WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

maandag 14 september 2009

Nogmaals het e-boek














Vanavond keek ik naar Editie NL van RTL 4. Ik keek ernaar omdat we op het werk een mailtje kregen waarin stond dat een van onze collega's, samen met twee andere bibliotheekmensen, erin te zien zou zijn, in een item over het e-boek. Ik was wel benieuwd waar dat over zou gaan, maar helaas ging het nergens over. Een e-boek kun je niet in het donker lezen en een e-reader neemt weinig plaats in, wat handig kan zijn als je kleinbehuisd bent, en hij is duur. Tot zover de informatie. De naam van mijn collega was verkeerd geschreven en werd onder de verkeerde persoon geprojecteerd. Maar laat ik niet zeuren.

De opname vond plaats in een bibliotheek en de verslaggever zei om te beginnen: 'Normaal zijn deze vrouwen druk in de weer met dit soort dikke pillen', en hield daarbij Het lot van de familie Meijer in de hand, geen bibliotheekexemplaar overigens.

Een van de dames dacht dat zij voor de prijs van een e-reader 40 boeken kon kopen, maar dat lukt volgens mij alleen met de Bouquet-reeks.

Hier kun je de uitzending te zien.

Memo























Dit briefje vond ik in een boek (je kunt het vergroten door erop te klikken). Het is een blaadje uit zo'n ouderwets kladblok. Let vooral even op de laatste regel.

zondag 13 september 2009

E en oud

















Ik hou van lezen en daarom hou ik van boeken. Het kan me daarbij niet zoveel schelen hoe een boek er uitziet. Ik waardeer het als een boek mooi is vormgegeven en ik koop ook graag af en toe een nieuw boek, maar met een tweedehands exemplaar of een afgeschreven bibliotheekboek kan ik net zo goed blij zijn, en daar staan er dan ook heel wat van in mijn kast. Ik geef niet om eerste drukken en voor een handtekening van de auteur zal ik niet snel in de rij gaan staan. Toch ben ik wel degelijk gehecht aan de papieren verschijningsvorm van het boek. Af en toe kijk ik met genoegen naar mijn (te kleine en daardoor rommelige) boekenkast: het plankje Voskuil, de vrolijke kleuren van De tandeloze tijd, en bovenop het vrijwel complete werk van Vestijk, bij elkaar gespaard toen Boekwinkeltjes nog niet bestond. Ook blader ik graag eens in het boek dat ik aan het lezen ben, kijk hoe dik het gedeelte dat ik nog tegoed heb (of dat ik nog 'moet') is, enz.

Ik moet er niet aan denken dat ik alleen maar e-boeken zou hebben. Dat lijkt me toch zoiets als 'astronautenvoedsel' (is dat woord nog gangbaar?). Ik zeg niet dat ik nooit een e-reader zal kopen. Dat is afwachten. Natuurlijk zitten er aspecten aan het e-lezen die prettig kunnen zijn. Voorlopig overtuigen ze me nog niet, maar dat kan veranderen.

Maar wat ik nu al denk is: het e-boek is bij uitstek geschikt voor mensen die nu nog zijn aangewezen op groteletterboeken. Mijn werk bestaat uit het samenstellen van collecties voor zorginstellingen. In die collecties zitten altijd veel (vaak zelfs uitsluitend) GLB. Er zijn veel titels beschikbaar als GLB, maar nog veel meer níet. Als je b.v. Het Bureau (ik noem maar een boek) zou willen lezen en je hebt grote letters nodig, dan zal dat niet gaan. Uitgevers van GLB wagen zich i.h.a. niet aan dergelijke dikke boeken (al begrijp ik in dit geval niet dat een zó goed verkocht boek niet ook als GLB is uitgegeven). En als je graag Frans of Duits leest, dan zul je in de Nederlandse bibliotheken maar weinig vinden in grote letter.

