WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

maandag 25 juni 2012

Van de mat
















Het gebeurt steeds minder vaak en het zou zelfs wel eens zo kunnen zijn dat er alleen nog briefjes van Mr. Hadji in de bus komen. Daarom dacht ik dat ik er maar eens een moest vastleggen, voor het te laat is. Een paar jaar geleden werd hier nog bijna elke week een dergelijk briefje bezorgd. Ze leken sterk op elkaar maar vermeldden verschillende namen. Die namen waren allemaal licht exotisch en werden altijd door 'Mr.' voorafgegaan. (Misschien ook wel door 'Dr.' of 'Prof.', nu ik er even over nadenk. Zie je wel, ik had ze moeten bewaren.) Soms stond er ook iets als 'Groot Helderziende en Medium' bij. De problemen waarvoor een oplossing werd aangeboden waren altijd dezelfde, maar wel op verschillende manieren omschreven. Het formaat van het briefje was altijd 10,5 bij 7,5 cm.

In Een man, een man van Wanda Reisel komt een man voor die naar zo'n Mr. van zo'n briefje toegaat. Ik geloof dat hij daar van top tot teen met modder werd ingesmeerd. Of zoiets. En dat het niet hielp. Maar het is lang geleden dat ik dat boek las en ik weet het niet goed meer. Het boek speelt in Amsterdam, dus daar worden blijkbaar ook zulke briefjes bezorgd. Heeft Frits Abrahams er ook niet eens iets over geschreven in de NRC? Of verzin ik dat nu maar?

Ik vind het een bijzonder fenomeen. Uit een misschien wat raar gevoel voor discretie heb ik het tel.nr. gedeeltelijk zwart gemaakt. Ik kan het nu zelf ook niet meer lezen, maar voor wie dat wil kan ik op het volgende briefje kijken.

Naschrift. Een beetje googelen leverde dit op.

zaterdag 23 juni 2012

Wat ik las 52

Omstreeks juni 1963 (de preciese datum is niet bekend) schrijft M. Vasalis in een brief aan Geert van Oorschot:

Dat boek was een grote verrassing & vreugde. Wat bijzonder lief van je. Het is zonder twijfel een boek van groot kaliber.

Het gaat hier over Bij nader inzien van J.J. Voskuil. Als ik Voskuil goed begrepen heb was het zijn bedoeling met dit boek te laten zien dat vriendschap niet bestaat. Ik vond het daarom wel een beetje verrassend dat Vasalis het boek zo prijst. Van Oorschot vond het trouwens ook heel goed, zoals we uit Het Bureau weten. Dat het me verraste is omdat ik het las in M. Vasalis & Geert van Oorschot: Briefwisseling 1951-1987, een boek dat je als een bewijs van het tegendeel zou kunnen beschouwen: vriendschap bestaat wel degelijk.

Ik heb altijd graag brievenboeken gelezen. Dagboeken ook trouwens. Dat heeft dezelfde reden als het lezen van boodschappenbriefjes, het naar binnen kijken bij mensen die 's avonds de gordijnen open laten en het luisteren naar gesprekken in de trein. Die reden is mijn nieuwsgierigheid naar 'hoe de mensen leven'. Romans zijn daar natuurlijk ook heel geschikt voor, maar ik heb het gevoel dat het bij brieven en dagboeken net iets dichterbij komt.

De brieven van Vasalis en Van Oorschot geven inderdaad een kijkje in hun bestaan, maar stijgen daar, in tegenstelling tot een boodschappenbriefje, ver bovenuit. Ik vond ze erg mooi, laat ik dat eerst maar even zeggen. Ik nam het boek op zaterdagmiddag mee uit de bibliotheek en had het op maandag uit, wat voor mij nogal uitzonderlijk is. Ik las en las en kon het bijna niet wegleggen. (Dát ik het ging lezen komt overigens door een stuk op Foxxblok van anderhalf jaar geleden, waar ik allang niet meer aan dacht maar dat toen ik het boek, op zoek naar iets anders, bij toeval zag staan in bibliotheek, toch een vage herinnering opriep, voldoende om het boek in te kijken, waarna ik dacht: ik wil het lezen. Wat, tussen haakjes, maar dat staat dit al, tevens als pleidooi gezien kan worden voor een ruim gesorteerde bibliotheek waar je nog de kans hebt bij toeval op iets moois te stuiten.)

Van Vasalis (die Kiki genoemd werd, Van Oorschot schreef o.a. ook Kicky) weet ik niet veel, ik heb wel wat van haar gedichten gelezen, maar dat is omdat 'iedereen' die nou eenmaal gelezen heeft. Van Van Oorschot weet ik ook niet zoveel, al heb ik ooit wel genoten van zijn Twee vorstinnen en een vorst. Dat hun Briefwisseling me zo boeide was dan ook niet omdat ik graag meer over de twee schrijvers wilde weten. Maar ik werd meegesleept door hun vermogen tot prachtig formuleren, hun gedachten, ideeën en observaties en door de manier waarop ze met elkaar omgaan. Dat alles maakte het boek voor mij boeiender dan menige roman, terwijl hun brieven toch niet geschreven zijn met het oog op onbekende lezers.

