WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

woensdag 14 oktober 2009

Dipje? 2


















Toen ik een stukje schreef over mijn idee dat het saaier wordt in de 'blogwereld' kreeg ik daar een onverwacht groot aantal reacties op, waardoor ik in elk geval zelf weer wat werd aangemoedigd. Door een van deze reacties besefte ik ineens ook beter wat het achterliggende 'probleem' is. Die reactie kwam van Edwin en dit is het gedeelte eruit dat me de ogen opende:

Dat heeft vooral te maken met het feit dat het soms voelt of niet alleen de blogosfeer krimpt maar ook het gevoel van het 'samen streven naar iets moois'. Dat was natuurlijk altijd vrij abstract (ook weer door die vrijblijvendheid) maar toch; nu roepen de ontwikkelingen de vragen op 'wat het dan allemaal eigenlijk voorstelt of voorstelde','hoe dodelijk herhaling is' en 'of het een reden is om de bakens te verzetten'.

Ik ben in ieder geval blij met alle mensen die er energie in blijven steken en denk tegelijkertijd dat de ontwikkelingen ook een kans zijn om door te pakken.


Dat was het: samen streven naar iets moois. Dat was wat ik altijd vaag in m'n achterhoofd had: dat er misschien iets zou kunnen ontstaan uit al dat geblog van al die bibliotheekmensen, iets nieuws, iets beters, iets vrolijkers, iets waar de bibliotheek een beetje mooier en levendiger en geliefder van zou worden, wat literairder ook graag wat mij betreft.

Niet dat ik het daarom deed, ik blogde eerst omdat het moest vanwege de 23dingen en daarna omdat ik het niet goed meer kon laten. Maar dat gevoel van 'samen streven naar iets moois', dat was er toch al die tijd wel een beetje (al kreeg het pas onlangs zijn naam). Ik hoopte door zelf te bloggen en blogs van anderen te lezen meer te leren over de bibliotheek en wat daar gaande is en over de meningen die andere bibliotheekmensen hebben en over wat ik er zelf nou eigenlijk van vond. Dat is ook inderdaad wel een beetje gebeurd en het bloggen heeft beslist mijn blik verruimd.

Maar vervolgens. Toen keek ik met die verruimde blik eens om mij heen en zag nog steeds de hele dag kasten vol boeken waar ik collecties uit moest maken. Begrijp me goed, ik heb dat altijd plezierig en nuttig werk gevonden en dat vind ik het nog steeds, maar met 'samen streven naar iets moois' heeft het weinig te maken. D.w.z.: mijn collega en ik streven er samen naar van elke collectie iets moois te maken, voor zover de ons daartoe beschikbaar gestelde middelen ons daartoe in staat stellen. Dat lukt, vinden wij zelf, heel aardig. En dat geeft voldoening. (Niet altijd, maar vaak genoeg toch wel.)

Ik ben nog geen enkele andere blogger tegengekomen die zich met hetzelfde bezighoudt. Er zijn waarschijnlijk maar weinig mensen die dit werk doen, dus de kans erop is ook niet groot. Maar ook andere 'gewone' bibliotheekmensen, mensen 'van de werkvloer' zogezegd, bloggen zelden, of alleen maar zolang ze met de 23dingen bezig zijn. De blogschrijvers die ik wél ken zijn vrnl. mensen die plannen maken, mensen van het beleid, van de overleggen, van de congressen en conferenties en studiedagen, van de overkoepeling, van de 'back-office', mensen met een 'netwerk'. Leuk en interessant om te lezen waar zij zich mee bezighouden, maar voor mij toch vooral een andere wereld.

Dit klinkt misschien een beetje alsof ik bij die wereld van de plannen en het beleid en de netwerken zou willen horen. Maar zo is het niet. Zo is het zelfs helemaal niet. Niet dat ik niet 's wat invloed ergens op zou willen uitoefenen, maar dat alleen voor zover het m'n eigen werk betreft. Via de blogwereld 'samen streven naar iets moois' zit er, door dit verschil in dagelijkse bezigheden en verantwoordelijkheden, voor mij niet in, zoveel is me nu wel duidelijk. En die duidelijkheid is goed.