Ook voor mensen die in grote letters wél genoeg van hun gading kunnen vinden kan een e-reader een verbetering betekenen. GLB zijn groot en meestal dik en zwaar en mensen die aan grote letters toe zijn hebben vaak nog meer lichamelijke beperkingen en kunnen dergelijke zware boeken soms niet of nauwelijks hanteren. Als je in bed ligt wordt het nog moeilijker. Een e-reader, waarop je zelf de gewenste lettergrootte kunt instellen (ik neem althans aan dat dat kan), lijkt me dan veel handiger. Het maakt ook niet veel meer uit dat je dan geen mooi papieren boek meer hebt, want daar heb je noodgedwongen toch al afstand van moeten doen: een groteletterboek is hoogstens een béétje mooi en zelf kopen zul je het meestal toch niet omdat het erg duur is en veel plaats inneemt. Het gaat dan alleen nog maar om de tekst en wat zou het mooi zijn als je, misschien zelfs als een van de weinige vrijheden die je nog zijn overgebleven, zélf kunt kiezen wat je wilt lezen en niet afhankelijk bent van de 100 boeken die iemand bij ProBiblio voor je in een collectie heeft gestopt en waar je het een half jaar mee moet zien uit te houden.

Ik zie dus in het bijzonder voor ouderen veel in het e-boek. Ik weet niet of de makers en verkopers van e-readers en e-boeken deze doelgroep ook in gedachten hebben. Misschien richten ze zich vooral op een wat dynamischer publiek, de veertigers met een bovenmodaal inkomen ofzo. Ik zou het daarom mooi vinden als de bibliotheken ten gunste van hun groteletterlezers probeerden invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van het e-lezen, m.b.t. gebruiksgemak en titelkeuze.

Als ik eraan denk dat mijn werk er dan misschien uit zou gaan bestaan dat ik, i.p.v. rond te lopen en boeken uit de kast te halen, achter een pc titels zit te selecteren om die digitaal beschikbaar te stellen, dan hoop ik eerlijk gezegd dat het mijn tijd zal duren, maar dat neemt niet weg dat ik tóch vind dat de bibliotheek hier een taak heeft die ze niet moet laten liggen. Maar jammergenoeg is het in de bibliotheek misschien ook de dynamische veertiger waar men zich bij voorkeur op richt...


Foto: Flickr, gemaakt door: justguessing. De foto heeft geen cc-licentie, maar ik vond hem zo toepasselijk dat ik het niet kon laten hem te gebruiken. De titel is Dad gets Sony e-Reader for Christmas.

zaterdag 12 september 2009

Sla & Abdolah























Vanmiddag was ik bij de natuurvoedingswinkel. Ik koop daar meestal niet veel anders dan brood, maar vandaag kocht ik ook het hierboven afgebeelde zakje sla. Dat kwam zo: er hing een poster met daarop de aanbieding 'Jonge Sla' (ik geloof dat hij 1,25 euro kostte) en toen kon ik de verleiding om die sla te gaan zoeken en vervolgens te kopen niet weerstaan. Ik verheugde me er al op hem aan mijn dochter te laten zien. En dat kwam dan weer zo: een paar jaar geleden was ik bij Lezen&cetera Live en hoorde daar Kader Abdolah. Het zou gaan over Het huis van de moskee en Pieter Steinz stelde daar wat vragen over, maar al snel werd duidelijk dat Kader Abdolah vooral zelf bepaalt waar zo'n gesprek over gaat. Hij vertelde een verhaal dat hij, zo bleek mij later, elders ook wel eens verteld had, maar voor mij was het nieuw en mijn dochter (die omdat zij Abdolah graag leest voor deze keer was meegegaan naar Lezen&cetera Live, waar gewoonlijk alleen mensen van minstens middelbare leeftijd komen) en ik moesten er erg om lachen.

Abdolahs verhaal ging over hoe hij Nederlands had geleerd, o.a. met Jip en Janneke. 'En toen, op een dag, liet mijn buurvrouw me een gedicht lezen. Dat gedicht verbíjsterde mij! Het was van een dichter die later een vriend is geworden en het ging over een slá, over een saláde! Sterker nog, het ging over een jónge sla! In Perzië zou een gedicht nóóit over een sla kunnen gaan. En zéker niet over een jónge sla! Áls een gedicht in Perzië al over een sla zou gaan, dan zou dat altijd een oúde, eerbiedwáárdige sla zijn!'

