik geloof toch dat het echt waar was. Elke week ging ik op zaterdag naar de markt om kaas te kopen en naar de bibliotheek (grenzend aan de markt) om boeken uit te zoeken.

Kaas-van-de-markt koop ik nog steeds bijna elke week, maar in de bibliotheek kom ik zelden meer. Door twitcit kreeg mijn bibliotheekbezoek even een opleving, maar die is ook alweer voorbij. (Ik heb nog wél een flinke boete staan, d.w.z. die staat op het pasje van een huisgenoot die het had om cd's te lenen, waar ik voor de gelegenheid gebruik van heb gemaakt.)

Waar zit hem dat nou in? Ik lees minder dan vroeger, dat is zeker. (Wie blogt leest niet, d.w.z. niet gedurende de uren dat hij/zij blogt, en dat zijn er in mijn geval nogal wat.) Ik kóóp vaker boeken, ook dat is een reden. Ik leen van andere lezers. Ik leen wel eens iets van mijn werk. Wat de belangrijkste van deze redenen is weet ik niet.

Negen jaar geleden leende ik ook wel eens een boek van mijn werk (ik doe dit werk nu een jaar of tien) of van een medelezer, maar ik ging toch ook graag naar de bibliotheek. Vaag meen ik me te herinneren dat ik het toen op (in?) de bibliotheek leuk vond, dat ik graag tussen de kasten verbleef, dat ik mij er thuis voelde. Tegenwoordig word ik eigenlijk altijd een beetje treurig van zo'n sporadisch zaterdags bibliotheekbezoekje. De leegte, de ambitieuze jongerenzone met die paar gamende jochies, de veelal oude en smoezelige boeken in luxe kasten, de personeelsleden die achter hun balie onduidelijke dingen doen, de paar groepjes scholieren die hun werkstuk maken, ik vind er eigenlijk niks meer aan. Ligt dat nou aan mij of aan de bibliotheek?

Als iedereen die in (of voor) de bibliotheek werkt de vraag van Marina nou eens zou beantwoorden (met een beetje toelichting), en als we die antwoorden dan eens konden verzamelen en analyseren, zouden we daar dan wat aan kunnen hebben? Ik denk het wel eigenlijk...


Foto hier gevonden.

dinsdag 20 oktober 2009

Lezersbrief























Op ZBDigitaal was onlangs een brief te lezen die mw. Cora Duin naar NRC Handelsblad had gestuurd. In die brief beklaagt zij zich erover dat het werk van bibliothecaris haar geen 'waardigheid en aardigheid' meer verschaft. Door die brief moest ik er ineens weer aan denken dat ik ooit, lang geleden, ook eens een brief naar diezelfde krant heb gestuurd, óók over de bibliotheek. Er had toen een opiniestuk in de krant gestaan van een Arnhemse bibliothecaris, die ongeveer hetzelfde schreef als mw. Duin nu: dat klanten tegenwoordig aan de bibliothecaris alleen nog maar vragen waar de toiletten zijn, enz. De bibliotheek werd volgens hem alleen nog bezocht vanwege de computers en gewone lezers zag je er niet meer.

Op dit stuk werd toen gereageerd door de heer Huberts, directeur van Bibliotheek Nijmegen, die o.a. schreef dat gewone lezers helemaal niet meer bestaan en dat dat maar goed is ook. Dat schoot mij als gewone lezer toen zodanig in het verkeerde keelgat dat ik voor het eerst (en tot nu toe ook voor het laatst) een ingezonden brief naar de krant stuurde. Mijn brief werd, enigszins ingekort, geplaatst in de NRC van 19-9-2000. Ik heb hem teruggevonden in het digitale archief van de krant. Ik weet nu ook de naam van de Arnhemse bibliothecaris weer: Tom Gitsels.

