WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

dinsdag 13 januari 2009

Wat ik las 7

De afgelopen dagen las ik De jongen in de gestreepte pyjama van John Boyne. Een collega raadde me dit boek dringend aan, Wies schreef dat het veel indruk op haar had gemaakt en een van mijn kinderen las het op aanraden van een vriendin die het erg goed vond en vond het zelf 'wel goed maar niet geweldig'. Genoeg om me te doen besluiten het ook te gaan lezen.

Voor wie het nog wil lezen en op wikipedia gelezen heeft hoe het afloopt, dat had ik ook gelezen en het maakte mij niks uit. Dit is geen boek waarin het om de afloop gaat, al is die dramatisch. Integendeel, je leest het misschien wel aandachtiger als je al weet hoe het gaat eindigen. Dit ter geruststelling.

Een samenvatting is her en der te vinden, dus ik hou het kort. De 9-jarige Bruno verhuist in 1943 onverwacht, samen met zijn ouders en zijn zusje Gretel van 12 en hun dienstmeisje Maria, van Berlijn naar een plaats die hij uitspreekt als Oudwis. Zijn vader is een hoge officier in het Duitse leger en geniet de speciale belangstelling van de 'Furie', die een keer met zijn vriendin Eva bij hen is komen eten.

Bruno mist hun fijne huis, de buurt en zijn vriendjes. Vlakbij hun nieuwe huis is een groot terrein met een hek eromheen waar hij mensen ziet lopen in gestreepte pyjama's en met een gestreepte muts op. Hij is een beetje jaloers omdat die mensen het voor zijn gevoel gezelliger hebben. Hij gaat wandelen langs het hek en maakt kennis met Shmuel, een jongen die achter het hek woont en zich graag afzondert in een uithoek van het terrein. Ze blijken precies even oud te zijn. Als Bruno de kans heeft gaat hij naar Shmuel toe en praat met hem. Soms geeft hij hem wat te eten. Ze worden vrienden.

Uit het verhaal valt op te maken dat Bruno's vader de leiding heeft over het kamp. Van zijn zusje hoort Bruno dat in het kamp Joden wonen, maar verder heeft hij geen idee van wat er aan de hand is. Shmuel vertelt hem wel hoe hij in het kamp is terechtgekomen, maar niet wat zich er afspeelt. Bruno's moeder wil terug naar Berlijn en Bruno en zijn zusje moeten mee. Bruno vertelt het aan Shmuel en vraagt of hij de laatste keer dat ze elkaar zullen zien mee mag het kamp in. Zijn hoofd is kaalgeschoren omdat hij luizen had en Shmuel kan wel zo'n gestreepte pyjama voor hem meebrengen, zodat hij niet zal opvallen. De rest zal ik niet vertellen.

Wat vond ik van het boek? Ik vond het een echt jeugdboek, al weet ik niet zeker of het zo bedoeld is, en het lijkt mij heel bruikbaar voor de geschiedenisles. Ik vond Bruno wel wat onwaarschijnlijk naïef in zijn onbegrip, maar het lijkt me toch ook weer niet onmogelijk dat een kind zo tegen de dingen aankijkt. De ontmoetingen met Shmuel leken me erg onwaarschijnlijk en dat riep bij mij de vraag op of je Auschwitz wel zo mag voorstellen. Het antwoord op die vraag weet ik niet. Enerzijds denk ik dat in de literatuur alles mag, maar anderzijds denk ik dat je wat in de concentratiekampen is gebeurd misschien niet op deze manier mag gebruiken. Maar als het een boek voor kinderen is denk ik dat het toch weer anders ligt, omdat je kinderen omzichtig over deze dingen moet inlichten. Een verhaal over één joodse jongen is dan beter geschikt om mee te beginnen dan een les over de 6 miljoen.

Het is een aangrijpend boek, maar ik denk dat dat voor ons als volwassenen mede bepaald wordt door wat wij eerder al over de concentratiekampen gelezen hebben. Een kind dat via dit boek te weten komt dat er dergelijke kampen geweest zijn zal daar meer uitleg over moeten krijgen om er zich een enigszins waarheidsgetrouw beeld van te vormen, al is zo'n beeld natuurlijk, ook al lees je er nog zoveel over, maar zeer beperkt mogelijk.