Toen ik thuiskwam zei ik tegen mijn dochter: 'Kijk eens wat ik gekocht heb.' 'Jonge sla!' zei zij, 'ik had liever oude gehad.'

Voor wie het niet kent, dit is het gedicht waar het over ging:


Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

Rutger Kopland

vrijdag 11 september 2009

ftj



















Ook in een 'kwaliteitskrant' zie je wel eens een taalfout. Deze stond vorige week in Boeken van de NRC en ik vind hem wel komisch.

Boek&bieb 18


















Kees, uit Kees de jongen van Theo Thijssen, mag in de achtste klas een 'prijs' uitkiezen en kiest na rijp beraad voor een schaakspel ('desnoods alleen stukken' schrijft de meester op, maar Kees krijgt uiteindelijk gelukkig toch stukken én een bord), nadat hij o.a. een toverlantaren, een zakmes en een stoommachientje in gedachten verworpen heeft, net zoals een boek.

Een boek. Wat had je aan één boek? Een bibliotheek, daar had je wat aan; kon je een katalogus bij maken. Maar één boek - al nam je nou het fijnste boek dat er bestond: De Woudloper. Je las het nog 'es. En dan? Je vader las het. En je moeder las het. En dan móést je het lenen aan je dooie neefje, die er toch niks van begreep. En die maakte d'r misschien nog wat an ook...

Een prachtig boek trouwens, Kees de jongen.

Foto hier gevonden.

Alweer een wow-momentje


















Toen ik op 20-4 van dit jaar een wow-momentje beschreef, voegde ik daar in een reactie nog aan toe: 'Misschien valt het volgende pas over 10 jaar...'

Maar kijk eens aan, niet na 10 jaar maar al na 5 maanden kan ik opnieuw van een wow-momentje gewag maken. Ook nu overkwam het me in het OV, dit keer in de bus tussen Hoofddorp en Schiphol. En ook nu kwam het door wat ik las, nl. dit:

Kafka op het strand is niet het beste boek van Murakami en nieuwkomers kunnen waarschijnlijk beter beginnen met Ten zuiden van de grens of De opwindvogelkronieken. Maar het is wel een boek van ongewone, suggestieve kracht, waarvan het maar moeilijk afscheid nemen is.

Deze regels komen uit de recensie van Kafka op het strand door Jacob Haagsma in de Leeuwarder Courant, op 1-12-2006. (Ik had een stapeltje geprinte recensies bij me.)

Ik denk dat ik dit weekend Kafka op het strand uitkrijg. Waarschijnlijk inderdaad een beetje een moeilijk afscheid. Maar wat een mooi vooruitzicht dat er nóg betere Murakami's op me wachten!

Foto hier gevonden.

donderdag 10 september 2009

Pltj 4


Fernand Léger (1881-1955)
La Lecture, 1924

dinsdag 8 september 2009

ABC



Deze week is het de Week van de Alfabetisering en vandaag, 8 september, is het Wereldalfabetiseringsdag. Net als vorig jaar vond ik een toepasselijk Sesamstraat-filmpje. (Dat van vorig jaar is helaas niet meer te zien, maar dit blijft hoop ik weer een poosje staan.)

Dit doet het nog wel.

Pltj 3























Teodoro Núñez Ureta (1912-1988)
La lectura,
1930

maandag 7 september 2009

Pltj 2























Georg Friedrich Kersting (1785-1847)
Der elegante Leser, 1812

zondag 6 september 2009

Wat ik las 24

Ik wil proberen uit te leggen waarom ik Weg van Minke Douwesz minder goed vind dan Het Bureau van J.J. Voskuil. Ik loop er al een tijdje over na te denken en zit ook al enkele uren aan dit stukje te prutsen (en het is helaas niet zo dat de stukjes waar je het langst mee tobt ook de beste worden), maar het is iets waar ik maar moeilijk 'de vinger op kan leggen'. Toch weet ik heel zeker dat het zo is (d.w.z. voor mij), maar hoe komt dat dan?