Vreemd genoeg blijkt Edwin dat 'samen streven' de laatste tijd ook minder te ervaren. En dat kan in zijn geval toch niet komen doordat er te weinig bloggers zijn die in hun werk met min of meer hetzelfde bezig zijn als hij. Ik vraag me daarom af of bloggen, ook voor bloggers in vergelijkbare posities, eigenlijk wel zo'n goed middel is om samen naar iets te streven. Antwoord op die vraag kan ik niet geven omdat ik er geen ervaring mee heb. Voor míj is het in elk geval zo'n middel niet.

Dit stukje gaat te veel kanten op merk ik. Ik dacht aanvankelijk: ik begin maar te schrijven en dan merk ik wel of ik er uitkom. Ik kom er dus nog níet uit, maar ik 'post' het zo toch maar alvast. (Je weet maar nooit of iemand anders misschien ineens met iets verhelderends komt...)

Wordt (vermoedelijk) vervolgd.


Foto: Flickr, gemaakt door: dougwoods.

Taaltje


















Een paar weken geleden realiseerde ik me ineens dat ik wel érg vaak 'ik zou me kunnen voorstellen dat...' of 'ik kan me voorstellen dat...' zei. Al snel merkte ik dat ik niet de enige was. Blijkbaar is het na 'zeg maar' en 'toch?' een nieuwe variant van taalvaagheid. Normaal gesproken merk ik zoiets eerst bij anderen op, om daarna te ontdekken dat ik het ofwel zelf ook doe, ofwel er gelukkig nog niet aan begonnen ben. Maar nu dit. Even dacht ik: de trend zal toch niet door mijn toedoen ontstaan zijn... O, als dat toch eens waar kon wezen... Maar ja, hoe valt het na te gaan? In elk geval: ik probeer mijn neiging 'ik zou me kunnen voorstellen...' te zeggen weer te onderdrukken. Wat nog niet meevalt.

Wat betreft 'zeg maar', dat is alweer een heel eind uitgestorven, maar pas nog zat ik bij drie Leidse meisjes in de trein, zo te horen juristes (of in wording) en die kregen het voor elkaar om in elke zin gemiddeld een keer 'zeg maar' op te nemen, dit gecombineerd met 'echt'. ('Dat vind ik zeg maar echt bizár.')

Boomerang card hier gevonden.

maandag 12 oktober 2009

Pltj 18
















John Singer Sargent (1856-1925)
Man Reading (2), ca.1910

Weer naar GDMW 4













Op GDMW kwam ook Tommy Wieringa. Vorig jaar was ik nogal van hem onder de indruk, dus ik keek er naar uit. Hij zou deze keer samen optreden met Jaap Scholten, schrijver van o.a. Morgenster, een boek dat ik (jaren geleden) met plezier gelezen heb. Ik had begrepen dat de twee schrijvers elkaar zouden interviewen, maar dat gebeurde niet. (Ze hebben dat wel gedaan in het Passionate Magazine, mede-organisator van het GDMW. Misschien had ik daar iets over gelezen.) Wieringa had enige tijd doorgebracht bij Scholten, die in Hongarije woont. Het plan was om allebei een verhaal te schrijven, maar dat was mislukt, vertelde Wieringa.

Ze lazen elk wat verhalen voor en de 'meerwaarde' van het gezamenlijke optreden ontging me. De belangrijkste band leek dat Scholten een paar schoenen van Wieringa aanhad, waar we op gewezen werden.

Ik kreeg de indruk dat Wieringa het niet erg naar zijn zin had. Toen hij het toneel opkwam zei hij iets over een chaotische dag en aan de mensen die vooraan blijkbaar onderuit lagen op zitzakken o.i.d. (ik zat achterin en kon het niet zien) vroeg hij of ze in slaap gevallen waren. Toen er gelachen werd zei hij: 'Lachen vind ik een tamelijk aapachtig vertrekken van het gelaat en daar stel ik geen prijs op.' Dat verbaasde me, want vorig jaar werd er ook veel gelachen tijdens zijn optreden en toen was hij daar, zoals later uit zijn column in De Pers bleek, juist nogal tevreden over. ('Ik stook het vuur langzaam op, het wordt aangeblazen door applaus en gejoel - dit is wat voorlezen moet zijn, het ontketenen van een opstand.')