Het boek bevat in elk geval goede aanknopingspunten om grote onderwerpen als anti-semitisme, goed & kwaad en vriendschap te bespreken. De stijl vond ik mooi sober, behalve dan de vele herhalingen die het boek (naar ik aanneem) een ironisch tintje moeten geven, zoals over de werkkamer van Bruno's vader 'die Verboden Terrein was. Altijd. Zonder Uitzondering.' En dat staat er dan steeds als het over die kamer gaat. Kinderen vinden dat misschien juist leuk en andere volwassen misschien ook wel, maar mij irriteerde het een beetje. Leuk voor Winnie de Poeh, maar in een boek als dit hou ik er niet van. Maar wie weet heeft de schrijver het bewust gebruikt om het dramatische verhaal wat draaglijker te maken, zoals Foer in Alles is verlicht voor mijn gevoel ook de stijl gebruikte om het drama wat minder dramatisch te maken.

Al met al voel ik me het meest thuis bij de mening van mijn dochter: ik vond het wel goed maar niet geweldig. Maar lees het vooral zelf en voor een jeugdbibliothecaris lijkt het me eigenlijk een verplicht boek.

maandag 12 januari 2009

Theetijd














Fluitketel Le Lapin van de Hema.

Ik zit me nu al een uur af te vragen waar ik het eens over zal gaan hebben en aangezien dat niets heeft opgeleverd, heb ik het vandaag gewoon nergens over. Geeft jullie de tijd om ff iets te googelen, wat, zoals vandaag in de krant (NRC Handelsblad) staat, net zoveel energie kost als een kop thee zetten. Dat laatste ga ik nu maar 's doen.







Klik op de tekst om hem te vergroten.

zaterdag 10 januari 2009

Wie appelen vaart... 2
















Bron: Flickr, foto: Ferdi's World.

Ik had beloofd nog even terug te komen op de vraag 'moet een bibliothecaris romans lezen?' Een vraag die ik zelf met een 'ik vind van wel' beantwoordde in mijn stukje van een paar dagen geleden. Ik kreeg daar interessante reacties op (hartelijk dank, dames uit het oosten!) en die hebben mijn mening genuanceerd. (Wat ik o.a. zo leuk aan bloggen vind, is dat je er nog eens door op andere gedachten wordt gebracht.)

De regel waar ik mij het meest in herkende kwam van Steenwijk23: 'Als je niet van lezen houdt begrijp je toch helemaal niet wat die mensen in vredesnaam te zoeken hebben in een bibliotheek.' Maar ik heb inmiddels mijn mening bijgesteld en hem ingekrompen tot: een bibliothecaris die op de romanafdeling werkt hoort zelf regelmatig romans te lezen. Van dit standpunt ben ik waarschijnlijk écht niet af te brengen, maar probeer het gerust als je zin hebt.

(Wat ik me, tussen haakjes dus, wel afvraag is: werken er op de romanafdeling van bibliotheken nog wel bibliothecarissen? Ik bedoel het zo: als ik in een bibliotheek op de romanafdeling rondloop en ik zou advies willen vragen over een te lezen boek, is er dan een bibliothecaris aan wie ik dat kan vragen? En als die er inderdaad is, is hij/zij dan een beetje in de buurt en hoef ik niet in de rij te staan om hem/haar te spreken? Want als er nog iemand achter je staat ga je natuurlijk niet zo snel een gezellig praatje staan maken over boeken. Ik kom eerlijk gezegd te weinig in een bibliotheek om dit te weten. In de Centrale van Bibliotheek R'dam, waar ik af en toe kom, is wel altijd iemand achter een balie te vinden en dat lijken me meestal ook wel echte 'bibliotheekmensen', maar ik vraag hun zelden of nooit wat. Daar is op de een of andere manier blijkbaar de sfeer niet naar, want in de boekhandel doe ik het wel; het ligt dus niet aan mij, wil ik maar zeggen. Ik zou het zelf een groot pluspunt vinden als ik in de bibliotheek over boeken kon praten, liefst met iemand die er meer vanaf weet dan ikzelf.)

En dan de rest van de bibliothecarissen, nl. de mensen die je als lener nooit tegenkomt, de mensen van de 'back-office'. Die ontsla ik hierbij van hun verplichting tot het lezen van romans. Ga gerust lekker schaatsen, rapporten lezen, met de hond wandelen, naar een museum, twitteren of wat je verder leuk vindt en laat die romans maar zitten. Als je er voor openstaat kun je ook op het ijs of in rapporten het nodige over de maatschappij en over wat de mensen willen (lees Tenaanval) te weten komen. Ik twijfel er niet aan: je kunt ook heel goed plannen maken, adviezen geven, budgetten bewaken en al die andere dingen die 'achter de schermen' gebeuren, zonder ooit een roman te lezen. Dit klinkt misschien ironisch of zelfs cynisch, maar ik meen het serieus: ik realiseer me inmiddels dat de wens (om over de eis maar te zwijgen) dat iedere bibliothecaris van romans houdt op zijn minst achterhaald is en slechts een uiting van mijn strikt persoonlijke romantische verlangen naar een bibliotheek waar alleen maar enthousiaste romanlezers zouden werken. Zoiets als dat boeren altijd klompen zouden moeten dragen en de hele week aardappels eten.