Dat ik Weg met Het Bureau vergelijk komt omdat verschillende recensenten dat doen. Uit mezelf zou ik er misschien niet opgekomen zijn, maar er zit beslist wat in. Beide auteurs beschrijven gedetailleerd wat hun hoofdpersonen dagelijks doen. In enkele recensies wordt dit 'hyperrealisme' genoemd. De recensies die ik over Weg gelezen heb zijn, op een na, allemaal erg lovend. Míjn mening wordt goed verwoord in die ene die wat minder lovend was, van Daniëlle Serdijn in De Volkskrant (niet on-line te vinden, eventueel te lezen via de Krantenbank).

Weg heeft me met zijn 575 pagina's vele uren aangenaam bezig gehouden en het boek was ook voor mij, zoals verschillende recensenten het noemden, verslavend, net zoals ik Het Bureau verslavend vond. Maar verslavend en goed zijn twee dingen die weliswaar soms kunnen samenvallen zoals dat het geval was bij Het Bureau, maar dat niet altijd doen.

Weg gaat over het einde van de relatie van twee vrouwen: Edith en Norma. Zij hebben zeven jaar een relatie en wonen daarvan drie jaar samen op een boerderijtje in Drenthe(?), samen met een teckel, twee ezels en twee poezen. Toen ze nog niet samenwoonden gingen ze in de weekenden wandelen en hadden ze het fijn, maar nu, in het idyllische boerderijtje, gaat het mis. Ze eten en slapen nog samen, maar leiden verder ieder een heel ander leven. Norma drinkt teveel en kijkt elke avond tv en doet af en toe mee aan acties van de milieubeweging. Edith werkt aan haar proefschrift, leest en luistert naar muziek in haar werkkamer.

Edith is als gynaecoloog aan een ziekenhuis verbonden en schrijft een proefschrift over anorexia. Norma was lerares biologie maar is overspannen geraakt en gestopt met werken en zorgt nu voor het huishouden en de dieren. Zij verwijt Edith dat ze teveel tijd in haar proefschrift steekt en dat ze nooit meer samen iets leuks doen. Edith beseft dat haar liefde voor Norma voorbij is en wil de relatie beëindigen. Norma verzet zich hiertegen. Het huis is eigendom van Edith en zij wil dat Norma vertrekt, maar Norma laat zich niet wegsturen. Uiteindelijk lukt het Edith met behulp van een advocaat om Norma te laten verhuizen. Het boek is geschreven vanuit het gezichtspunt van Edith en je identificeert je als lezer dus vooral met haar. Toch werd ze mij daardoor niet sympathiek.

Als Edith zich realiseert dat ze van Norma af wil lijkt ze heel redelijk: het huis is van haar, dus Norma moet verhuizen. Norma reageert niet zo redelijk: ze breekt de gezamenlijke cd's doormidden, maakt twee afdelingen in de keukenkastjes, verschanst zich in de slaapkamer, draait keiharde muziek, schreeuwt, huilt, wil als Edith een weekend weggaat niet voor de hond zorgen (wat dramatische gevolgen heeft), dreigt met zelfmoord en confronteert Edith met haar ooit gedane belofte om te trouwen. Edith blijft vrnl. kalm en gaat haar eigen gang, leest Oorlog en vrede, gaat uit eten met de bibliothecaresse van het ziekenhuis op wie ze erg gesteld is en begint met haar een soort brievenroman, ontdekt Rachmaninov, meldt zich weer aan bij haar oude roeiclub (waar ze Norma destijds heeft leren kennen), koopt een Saab, viert haar verjaardag in een huisje op Schiermonnikoog met de huisgenoten uit haar studententijd. Zij lijkt de beheersing en de beschaving zelve. Toch had ik stiekem wel begrip voor de zich niet beheersende Norma en kon ik me haar wanhoop en haar uitbarstingen indenken, al lijkt het eigenlijk niet de bedoeling van het boek te zijn dat je zo over Norma gaat denken.