Van zijn verhalen van vorig jaar herinner ik me nu nog stukken, van die van dit jaar niets. Van een zaal die in zijn ban was, was deze keer geen sprake. Hij moest wat abrupt stoppen vanwege een volgend programma-onderdeel en ik kreeg de indruk dat hij enigszins verontwaardigd het podium verliet. Ik ben toen ook maar naar huis gegaan, aanzienlijk minder vrolijk dan vorig jaar.

Benieuwd of hij er morgen in De Pers nog op terug komt.

Over Jaap Scholten kan ik niet veel zeggen. Hij las niet bijzonder goed voor en boeide me niet. Dat zegt verder niets over zijn kwaliteiten als schrijver. Misschien zou zo'n festival er gewoon niet moeten zijn. Schrijvers moet je lezen, niet beluisteren. Maar zoals het vorig jaar met Wieringa was, dat was toch wel bijzonder. Ik weet het dus niet.

Foto Tommy Wieringa: Klaas Jan van der Weij, hier gevonden.
Foto Jaap Scholten hier gevonden.

zondag 11 oktober 2009

Wat ik las 29

Gisteravond las ik de laatste pagina's van Geheim Dagboek 1998-2000 van Hans Warren, deel 21 van de reeks. Deel 22, het laatste deel, was al eerder, niet lang na Warrens dood (in december 2001, hij werd 80 jaar, het boek verscheen in 2002) uitgebracht. Op een enkel gedeelte na heb ik nu al zijn Dagboeken gelezen. Ik begon er jaren (15? 20?) geleden aan met het idee: laat ik het maar 's proberen, maar ik zal het vast niks vinden. Maar dat pakte anders uit: ik was al snel verslaafd en bleef naar de bibliotheek gaan om nieuwe delen te halen. Ik was onaangenaam verrast toen een bepaald deel (ik geloof 14) maar steeds niet op de plank stond. Later ontdekte ik het bij de afdeling 'Nederlands', terwijl ik de rest gewoon bij de romans had gevonden.

En nu is het dus voorbij. Nooit meer een nieuw Geheim Dagboek.

Laat dan ieder weten hoe heerlijk ik het leven heb gevonden. Ik heb geleefd en daarvan getuigd, in extase en in verveling.

Dit schrijft Warren op 29-2-2000. ('Dit zal wel de laatste schrikkeldag zijn die ik beleef.') En dat is precies waar het in de Dagboeken om gaat: leven en daarvan getuigen. Het als lezer kunnen mééleven vond ik een bijzondere ervaring. Het was bepaald geen doorsnee-leven (zo die al bestaan): Warren is getrouwd geweest, heeft drie kinderen gekregen, is gescheiden, had ingewikkelde relaties met jonge mannen, is het contact met zijn kinderen zo goed als kwijtgeraakt, ontmoette op zijn 57e zijn laatste liefde: een jonge bewonderaar van 17 met wie hij tot zijn dood samenbleef.

Dit deel wordt net als deel 22 bepaald door de onmacht van Warren en zijn vriend Mario (Molegraaf) om in harmonie samen te leven. Warren neemt zich vele malen voor om verdaagzamer en geduldiger te zijn, maar het gaat voortdurend mis, zelfs als hij verdraagzaam en geduldig ís. Het is vaak erg treurig om te lezen en je zou als lezer graag ingrijpen omdat je het denkt te begrijpen: Mario kan niet verwerken dat Hans oud en ziek is en wordt kwaad uit onmacht, beweert de ene keer dat het allemaal aanstellerij is en schreeuwt bij een andere gelegenheid dat Hans naar een verzorgingshuis moet.

Veelvuldig worden er reizen (per auto) gemaakt naar musea en verkoopexposities, waar Mario op aandringt en waar Hans zich keer op keer van te voren in zijn dagboek zorgen over maakt. De tochten gaan naar Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg maar ook naar Brussel, Parijs of Bonn en vele andere plaatsen, vaak een combinatie van verschillende doelen en altijd alles op een dag heen en terug en meestal ook nog gecombineerd met een (prijzig) diner hier of daar. Op andere dagen kookt Hans altijd, vaak bijzondere maaltijden waarvoor de ingrediënten worden aangeschaft bij een horeca-groothandel of op de R'damse 'culinaire boulevard'.