Er zijn meer brieven geweest, maar een deel is vernietigd omdat Vasalis ze te persoonlijk vond. Zo is er weinig te lezen over ingrijpende gebeurtenissen als de zelfmoord van een van Van Oorschots zonen en over de dood van zijn vrouw. De vrienden belden elkaar ook en ontmoetten elkaar af en toe. De brieven in het boek geven dan ook geen compleet beeld van hun vriendschap. Maar wat er wél te lezen is, is toch heel veel. Je proeft uit alles hoezeer ze op elkaar gesteld waren en hoe ze met elkaar meeleefden.

De brieven van Van Oorschot gaan, waarschijnlijk doordat de persoonlijker brieven uit die tijd verscheurd zijn of gewoon niet opgenomen, in het begin vaak over zakelijke dingen: royalties, oplages, een herdruk. Ook probeert hij Vasalis er met enige regelmaat toe te bewegen nieuw werk door hem te laten uitgeven, maar zij vraagt hem als reactie daarop meestal haar op dat punt met rust te laten. Er is ook overleg over literaire bladen die VO uitgeeft, o.a. Tirade. De meer persoonlijke dingen komen vooral verderop in het boek, als Van Oorschots vrouw niet meer leeft en hij verschillende keren in het ziekenhuis komt te liggen. Hij schrijft dan lange brieven waarin hij zakelijk en nuchter over zijn ernstige ziektes vertelt en uitgebreid en met veel enthousiasme over de natuur en zijn tuin.

Vasalis vertelt wat ze vindt van het werk van andere schrijvers, over haar gezin en de zorg voor haar moeder, dat ze het druk heeft met logés, over haar nieuwe literaire werk dat ze nog niet goed genoeg vindt om te publiceren. Ze leeft met Van Oorschot mee, geeft hem raad, zegt hoe blij ze is met zijn brieven. Ook haar man Jan is bevriend met Van Oorschot en volgens de samenstellers van het boek schreef Van Oorschot hem soms ook brieven.

Als Van Oorschot door hem zelf geschreven verhalen aan Vasalis stuurt, bespreekt ze die kritisch. Ze prijst ze, maar doet ook suggesties tot verbetering.

Er staat veel in het boek dat ik zou willen citeren, maar ik zal mij beperken. Lees zelf het boek maar, als het je wat lijkt.

Een paar citaten:

We zijn hier zo gelukkig als 't hoort; d.w.z. vaak ongelukkig, maar niet benard. Met ruimte en niet ál te mooi. Met ongemakken, die de werkelijkheid accentueren. (V aan VO, 1964)

Sedert ik besef en accepteer, dat het leven hoofdzakelijk bestaat uit misverstanden en kopspijkers (met de punt naar boven) geniet ik erg van de kleine afstanden tussen, boven of onder die ongemakken en van de momenten waarin geen misverstanden heersen. (V aan VO, 1968)

Ik was zielsgelukkig met je brief, want je trekt mij altijd weer wat omhoog en in mijn evenwicht. Blijf nog lang leven, want ik kan je vriendschap niet missen. Het onuitsprekelijk domme - ik heb dat geloof ik al eens vaker gezegd - is, dat die paar mensen die na een lang leven overblijven, om veel van te houden, elkaar bijna nooit zien terwijl de tijd zo kort is. (VO aan V, 1985)

Een krachtig en prachtig boek. Ik vraag me af wat Voskuil ervan gevonden zou hebben.

vrijdag 22 juni 2012

Koffiepraatje























Dat voorlezen werelden voor je opent is gisteren weer eens bewezen. Ik was, samen met de coördinatrice van de VoorleesExpress, te eten gevraagd door de moeder van mijn Eritrese 'voorleeskinderen'. Twee basisschooljuffen van de kinderen waren er ook. We kregen een heerlijke maaltijd en daarna Eritrese koffie. We zaten intussen te praten en daarom heb ik het allemaal niet zo precies gezien, maar dat het koffie zetten een hele ceremonie was, was wel duidelijk.

De koffiebonen werden eerst gebrand in een soort steelpannetje, hoe dat gebeurde is me ontgaan, misschien boven het gas. Daarna werden ze gemalen en werd er op een campinggasbrander koffie mee gezet in een pot met een lange hals. Het resultaat werd in kleine kommetjes op een laagje suiker geschonken. Dit alles gebeurde bij een laag tafeltje, waar o.a. een schaaltje houtskool op stond en een bakje met wierook.

