
Gisteravond las ik de laatste pagina's van Geheim Dagboek 1998-2000 van Hans Warren, deel 21 van de reeks. Deel 22, het laatste deel, was al eerder, niet lang na Warrens dood (in december 2001, hij werd 80 jaar, het boek verscheen in 2002) uitgebracht. Op een enkel gedeelte na heb ik nu al zijn Dagboeken gelezen. Ik begon er jaren (15? 20?) geleden aan met het idee: laat ik het maar 's proberen, maar ik zal het vast niks vinden. Maar dat pakte anders uit: ik was al snel verslaafd en bleef naar de bibliotheek gaan om nieuwe delen te halen. Ik was onaangenaam verrast toen een bepaald deel (ik geloof 14) maar steeds niet op de plank stond. Later ontdekte ik het bij de afdeling 'Nederlands', terwijl ik de rest gewoon bij de romans had gevonden.
En nu is het dus voorbij. Nooit meer een nieuw Geheim Dagboek.
Laat dan ieder weten hoe heerlijk ik het leven heb gevonden. Ik heb geleefd en daarvan getuigd, in extase en in verveling.
Dit schrijft Warren op 29-2-2000. ('Dit zal wel de laatste schrikkeldag zijn die ik beleef.') En dat is precies waar het in de Dagboeken om gaat: leven en daarvan getuigen. Het als lezer kunnen mééleven vond ik een bijzondere ervaring. Het was bepaald geen doorsnee-leven (zo die al bestaan): Warren is getrouwd geweest, heeft drie kinderen gekregen, is gescheiden, had ingewikkelde relaties met jonge mannen, is het contact met zijn kinderen zo goed als kwijtgeraakt, ontmoette op zijn 57e zijn laatste liefde: een jonge bewonderaar van 17 met wie hij tot zijn dood samenbleef.
Dit deel wordt net als deel 22 bepaald door de onmacht van Warren en zijn vriend Mario (Molegraaf) om in harmonie samen te leven. Warren neemt zich vele malen voor om verdaagzamer en geduldiger te zijn, maar het gaat voortdurend mis, zelfs als hij verdraagzaam en geduldig ís. Het is vaak erg treurig om te lezen en je zou als lezer graag ingrijpen omdat je het denkt te begrijpen: Mario kan niet verwerken dat Hans oud en ziek is en wordt kwaad uit onmacht, beweert de ene keer dat het allemaal aanstellerij is en schreeuwt bij een andere gelegenheid dat Hans naar een verzorgingshuis moet.
Veelvuldig worden er reizen (per auto) gemaakt naar musea en verkoopexposities, waar Mario op aandringt en waar Hans zich keer op keer van te voren in zijn dagboek zorgen over maakt. De tochten gaan naar Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg maar ook naar Brussel, Parijs of Bonn en vele andere plaatsen, vaak een combinatie van verschillende doelen en altijd alles op een dag heen en terug en meestal ook nog gecombineerd met een (prijzig) diner hier of daar. Op andere dagen kookt Hans altijd, vaak bijzondere maaltijden waarvoor de ingrediënten worden aangeschaft bij een horeca-groothandel of op de R'damse 'culinaire boulevard'.
Samen verzetten ze veel werk, dat volgens Hans meer en meer op Mario neerkomt: het redigeren van het Dagboek, samenstellen van gedichtenbundels, de Poëziekalender, vertalingen (o.a. van Plato), recensies van boeken en tentoonstellingen voor de krant (PZC). Hans heeft allerlei kwalen, valt regelmatig, kan soms niet uit zijn stoel komen. Mario reageert vaak vol onbegrip maar helpt toch weer met de artikelen. Hans is beurtelings wanhopig en innig dankbaar. Veel tijd en geld wordt geïnvesteerd in hun kunstcollectie: het oude en steeds meer vervallende huis in Kloetinge (bij Goes) komt voller en voller te staan met Oosterse, Afrikaanse en andere kunstvoorwerpen. Ondertussen is er een jacht gaande op de muizen, moet het gras gemaaid waar M. altijd van over z'n toeren raakt, en raken de etenswaren in de koelkast over de datum waar M. altijd woedend van wordt. Enz. Een verhevigde vorm van hoe mensen elkaar het leven zuur kunnen maken terwijl ze elkaar toch heel erg nodig hebben, hoe ze elkaar de ene keer haten en de andere liefhebben, hoe ze voor elkaar gekozen hebben maar inmiddels ook tot elkaar veroordeeld zijn. Soms níet, maar vaker wél herkenbaar.
Hoewel je weet dat het Dagboek geredigeerd is en er veel is uitgelaten, is het toch heel geloofwaardig en 'echt' gebleven. En het overstijgt, vind ik, het strikt particuliere, waardoor het een boeiende leeservaring is. D.w.z. voor mij inmiddels: was.