Samen verzetten ze veel werk, dat volgens Hans meer en meer op Mario neerkomt: het redigeren van het Dagboek, samenstellen van gedichtenbundels, de Poëziekalender, vertalingen (o.a. van Plato), recensies van boeken en tentoonstellingen voor de krant (PZC). Hans heeft allerlei kwalen, valt regelmatig, kan soms niet uit zijn stoel komen. Mario reageert vaak vol onbegrip maar helpt toch weer met de artikelen. Hans is beurtelings wanhopig en innig dankbaar. Veel tijd en geld wordt geïnvesteerd in hun kunstcollectie: het oude en steeds meer vervallende huis in Kloetinge (bij Goes) komt voller en voller te staan met Oosterse, Afrikaanse en andere kunstvoorwerpen. Ondertussen is er een jacht gaande op de muizen, moet het gras gemaaid waar M. altijd van over z'n toeren raakt, en raken de etenswaren in de koelkast over de datum waar M. altijd woedend van wordt. Enz. Een verhevigde vorm van hoe mensen elkaar het leven zuur kunnen maken terwijl ze elkaar toch heel erg nodig hebben, hoe ze elkaar de ene keer haten en de andere liefhebben, hoe ze voor elkaar gekozen hebben maar inmiddels ook tot elkaar veroordeeld zijn. Soms níet, maar vaker wél herkenbaar.

Hoewel je weet dat het Dagboek geredigeerd is en er veel is uitgelaten, is het toch heel geloofwaardig en 'echt' gebleven. En het overstijgt, vind ik, het strikt particuliere, waardoor het een boeiende leeservaring is. D.w.z. voor mij inmiddels: was.

zaterdag 10 oktober 2009

Weer naar GDMW 3


















Op GDMW was ook cabaret te zien. De vrijdagavond begon met Campert, Mulder & Chabot, drie heren die mij individueel nooit erg hebben weten te boeien, maar als groepje kon ik ze wel waarderen. Ze brachten wat onderdelen van hun theaterprogramma Tot zoens. Mulder liet muziek uit zijn jeugd horen waaruit moest blijken wat voor vreselijke invloed die jeugd op hem had gehad, o.a. 'Waarom zijn de mensen zo moe' van Jules de Corte. Eveneens uit míjn jeugd, jaren niet meer gehoord en inderdaad nogal vreselijk als je het terughoort. (Vroeger vond ik het leuk moet ik bekennen.) Chabot voerde een act op over het maken van een chocolade-afgietsel van zijn penis. Even googelen leerde mij dat het een verhaal is uit zijn bundel Schiphol blues, zie b.v. hier. Maar met voorlezen had het weinig te maken, dit was optreden en er viel erg om te lachen.

Daarna kwam Campert, die een aantal verhalen voorlas. Ik heb nooit zo van zijn verhalen gehouden en ook nu boeiden ze me niet bijzonder, maar het was een genoegen iemand van zijn leeftijd (80) en breekbaar ogend, zo levendig te horen voorlezen. De zaal, waarin vrijwel iedereen veel tot zeer veel jonger was, reageerde enthousiast. Dat was leuk om mee te maken. Al hield ik dan zelf nooit zo van Campert, het is toch een van de literaire helden van 'onze' jeugd, de man van Tjeempie! of Liesje in Luiletterland en Het leven is vurrukkulluk (die ik overigens geen van beide gelezen heb...).

Foto: Anton Corbijn
Optredens hier te vinden.

vrijdag 9 oktober 2009

Pltj 17






















Mary Cassatt (1844-1926)
Young Girl Reading, 1894

Pltj 16





















George Cochran Lambdin (1830-1896)
American Girl Reading, 1872

Pltj 15























Isadore Weiner (1910-1961?)
Girl Reading, 1938

donderdag 8 oktober 2009

Pltj 14






















Alexander Deineka (1899-1969)
Young Woman, 1934

woensdag 7 oktober 2009

Weer naar GDMW 2



















Dag Festina,

Bovenstaande foto staat daar vrees ik illegaal, maar ik doe het voor jou. Ik wilde je nl. graag laten zien hoe Ramsey Nasr er afgelopen zaterdag uitzag en dat was, afgezien van zijn kleren, die ik me niet meer herinner (dus het kunnen ook deze geweest zijn), zoals op deze foto. Bril of geen bril maakt in dit geval nogal een verschil en zaterdag had hij hem op.

