
'Maak lijstjes' las ik onlangs ergens bij de 'tips voor succesvol bloggen' (ik geloof in een in de bus gevonden
Yes). En succesvol bloggen is mijn streven natuurlijk, dus hier is een lijstje.
- Louis-Ferdinand Céline:
Reis naar het einde van de nacht- Henri Barbusse:
Het vuur- Frederic Manning:
Geslacht- Sebastian Faulks:
Het lied van de loopgraven- Georges Duhamel:
Civilisatie 1914-1917- Sébastien Japrisot:
De lange zondag van de verloving- Erwin Mortier:
GodenslaapWat deze boeken gemeen hebben is 1. dat ze over de eerste wereldoorlog gaan, 2. dat ik ze gelezen heb en 3. dat ik ze goed tot zeer goed vond.
Van de eerste wereldoorlog wist ik tot enkele jaren geleden erg weinig, eigenlijk alleen de jaartallen, dat er loopgraven bij betrokken waren en dat Nederland neutraal was. Dat is niet veel en het is beschamend, dat geef ik meteen toe. Of ik er op school meer over geleerd heb weet ik niet meer. Iemand die op de middelbare school hetzelfde geschiedenisboek (
Wereld in wording) heeft gehad als ik, zei pas dat daar veel meer in stond, dus waarschijnlijk heb ik niet goed opgelet of ik ben het weer vergeten.
De eerste roman die ik, ongeveer negen jaar geleden, over WO I las, was
Reis naar het einde van de nacht. Die maakte veel indruk op me, zowel door de verontrustende inhoud als door de stijl die je ook verontrustend zou kunnen noemen. Loopgraven, modder, kou, onvoorstelbare aantallen doden en gewonden, kortom de waanzin van de oorlog werd in beeld gebracht in een taal die je nergens anders aantreft (of hooguit in een paar regels). De volgende boeken voegden daar steeds een iets ander perspectief aan toe.
Het vuur b.v. maakte juist indruk op me door de onverwachte 'huiselijkheid' die eruit naar voren komt: als er even niet gevochten werd werden er in de loopgraven knopen aangenaaid, brieven geschreven, sigaretten gerookt. In
Civilisatie 1914-1917 lees je over de fronthospitalen, waar met grote inzet gewonden worden geopereerd en verpleegd, wat een merkwaardig contrast oplevert met de duizenden die aan het front worden opgeofferd voor een terreinwinst van enkele tientallen meters.
Door deze boeken werd WO I iets concreter voor me, al realiseer ik me dat je je er met geen mogelijkheid een voorstelling van kunt maken die ook maar enigszins in de buurt van de werkelijkheid komt.
Het laatste boek van het rijtje,
Godenslaap van Erwin Mortier, dat ik in de afgelopen weken las, geeft weer een ander beeld dan de voorgaande, omdat het zich achter het front afspeelt. Ik wist toen ik het begon te lezen nog niet dat het over de eerste wereldoorlog zou gaan en had een ander soort boek verwacht. Ik ken Erwin Mortier als de schrijver over Vlaamse 'grootfamilies' met veel ooms en vooral tantes, waartussen de hoofdpersoon opgroeit, zoals in
Marcel en
Alle dagen samen. Veel speelt zich af in de keuken, de voertaal is (prachtig) Vlaams dialect. Iets dergelijks verwachtte ik weer.
Maar dit boek is anders. Er wordt geen dialect gesproken en de sociale klasse is 'hoger'. De hoofdpersoon is voor het eerst een vrouw: Hélène, of op zijn Vlaams Helena. Zij is bijna 100 jaar en blikt terug op haar leven, in het bijzonder op de periode van WO I en kort daarna. Helena woont in België maar brengt in haar jeugd elk jaar de zomermaanden door in Noord-Frankrijk op de boerderij van een oom, de broer van haar moeder. In 1914 zijn Helena, haar oudere broer en haar moeder daar net gearriveerd als WO I uitbreekt. Haar vader, die later zou komen, kan zich niet meer bij hen voegen en haar broer gaat terug naar België om in het leger te gaan. Helena en haar moeder kunnen even later niet meer terug omdat er alleen nog militaire treinen rijden en ze blijven gedurende de oorlog in Frankrijk, niet ver van het front.
Veel jongens en mannen uit het dorp sneuvelen. Anderen keren terug met ontbrekende ledematen en andere verwondingen. Helena ontmoet een Engelse soldaat/fotograaf, die later haar man zal worden. Met hem brengt ze, als haar moeder een paar dagen weg is, een bezoek aan de loopgraven aan het front.
Naast een boek over de oorlog is het ook een boek over taal en schrijven, zowel door wat Helena daarover denkt als door de beeldende en dichterlijke manier waarop Mortier schrijft. Om deze kant ervan beter te doorgronden en op waarde te kunnen schatten zou ik het nog eens moeten lezen, want het is het soort boek dat je langzaam en aandachtig moet lezen, iets wat mij, zeker bij de eerste keer lezen, zelden lukt. Van een tweede keer komt het vaak niet, maar dit boek zou het zeker waard zijn. Als verhaal over WO I en de invloed daarvan op het leven van Helena had het in elk geval ook al voldoende te bieden. Een merkwaardig toeval was dat ik het net uit had toen ik op 11-11 in de krant las dat precies 90 jaar geleden de eerste wereldoorlog was beëindigd. Op het kaartje bij het artikel zag ik waar het front dat in het boek zo'n grote rol speelde precies gelegen heeft, iets wat ik eerlijk gezegd niet wist.
Een leuk en interessant interview van Pieter Steinz met Erwin Mortier is
hier te beluisteren.