Dat je door romans te lezen een samenleving zou kunnen leren kennen vind ik nog steeds een mooi idee van mijn leraar sociologie maar het is natuurlijk wel een idee van 40 jaar geleden en misschien toch een beetje achterhaald, en wie weet is het zelfs nooit echt waar geweest, al heb ik het altijd wel overtuigend gevonden. Ik schreef het ook alleen maar op omdat ik hoopte dat het heel misschien één enkele bibliothecaris die wél dit blog leest maar nooit romans, ertoe zou brengen toch weer eens een roman te pakken. En zelf blijf ik graag geloven in de uitspraak van mijn leraar, maar dat is natuurlijk omdat ik het een aardige leraar vond en omdat ik graag romans lees...

Als dit geen voortschrijdend inzicht was!

O ja, en dan de bakker nog. Dat vind ik een lastige. Moet een bakker zelf al zijn broden eten? Ik vind eigenlijk van wel, d.w.z. ik vind dat hij ze in elk geval een keer gegeten moet hebben. Een bakker die zelf bakt zal dat ongetwijfeld ook doen, want die wil weten wat hij gemaakt heeft. Een 'broodverkoper' zou het vind ik ook moeten doen, maar dat kun je misschien niet van hem/haar verwachten. Een bibliothecaris (op een uitzondering als Agnes Klitsie na) schrijft wat hij/zij uitleent natuurlijk niet zelf en lijkt dus in zijn relatie tot boeken op een broodverkoper. Toch is het ook wel weer een beetje anders, maar daar kom ik niet goed uit.

vrijdag 9 januari 2009

Boek&bieb 9

AvA wees me op een alinea uit Joe Speedboot van Tommy Wieringa waarin een bibliotheek voorkomt. Dankjewel AvA!

De ik-figuur/verteller in Joe Speedboot heet Fransje. Hij is verlamd, zit in een rolstoel en kan slechts een arm gebruiken. Hij beschrijft zijn leven in dagboeken.

Ik denk vaak aan de grote samoerai Miyamoto Musashi wanneer ik schrijf, die zegt dat de weg van de samoerai tweeledig is: de weg van het zwaard én die van het penseel, ofwel de pen. De weg van het zwaard is een beetje moeilijk voor mij, blijft die van de pen over. Ik heb dat uit Het Boek van de Vijf Ringen, Go Rin No Sho, het boek dat ik in de bibliotheek vond en stukgelezen heb. Ik heb het nooit teruggebracht.

Het motto van Joe Speedboot luidt:

Er wordt gezegd dat de samoerai
een tweevoudige Weg heeft,
van het penseel en het zwaard.

MIYAMOTO MUSASHI


Ik kan uit het boek niet opmaken of de schrijver een bestaande bibliotheek voor ogen heeft gehad. Daarom bovenstaand een plaatje van Het Boek van de Vijf Ringen.

donderdag 8 januari 2009

Op de goede weg

















Foto gevonden op 'venana, fallen off the face of the planet, for now's photostream' bij Flickr.


Een bericht uit De Poezenkrant (zoiets als ZB Digitaal, maar dan voor poezenliefhebbers), aflevering 53 , ca. begin 2009:

Naam
Poes BIBI is ooit zo genoemd omdat ze was gevonden op weg naar de bibliotheek. -
Steven Reijers

Op Flickr staan honderden foto's van katten die Bibi heten. Bovenstaande is er een van. (Met welgemeende excuses aan Anna en de commune idtvdb.)

woensdag 7 januari 2009

Boek&bieb 8










Foto van deze website.


Ik heb De Welwillenden even opzij gelegd en lees nu Sneeuweieren van Ricus van de Coevering. Het volgende citaat komt uit dat boek. Het gaat over David, de uit Ghana afkomstige geadopteerde zoon van Olga en Harm.
'Ampel' heeft denk ik het e.e.a. gemeen met Asten, de geboorteplaats van de auteur. Daarom een foto van de bibliotheek van Asten.

Ze ging tegenover Harm aan tafel zitten en zei: 'Maandag moet hij weer naar school.'
'Weet je nog dat we hem overal zochten? In huis, in de achterstal, op het erf. Nergens te bekennen.'
'Behalve in Ampel, toch?'
'Was hij helemaal naar de bibliotheek gefietst!'
Harm ging de bijkeuken in, schoot in zijn klompen en riep: 'Het is altijd wat met die boekenwurm - de bibliotheek!'