Ik hoorde voor het eerst van RN toen hij meedeed aan de wedstrijd voor 'Dichter des Vaderlands' en die ook won. Omdat NRC Handelsblad de gedichten die hij in deze functie schreef publiceerde leerde ik die ook kennen. Die gedichten bevielen me wel en waren een verademing na die van de vorige Vaderlandsdichter. Ik kreeg de indruk dat jij RN bewonderde, maar zo ver was het met mij nog niet. Maar door het gedicht 'mi have een droom' en de manier waarop hij dat voordroeg, begon ik hem ook stilletjesaan een beetje te bewonderen. Ik keek dan ook met enig verlangen uit naar zijn optreden op het GDMW. En ik werd niet teleurgesteld. Hij is aardig en hij kan mooi voordragen. Naar aanleiding van een van zijn gedichten was een animatiefilmpje gemaakt en dat kregen wij te zien. RN zag het zelf ook voor het eerst in de definitieve vorm en hij leek oprecht aangedaan en blij en bedankte de makers. (Als hij er niks van meende is hij in elk geval een goed acteur en dat is ook wat waard.)

Hij droeg een aantal gedichten voor, die ik niet allemaal meer weet (achteraf gezien had ik de titels misschien even moeten noteren). Daarbij waren in elk geval het gedicht dat hij instuurde als sollicitatie naar de functie van Dichter des Vaderlands, 'ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven)', en ook 'in het land der koningen' en 'mi have een droom' (dat laatste hoopte ik natuurlijk al). Van zijn 'gewone' gedichten heb ik alleen 'de zuivere minnaar' teruggevonden. (Alle DdV-gedichten en enkele andere zijn te vinden op de site van RN, maar dat wist je ongetwijfeld al.)

Ik vond altijd dat je gedichten in de eerste plaats hoort te lezen. Ze een keer horen voorlezen kan wel 's aardig zijn, maar dat is toch bijzaak. Het gedicht leeft tussen het papier en jou, zoiets. En dat vind ik nog steeds, maar ik ben er door RN toch wat minder zeker van geworden. Zijn gedichten krijgen beslist iets extra's als hij ze voordraagt, omdat hij dat zo mooi doet. Voor de betekenis maakt het gelukkig niks uit: zijn gedichten zijn bij een eerste kennismaking aangenaam onbegrijpelijk en dat wordt er niet minder op als je ze hoort.

Wat in het geval van de gedichten van RN naar mijn idee daarom de beste benadering zou zijn is deze: ze eerst thuis een paar keer lezen en er dan pas naar gaan luisteren. In de praktijk lukt dat natuurlijk niet altijd, dus ik doe het nu maar andersom.

Had je al ontdekt dat 'ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven)' op YouTube staat? Vast wel, maar zo niet, klik dan hier.

Ben je nu een beetje jaloers?

Hartelijke groet, schrvrdzs


p.s. In het blad uitAGENDA waarin de programma's van de R'damse theaters e.d. staan, las ik een interview met RN (met romantische foto's erbij, zónder bril). Meest opvallende uitspraak daarin vond ik 'Het is het enige dat het leven zin geeft: het verschijnsel van de seksuele voortplanting.' De interviewer vond het blijkbaar ook opvallend, want hij gaf zijn stuk als titel 'Ramsey Nasser... ...wil zich voortplanten' (het tweede deel zag je na omslaan).

Foto: Jos Uljee, hier gevonden.

dinsdag 6 oktober 2009

De parabel van de broek



















Eerlijk gezegd maak ik me de laatste tijd niet meer zo druk over de bibliotheek en wat daaraan verbeterd zou kunnen worden. Laat mij maar lekker collecties maken en voor de rest zal het mijn tijd wel duren. Of niet, ook goed. Ik lees weer gewoon romans in plaats van 'informatie' en wie de bibliotheek wil redden doet z'n best maar. Of ik me erover opwind of niet, het maakt toch allemaal niks uit en stel dát ik 's een echt goed ideetje heb (en stiekem vind ik dat ik er best een paar gehad heb), dan zal de reikwijdte daarvan toch nooit de grenzen van dit blog overschrijden.