En lekker dat die koffie was! Als de kinderen de smaak van boeken net zo te pakken hebben gekregen als ik die van Eritrese koffie, dan is het voorlezen niet voor niets geweest. Zoet, sterk en heerlijk, zo hoort lezen te zijn. In elk geval als je jong bent.

Foto: Betty Udesen / The Seattle Times

donderdag 21 juni 2012

Pleestukje



















Bij ons in de straat wordt geschilderd. De keet waarin de schilders schuilen en eten staat bij mij voor het huis en daarnaast staat de mobiele wc, die Dixi heet en waar een hartje op staat, zo'n hartje zoals dat vroeger uit de deur van een houten buiten-wc gezaagd was.

De schilders dronken een keer koffie bij mij en vertelden toen over andere schilders die de hele dag zaten te roken en de halve dag op de dixi zaten. Dat op de dixi zitten, dat klonk wel zoals het zou moeten klinken, ik bedoel dat het net klonk als op de wc zitten, of op de plee of hoe je het wilt noemen. ('Toilet' zou wel een beetje gek klinken vind ik.)

Maar nu was ik pas in Delft en zag daar een mobiele wc die het merk Barthen had. En toen vroeg ik me af: zeggen die werklui hier nou: 'ik ga even naar de barthen'? Of klinkt dat te raar en zeggen ze iets anders? Of zeggen ze, misschien, zelfs wel 'ik ben ff naar de dixi' als ze eigenlijk naar de barthen gaan? Omdat dixi zoiets is als maggi, een merk dat soortnaam is geworden? (Dit voor wie nog weet wat maggi is, want ik kan even niet op een recenter voorbeeld komen. Luxaflex, dat is beter misschien.)

Tja, hoe kom je hier nou weer eens achter?

Foto hier gevonden.

dinsdag 12 juni 2012

Wat ik las 51

Oef. Ik dacht: zal ik het weer eens proberen, een stukje over een boek? Ik las Liefde heeft geen hersens van Mensje van Keulen en dacht dat ik daar wel iets over kon opschrijven. Maar nu las ik eerst de recensie die Jeroen Vullings voor Vrij Nederland schreef en daardoor zonk de moed me onmiddellijk weer in de schoenen. Vullings vindt het een heel goed boek en ik vind dat eigenlijk niet. En nu kun je zeggen dat zoiets natuurlijk persoonlijk is, maar het kan er ook aan liggen dat je niet goed hebt opgelet. En dat heb ik geloof ik inderdaad niet gedaan, want in de recensie staan allerlei dingen die ik me helemaal niet herinner.

Maar goed, wat kan 't me eigenlijk schelen, ik probeer het gewoon toch. Voor een goede samenvatting kun je bij Vullings terecht, dat helpt alvast. Ik vind het boek een echt Mensje van Keulen-boek, een boek over treurige mensen die zich met de moed der wanhoop door hun treurige leven slaan. Althans, zo herinner ik me andere boeken van haar ook. Een beetje somber, een beetje beklemmend, niet per-se herkenbaar wat betreft de omstandigheden maar wel degelijk in het gevoel dat het leven niet makkelijk is en dat de mensen het elkaar (en zichzelf) meestal ook nog eens extra moeilijk maken.

Mensje van Keulen schrijft goed. Het boek leest prima, dat het twee hoofdpersonen heeft die beiden in de 'ik-vorm' worden opgevoerd vind ik knap gedaan. Het verhaal loopt goed, de mensen komen tot leven, de sfeer is voelbaar. Dat bewonder ik wel degelijk. Dat het boek iets thrillerachtigs heeft beviel me minder en leek mij vooral een manier om het verhaal in elkaar te zetten en niet om er een spannend boek van te maken.

De twee hoofdpersonen en tevens 'vertellers' zijn Romy en Harro. Romy bewoont een appartement in het flatgebouw waarvan Harro huismeester is. Romy is de weduwe van een Spanjaard die haar sloeg maar aan wie ze ook mooie herinneringen heeft. Ze heeft een zoon, Cristian, en een dochter, Blanca. Cristian woont elders in de stad, Blanca is in hetzelfde flatgebouw waar ze eerst met haar moeder woonde sinds kort ingetrokken bij een 20 jaar oudere man met een grote bek, die 190 kilo weegt, zich op een scootmobiel verplaatst en overdekt is met tatoeages.

Romy werkt als gastvrouw bij een begraafplaats, waar ze ook administratief werk doet. Verder maakt ze schoon bij een paar mensen. Een van hen is haar buurvrouw Irma, een oude vrouw die vroeger een balletschool had. Als Romy op een ochtend bij Irma komt blijkt die dood in haar stoel te zitten. Romy vindt het er verdacht uitzien en denkt dat Irma misschien vermoord en beroofd is. Ze verdenkt Cristian, omdat die vroeger ook wel eens iets van Irma gestolen heeft. Ze gaat na haar werk terug naar de flat van Irma en probeert daar de situatie zo te arrangeren dat het lijkt of Irma in een beschuit met jam gestikt is.

