WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

zaterdag 29 november 2008

Pauzepoes 3
















Bron: Flickr, foto: martineno
Kijk uit Anna!

vrijdag 28 november 2008

Pauzepoes 2












Bron: Flickr, foto: inthebag.golf
Voorzichtig Anna!

donderdag 27 november 2008

Even pauze














Bron: Flickr, foto: LeeLee821
Sorry Anna!


Dit is een 'bibliotheekgerelateerd' weblog, waarmee ik wil zeggen dat ik probeer te schrijven over dingen die min of meer samenhangen met het instituut bibliotheek. Aangezien ik sinds enkele dagen met dat instituut een beetje moeite heb, gaat het met dit weblog ook niet helemaal naar wens. Daarom neem ik maar (weer) eens even pauze. Tot later!

woensdag 26 november 2008

Lui lezen

Marcel Proust in 1900, Bron: Wikimedia

In de discussie over 'leestraining' die zich even op dit blog afspeelde, gebruikte Tenaanval de term 'luie lezers'. Ik vind dat een mooie term, niet alleen vanwege de alliteratie, maar ook omdat hij iets duidelijk maakt. Ik realiseerde me toen ik hem las: ja, dat ben ik, een luie lezer. Een luie lezer kan best iemand zijn die veel leest, maar het is iemand die kiest voor de gemakkelijkste weg. En dat doe ik. Aan een boek dat me te moeilijk lijkt begin ik meestal niet eens en als ik wél begonnen ben en ik begrijp een boek niet, dan leg ik het al snel weg. Boeken waarvan ik na een tijdje denk dat ze eigenlijk de moeite niet waard zijn maar die wel 'lekker lezen', lees ik meestal wél uit. Boeken van schrijvers waar ik nog nooit van gehoord heb pak ik veel minder snel dan boeken van 'vertrouwde' auteurs. Kortom, een luie lezer ten voeten uit.

Een paar keer ben ik geen luie lezer geweest en toen ik daar de afgelopen dagen eens over nadacht ontdekte ik dat ik daar voor beloond ben. Het boek van Pierre Bergounioux vond ik moeilijk maar ik heb het toch uitgelezen en kijk eens hoe het mij van pas is gekomen. En dan Proust. Niet echt een schrijver voor luie lezers, maar ik heb Op zoek naar de verloren tijd helemaal gelezen. Dat deed ik een jaar of vijf geleden. Ik had altijd vaag de gedachte eens Proust te gaan lezen omdat iemand hem nogal overtuigend aan mij had aangeraden, maar het was er nooit van gekomen. Diezelfde iemand bleek later Proust niet eens zelf gelezen te hebben, maar er wel aan te beginnen. Ik dacht: dan begin ik nu ook, dan kunnen we nog eens van gedachten wisselen. De andere lezer stopte er weer mee, maar ik zette door. Ik ben verschillende keren opnieuw begonnen maar het is me uiteindelijk toch gelukt alle delen te lezen. Ik denk dat ik er ongeveer anderhalf jaar over gedaan heb, met tussendoor af en toe een ander boek. (Een tempo dat ik nu zeker niet meer zou halen.) Als iemand me zou vragen waar de boeken over gaan dan zou ik er nauwelijks meer iets over kunnen vertellen en als ik ze weer opnieuw zou gaan lezen zou 95% me als nieuw voorkomen. Een zinloze actie al met al? Ja, misschien, maar hij is wél beloond.

Dit was de beloning. Toen ik Proust net uit had werd er in Rotterdam door het RO Theater een serie van vier Proust-toneelstukken gespeeld en daar ben ik naartoe geweest. Ik zou dat hoogstwaarschijnlijk niet gedaan hebben als ik niet net Proust had gelezen en áls ik het al gedaan had zou ik er weinig of niets van begrepen hebben. Maar nu heb ik genoten. Het was erg lang geleden dat ik naar een toneelstuk geweest was en of er inmiddels op toneelgebied zo veel veranderd was óf dat deze stukken toch nogal experimenteel waren, kon ik daarom niet beoordelen, maar ik vond ze in elk geval heel bijzonder en heel mooi. Het leuke was dat ze ondanks de bijzondere vorm (met filmbeelden, een jongenskoor, muziek, bijzondere decors en kleding) heel letterlijk de teksten van Proust volgden. Die zaten toen nog net in m'n hoofd, dus dat was een aangenaam herkennen.