Maar nu heb ik me toch weer even ouderwets opgewonden. Het is ook alweer voorbij, maar ik kan het nog wel navertellen. Het kwam door een filmpje dat ik op het blog van Astrid zag. Het is een instructiefilmpje over hoe je Nederland Leest in je bibliotheek tot een succes kunt maken. Wie het nog niet gezien heeft moet eerst maar even kijken.

Nu voel ik me door Nederland Leest enigszins gefrustreerd omdat de actie om Oeroeg ook in grote letter uit te brengen niets heeft uitgehaald, dus daardoor keek ik misschien niet helemaal objectief, maar ik geloof toch eigenlijk niet dat het er veel mee te maken heeft. Dit ís gewoon een treurig filmpje en nergens goed voor. Een 'A4-tje' (of mailtje) met instructies en tips zou dezelfde informatie kunnen overbrengen en waarschijnlijk zelfs beter en in elk geval met minder moeite.

Wat het nog een beetje erger maakte was dat Edwin in een reactie schreef:

Niet echt spannend inderdaad...maar goed, er is in ieder geval ook een filmpje gemaakt. Dat was een paar jaar geleden ook nog niet echt aan de orde...

Waarom zou een slecht filmpje een vooruitgang zijn vergeleken met een goed stuk tekst? Als in dat filmpje nou nog voorbeelden te zien waren van wat je voor leuks kan doen, maar zelfs dat is niet het geval. En bleef het nou nog maar 'onder ons', maar het staat op YouTube dus iedereen kan het zien. (Al zullen gelukkig wel niet al te veel mensen er zomaar op terechtkomen.) Niet bepaald reclame voor de bibliotheek of voor Nederland Leest.

Ik dacht: zou het symptomatisch zijn voor de bibliotheek, dat we al blij zijn als iets via een 'nieuw medium' gebracht wordt? Vinden we het dan meteen al beter dan hoe het vroeger was? Blijven we in onze drang om 'mee te komen' wel kritisch? Is het niet 'als je het doet moet je het goed doen', maar 'het is al mooi als je het doet'?

Onderweg naar de trein vertelde ik over het filmpje aan een collega. Die zei: 'Het is net of je een spijkerbroek koopt van een duur merk, maar wel twee maten te groot. Je denkt dat je er helemaal bijhoort omdat je een dure broek aan hebt maar je hebt niet door dat je er in een goedkope, goedzittende broek veel beter zou uitzien.' Dat vond ik wel een aardige vergelijking. (Het moge duidelijk zijn dat hij in de optiek van een skater anders zou worden: twee maten te groot blijft belachelijk, maar 'passend' wordt dan een andere zaak.)

Foto hier gevonden.

maandag 5 oktober 2009

Pltj 13, tevens oefening in bescheidenheid























Quiringh Gerritsz. van Brekelenkam (na 1622-1669 of later)
Lezende oude vrouw, 1652



Omdat een paar lezers van dit blog me meedeelden dat ze de 'plaatjes' die ik af en toe plaats leuk vinden én (vooral) omdat ik het zelf ook leuk vind naar die plaatjes te speuren, ging ik vandaag weer op zoek. Dat er diverse weblogs met plaatjes van lezers bestaan wist ik wel en af en toe pik ik daar ook wel eens iets, maar het meeste vind ik door gewoon te googelen met termen als 'lezende vrouw', 'lezende man', 'lezer' en dat dan in een paar talen.

Vanavond deed ik een ontdekking waar ik wel van opkeek: een Russisch weblog met vele honderden schilderijen van 'vrouw en boek'. Als de categorieën religieuze ondewerpen en niet-religieuze onderwerpen samen zoals ik vermoed alle geplaatste schilderijen omvatten, zijn het er 215+1659=1874. (Als er nog wat buiten deze categorieën valt zijn het er dus nog meer.)

Hoe heeft iemand (is het één iemand?) dit voor elkaar gekregen? Hoeveel uren werk zitten daarin? Waar is alles gevonden? Wordt het nog aangevuld?

Even dacht ik: laat ik maar stoppen met plaatjes verzamelen, want het is allemaal al gedaan. Maar ik ga toch nog maar gewoon een poosje door, want ik heb er plezier in. En bovendien, het Russische blog beperkt zich tot 'vrouw en boek', al vind ik beperken een term die hier niet zo erg lijkt te passen.