Vreemd is dat de poes van Irma verdwenen is. Romy ontdekt ook dat een van de porseleinen beeldjes uit Irma's vitrinekast weg is. Ze stopt een briefje van 20 euro in Irma's portemonnee, bij de 5 euro die er in zat. Dan belt ze de huismeester, Harro, die na zijn werk thuis is. Zij heeft zijn privé-nummer. Hij gaat samen met haar naar het huis van Irma en belt een arts en later de begrafenisonderneming. Harro heeft ook zijn twijfels over de doodsoorzaak en verdenkt Romy. Maar hij zegt daar niets van want hij vindt haar leuk en fantaseert over een nadere kennismaking.

Irma gaat 's avonds uit met een stel vriendinnen. Harro gaat de volgende dag op de beveiligingscamera in de flat kijken naar de beelden van de afgelopen nacht en ziet daarop Irma de hal binnenkomen en met de lift naar boven gaan, met een man. Harro fietst door de regen naar huis waar zijn moeder, met wie hij samenwoont, begint te zeuren of er een vrouw in het spel is. Hij geeft zijn moeder een klap waardoor ze op de grond valt. Hij bedenkt dat hij toch van Romy kan blijven houden en dat een liefde die niet beantwoord wordt veel langer duurt.

Of Irma echt vermoord is komen we niet te weten, maar er volgt nog wel een ontknoping die ik niet verwacht had. Spannend vond ik het boek overigens niet.

Al met al: een knap geschreven boek over mensen die voor me tot leven kwamen. Maar toch een boek dat ik net zo lief niet had gelezen. Dat het leven treurig is en dat mensen het elkaar vaak moeilijk maken, dat was geen nieuws voor me. En ik wil er ook best graag over lezen. De treurigste boeken zijn vaak de mooiste. Maar ik geloof dat ik in een boek toch ook graag een beetje troost vind, of een kans op ontsnapping of wat relativering. En dat bood dit boek me allemaal niet. Misschien vond Jeroen Vullings het juist wel zo'n goed boek omdat hij het leven níet treurig vindt. Dat zou fijn voor hem zijn.

woensdag 6 juni 2012

Gemiste kans


















Bij Albert Heijn hoorde ik gisteren drie jongens van een jaar of 20. De eerste zei: Dat zal ik nog even nachecken. De tweede: Nachecken is een tautologie of een pleonasme of weet ik veel. De derde, met veel overtuigingskracht: Pleo! Waarop de eerste zich verdedigde met: Nederlands is mijn tweede taal.

Ik heb al sinds de middelbare school moeite met het verschil tussen pleonasme en tautologie. Ik probeerde er bij AH snel over na te denken maar ik kwam er natuurlijk niet uit. Ik wist nog dat ik een keer gedacht had: nu kan ik het eindelijk onthouden, want nu heb ik een ezelsbrug. Maar die ezelsbrug bleek ik ook weer vergeten te zijn, dus dat hielp niet.

Thuisgekomen vertelde ik het aan een huisgenoot. Die zei onmiddellijk: Het was een contaminatie. Daar had ik nog helemaal niet aan gedacht. Later vertelde ik het aan een andere huisgenoot. Die zei ook meteen: Het was een contaminatie. Niet goed voor je zelfbeeld, zulke huisgenoten.

Ik vroeg: Maar hoe zit het ook alweer met pleonasme en tautologie? En kreeg als antwoord: Je weet toch nog wel: 'Laten we van fair trade een pleonasme maken'? O ja, dát was mijn ezelsbrug... Ongeveer een jaar geleden hingen er posters op het station met deze tekst en toen dacht ik: wie begrijpt dit? En dacht óók dat het me houvast zou geven om voortaan meteen te weten wat een pleonasme is. En daarvan afgeleid dan hopelijk ook wat een tautologie is.

Maar ik vrees nu dat het me niet gaat lukken. Ik zal er vast mijn hele leven mee blijven tobben. En zo heel erg is dat nou ook weer niet. Want wanneer heb je zoiets eigenlijk nodig? Maar wat ik toch wel jammer vind is dat ik bij AH niet meteen met overtuigende stem heb kunnen zeggen: Het is een contaminatie! Dat had me echt leuk geleken, vooral omdat die ene gast zo autoritair Pleo! zei.