In deze twee voorbeelden gaat het om 'externe' beloningen. Het belangrijkst is natuurlijk de 'interne' beloning, waarmee ik bedoel dat het boek zelf je uiteindelijk beloont voor je doorzettingsvermogen. Bij Proust was die vorm van beloning er ook wel, maar de voorstellingen deden me toch pas echt denken 'wat een geluk dat ik Proust gelezen heb'.

Toen ik aan dit stukje begon had ik geloof ik nog vaag het idee dat ik er iets mee duidelijk kon maken, maar dat idee ben ik inmiddels kwijt. Blijft over de anekdotische waarde, zo die er is. En natuurlijk hoop ik stiekem een beetje dat iemand misschien denkt: zo, zo Proust gelezen, dat doe ik je niet na. Maar geloof me: er is geen kunst aan, gewoon doorlezen tot het uit is. Proust begríjpen, dát is iets anders en voor de boeken die daar over geschreven zijn ben ik toch echt te lui.

dinsdag 25 november 2008

Boek&bieb 6








In Paradiso van Kees van Beijnum kwam ik een bibliotheek tegen:

Op koude winterdagen warmde ze zich in de kleine dorpsbibliotheek, in gepeins verzonken, starend naar de kunstplanten of haar handschoenen op de radiator.

Omdat in het dorp uit het verhaal als gevolg van uitdroging een veendijk is doorgebroken, zou je aan Wilnis kunnen denken. Bovenstaande fotootjes komen van de website van de bibliotheek aldaar.

maandag 24 november 2008

Film & taart














Gisteren was een bijzondere dag. Een week of zes geleden schreef ik een stukje over de film Vliegtuig van Joost Conijn en beloofde een taart (kwark-, appel- of kaastaart naar keuze) aan degene die er voor zou zorgen dat ik die film nog eens kon zien. Hierop reageerde blogvriendin Anna aldus:

Ha Schrijver,
Kaastaart! Ik heb het nog niet gezegd of de j.m. zeggen dat ik nú moet mailen naar Joost Conijn. Ja, na het avontuur met de luchtballon kan dit niet anders dan aanstekelijk werken. 'Als het lukt willen we de film ook zien,' roepen de j.m.....
Groet, Anna


Ik durfde er niet op te hopen, maar ik had het kunnen weten: Anna zou Anna niet zijn als het haar niet gelukt was, en zij heeft van Joost Conijn een videoband van de film gekregen! En gisteren kwam zij hem, samen met drie j.m. helemaal vanuit dtvdb met de tram door de sneeuw brengen en wij keken er met ons allen naar, nadat ze eerst de kaastaart tot op een klein stukje na opgegeten hadden. De film was voor mij natuurlijk iets minder verrassend dan de eerste keer maar nog steeds even prachtig en ik zat opnieuw op het puntje van mijn stoel. Nogmaals héél hartelijk dank Anna!! De j.m. vonden het leuk om nu eens te zien hoe een ander een vliegtuig bouwt en ik kreeg de indruk dat zij dachten 'hm, dat deden wij sneller', maar ze zeiden het niet.














Anna hecht aan haar anonimiteit en wilde niet op de foto, maar de j.m. hadden daar geen moeite mee. Ze waren er volgens mij wel een beetje trots op dat ze zóveel van de taart hadden weggewerkt. Ik realiseer me nu pas dat ze hun stukje citroentaart van de 'Koekela' misschien wel met het oog daarop hadden laten staan...

zondag 23 november 2008

Gedicht














Foto hier gevonden.


's Avonds, tegen een uur of acht,
sluit ik alle ramen en deuren en boeken.

Misschien gaat het wel waaien,
hard waaien en dan vliegen er
kikkers tegen het raam die prinsen zijn,
of kloppen er boze wolven op de deur
die zeggen dat ze mijn moeder zijn.

Als het binnen waait,
vallen er vreemde woorden uit boeken
die ik niet begrijp.


Gerard Berends

zaterdag 22 november 2008

Non scholae sed vitae














Foto hier gevonden.