Dit is mijn brief zoals hij in de krant stond:

Nu in de afgelopen weken enkele bibliothecarissen en bibliotheekmanagers hun mening over de bibliotheek gegeven hebben, wil ik als bibliotheekgebruiker ook iets zeggen. Tom Gitsels, bibliothecaris, betreurt het dat hij in de bibliotheek nooit meer een 'echte' lezer tegenkomt. Willem Huberts, bibliotheekdirecteur, meent zelfs dat die 'echte' lezer niet meer bestaat en dat dat 'maar goed is ook'. (NRC Handelsblad, 2 en 9 sept.)

Volgens mij is in de bibliotheek wel degelijk nog een groep 'echte' lezers te vinden, mensen die niet komen om koffie te drinken of digitale informatie te verzamelen, maar die gewoon 'ouderwets' een mooi, spannend of informatief boek zoeken.

Ik denk niet dat dit voor Tom Gitsels een troost is, want ik vrees dat de lezers hem weinig zullen vragen. De meeste antwoorden zijn nu eenmaal in de computer te vinden.

Ik beschouw mijzelf als zo'n 'echte' lezer. Omdat ik graag lees en niet alles wat ik wil lezen kan kopen, ben ik blij dat er een bibliotheek is. Ik ga er wekelijks heen en zoek dan, al dan niet met behulp van de catalogus, een aantal boeken uit. Soms zoek ik in de computer een recensie op. Af en toe lees ik een tijdschrift. Internet gebruik ik nooit, want dat heb ik thuis. Als ik de aanwezige bibliothecaris een vraag stel is die inderdaad altijd van praktische aard, zoals Tom Gitsels treurig vaststelt. Eerlijk gezegd is de gedachte nooit bij me opgekomen dat ik hem of haar ook zou kunnen benaderen voor een gesprek over boeken. Ik gun iedereen zijn plaats in de bibliotheek: bejaarden die er de krant lezen, daklozen die er koffiedrinken, schakers die er hun partijen spelen, scholieren die er uittreksels printen, informatie-zoekers op internet.

Maar ik hoop van harte dat ook voor 'echte' lezers voldoende aandacht zal blijven.

Er waren meer ingezonden brieven gekomen naar aanleiding van het artikel van Gitsels. Een daarvan, zo zag ik nu, was afkomstig van mw. Cora van Laar uit Amsterdam, die haar brief begon met:

Wat zou ik graag een collega als Tom Gitsels hebben gehad. In de 25 jaar die hij beschrijft, heb ik de ondergang van de bibliotheek op dezelfde manier ervaren.

Ik twijfel er eigenlijk niet aan of mw. Van Laar van toen is mw. Duin van nu. Zij blijkt de woorden 'waardigheid en aardigheid' die mij door hun alliteratie wel bevielen, te hebben ontleend aan Tom Gitsels, die ze destijds in zijn stuk gebruikte.

Gezien in het licht van de recente ontwikkelingen bij Bibliotheek Nijmegen is dit stukje uit de brief van Huberts (van 9-9-2000) ook wel aardig:

Misschien moet Gitsels maar snel de consequentie van zijn opvattingen inzien en de openbare bibliotheek verlaten. Voor mensen als Gitsels is in de openbare bibliotheek van nu geen plaats meer. De gebruiker van vandaag zal Gitsels - de 'man van gisteren' - niet missen.


Schilderij: Gerard ter Borch (1617-1681)
De briefschrijfster, ca 1655

maandag 19 oktober 2009

Pltj 19























Chaïm Soutine (1893-1943)
Woman Reading, 1937

zondag 18 oktober 2009

Dipje? 4 (slot)


















Laat ik maar 's proberen af te ronden... 'Wat is nu eigenlijk je probleem?' vroeg Astrid. Er kwamen er diverse voorbij en ze hadden allemaal wel wat met elkaar te maken, maar het enige echte probleem voor míj is dat ik niet goed meer weet wat ik met dit blog aanmoet. En dat komt dan weer omdat ik niet genoeg onderwerpen heb om over te schrijven. En dat komt dan weer omdat ik al mijn meningen al eens heb verkondigd. En dat ik geen nieuwe meningen vorm komt omdat ik nooit meer 's in een aardige discussie verzeild raak. En dat komt dan weer omdat er een zekere malaise in de blogwereld lijkt te heersen. En dat komt dan misschien weer omdat je met bloggen meestal niet zoveel bereikt. En dan komt dan misschien weer omdat bloggers overal vandaag komen en niet samen aan iets werken.