Foto hier gevonden.

maandag 4 juni 2012

Het boek is hoekig


















Het schijnt dat we de komende drie maanden overspoeld gaan worden door sport. Vandaag zat een huisgenoot tennis te kijken en dan krijgen we nog het EK, de Tour en de Olympische Spelen. Nou kijk ik zelden tv, maar ook als je dat niet doet kan het je nauwelijks ontgaan. Het komt ook in de krant. En al dat oranje overal, bah. En dat overdreven gedoe over de Olympische Spelen, aan mij is het niet besteed. Vroeger, ten tijde dat Cruijff bij Ajax en Van Hanegem bij Feyenoord speelde (dus érg lang geleden), hield ik nog wel van voetballen, ik bedoel van ernaar kijken. En op school zaten we op zaterdagochtend als er schaatsen was stiekem onder de les naar de radio te luisteren en 's middags zat ik dan de hele middag voor de tv, met de gordijnen dicht. Ik heb zelfs een keer met een groepje verpleegsters-in-opleiding 's nachts naar boksen gekeken. Dus ik zou het moeten begrijpen. En misschien doe ik dat ook wel. Een gevoel van saamhorigheid, iets om naar uit te kijken, iets om op te hopen, iemand om te bewonderen, iets wat afleidt van de dagelijkse zorgen, dat kan een mens soms goed gebruiken. En flink gillen is ook wel eens lekker.

En toen dacht ik zomaar ineens: als het nou ook eens over literatuur ging! Of liever: over lezen, 'literair' of niet. Als er eens drie maanden lang wedstrijden waren tussen schrijvers, wie het mooiste schreef of om wie je het hardst moest huilen of lachen. En dat er net zoveel mensen waren die zich er druk om maakten als bij sport. Of 10% daarvan, zelfs dat zou al veel zijn. En dat zo'n wedstrijd een stadion (nou ja, een kleintje) vol bezoekers trok. En dat we t-shirts aantrokken met de naam van onze lievelingsauteur op de rug, of nog beter natuurlijk met een paar regels uit zijn werk. En dat AH schrijversplaatjesbij de boodschappen gaf, met een fotootje erop en een stukje tekst. En dat we met een hele groep in het café gingen zitten als er een schrijver voorlas op de tv en dat we elkaar na afloop juichend en huilend in de armen vielen. En ga zo maar even verder.

Soms denk ik rare dingen.

Foto: Flickr, gemaakt door: Pop Culture Geek

vrijdag 1 juni 2012

Zeurderdezes




















Ik vermoedde het al langer maar nu weet ik het zeker: ik begin een ouwe zeur te worden. En dan zeg ik het nog netjes. Ik zat op de bank mijn boterhammen met thee te nuttigen en naast mij lag toevallig het Economie-katern van de NRC van een dag eerder. Ik dacht: kom, laat ik al etend even wat crisis tot me nemen. Maar in plaats van over de financieel-economische crisis begon ik al snel over taal te denken.

Taal kan heel mooi zijn en een genoegen om te lezen. Daarom lees ik romans en soms gedichten. Die hebben natuurlijk vrijwel altijd ook een 'verhaal'. Soms bevalt een boek of gedicht me vooral vanwege de taal, soms door het verhaal. In de beste romans en gedichten zijn taal en verhaal allebei mooi en in de állerbeste versterken taal en verhaal elkaar. Zo ongeveer heb ik het wel eens bedacht.

De krant lees je niet in de eerste plaats voor het fraaie taalgebruik. In de krant heeft taal vooral een dienende rol: overbrengen van informatie. Als een artikel mooi geschreven is, is dat wel fijn, maar nodig is het niet. Als het maar goed loopt en prettig leest. En dat is nu waar het voor mijn gevoel aan ontbrak in het artikel waarvan ik hier een stukje heb opgenomen.

Ik weet niet zoveel van economie en over het informatieve gehalte van het artikel kan ik daarom niet goed oordelen. Maar ik bleef de hele tijd hangen bij taalvragen. En dat leidde behoorlijk af.

- 'meermaals' Dat lees ik de laatste tijd steeds vaker en elke keer vraag ik me af: moet het niet meermalen zijn? Ik heb het nu maar eens opgezocht en het blijkt allebei te mogen. Dat scheelt weer.
- 'onnavolgbaar' Dat betekent toch iets als: niet na te volgen, te ingewikkeld? Hier zou toch 'niet te volgen' moeten staan?
- 'De laatste, maar zeker niet de eerste' Wat is dat voor onzin? Als het de laatste is, is het toch nooit de eerste?
- 'Dit Pinksterweekeinde' Zijn er nog meer Pinksterweekeinden dan? Moet dat niet zijn: 'dit weekeinde' of 'het afgelopen weekeinde' of 'in het Pinksterweekeinde'?

En zo ging het verder. De economische informatie is een beetje ondergesneeuwd geraakt.

Ik ben een ouwe zeur. Ik ontken het niet. En toch was het taalgebruik in de NRC vroeger zorgvuldiger. Dat weet ik zeker.