Op de website waar ik de foto vond, staan ook foto's van een lezing van Ricus van de Coevering in de bibliotheek van Asten.

dinsdag 6 januari 2009

Vals plat
















Booktable
, Richard Hutten, 2008

Hier gevonden.

Op BoekenDingen las ik een artikeltje dat was overgenomen uit Tubantia. Er staat in dat Bibliotheek Almelo binnenkort in enkele vestigingen de boekenkasten wegdoet en de boeken voortaan 'frontaal' zal presenteren op tafels.

Merkwaardig, om niet te zeggen hóógst merkwaardig, zoals De Schaduw dat placht uit te drukken. Frontaal presenteren van een deel van de boeken is leuk en zorgt ervoor dat boeken meer aandacht krijgen. Dat weet elke boekhandelaar en b.v. in DOK Delft en in ongetwijfeld veel meer bibliotheken werkt men er ook mee. Maar álle boeken?? Hoeveel boeken moeten ze daar in Almelo weggooien om de rest allemaal op tafels te kunnen leggen? Dat zou ik wel eens willen weten! Een boek dat je op een tafel legt neemt toch al gauw 5x zoveel plaats in als een boek dat op een plank staat en dan heb je in een kast ook nog 's een aantal planken boven elkaar. Dus het is nog héél voorzichtig als ik schat dat je maar 20% van je boeken op die tafels kwijt kunt. Moet de rest dan weg? Dat kan toch niet waar zijn?

En wat denken ze ermee te bereiken? Boeken die frontaal gepresenteerd worden, worden vaker uitgeleend dan boeken die in de kast staan, dat zal ongetwijfeld al een paar keer zijn aangetoond. Denken ze nu in Almelo dat als je alle boeken frontaal presenteert ze dan allemáál vaker uitgeleend worden? Ja, als je eerst 80% weggooit zou dat wel eens kunnen gebeuren natuurlijk...

Ik denk altijd maar: vooral niet alles geloven wat in de krant staat (Astrid zei het vandaag ook al). Dus dit geloof ik voorlopig ook nog maar even niet. Hoe zit dat, dames & heer in het oosten, weten jullie hier meer van?

Observatie

Soms word je wel eens even vrolijk in de tram en vandaag had ik dat. Toen ik van de trein naar de tramhalte liep kwam mijn tram net aanrijden en met een sprintje haalde ik hem. Hij was vol maar ik kon toch nog zitten. Dat was leuk. Maar het leukste was dit: naast mij zat een moslimmeisje van een jaar of 20 te lezen. Nieuwsgierig als ik ben naar wat mensen lezen probeerde ik te zien welk boek het was. Het bleek een omnibus van Julia Burgers-Drost te zijn. Dat is een auteur van familie-/streekromans van wie ik in vrijwel elke collectie die ik maak wel een paar boeken doe, behalve als men bij de wensen 'niet (te) christelijk' heeft vermeld. JBD schrijft nl. prot. chr. boeken. Het lukte me een regel te lezen: 'Folkert had resoluut een andere geloofsgemeenschap gezocht.' Toen ik moest uitstappen sloeg het meisje net haar boek dicht en kon ik ook nog de titel lezen: 'Met Open Armen'.

Kijk, daar werd ik nou vrolijk van en dat wilde ik graag even met jullie 'delen'.
Voor wie niet snapt hoe je dáár nou vrolijk van kunt worden: prima, maar ik ga het niet uitleggen.

zondag 4 januari 2009

Bieb de bouwer
















Kleurplaat hier gevonden.

Astrid wees ons op de uitzending van Boeken op TV van de VPRO over het boek De draagbare lichtheid van het bestaan, een bundel essays onder redactie van Valerie Frissen en Jos de Mul, die zelf ook een bijdrage aan dit boek leverden. Ik heb die uitzending inmiddels ook bekeken en kan aan de mooie samenvatting die Astrid ervan gaf niets toevoegen. Wel wil ik proberen iets te vertellen dat ik als gevolg van die uitzending dacht.

In het gesprek kwam een theorie van de (inmiddels honderdjarige) antropoloog Claude Lévi-Strauss aan de orde. Levi-Strauss onderscheidt twee manieren van denken: die van wat hij de 'ingenieur' noemt en die van de 'bricoleur' of 'knutselaar'. Met het denken van de ingenieur wordt de wetenschappelijke manier van denken bedoeld: gericht op de lange termijn en van een zeker abstractieniveau. De manier van denken van de knutselaar, het zgn. 'wilde' denken, is gericht op direct praktisch nut en maakt gebruik van 'bouwstenen' die (toevallig) voorhanden zijn. 'Web 2.0' is een mooi voorbeeld van dat wilde denken: met behulp van allerlei (ons inmiddels door de 23 dingen bekende) gebruiksvriendelijke webmogelijkheden knutselen wij er lustig op los: wij bloggen, flickeren, hyven, enz. enz. en geven daarmee ons dagelijks bestaan een bepaalde door ons gewenste vorm.