Dat waren geloof ik wel zo'n beetje alle zijpaden waarop ik terecht kwam. In elk geval was het stof tot bloggen. Maar nu. Hoe verder? Ik schreef er al eerder over want mijn 'probleem' is niet van vandaag of gisteren: als je, zoals ik, werk hebt waarover eigenlijk niets te vertellen is, voor het lezen van een boek vaak weken nodig hebt, en niet de kunst verstaat van het schrijven over dagelijkse voorvallen, wat blijft er dan nog over? Meningen. En als je dan al je meningen al eens opgeschreven hebt? Dan kun je ze misschien nog een keer opschrijven, maar dan is het toch wel afgelopen. Dan heb je zo af en toe een aansporing nodig van iemand anders, maar die denkt inmiddels misschien ook: waarom zou ik me op mijn blog gaan opwinden als het toch allemaal niks uithaalt?

Dus zo zit het.

Tenaanval schreef in een reactie op mijn eerste Dipje?-post:

Zelfs het lezen over boeken die ik nooit zal lezen maar die jij wel gelezen hebt is leuk. Dan heb ik toch het gevoel dat ik het zelf ook een beetje heb gelezen.

Dat vond ik motiverend. Ik lees ook graag over leeservaringen van anderen en door er zelf ook zo nu en dan een op te schrijven weten we samen toch weer wat meer over boeken. En een bibliothecaris hoort iets over literatuur te weten. Vind ik. (Sterker nog: ik vind dat in elk geval een déél van de bibliothecarissen véél over literatuur zou moeten weten. Maar dat zet ik maar even tussen haakjes om redenen die ik gisteren al noemde.)

Conclusie: ik wil graag blijven schrijven over boeken die ik lees. Om een blog te laten bestaan is dat (in mijn geval) niet genoeg. Dus het is even afwachten of zich voldoende andere stof aandient. Zo niet, dan wordt dit blog opgeheven en stuur ik mijn leesverslagen voortaan per e-mail aan Tenaanval (indien gewenst).

Zo. Hè hè. Waarvan akte. En over tot de orde van de dag. Had dat nou niet korter gekund? (Vast wel.)

O ja, AvA, die whisky was een simpele Grant's.


Foto: Flickr, gemaakt door: Keith Marhall.

zaterdag 17 oktober 2009

Dipje? 3-extraatje























Zojuist, met een glas whisky in de hand door het raam van mijn keukendeur naar een heen en weer bewegende tak van mijn elzenboom starend, viel het mij ineens in: het geheel is niet méér dan de som der delen. Dát is wat voor mijn gevoel aan de 'biblioblogwereld' ontbreekt: de synergie, het 1+1=3, het 'samen sterk'. Of zoals Koot en Bie het zo mooi zeiden: 'samen voor ons eigen'.

Ik schrijf het meteen maar even op, want ik vergeet wel eens wat...


Foto: Flickr, gemaakt door: herfordcat.

Dipje? 3


















Laat ik eens proberen een eind te maken aan mijn gezeur over een 'dipje'. En dan als beloning nog zo'n lief poesje uitzoeken bij Flickr. Als je dit leest staat dat poesje er, maar nu ik dit schrijf staan er nog maar twee regels...

Dit schreef Astrid me in een reactie:

Oké, wij zullen elkaar waarschijnlijk niet 'in functie' ontmoeten. Wie weet ooit wel als 'bloggers'. Waarom dat wat we delen voor jou 'vrijblijvend' is, snap ik niet goed. Net zo min als ik snap wat daar 'mis' mee is.