Schilderij: Daniel Gadet, The square

maandag 28 mei 2012

Hebben en zijn
















Vanmorgen hoorde ik in een tuin hierachter een jongetje zeggen: 'Mama, ben je druk?' Het antwoord hoorde ik niet. 'Druk zijn' is niet meer wat het geweest is, ik bedoel dat het nu vaak betekent 'het druk hebben', zoals wij dat vroeger formuleerden. Maar dat was vroeger. (Al zeg ik het nog steeds zo, maar ik ga niet altijd met mijn tijd mee.)

Ik vond het wel bijzonder, een kind dat dat vroeg. Ook als het gevraagd zou hebben 'Mama heb je het druk?' had ik dat bijzonder gevonden. Dat doen kinderen niet, zoiets vragen, dacht ik eigenlijk. Kinderen willen gewoon soms ineens aandacht, ook als hun moeder het druk heeft. Misschien zegt die moeder van hierachter af en toe (of vaak) 'Nu even niet, ik ben druk.'

Ik dacht: hoe zeg je het tegenwoordig als je vindt dat iemand druk is, ik bedoel druk in de zin van ongedurig? Moet je dan 'druk doen' zeggen? Of zeg je meteen maar dat hij een adhd-er is? Is het vroegere begrip 'druk zijn', bij gebrek aan een manier om het te kunnen zeggen , inmiddels misschien gewoon aan het verdwijnen? Als iemand zegt: 'Dit is een erg druk kind', bedoelt hij dan dat het een kind is dat niet kan stilzitten of dat het op tennis en jeugdtoneel en vioolles zit?

Maar ik vond het te warm om me er verder druk over te maken.

Foto hier gevonden.

woensdag 23 mei 2012

Brief van een onbekende






















Gisteren liep ik enigszins sombertjes gestemd naar Albert Heijn. De zon scheen, dan heb ik dat wel vaker... Maar op de terugweg liep ik warempel te glimlachen en ik wist precies waar dat aan lag: aan het boodschappenbriefje dat ik in mijn karretje gevonden had, en in het bijzonder aan de letter b, de b van Krob sla.

Er ligt wel vaker een achtergelaten boodschappenbriefje in je karretje, dat zal iedereen wel eens meemaken. Meestal lees ik zo'n briefje dan even, uit nieuwsgierigheid naar 'hoe de mensen leven'. Alleen al het feit dat mensen zulke lijstjes maken boezemt mij ontzag in. Ik doe dat vrijwel nooit. Nu is AH hier tegenwoordig twee minuten vandaan en bijna altijd open, dus als ik iets vergeten ben is dat geen ramp. Het komt wel voor dat ik er twee of zelfs drie keer op een dag naartoe ga. Maar vroeger, toen ik om bij AH te komen een eind moest fietsen, maakte ik ook geen lijstjes. Het vereist een discipline die ik mis. Misschien heb je er ook de overtuiging voor nodig dat wat je doet belangrijk is, maar ik geef toe dat dit misschien te ver gaat.

Boodschappenbriefjes wekken bij mij door het handschrift nogal eens de indruk dat ze door oude mensen geschreven zijn. Daarom vind ik ze vaak een beetje ontroerend. Dat geldt voor het briefje dat ik gisteren vond niet. Boodschappenbriefjes zijn ook vaak een beetje raadselachtig, dat geldt voor het briefje van gisteren wél.

De vragen en gedachten die bij me opkwamen waren deze.
- Waarom schrijft iemand die verder geen fouten maakt 'krob'? Wat zou hij/zij denken dat het meervoud daarvan is?
- Schreef iemand dit briefje voor zichzelf of voor een ander? Als het voor jezelf is hoef je er toch niet bij te zetten dat de chips een smaakje moeten hebben? En dat het Blue band Goede start moet zijn? Dan is alleen 'Blue band' of 'margarine' toch wel genoeg?
Ik denk daarom dat het een briefje is dat een vrouw voor haar man gemaakt heeft. Andersom zou ook kunnen, maar ik vind het handschrift vrouwelijk. Of maakt iemand toch wel eens zo'n gedetailleerd briefje voor zichzelf? En kun je zo-iemand dan een perfectionist noemen?
- Ham (asperges) 2x. Twee pakjes? Geeft de toevoeging 'asperges' aan welke ham het moet zijn? Dit lijkt juist weer te wijzen op een briefje dat iemand voor zichzelf maakte.
- Wie is J? De man, de vrouw, een kind? Gaat J mee boodschappen doen, zodat hij/zij zelf een toetje kan uitzoeken?
- De grootste vraag: 3x Glorix, 2x Antikall, waarom zoveel?

Waarmee de vraag 'hoe de mensen leven' er eigenlijk alleen maar groter op was geworden. Maar mijn stemming beter.