Het was al hier en daar op een weblog te lezen: de werkgroep jeugdboeken van de Vereniging van Letterkundigen vindt het ongewenst dat boeken ook buiten de scholen op basis van AVI worden ingedeeld. Gisteren stond er ook een stuk over in NRC Handelsblad en daaruit werd me duidelijk dat AVI alleen maar gaat over de lengte van de woorden en niet over de begrijpelijkheid ervan, iets wat ik niet wist. Een kind zou aan het eind van de basisschool volgens de AVI-indeling Het Bureau aankunnen en op 9-jarige leeftijd zou het al in staat geweest zijn Bint te lezen. Blijkbaar worden namen niet meegeteld in het systeem, want Whimpysinger, De Moraatz, Van der Karbargenbok en Schattenkeinder lijken mij niet helemaal van het juiste AVI te zijn. Maar dit terzijde.

In het artikel stond ook dat ouders in boekhandel of bibliotheek steeds vaker vragen om een boek van het juiste AVI-niveau voor hun kind en niet gewoon om een 'leuk boek'. (Waarom laten die ouders, zeker in de bibliotheek, hun kind dat boek eigenlijk niet zelf uitzoeken?) En dat deed me opeens denken: het probleem is niet dat er AVI bestaat, maar het probleem is dat veel ouders tegenwoordig blijkbaar denken dat lezen alleen maar iets 'schools' is dat je zo goed mogelijk moet kunnen, vergelijkbaar met rekenen. Ik vrees dat het ouders zijn die zelf niet lezen, want ik kan me nauwelijks voorstellen dat iemand die zelf van boeken houdt zo krampachtig zou omgaan met de boeken voor zijn/haar kinderen. AVI is er al 25 jaar (of misschien wel veel langer) en er heeft voor zover ik weet (al zegt dat weinig) nog nooit iemand moeilijk over gedaan. Maar nu veel ouders zelf niet meer lezen krijg je dit soort dingen. Ze weten niet meer wat mooie boeken zijn en zoeken houvast. Ze denken: het is belangrijk dat mijn kind goed leert lezen en daar zal ik alles aan doen. Maar ze vergeten: niet voor de school maar voor het leven lezen wij!

(Eindelijk -ik geef toe dat het even geduurd heeft, maar ik ben dan ook geen jeugdbibliothecaris, zo verdedig ik mij- begin ik door te krijgen dat er twee dingen spelen: 1. het lezen van AVI-verantwoorde boeken versus het lezen van boeken die je 'leuk' (mooi, spannend, ontroerend enz.) vindt en 2. het lezen van boeken die je leuk vindt versus het lezen van boeken die je met een beetje moeite en aanmoediging misschien leuk zou kúnnen vinden maar waar je uit jezelf niet aan zou beginnen. Dat laatste is dan waar Chambers het over heeft en je zou het misschien naar AVI kunnen vertalen door te zeggen: kinderen moeten niet ónder hun AVI-niveau lezen, maar ik ga ervan uit dat hij het ruimer bedoelt.)

Grappig vond ik dit: AVI betekent 'Analyse van Individualiseringsvormen' maar de jeugdboekenschrijvers zeggen dat het staat voor 'Afkorting Voor Iets'.

vrijdag 21 november 2008

Zelf Rotterdams praten

Bron: Flickr, foto: frenchy rjp

Dit weblog krijgt steeds meer losse eindjes, d.w.z. dingen 'waar ik nog op terugkom'. Die eindjes moet ik zo langzamerhand maar eens gaan wegwerken.

Al weer een paar weken geleden nam collega en mede-blogger Wies Verdan uit Hengelo de moeite om, n.a.v. de mogelijke toekomstige samenwerking van de Rijnbrinkgroep en ProBiblio, wat studiemateriaal over de Twentse taal in haar weblog op te nemen.

ProBiblio bestaat uit Noord- en Zuid-Hollandse elementen, waarbij de Zuid-Hollanders vrnl. uit het taalgebied van Rotterdam/Schiedam/Vlaardingen afkomstig zijn en bij de Noord-Hollanders Amsterdam, Alkmaar, West-Friesland en Hoofddorp de belangrijkste taalgebieden zijn. Omdat ik zelf in Rotterdam woon had ik me voorgenomen wat voorbeelden van het 'Rottûdoms' te zoeken. Ik moet er wel bij zeggen dat Rotterdams niet echt een eigen taal is, zoals Twents dat voor mijn gevoel wél is, maar een variant van het ABN. Het verschil zit hem slechts zeer ten dele in eigen woorden (al zijn ze er wel), maar vooral in de klank.