Het heeft mij altijd een beetje verbaasd dat wel gedacht wordt dat deze bouwstenen ook bij uitstek geschikt zouden zijn om de bibliotheek mee te hervormen, dus om a.h.w. een nieuwe bibliotheek mee in elkaar te knutselen. Ik heb daar vanaf het begin van de 23dingen-cursus een vaag onbehaaglijk gevoel bij gehad dat ik nooit echt goed onder woorden kon brengen, iets van voorlopigheid en van willekeurigheid en tijdelijkheid, van ad hoc-denken. Nu heb ik bij dat gevoel een term gevonden: knutselen (ofwel bricolage).

Met dat knutselen is op zich helemaal niks mis en het helpt de mens om zich te handhaven op een manier die hem bevalt. 'Web 2.0' sluit perfect aan bij wat veel mensen momenteel het belangrijkste in hun leven vinden: communiceren. Het lijkt me dus beslist een goed idee als de bibliotheek daar ook bij zou aansluiten. Maar zou er om de bibliotheek te laten overleven toch ook niet iets meer nodig zijn, iets wetenschappelijkers, iets van de langere adem, iets waar wat langer over nagedacht is? Die 2.0.-bouwstenen zijn maar voorlopig van aard en als er weer iets nieuws wordt uitgevonden gaan veel mensen daar graag meteen mee aan de slag en laten de vorige steen gerust weer vallen.

Neem b.v. twitter, ook zo'n typisch knutselding: heel geschikt voor de mens die graag met veel andere mensen in contact staat, die zich graag bewust is van wat hij doet en die graag snel van een heleboel op de hoogte is. Een mooie bouwsteen voor een dynamisch sociaal leven, zogezegd. Maar dat je de laatste tijd regelmatig leest dat de bibliotheek ook iets met twitter 'moet', net zoals de bibliotheek iets 'moet' met hyves, dat begrijp ik niet zo goed. Je kunt met deze bouwsteen leuk communiceren, maar als je hem voor je organisatie wilt inzetten zul je toch wel iets van enig belang te communiceren moeten hebben. Dat Obama zijn succes voor een deel aan een 'tool' als twitter te danken heeft, zoals aan het begin van de uitzending aan de orde kwam, geloof ik onmiddellijk, maar ik geloof níet dat dat zonder een overtuigende inhoud óók gelukt zou zijn. Ik bedoel: als McCain enthousiaster getwitterd zou hebben, zou hij dan gewonnen hebben? Dat wil ik toch maar liever niet geloven.

Wat wil ik hier eigenlijk mee zeggen? Dat de bouwstenen van een knutselwerk anders zijn dan die van een bouwwerk voor de lange termijn. En dat de bibliotheek hopelijk nog iets is voor de lange termijn en daarom niet gered kan worden met alleen maar het soort bouwstenen dat bij uitstek geschikt is om mee te knutselen (de 2.0-bouwstenen). Zoiets.

Dit kwam in me op n.a.v. dit tv-gesprek. Ik geef meteen toe dat het nogal vaag klinkt allemaal.
Ik hoop het boek nog eens te lezen, of in elk geval het artikel van Valerie Franssen over de ingenieur en de knutselaar. Dan zal vast blijken dat ik het allemaal verkeerd begrepen heb, maar dat zal ik dan eerlijk opbiechten.

Wat ik zag

















Gisteren zag ik de film Oorlogswinter, mijn eerste film na De brief voor de koning en eveneens gebaseerd op een door mij zeer geliefd jeugdboek. De brief heb ik vele malen gelezen, Oorlogswinter maar een of misschien twee keer en dat is lang geleden, dus ik weet niet precies in hoeverre de film klopt met het boek maar dat is misschien wel zo prettig.