Bovenstaand plaatje komt van het genoemde weblog.

zondag 4 oktober 2009

Weer naar GDMW




De (blog)geschiedenis herhaalt zich: vrijdag- en zaterdagavond was ik voor de tweede keer bij het GDMW-festival, dat nu overigens weer bij zijn volle naam werd genoemd: Geen Daden Maar Woorden. Vorig jaar was ik er vooral naartoe gegaan in de hoop er wat over te kunnen bloggen. (Dat was nog in de periode dat ik het bloggen zeer serieus nam.) Inderdaad lukte het me toen er een paar stukjes (zie desgewenst hier en hier en hier ook nog) over te schrijven en wat ook prettig was: ik had het erg naar mijn zin. Het optreden van Ilja Pfeijffer samen met Ellen ten Damme en dat van Tommy Wieringa herinner ik me als de hoogtepunten, en ook de films over Abdelkader Benali en Rien Vroegindeweij bekeek ik met genoegen.

Omdat het me vorig jaar zo bevallen was (en eerlijk gezegd net als toen hopend op wat blogstof), en ik gelukkig bijtijds in de gaten had wanneer het zou zijn, ging ik er nu weer heen. Het programma leek me dit jaar wat minder aantrekkelijk, maar in elk geval zou Tommy Wieringa er ook deze keer zijn en daarnaast ook nog 's Ramsey Nasr. Het meisje bij de kassa raadde me met veel overtuiging Kees Torn aan, dus daar was ik ook wel nieuwsgierig naar. Omdat ik het heen- en weerlopen tussen twee zalen de vorige keer onhandig vond, besloot ik me nu tot de grote zaal te beperken en de paar optredens in de kleine zaal die me aardig leken maar te laten zitten.

Vrijdagavond dacht ik na afloop: 't was wel een beetje saai, maar morgen zal het vast beter zijn. Zaterdagavond dacht ik: gisteren was het leuker. Dus: het viel tegen. Geen echt vervelende avonden en heus geen zonde van m'n tijd want die zou ik anders zeker niet beter besteed hebben, maar helaas, de gevoelens van vorig jaar (die ik, als ik dat woord toen al gekend zou hebben, 'wow-momenten' had kunnen noemen) bleven uit. Tja, en waar ligt dat dan aan? Verwachtte ik teveel (immers 'alles is veel voor wie niet veel verwacht'), stond ik er niet genoeg voor open, was ik niet in de juiste stemming, of wás het vorig jaar gewoon beter? Daar kom je nooit achter natuurlijk en ik ken niemand die er ook was, dus even gezamenlijk evalueren zal ook niet gaan.

Het leukste moment voor mij was er een van niet-literaire aard: de band De Kift, een mij tot nu toe onbekende band die overigens al 20 jaar bestaat, die voor veel muzikaal spektakel zorgde waartussen ook gedichten werden 'voorgedragen' of gezongen, zette naast blaasinstrumenten, gitaren en mij onbekende instrumenten bij een van hun nummers ook een soort grote mand in, die werd geschud en dan rammelde. Hij werd steeds harder geschud, tot er op een gegeven moment wat blikken over de rand vielen waarmee duidelijk werd hoe dat gerammel tot stand kwam. Harder en harder werd de mand geschud, meer en meer blikken vlogen het toneel op. Intussen werd de muziek ook steeds wilder, verschillende muzikanten wisselden razendsnel tussen b.v. gitaar en trompet, renden heen en weer, enz. Er werd ook nog een tekst tussendoor geroepen of gezongen, maar welke dat was ben ik vergeten. Tot dan toe had ik vooral met verbazing zitten kijken, maar toen de eerste blikjes over de rand begonnen te vliegen kreeg ik er plezier in (en zo te horen velen met mij) en werd ik aangestoken door het absurde geheel. En ik dacht: zó zou literatuur moeten zijn, of in elk geval literatuur op een festival, of in elk geval een deel van de literatuur op een festival: verrassend, ontregelend, meeslepend, absurd. (Zo uitgewerkt bedacht ik het natuurlijk niet ter plaatse maar nu pas, maar iets ervan dacht ik wel.)