Alledaagse handelingen als tandenpoetsen, tafeldekken, eten koken, de dieren verzorgen, de krant uit de brievenbus halen, thee zetten, boodschappen doen, gebeurtenissen op het werk, enz. enz. vormen een belangrijk onderdeel van het boek en zorgen volgens mij voor het verslavende effect. Je zit met je neus op het leven van Edith en het lijkt bijna of je zelf dat leven leeft. Ik vind dat erg knap gedaan, omdat het 575 pagina's lang niet gaat vervelen, al komt het daar wel eens even in de buurt.

In Het Bureau overkwam het me veel minder dat ik het gevoel had de hoofdpersoon echt op de huid te zitten, ook al worden daarin eveneens veel 'triviale' handelingen beschreven zoals het elke werkdag inschuiven van het naambordje, het open (en weer dicht) doen van het raam, het inschenken van de karnemelk, het aanhechten van het rondzendformulier enz. enz. Misschien trad hier dat me vereenzelvigen met de hoofdpersoon minder op omdat Maarten Koning een man is en ik niet. Dat zou kunnen. Maar ik denk toch dat het iets anders is, en dat dát het ook is wat ertoe leidde dat Het Bureau voor mij een belangrijk boek werd en Weg 'slechts' een onderhoudend boek (waarbij ik meteen wil zeggen dat ik onderhoudend zijn beslist waardeer in een boek).

Bij al die alledaagse handelingen in Weg dacht ik slechts aan die handelingen op zich. Ja, om thee te zetten moet je eerst de ketel vullen en die dan op het fornuis zetten en als je een hond hebt moet je die elke dag een paar keer uitlaten. Kleren moet je zo nu en dan wassen en daarna te drogen hangen, om te kunnen eten moet je boodschappen doen. Enz. Zo is het leven nu eenmaal.

Het verschil met Voskuil is voor mij, denk ik, dat in de handelingen die zijn hoofdpersoon Maarten Koning dagelijks verricht iets van tragiek te proeven is. De tragiek van het leven dat nu eenmaal z'n alledaagse eisen stelt, maar waarvan je ooit hoopte dat het je iets bijzonders zou brengen, iets dat dat alledaagse zou overstijgen.

Edith lijkt dik tevreden als Norma uiteindelijk, na een paar maanden, eigen woonruimte heeft gevonden en het veld ruimt. Eindelijk het huis voor zichzelf, lezen en muziek luisteren in de woonkamer, geen ruzies meer. Werken, vriendinnen om mee te praten, de roeiclub, een glaasje wodka.

Bij Voskuil is er ook het werk, zijn er ook glaasjes (in zijn geval jenever), vrienden waarmee gepraat wordt, de wandelingen. Maar bij hem heeft dat allemaal een weliswaar niet zo opvallende, maar toch altijd aanwezige ondertoon van droefheid, van onvermogen, van je realiseren dat vriendschap en solidariteit niet bestaan en dat het streven naar een leven zoals je het zou willen leiden altijd gedoemd is te mislukken. Bij Voskuil knaagt er iets, bij Douwesz niet. Voskuil overstijgt het particuliere, Douwesz blijft daar voor mijn gevoel in steken. Douwesz schrijft heel knap op wat je al wist, Voskuil laat je iets ervaren waarvan je je nog niet op díe manier bewust was. Douwesz kijkt naar het bekende op een bekende manier, Voskuil kijkt naar het bekende op een nieuwe manier. Zoiets.