Ik ben bepaald geen filmkenner en een score van twee films in een half jaar is voor mijn doen al hoog, dus veel kan ik er niet van zeggen. Ik vond deze film in elk geval een stuk beter dan De brief, al vond ik sommige dingen nogal onwaarschijnlijk en voor m'n gevoel vooral bedoeld om het spannender te maken. Het besneeuwde landschap vond ik erg mooi, de aankleding van huizen en mensen leek me zorgvuldig gedaan en de hoofdrolspeler beviel me een stuk beter dan die in De Brief. Als ik leraar geschiedenis was in een brugklas zou ik hem zeker met mijn klas (gaan) bekijken en er een aantal lessen over WO II aan vastknopen. Achter mij zat een stelletje jongelui zoals ze gek genoeg altíjd achter me lijken te zitten: met XL-bakken popcorn en idem bekers cola en ook de bijbehorende maat monden, maar bij sommige scènes waren ze doodstil en dat zegt m.i. wel wat over de bruikbaarheid van deze film voor onderwijsdoeleinden.

zaterdag 3 januari 2009

Wie appelen vaart...


















Shirt hier te koop.

Gisteren was ik begonnen aan een stukje over bibliothecarissen en lezen, maar dat wilde niet meteen lukken. Vandaag wou ik het nog eens gaan proberen, maar eerst keek ik even op ZB Digitaal en las daar een stuk over het leesgedrag van Bush. Dat relativeert alles wat ik verder ga schrijven op voorhand, dus lees dat maar liever eerst en klik vooral even door op de link 'belezen man'.

Ik weet niet of ik het een keer opgeschreven heb of dat ik het alleen maar bedacht had, maar ik loop al een tijd rond met het plannetje eens iets te schrijven over het feit dat voor mijn gevoel veel bibliothecarissen maar weinig fictie lezen. Aanleiding hiertoe was wat een bekend bibliothecaris die ik hier niet met name zal noemen omdat het niet om de persoon maar om zijn uitspraak gaat me, nu drie maanden geleden, een keer in een reactie (op zijn eigen weblog) liet weten:

Fictie lezen doe ik overigens al een flinke poos niet meer, daar zijn andere dingen voor in de plaats gekomen zoals bloggen, artikelen schrijven en nonfictie lezen.

En ik vermoed dat deze bibliothecaris niet de enige is. Ik kan me natuurlijk vergissen en als iemand van het tegendeel overtuigd is hoor ik het graag, maar ik heb sterk de indruk dat bibliothecaris zijn en het regelmatig lezen van fictie niet rechtstreeks met elkaar samenhangen. Ik verbaas me daarover en ik betreur het ook. Ik heb inmiddels wel geleerd dat het een onjuiste gedachte is als je denkt dat het met elkaar hóórt samen te hangen, want ooit werd mij op mijn werk verteld dat je bij sollicitaties wel eens van die mensen tegenkomt die zeggen dat ze graag bij een bibliotheek willen werken omdat ze zo van lezen houden. Nou, veel fouter kon het eigenlijk niet.

Tot aan dat moment verkeerde ik nog in de naïeve veronderstelling dat van lezen houden dan misschien wel geen voldoende, maar toch op zijn minst een noodzakelijke voorwaarde voor het werken in een bibliotheek was, maar toen begreep ik dat het misschien zelfs tegen je kon pleiten. (Nog een geluk dat ik via de financiële admistratie ben binnengekomen, realiseer ik me nu...) Stiekem ben ik het overigens daarna ook nog blijven denken, maar ik durfde het niet meer hardop te zeggen. Maar onder de dekmantel van mijn pseudoniem durf ik het nu wel te bekennen: een bibliothecaris hoort volgens mij van lezen te houden en dat ook regelmatig te doen. En met lezen bedoel ik dan het lezen van fictie.

Romans en gedichten kun je om allerlei redenen lezen: ter ontspanning, om te ontsnappen aan het leven van alledag, om iets te weten te komen over werelden die je niet kent, om jezelf te leren kennen, om schoonheid te ervaren enz. enz. Dat is voor de meeste mensen natuurlijk in hoge mate privé, want je kunt al die dingen ook op een andere manier verkrijgen of ervaren: sport, muziek, reizen, 'geld, drank & lekkere wijven', gewoon thuis tv kijken, en wat niet al. Maar voor een bibliothecaris is het volgens mij beroepsmatig nodig dat hij/zij literatuur (in ruime zin opgevat) leest. Dat je jezelf 'informatiespecialist' voelt en het daarom voldoende vindt om te weten waar je een veelheid aan informatie kunt vinden is volgens mij maar een kant van je beroep. Veel (uit onderzoek van een paar jaar geleden bleek zelfs duidelijk: veruit de meeste) mensen komen naar de bibliotheek om 'leesboeken' te lenen. Ik neem aan dat dat alleen maar sterker wordt nu steeds meer mensen internet gebruiken om aan hun informatie te komen. Dus de kans wordt ook groter dat zo'n lezer de bibliothecaris aanspreekt met de vraag: kunt u me een goed boek aanraden? En dan kun je natuurlijk, deskundig als je bent, best even doorvragen in de trant van: van welk genre houdt u, heeft u een boek gelezen dat u erg beviel, kent u deze schrijver en wat vond u daarvan, en je zo snel een aardig beeld vormen van wat je die man of vrouw (het laatste ligt voor de hand) zou kunnen aanraden.

