
Kees, uit Kees de jongen van Theo Thijssen, mag in de achtste klas een 'prijs' uitkiezen en kiest na rijp beraad voor een schaakspel ('desnoods alleen stukken' schrijft de meester op, maar Kees krijgt uiteindelijk gelukkig toch stukken én een bord), nadat hij o.a. een toverlantaren, een zakmes en een stoommachientje in gedachten verworpen heeft, net zoals een boek.
Een boek. Wat had je aan één boek? Een bibliotheek, daar had je wat aan; kon je een katalogus bij maken. Maar één boek - al nam je nou het fijnste boek dat er bestond: De Woudloper. Je las het nog 'es. En dan? Je vader las het. En je moeder las het. En dan móést je het lenen aan je dooie neefje, die er toch niks van begreep. En die maakte d'r misschien nog wat an ook...
Een prachtig boek trouwens, Kees de jongen.
Foto hier gevonden.