Ik betwijfel of het zo een beetje duidelijk is, maar beter zal het niet worden. En je kunt tenslotte ook niet de hele dag aan zo'n stukje schrijven. Er moet thee worden gezet, eten gekookt, er moeten boodschappen worden gedaan, enz. enz.

zaterdag 5 september 2009

Boek&bieb 17


















De hoofdpersoon in Kafka op het strand van Haruki Murakami, waarin ik aan het lezen ben, loopt op zijn 15e verjaardag weg van huis. Hij neemt vanuit Tokyo de bus naar het zuidelijkste eiland van Japan. Daar heeft hij voor drie nachten een hotel gereserveerd. Overdag verblijft hij in een bibliotheek.

Ik besluit in een bibliotheek de tijd te doden tot het avond is. Voor mijn vertrek heb ik even gekeken wat voor bibliotheken de stad Takamatsu rijk is. Als kleine jongen al kwam ik steeds de tijd door in de leeszaal van een bibliotheek. Als een kind niet terug wil naar huis, zijn er erg weinig plaatsen waar het terechtkan. In een koffieshop wordt het niet toegelaten, en in een bioscoop ook niet. Dan blijft alleen de bibliotheek over. De toegang is gratis en er wordt niets van gezegd als een kind er naar binnen gaat, al is het niet onder geleide. Je gaat maar op een stoel zitten en je leest net zoveel als je wil. Op weg van school naar huis fietste ik altijd langs de openbare bibliotheek bij ons in de buurt. Ook vakantiedagen bracht ik daar grotendeels door. Verhalen, romans, biografieën, historische werken - ik las alles wat los- en vastzat. Toen ik alle kinderboeken uit had, verhuisde ik naar de algemene hoek en begon aan de boeken voor volwassenen. (...)
De bibliotheek was mijn tweede huis. Of misschien is het dichter bij de waarheid om te zeggen dat de bibliotheek mijn
eigenlijke huis was.

Foto: Flickr, gemaakt door: sekihan.

Pltj



















James Sant (1820-1916)
The Fairy Tale, ca. 1845/1870

dinsdag 1 september 2009

Poëzie onderweg


















Het gaat de laatste dagen regelmatig een beetje mis met mijn treinreis. Vanmorgen moest ik vanuit Rotterdam via Utrecht naar mijn werk in Hoofddorp reizen omdat er bij Delft een bovenleiding gebroken was. Althans, op station Rotterdam werd geadviseerd om via Utrecht te gaan, dus dat wilde ik maar doen, temeer omdat ik met die route inmiddels enige ervaring heb. Maar in de trein veranderde het advies: wie naar Schiphol wilde moest in Gouda overstappen op de trein van 8.13u, op hetzelfde perron. Toen ik uitgestapt was zag alleen een trein van 8.14 aangekondigd, die naar A'dam-Sloterdijk ging. Ik dacht dat ik voor Schiphol dan wel zou moeten overstappen op Sloterdijk, eveneens een route waar ik inmiddels enige ervaring mee heb.

Maar op het andere perron kwam net een trein binnen die volgens het bord naar Leiden zou gaan. Dat leek me een goed alternatief, want in Leiden zou ik de stoptrein naar Hoofddorp kunnen nemen. Ik stapte in, de trein reed weg en ik verdiepte mij in mijn boek. Na enige tijd keek ik naar buiten en zag een groot rangeerterrein. Hm, dat heb je toch niet bij Leiden? Even later werd omgeroepen: Het volgende station is Utrecht-Centraal, eindpunt van deze trein. Nou ja, wat maakt het uit, daar wou ik aanvankelijk immers toch al naartoe. Via Utrecht kwam ik op Schiphol en vandaar in Hoofddorp. Vertraging 50 minuten, maar ik had de hele weg kunnen zitten en lekker doorgelezen in In de ban van mijn vader van Veronesi. Waar zou ik over zeuren? En het mooiste was nog wel dat ik, net toen ik me realiseerde dat ik in plaats van Leiden Utrecht bereikt had, deze toepasselijke regels op een muur zag staan:

en hoe verder hij ging
des te langer
was zijn terugweg

Ik wilde ze opschrijven maar had geen pen bij me. Gelukkig vond ik ze vanavond via Google. Ze zijn van de Utrechtse auteur C.C.S. Crone (1914-1951).

Foto hier gevonden.