Jaren geleden schreef ik ook iets over een boodschappenlijstje. En zou het boodschappenbriefjesblog van Bert Bevers nog bestaan? Jawel hoor, het heeft een nieuw adres maar nog de oude naam: Geef Ons Heden.

dinsdag 15 mei 2012

Lontje in het Kruidvat























Ik stond in de rij voor de kassa bij het Kruidvat. Voor mij stond een jonge Chinese vrouw met een kind van een jaar of anderhalf in een wagentje. De vrouw praatte in het Chinees tegen het kind en dat kwetterde wat terug in babytaal, maar met een onmiskenbaar Chinese klank. Ik dacht: wat leuk, zo klein en het praat al een beetje Chinees! Om meteen daarna te beseffen wat een onzin dat was: natuurlijk praat dat kindje Chinees! En toen bedacht ik hoe wonderlijk taal toch is. Dat kinderen het zomaar vanzelf leren, omdat ze het horen. Een open deur, jawel. Maar je staat er niet elke dag bij stil. Maar soms ineens in de rij bij het Kruidvat wel.

Foto hier gevonden.

vrijdag 4 mei 2012

Taalkronkelen


Wat is taal toch ingewikkeld. Daar stond ik zelden bij stil, maar sinds ik voorlees via de VoorleesExpress gebeurt het me vaker. En dan begrijp ik maar al te goed hoe moeilijk het voor buitenlanders moet zijn om Nederlands te leren. Gisteren lazen we, zoals elke week, ook een stuk uit Otje. Daarin gaat het vaak over papieren. Tos, de vader van Otje, is al zijn 'papieren' kwijtgeraakt in het kompjoetergebouw en heeft daardoor geen diploma's meer en kan overal ontslagen worden. Ze hebben ook geen kampeervergunning en kunnen daarom worden weggestuurd als ze ergens in de natuur willen slapen. En ga zo maar door. De vogels willen hen gaan helpen, maar weten niet wat papieren precies zijn. Een van hen veronderstelt: wormen. Nee, dat zijn píeren, zegt een ander.

Omdat lezen met de VoorleesExpress niet alleen bedoeld is om plezier in lezen over te brengen, maar ook ter vergroting van de woordenschat en het taalbegrip, bouw ik af en toe een 'educatief moment' in. Plezier in lezen lijkt me het allerbelangrijkste, maar iets leren is natuurlijk nooit weg. Dus vroeg ik: weten jullie wat pieren zijn? Ja hoor, dat wisten ze wel: dat is als je van die enge tanden hebt, dan ben je een vampier. Voor mij een onverwacht antwoord, ik moest er wel om lachen. Dus toen ging ik vertellen dat pieren wormen zijn en ik vroeg of ze wisten wat een pierenbadje in het zwembad was. Dat wisten ze geloof ik niet en toen ging ik het uitleggen en dacht: waarom heet dat eigenlijk zo? En beweerde dat het kwam omdat daar de kleine kinderen die nog niet kunnen zwemmen in rondkronkelen. Grote verbaasde ogen: kronkelen? Tja, wisten ze nou niet wat kronkelen was of vonden ze het raar dat ik zei dat die kinderen kronkelden? Daar kwam ik niet achter.

De Pier van Scheveningen liet ik maar even zitten en ik stapte snel over naar de papieren van Tos. Dat dat eigenlijk diploma's enzo waren. Zo kwamen we op het zwemdiploma en het rijbewijs. En toen ging ik maar snel weer verder met voorlezen.

Foto hier gevonden.

vrijdag 13 april 2012

Lezen op het balkon























































Van boven naar onder: Max Beckmann / Sir John Lavery / Carrie Graber

donderdag 12 april 2012

Zagenderwijs















Vanmorgen was ik aan het zagen. Niks bijzonders, wat ouwe balkjes en stammetjes die al jaren onder het balkon en in de kelder lagen klein maken om ze in vuilniszakken te kunnen doen. En een ouwe rieten stoel. Al zagend dacht ik aan taal. Dat kwam omdat ik zomaar ineens het woord 'verstekbak' dacht. En 'klamp' en 'spie'. Ik weet niet eens precies wat een klamp en een spie zijn, maar die termen slapen blijkbaar ergens in m'n hoofd en als ik ga zagen worden ze wakker.

En ik had ook al gedacht aan 'Zagen zagen wiedewiedewagen, Jan kwam thuis om een boterham te vragen.' Een lied dat ik misschien 20 jaar geleden voor het laatst eens zong. En omdat ik tegenwoordig af en toe nadenk over 'taalontwikkeling', vanwege mijn voorleeskinderen, stond ik even stil bij dit verschijnsel. Het zal voor velen wellicht een open deur zijn, maar voor mij was het toch een beetje een ontdekking. Dat je voor je taalontwikkeling ook eens moet zagen. Ik bedoel: dat je taal niet alleen verwerft door te lezen en door voorgelezen te worden, maar dat het ook helpt als je wat onderneemt. Als ik het zo opschrijf denk ik: logisch. Maar ik was er nog niet opgekomen.