Heel wat aanhalingstekens dus. Dit zijn namelijk woorden (en ook wel deze hele gedachte van je in het algemeen) die vaker in je blog terugkomen en telkens reageer ik vanuit het gevoel 'wat is nu eigenlijk je probleem'.


En daar schrok ik wel een beetje van. Ik geloof eigenlijk niet dat ik zo vaak de woorden 'mis' en 'vrijblijvend' gebruik, maar dat het zo lijkt komt op hetzelfde neer natuurlijk. Een beetje uitleg kan misschien helpen. De term 'vrijblijvend' ontleende ik aan Edwin, die zijn reactie waaruit ik citeerde begon met 'Omdat bloggen per definitie een vrijblijvend karakter heeft (...).'

En zo is het volgens mij ook: iedereen blogt er vrolijk (of niet zo vrolijk) op los, over wat hem/haar invalt, bezighoudt, overkomt, dwarszit, plezier doet enz. Dat is ook de kracht van bloggen: dat er geen regels zijn en dat iedereen kan doen wat hem/haar het beste bevalt: lange verhalen of alleen maar filmpjes, je ziet maar. Dat was ook wat ik er meteen toen ik bij de 23dingen moest gaan bloggen leuk aan vond: je blog is helemaal van jou en je kunt er mee doen wat je wilt. Wie het wil lezen is welkom, wie er niks aan vindt blijft weg. Een klein beetje anarchie in een al te gereguleerde wereld. Ik noemde het toen voor mezelf een soort balkon op internet: het leuke aan een balkon vind ik dat je tegelijk een beetje binnen en een beetje buiten bent. (Ik hoop maar dat deze metafoor overkomt.) (Het heeft wel iets van een terras eigenlijk...)

Met vrijblijvendheid is voor mijn gevoel helemaal niks 'mis'. Integendeel, als bloggen een verplicht karakter zou hebben zou voor mij de lol er snel af zijn. Maar vrijblijvend en verplicht zijn uitersten. Ergens daartussenin zou je misschien 'betrokken' kunnen plaatsen. En dat was waar ik het bloggenderwijs graag over wilde hebben: over mijn betrokkenheid bij de bibliotheek en bij andere bloggende of op blogs reagerende 'bibliotheekmensen' (en dit ruim opgevat). Het heeft mij nooit aangetrokken om over privé-zaken te gaan bloggen (al sluipen ze er natuurlijk af en toe in), maar ik wilde graag een beetje digitaal meepraten over bibliotheekzaken, en al meepratend mijn kennis vergroten en mijn meningen bijstellen en ontwikkelen en soms verdedigen.

En wat nu eigenlijk, om de vraag van Astrid te beantwoorden, 'mijn probleem' is, is dat ik de laatste tijd weinig blogposts las die me inspireerden tot het vormen van een mening of tot het stellen van de mijne tegenover een andere. En toen vroeg ik me op mijn blog af 'Ligt het nou aan mij of ís het momenteel een beetje saai in de blogwereld?' En daarop kwamen reacties en ging e.e.a. aan het rollen en een eigen leven leiden en kwam er meer los dan ik verwacht had, zowel in de reacties, als dóór die reacties weer bij mezelf. En probeer dat dan maar 's 'op een rijtje' te krijgen. Daar ben ik nu dus mee bezig en ik merk nu al dat het vandaag wéér niet gaat lukken.