Het meest onvervalste Rotterdams vind je volgens mij in Vlaardingen en het wordt goed vertolkt door de weerman van TV Rijnmond (1). Dan hebben we natuurlijk Jules Deelder, die prachtig Rotterdams spreekt (2). En ik dacht ook nog aan 'De Berini's', die weliswaar niet meer als zodanig bestaan, maar die nog wel op YouTube te vinden waren (3).

Zo stelde ik een 'Kleine cursus Rotterdams' voor jullie samen.

1.


2.


3.

donderdag 20 november 2008

Plaatje






















Tekening: Eugène Mihaesco, hier gevonden.

woensdag 19 november 2008

Wat ik las 3

Las ik maar elke dag een boek, dan had ik ook elke dag iets om over te bloggen...

De afgelopen dagen las ik Vingers van marsepein van Rascha Peper. Een prima boek voor in de trein omdat het weinig concentratie vergt, vandaar dat ik het vrij snel uithad. Peper schrijft prettig en onderhoudend en vertelt een aardig verhaal. Een goed boek heb je daar nog niet mee en dat vond ik het ook niet, maar als boek voor tussendoor kon het er zeker mee door.
Rascha Peper schrijft vaak over mensen die zich met iets bijzonders bezighouden, dingen waarvoor het woord hobby tekort schiet, het zijn eerder obsessies. In Rico's vleugels is het schelpen verzamelen, in Een Spaans hondje het bouwen van 'follies' en in dit boek het vervaardigen van anatomische preparaten. De auteur maakt zo te lezen altijd uitgebreid studie van haar onderwerpen en beschrijft ze met overtuiging.

Vingers van marsepein gaat over een meisje van 10, Bregtje, dat na de dood van haar ouders en zusje en broer, in huis genomen is door haar oom, de beroemde anatoom Frederik Ruysch. Het verhaal speelt in 1704. We krijgen een mooi beeld van de werkwijze van Ruysch, die preparaten maakt van foetussen en (delen van) mensen en dieren en die daar een soort kunstwerken van maakt door preparaten te combineren, een hand een gehaakt manchetje te geven, de stoppen van de flessen te versieren met schelpen, e.d. Hoogtepunt hierbij zijn de aankomst en het prepareren van een neushoorn. Een spion van een concurrent probeert via Bregtje aan de geheime recepten van haar oom te komen. Hij heeft haar wijsgemaakt dat haar broer nog leeft en dat hij ervoor kan zorgen dat ze hem zal ontmoeten. Als Bregtje van haar oom en tante hoort dat haar broer echt dood is neemt ze wraak op de spion door hem 'Geest van Zout' in zijn gezicht te gooien.

Het verhaal van Bregtje, waarin ook een aardig sfeerbeeld van die tijd wordt gegeven (Anna: je had toen pastinakenkramen), wordt afgewisseld door dat van Benjamin, een hedendaagse jongen van 10 die, net als Bregtje vroeger, op de Bloemgracht in Amsterdam woont. Zijn zusje is gestorven en zijn ouders zijn gescheiden. Hij woont bij zijn moeder en gaat in de herfstvakantie met zijn vader en diens vriendin naar St. Petersburg. In een museum daar ziet hij de preparaten die Frederik Ruysch ooit aan tsaar Peter de Grote heeft verkocht. Die maken veel indruk op hem. In de dierentuin doet hij iets doms & dappers: hij gaat de tas van een Russisch jongetje, die door pestkoppen in het neushoornverblijf is gegooid (Benjamin wordt zelf op school soms ook gepest), pakken door over de muur van het verblijf te klimmen. Hij wordt bijna door de neushoorn verpletterd, maar het loopt nog net goed af.

Nou, de verbanden lijken me inmiddels wel duidelijk, en er zijn er nog meer. Qua opbouw deed het boek me een beetje denken aan Wolkenatlas van David Mitchell, waarin ook verschillende verhalen uit verschillende tijden door elkaar heen verteld worden die hier en daar raakvlakken hebben. Met het verschil dat ik het boek van Mitchell erg goed vond en dat van Peper onderhoudend en meer niet.

Heel af en toe lees ik een 'literair' boek waarvan ik denk: dat zou ook iets voor onze mensen zijn. Met 'onze mensen' bedoel ik die hoogbejaarden (voor wie ik collecties maak) die het liefst familie/streekromans lezen. Vingers van marsepein zou (na een paar kleine aanpassingen, b.v. boven de hoofdstukken de jaartallen zetten) door elke liefhebber van dit genre gelezen kunnen worden maar is qua stijl enorm veel beter dan de boeken van de bekende streekromanciers. Misschien zou Rascha Peper voor de gelegenheid een dubbele achternaam (zoals die van Oosterbroek-Dutschun en Thijssing-Boer) kunnen kiezen?

dinsdag 18 november 2008

Lezen als sport














Foto: Reuters Pictures, hier gevonden.