Verder was er o.a. nog dit. Tom Lanoye las: redelijk boeiend. Herman Brusselmans las: tamelijk hilarisch. Marcel Möring las: saai. Cees Nooteboom las: saai. Leon Verdonschot las: saai. E.e.a. zegt weinig over de tekst, maar meer over de manier waarop de auteur hem brengt. De tekst van Brusselmans zou ik waarschijnlijk als ik hem las flauw hebben gevonden, maar zoals hij hem voorlas was hij nogal vermakelijk. Over de rest (cabaret, dans, Ramsey Nasr, Wieringa & Scholten) hopelijk later.

vrijdag 2 oktober 2009

Blog en terras























'Het is zoiets als met een terras: als er niemand zit ga ik er ook niet zitten,' schreef ik twee dagen geleden. Ik bedoelde daarmee dat ik op een blog waarop verder zelden of nooit iemand reageert niet zo makkelijk een reactie plaats.

Edwin reageerde daar zo op:

Als niemand op het lege terras gaat of blijft zitten zal het ook altijd leeg blijven. En hoe gezellig en interessant een vol terras ook is: ik mag ook dolgraag in een bijna leeg cafe rondhangen omdat de dienstverlening dan beter is, je meer ruimte en aandacht krijgt EN omdat een rustige tent ook een vorm van zen is.

Van zen weet ik niets en in cafés kom ik slechts sporadisch, maar ik vermoed dat rondhangen in een bijna leeg café toch vooral fijn is als je het café al kent en als die paar mensen die er zijn jou kennen. En als je er ook een aantal keren geweest bent toen het wél druk was.

En zo bedoelde ik mijn beeldspraak die, zoals dat met beeldspraak vaker gaat, niet helemaal klopte en daarom uitleg behoeft (en dus geen goede beeldspraak was).

Stel, je loopt in een stad waar je nooit eerder geweest bent en je wilt iets drinken. Je komt op een plein met een stuk of wat terrassen. Sommige daarvan zitten half (of verder) vol, een ander is helemaal leeg. Denk je dan: op dat lege terras word ik vast goed bediend want daar is het lekker rustig óf denk je: op dat lege terras word je misschien niet al te best bediend, want anders was het er wel drukker? De stamgast weet het, maar jij weet het niet en ik vermoed dat je voor de zekerheid maar liever op een van de niet-lege terrassen gaat zitten.

Zo ongeveer werkt het voor mij met blogs. Stel, ik lees een blog en ik zou best willen reageren, maar er heeft in weken niemand anders op dat blog een reactie geplaatst. Ik aarzel dan of ik het zal doen, en een enkele keer doe ik het. Dan zijn er weer een paar vervolgvarianten mogelijk. B.v.: de schrijver van het blog reageert niet op mijn reactie. Dan zal ik waarschijnlijk niet nog 's op dat blog reageren. Of: de schrijver reageert wel. Dat geeft me moed om een volgende keer weer te reageren. Soms wordt het dan keer op keer leuker en heb ik er veel plezier in om op dat blog te blijven reageren. Maar vaker heb ik het gevoel dat ik dat toch maar beter niet kan doen omdat ik vrees dat de schrijver weliswaar reageert maar eigenlijk vindt dat ik me een beetje aan hem opdring.

Ik bedoel hiermee dat ik me op een blog waar ik een van de schaarse reageerders (reagenten?) ben vaak niet echt op m'n gemak voel en dus vaak maar weer stop met reageren.

Volgt iemand het nog? Ik wil maar zeggen dat reageren op een blog haken en ogen heeft en dat het makkelijker zou gaan als het een beetje gebruikelijker was. Als iedereen die blogs leest nou af en toe 's ergens zou reageren, dan zou dat misschien anderen ook over de streep trekken. En wie er niet van houdt om veel reacties op zijn blog te krijgen kan het altijd nog 'alleen voor genodigden' openstellen.

Omdat het nu toch over terrassen gaat: op bovenstaand terras heb ik in mijn vakantie elke dag (op een na) gezeten. Het was nooit vol en nooit leeg en je kon er prima lezen.

En nu begeef ik mij snel naar het GDMW-festival, in de hoop dat het daar net zo leuk is als vorig jaar.


Foto: schrijverdezes.