Dat is al heel wat, maar dat kunnen een 'woordenwolk' en LibrayThing en Bol.com ('anderen die dit boek kochten, kozen ook') ook al bijna. Maar wat je daar als bibliothecaris aan zou kunnen toevoegen is a. wat je gehoord hebt van andere lezers (daarvoor moeten ze wel met je praten natuurlijk) en b. je eigen leeservaringen. Natuurlijk kun je niet alles gelezen hebben en dat verwacht ook niemand. Maar als ik naar boekhandel v/h Van Gennep ga is het mij een groot genoegen daar met de boekhandelaar (m/v) te praten over recente leeservaringen. En als ik een boek zoek voor iemand anders kan ik daar advies krijgen. En daarom hou ik zo van die boekhandel. En ik zou wensen dat mensen ook op die manier van de bibliotheek konden houden: omdat er mensen werken die van boeken & lezen houden en daar met enthousiasme over kunnen vertellen. Zo, het is eruit.

Twee kanttekeningen:
1. Ik heb de indruk, al is die slechts gebaseerd op enkele ervaringen, dat jeugdbibliothecarissen vaak wél regelmatig boeken voor hun doelgroep lezen.
2. Ik realiseer me dat veel mensen wel bibliothecaris zijn maar zelden of nooit met leners in contact komen omdat zij in de 'back-office' werken. Je zou denken dat het verhaal voor hen niet opgaat, maar dan heb ik nog een laatste pijl op mijn boog: mijn leraar sociologie zei 40 jaar geleden: 'De beste manier om een samenleving te leren kennen is door het lezen van romans.' Dat heb ik altijd onthouden omdat ik het leuk vond, maar ook omdat ik denk dat het waar is. Met de krant en internet en blogs en weet ik wat nog meer kom je er niet als je een beetje wilt weten wat er in de maatschappij speelt. Romans voegen aan die kennis iets toe omdat kunst dingen soms zó verhevigt dat ze daardoor pas tot je doordringen (om het maar eens een beetje kort door de bocht te formuleren). En omdat ik denk dat de bibliotheekwereld moet weten wat er in de samenleving aan de hand is om te kunnen bepalen welke kant we met de bibliotheek op moeten, denk ik dus dat ook 'back-office'-bibliothecarissen romans moeten lezen. Vooral dit laatste wordt nogal ondergraven door het verhaal over Bush, maar misschien toch niet helemaal.

Let wel: hier is over nagedacht, maar het blijft slechts een soort 'stelling'. Tegenwerpingen stel ik zoals altijd op prijs.

De dichter van de kroketten












Deze hadden jullie nog tegoed:


Made in Madurodam

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant


C.B. Vaandrager


Lees b.v. hier iets over C.B. Vaandrager (1935-1992).

vrijdag 2 januari 2009

donderdag 1 januari 2009

al@din nieuwe stijl 3 - slot



















Rotterdam, 1-1-2009


Beste Ria en Tenaanval,

Hartelijk dank voor jullie reacties op mijn twee stukjes over al@din nieuwe stijl. Ik zeg af en toe dat ik kritiek krijgen het leukste van bloggen vind, omdat er uit blijkt dat je serieus genomen wordt en omdat het je aan het denken zet. Maar in dit geval moest ik wel even slikken, want het werd me duidelijk dat van mijn mening niet veel overblijft. Maar wie kaatst moet de bal verwachten nietwaar, en wie zijn gat verbrandt zit nu eenmaal wat minder lekker, eigen schuld.

Ik heb er ook nog 's even over gepraat met de collega die mij inspireerde tot deze stukjes en we kwamen tot de conclusie dat wij waarschijnlijk een verkeerd beeld hadden van de vragen die aan al@din gesteld worden. Mijn collega zei: 'Er zijn toch heel veel vragen waarop je het antwoord helemaal niet kunt opzoeken?' En zo is het volgens mij ook, maar omdat jullie allebei benadrukken dat een bibliothecaris goed is in het zoeken van antwoorden (wat ik zondermeer aanneem) en daarom de beste papieren heeft om goede antwoorden te geven, denken wij nu dat bij al@din blijkbaar vooral vragen gesteld worden waarop het antwoord wel degelijk ergens te vinden is. (Dat geeft mij overigens wel te denken over de luiheid van de vragenstellers, en of die eerst zelf wel geprobeerd hebben dat antwoord te vinden en of een bibliothecaris er eigenlijk wel is om, gesubsideerd door de gemeenschap, het de mensen makkelijk te maken. Maar ik geloof dat dat een andere discussie is.)