Alle begin is moeilijk en voor ik aan een blogstukje begin kijk ik vaak eerst wat rond op andere blogs, om het moment van beginnen nog even uit te stellen. Vandaag had dat onverwachte consequenties: waar ik over wilde schrijven werd op voorhand al tegengesproken. Ik zal het uitleggen.

Onlangs vond ik op een tafel op mijn werk, waar folders e.d. op worden neergelegd waarvan iemand denkt dat ze anderen ook zouden kunnen interesseren, het blad Leesgoed (nr. 7-2008). Ik zag dat blad voor het eerst en nam het mee voor in de trein. Het gaat over lezen met/voor/door kinderen en er bleken aardige artikelen in te staan. Zowel Steenwijk23 als Astrid hebben er al een blogpost aan gewijd.

In een interview met Aidan Chambers, schrijver van jeugdboeken en 'leesbevorderaar', las ik iets dat me verraste. Chambers zegt dat je kinderen er soms toe moet aanzetten iets te lezen dat eigenlijk te moeilijk voor ze is. Hij was vroeger de mening toegedaan dat je kinderen moet laten lezen wat ze leuk vinden, maar daar denkt hij inmiddels anders over: 'Als je op het niveau blijft steken dat je kinderen gewoon laat lezen wat ze willen lezen, voed je ze maar half op, en dat is niet genoeg,' zegt hij. 'De grote didactische vaardigheid is de twee samen te brengen: kinderen ertoe brengen datgene te lezen wat ze moeilijk vinden, zodat ze er uiteindelijk ook plezier aan beleven. Dat genot is er - alleen krijg je het niet onmiddellijk.'

Hij zegt dat het bij sport wél geaccepteerd wordt dat je dag na dag traint om iets te bereiken, maar dat mensen daar bij lezen anders tegenaan kijken.

Ik vond dat wel een 'eye-opener'. Inderdaad vinden ouders het vaak belangrijk dat hun kind ijverig oefent op voetbal of tennis en hetzelfde geldt voor piano spelen of ballet. Maar lezen hoeft alleen maar leuk te zijn en ik denk dat het maar weinig zal voorkomen dat ouders of leerkrachten een kind ertoe aanzetten een boek te lezen waar het moeite voor moet doen. (Afgezien dan van het lezen van religieuze geschriften, zoals hierboven afgebeeld.) Nu weet ik wel dat je van sporttraining of elke dag een uur piano spelen soms helemaal niet gelukkiger wordt, maar toch vind ik het idee om kinderen ook af en toe verplicht iets 'moeilijks' te laten lezen zo gek nog niet.

Het bovenstaande had ik zo'n beetje bedacht, maar voor ik het begon op te schrijven ging ik eerst nog even een paar blogs lezen. En wat las ik bij Henk: een pleidooi om het leesplezier voorop te stellen. En ja, daar zit natuurlijk ook wat in, want het gevaar lijkt me niet denkbeeldig dat, als je dingen tegen je zin moet lezen, je er zo gauw je daartoe de kans krijgt maar helemaal mee stopt.

Enige voorzichtigheid lijkt me dus op zijn plaats, maar het idee van Chambers bevalt me toch nog steeds. Gelukkig hoef ik er geen mening over te hebben.

maandag 17 november 2008

Boek&bieb 5













Foto: Maurice Boyer, hier gevonden

Een citaat over de bibliotheek, uit Vingers van marsepein van Rascha Peper:

Het jongetje Benjamin (10 jaar) is in de Hermitage in St. Petersburg Sylvia, de vriendin van zijn vader, met wie hij daar is, kwijtgeraakt en wil haar bellen.

Hij ging bij het raam staan, zag de brede rivier onverschillig voorbijstromen en haalde zijn mobieltje tevoorschijn. Zijn vader had gisteren het nummer van Sylvia erin gezet. In zijn adresboek vlogen mama, papa, opa en oma, Jimmy, Raoul, zijn school en de bibliotheek voorbij als machteloze toeschouwers, terwijl hij in het water lag.