Wat Edwin schreef over 'samen streven naar iets moois' gaf vorm aan een vaag gevoel dat ik al langer had. Inderdaad: dat zou mooi zijn, als een aantal bloggers samen naar iets moois streefde. Dat moois kan vanalles zijn, maar voor bloggers uit de bibliotheekwereld ligt het toch het meest voor de hand dat je gezamenlijk zou streven naar een (in elk geval iets) mooiere bibliotheek. Of, misschien naar enkele goed doordachte meningen over die bibliotheek. Meningen waar over gediscussieerd wordt en die al bloggend en reagerend verbeterd worden. En die dan misschien door iemand met invloed in de bibliotheekwereld worden 'opgepikt' of 'meegenomen' en die dan de blogwereld zouden kunnen onstijgen en de 'echte' bibliotheekwereld zouden kunnen beïnvloeden. (Kan iemand het nog volgen?)

Maar daar kwam niet veel van, in elk geval niet voor zover ik er iets van merkte. En toen ging ik me afvragen hoe dat kwam en realiseerde me om te beginnen dat ik een van de weinige ('biblio')bloggers 'van de werkvloer' ben en dat het daarom in die blogwereld vaak gaat over dingen waar ik geen verstand van heb en/of waar ik me niet zo bij betrokken voel. Dan is het heus wel interessant om te lezen wat anderen doen, maar van 'delen' is voor mijn gevoel geen sprake. Datzelfde geldt voor waar ik me wél bij betrokken voel, nl. lezen. Voor mij is de bibliotheek een instituut waar lezen en literatuur een belangrijke plaats horen in te nemen, maar wat ik op andere blogs lees gaat vaak over wat ik maar even 'informatie' noem. Ik besef heus wel dat het daar in de bibliotheek óók over hoort te gaan, maar stiekem denk ik wel eens: hou d'r toch over op, Google heeft allang gewonnen, ga iets ánders doen met die bibliotheek. En dat durf ik dan weer niet voluit te zeggen want dan zit je al gauw in de hoek van de babyboomers die nodig 's plaats moeten maken en gaan ze je ervan verdenken dat je onder het pseudoniem Cora Duin ingezonden brieven naar de NRC stuurt.

'Nou, zo kan die wel weer,' zeggen we dan in R'dam. Ik merk dat ik nog niet veel verder ben gekomen, maar ik ga nu toch een mooi poezenplaatje zoeken en een volgende keer maar weer 's verder.

Voor de duidelijkheid: ik ervaar het bovenstaande níet als een probleem, maar slechts als iets waarvan ik me afvraag 'hoe er mee om te gaan'.

Wordt vermoedelijk vervolgd. (U kunt nú afhaken!)


Foto: Flickr, gemaakt door: Still Burning

vrijdag 16 oktober 2009

Boek&bieb 21























Emma Bovary, vrouw van dorpsdokter Charles en hoofdpersoon in Madame Bovary van Gustave Flaubert, is niet gelukkig en droomt van een boeiender bestaan. Zij valt dikwijls flauw en krijgt zelfs een bloedspuwing. Haar man roept zijn moeder te hulp. Die vindt dat haar schoondochter verplichte bezigheden zou moeten hebben, dan zou ze zo van die duizelingen verlost zijn.

'Maar ze is toch altijd bezig,' zei Charles.
'Zo! Is ze bezig! Waarmee dan wel? Met het lezen van romannetjes, slechte boeken, werken die het geloof ondermijnen en waarin priesters worden bespot met uitspraken van Voltaire! Maar van al die dingen is het einde zoek, arme jongen, en met iemand die geen geloof heeft, loopt het altijd slecht af.'
Dus werd besloten dat ze Emma zouden beletten romans te lezen. Dit was gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar de goede vrouw nam de taak op zich: zij zou als zij door Rouen kwam persoonlijk naar de leesbibliotheek gaan met de boodschap dat Emma haar abonnement opzei. Zouden ze tenslotte niet de politie in de arm kunnen nemen als de boekhandelaar desondanks in zijn verderfelijke praktijken bleef volharden?

donderdag 15 oktober 2009

Dipje? 2-extraatje























Voor de dochter van Festina en ander poezenliefhebbers.
(Een soort Droste-effect eigenlijk...)


Foto: Flickr, gemaakt door: alicakes*.