Lezen is goed voor de taalontwikkeling en voorlezen is belangrijk voor de woordenschat van kinderen. Daar ben ik van overtuigd. Maar al zagend besefte ik: er is meer dat bijdraagt aan taalontwikkeling en woordenschat. Bijvoorbeeld naar het zwembad gaan. Want dan leer je zomaar ineens de woorden kleedhokje en badmeester en pierenbadje en knipkaart en badmuts, ik noem er maar een paar. Of naar de dierentuin: bedenk zelf maar wat je daar allemaal voor nieuwe woorden kunt leren. Nachtdierenhuis bijvoorbeeld. En olifantsspitsmuis.

Ik ging met mijn kinderen naar zwemles omdat ik vond dat ze moesten leren zwemmen. En naar Blijdorp omdat je hier in de buurt weinig speelruimte hebt en ze daar veilig konden lopen en rennen, zonder auto's en zonder hondenpoep (die in de tijd dat mijn kinderen klein waren nog een groot probleem vormde in onze buurt). Ik dacht er geen moment aan dat het ook goed was voor hun taalontwikkeling. Maar vandaag zag ik dat ineens in.

Wat ik hier verder aan heb weet ik niet, maar ik vond het leuk om het te ontdekken.

Een rieten stoel klein maken is trouwens nog best lastig. En toen ik dacht dat de stukken klein genoeg waren, bleek de vuilniszak niet in het vuilniszakkenweggooigeval te passen en kon ik weer terug om nog verder te zagen. 'Vuilniszakkenweggooigeval', zo heet zo'n ding natuurlijk niet. Hoe dan wel, ben ik dat nou vergeten of heb ik het gewoon nooit geweten?


Foto hier gevonden.

maandag 2 april 2012

Rekenen & taal
















Op de middelbare school had ik enkele jaren een leraar Nederlands die af en toe zei: 'Taal Is Geen Algebra!' Hij zei het niet zozeer, hij riep het en zette zijn woorden kracht bij door bij elk woord een harde klap op de oliekachel in de hoek van het lokaal te geven. Ik ben het dan ook nooit vergeten. En jarenlang heeft het me gehinderd. Want wat bedoelde mijn leraar? Dat je in een opstel geen haakjes mocht gebruiken, dát wou hij ons bijbrengen. En heel lang heb ik het niet gedurfd om in een brief met haakjes te werken. Terwijl ik het juist heel graag doe, zoals ik later, toen ik het eindelijk durfde, gemerkt heb. Halve brieven zet ik tussen haakjes als het zo uitkomt. Heerlijk. Dát ik het uiteindelijk gedurfd heb komt door het lezen van Vestdijk. Want die gebruikt haakjes in zijn boeken en toen ik dat ontdekte viel eindelijk, na 30 jaar, de beklemming van dat 'taal is geen algebra' van me af. Wat een opluchting.

(Zo durf ik tegenwoordig, maar nog niet zo erg lang, ook soms een mail met 'ik' te beginnen. Dat dát niet zou mogen zat er nog dieper in dan de algebra. Dat leerde ik thuis, van mijn ouders: 'Wie zijn brief begint met "daar" of "ik" is een grote stommerik.' Nog altijd speelt dat zinnetje door m'n hoofd als ik een mail begin met 'ik'. Maar soms doe ik het. Dit even tussen haakjes.)

Aan 'taal is geen algebra' dacht ik vorige week weer eens terug en ik dacht vervolgens: maar algebra is wel taal. Dat kwam omdat ik bij mijn voorleeskinderen (het zijn er 2, een jongetje van 6 en een meisje van 8, broer en zus) was geweest. Na het voorlezen en het maken van een woordzoeker kwam er ook nog rekenhuiswerk op tafel. Het meisje, dat in groep 4 zit, had 8 (!) bladen met sommen als huiswerk. Rekenen tot 20, van die in taal verpakte sommen als: Het boek heeft 20 bladzijden, Jan moet er nog 4, op welke bladzij is hij? Later bij mij thuis ontstond meteen discussie of het antwoord 16 of 17 moest zijn, maar ik dacht dat de makers van de som 16 bedoelden. Het meisje A had overigens 24 ingevuld, dus dat was in elk geval niet goed.

Er waren ook sommen met een plaatje erbij dat informatie gaf. Zo zag je een trosje van 3 bananen. De som begon met: je hebt 3 trossen bananen. Daarna at je 2 bananen op en hoeveel hield je er dan over? Het antwoord van A was niet goed en ik vroeg: weet je wat een tros is? Ik weet niet meer wat ze zei, maar het klopte in elk geval niet. En ik besefte: geen rekenen zonder taal, in elk geval niet dit ingeklede rekenen. En ik moest er een beetje van zuchten, maar ik besefte eens te meer hoe belangrijk het is om zoveel mogelijk woorden te kennen.


Plaatje gevonden via Google-afbeeldingen.