Het lijkt mij overigens nogal onwaarschijnlijk dat een jongen van tien (van elke andere leeftijd ook trouwens) het telefoonnummer van de bibliotheek in zijn mobieltje heeft staan, maar daar denkt de schrijfster blijkbaar anders over. Omdat Benjamin in Amsterdam woont hierboven een foto van de OBA.

zondag 16 november 2008

Theorietje


















Bart van der Leck (1876-1958)
Zaaier, 1921

Met dit schilderij van een schilder waar ik van hou wil ik een theorie(tje) toelichten dat ik de afgelopen week bedacht heb. Het begon met een bericht op ZB Digitaal, waarin te lezen was dat er steeds minder lange stukken geschreven (en dus gelezen) worden terwijl het aantal korte en ultra-korte mededelingen toeneemt. Ik dacht toen: om goed korte mededelingen te kunnen schrijven moet je eerst de taal goed hebben leren beheersen, net zoals Bart van der Leck zijn geabstraheerde mensen pas kon maken nadat hij eerst goed 'naar het leven' had leren schilderen. Het was slechts een gevoel, en bewijzen kon ik natuurlijk niks. Dat is nog steeds zo, maar ik heb inmiddels twee dingen gevonden waarvan ik vind dat ze in dezelfde richting wijzen.

Voor ik tien jaar geleden 'in de boeken' terechtkwam hield ik mij ook met boeken bezig, nl. met het boeken van facturen op de financiële administratie. Daarbij was het nodig om, naast vanzelfsprekend het factuurbedrag en de nodige codes, in een veld met weinig posities zoveel mogelijk informatie over een factuur te geven. Dat was dus een soort sms-en avant la lettre, realiseerde ik me onlangs. Sms-taal bestond nog niet, dus ik moest mijn afkortingen zelf bedenken. Daar had ik wel plezier in en ik had het gevoel dat ik het niet slecht deed.

Er waren ook collega's van 'allochtone' afkomst die hetzelfde werk deden. Zij konden prima facturen boeken, maar ik merkte dat het beknopt omschrijven bij hen nogal eens raadselachtige afkortingen opleverde. Daar moest ik pas weer aan denken en het leek me een 'bewijs' van mijn theorie. Een tweede aanwijzing vond ik in de recente Twitter-berichten die ZB Digitaal ons vanuit Amsterdam leverde. Omdat ik ZB Digitaal altijd graag lees, besloot ik die 'Tweets' ook maar eens te volgen en ze bleken best leuk. Af en toe lees ik elders ook wel eens een Twitterbericht en vaak kan ik er geen touw aan vastknopen of erger ik me aan het kromme taalgebruik. Ik dacht: zie je wel, je moet eerst goed lang kunnen schrijven voor je goed kort kunt schrijven.

Het is maar een idee. Wat ik er mee wil zeggen is dat ik het niet eens ben met wat je wel eens leest, nl. dat het met de taalvaardigheid van de 'jeugd van tegenwoordig' heus wel meevalt omdat ze immers de hele dag sms-en en msn-en en hyven en dus genoeg lezen en schrijven.

Ik geef toe dat dit erg ouderwets klinkt.

zaterdag 15 november 2008

Wat ik las 2

'Maak lijstjes' las ik onlangs ergens bij de 'tips voor succesvol bloggen' (ik geloof in een in de bus gevonden Yes). En succesvol bloggen is mijn streven natuurlijk, dus hier is een lijstje.

- Louis-Ferdinand Céline: Reis naar het einde van de nacht
- Henri Barbusse: Het vuur
- Frederic Manning: Geslacht
- Sebastian Faulks: Het lied van de loopgraven
- Georges Duhamel: Civilisatie 1914-1917
- Sébastien Japrisot: De lange zondag van de verloving
- Erwin Mortier: Godenslaap

Wat deze boeken gemeen hebben is 1. dat ze over de eerste wereldoorlog gaan, 2. dat ik ze gelezen heb en 3. dat ik ze goed tot zeer goed vond.

Van de eerste wereldoorlog wist ik tot enkele jaren geleden erg weinig, eigenlijk alleen de jaartallen, dat er loopgraven bij betrokken waren en dat Nederland neutraal was. Dat is niet veel en het is beschamend, dat geef ik meteen toe. Of ik er op school meer over geleerd heb weet ik niet meer. Iemand die op de middelbare school hetzelfde geschiedenisboek (Wereld in wording) heeft gehad als ik, zei pas dat daar veel meer in stond, dus waarschijnlijk heb ik niet goed opgelet of ik ben het weer vergeten.