Zowel mijn collega als ikzelf hebben in het verleden een paar keer een vraag aan al@din gesteld en wij waren over de antwoorden niet erg enthousiast. Zelf heb ik wel eens een bruikbaar antwoord gekregen, maar voor mijn collega geldt dat niet. Ik heb trouwens ook een keer helemaal geen reactie gekregen, maar ik neem aan dat dat een uitzondering is. Dit bepaalt natuurlijk wel een beetje het beeld dat wij van al@din hebben.

Ik wilde graag eens wat al@dinvragen lezen om een idee te krijgen van wat men zoal vraagt. Ik heb op de al@din-site helaas geen mogelijkheid ontdekt om die vragen ergens te vinden. Wel kon ik door zelf een vraag te bedenken een aantal vragen met een zelfde trefwoord erin vinden, maar dat leverde natuurlijk niet zoveel op.

Ik heb ook naar de 'hersenkrakers' (vragen waar men in de bibliotheek niet uitkwam en die daarom aan het publiek worden voorgelegd) gekeken en vond daar het soort vragen waar wij waarschijnlijk teveel aan dachten: vragen waarop je het antwoord eigenlijk niet kúnt opzoeken, zoals vragen in de sfeer van 'ik heb 50 jaar geleden een boek gelezen over twee jongens die met een boot allerlei avonturen beleefden, hun vader was molenaar geloof ik'. Ja, dáár komen we nog wel uit: dat is De Kameleon natuurlijk, al was die vader weliswaar geen molenaar maar smid. Maar een slagje moeilijker en het lukt niet meer: 'mijn oma zong vroeger altijd een versje over een varkentje en er kwam geloof ik ook een viool in voor, weet u misschien welk versje dat was?' Vast en zeker weten honderden mensen op zo'n soort vraag het antwoord, maar echt opzoeken kun je het volgens mij niet. Daarom lijkt het me erg leuk als de bibliotheek de mensen die zoiets weten kan motiveren mee te gaan doen. Ik ben erg benieuwd of dat zal lukken, want de reacties op die hersenkrakers vond ik nog niet echt hoopgevend over wat je van het publiek kunt verwachten.

Dan heb je ook nog de vragen waarover zoveel te zeggen is dat de informatie uit een naslagwerk te kort schiet of misschien juist te ingewikkeld is voor de vragensteller. Dat is óók een soort vragen waar wij aan dachten en daarom leek het ons mooi als de bibliotheek een netwerk zou kunnen opbouwen van mensen met allerlei soorten kennis naar wie je dan verwezen zou kunnen worden. Laten we zeggen dat je wilt weten hoe zo'n kredietcrisis nou precies ontstaat en dat er dan een gepensioneerde economieleraar is die dat wil uitleggen, een beetje aangepast aan het kennisniveau van de vragensteller. Het lijkt mij nuttig als de bibliotheek een aantal van zulke mensen in een bestand zou hebben. En dan komt er misschien zelfs eens een informatie-avond in de plaatselijke bibliotheek met zo'n leraar die een soort openbare les geeft over de crisis... Ja, daar zijn best leuke dingen mee te verzinnen!

Maar waarschijnlijk worden bij al@din dus vooral vragen gesteld die opzoekbaar zijn en dan is de bibliothecaris uiteraard, zoals jullie ook zeggen, de aangewezen persoon om die zoekactie uit te voeren omdat hij er nu eenmaal voor geleerd heeft. (Eigenlijk, realiseer ik me ineens, wordt al@din nieuwe stijl dan toch niet echt een voorbeeld van 'crowd-sourcing' zoals we dat in de 23dingen tegenkwamen. Toen zei ík notabene, n.a.v. het taggen, dat bibliothecaris een vák is dat heus niet iedereen beheerst...)

Ik wil, in stijl, eindigen met een paar vragen:
- Ik merk dat ik steeds 'bibliothecaris' schrijf en dat deden jullie zelf ook, maar moeten we eigenlijk niet 'informatiespecialist' zeggen?
- Zijn de al@dinvragen ergens te vinden?
- Is er een boek over 'informatie zoeken & vinden' (uit de bibliotheek-/informatieopleiding) dat jullie me kunnen aanraden?

Dames R en T, ik hoop dat jullie nu iets beter begrijpen hoe ik op mijn dwaalspoor geraakt ben. Ik dank jullie nogmaals voor jullie kritische reacties en hoop er in het nieuwe jaar weer een aantal te mogen krijgen.

Met hartelijke groet, schrijverdezes