De eerste roman die ik, ongeveer negen jaar geleden, over WO I las, was Reis naar het einde van de nacht. Die maakte veel indruk op me, zowel door de verontrustende inhoud als door de stijl die je ook verontrustend zou kunnen noemen. Loopgraven, modder, kou, onvoorstelbare aantallen doden en gewonden, kortom de waanzin van de oorlog werd in beeld gebracht in een taal die je nergens anders aantreft (of hooguit in een paar regels). De volgende boeken voegden daar steeds een iets ander perspectief aan toe. Het vuur b.v. maakte juist indruk op me door de onverwachte 'huiselijkheid' die eruit naar voren komt: als er even niet gevochten werd werden er in de loopgraven knopen aangenaaid, brieven geschreven, sigaretten gerookt. In Civilisatie 1914-1917 lees je over de fronthospitalen, waar met grote inzet gewonden worden geopereerd en verpleegd, wat een merkwaardig contrast oplevert met de duizenden die aan het front worden opgeofferd voor een terreinwinst van enkele tientallen meters.

Door deze boeken werd WO I iets concreter voor me, al realiseer ik me dat je je er met geen mogelijkheid een voorstelling van kunt maken die ook maar enigszins in de buurt van de werkelijkheid komt.

Het laatste boek van het rijtje, Godenslaap van Erwin Mortier, dat ik in de afgelopen weken las, geeft weer een ander beeld dan de voorgaande, omdat het zich achter het front afspeelt. Ik wist toen ik het begon te lezen nog niet dat het over de eerste wereldoorlog zou gaan en had een ander soort boek verwacht. Ik ken Erwin Mortier als de schrijver over Vlaamse 'grootfamilies' met veel ooms en vooral tantes, waartussen de hoofdpersoon opgroeit, zoals in Marcel en Alle dagen samen. Veel speelt zich af in de keuken, de voertaal is (prachtig) Vlaams dialect. Iets dergelijks verwachtte ik weer.

Maar dit boek is anders. Er wordt geen dialect gesproken en de sociale klasse is 'hoger'. De hoofdpersoon is voor het eerst een vrouw: Hélène, of op zijn Vlaams Helena. Zij is bijna 100 jaar en blikt terug op haar leven, in het bijzonder op de periode van WO I en kort daarna. Helena woont in België maar brengt in haar jeugd elk jaar de zomermaanden door in Noord-Frankrijk op de boerderij van een oom, de broer van haar moeder. In 1914 zijn Helena, haar oudere broer en haar moeder daar net gearriveerd als WO I uitbreekt. Haar vader, die later zou komen, kan zich niet meer bij hen voegen en haar broer gaat terug naar België om in het leger te gaan. Helena en haar moeder kunnen even later niet meer terug omdat er alleen nog militaire treinen rijden en ze blijven gedurende de oorlog in Frankrijk, niet ver van het front.

Veel jongens en mannen uit het dorp sneuvelen. Anderen keren terug met ontbrekende ledematen en andere verwondingen. Helena ontmoet een Engelse soldaat/fotograaf, die later haar man zal worden. Met hem brengt ze, als haar moeder een paar dagen weg is, een bezoek aan de loopgraven aan het front.

Naast een boek over de oorlog is het ook een boek over taal en schrijven, zowel door wat Helena daarover denkt als door de beeldende en dichterlijke manier waarop Mortier schrijft. Om deze kant ervan beter te doorgronden en op waarde te kunnen schatten zou ik het nog eens moeten lezen, want het is het soort boek dat je langzaam en aandachtig moet lezen, iets wat mij, zeker bij de eerste keer lezen, zelden lukt. Van een tweede keer komt het vaak niet, maar dit boek zou het zeker waard zijn. Als verhaal over WO I en de invloed daarvan op het leven van Helena had het in elk geval ook al voldoende te bieden. Een merkwaardig toeval was dat ik het net uit had toen ik op 11-11 in de krant las dat precies 90 jaar geleden de eerste wereldoorlog was beëindigd. Op het kaartje bij het artikel zag ik waar het front dat in het boek zo'n grote rol speelde precies gelegen heeft, iets wat ik eerlijk gezegd niet wist.

Een leuk en interessant interview van Pieter Steinz met Erwin Mortier is hier te beluisteren.