Jaren geleden las ik iets van Paul Auster, ik geloof dat het Orakelnacht was. Ik weet nog op wiens aanraden ik Auster destijds ging lezen, maar van wat ik las herinner ik me niets meer. Ik vergat de schrijver, tot ik onlangs zijn briefwisseling met Coetzee las: Een manier van vriendschap. Die ging ik lezen omdat ik van Coetzee hou, maar anderen lazen hem vooral vanwege Auster. En ik hoorde dat Auster erg de moeite waard is. En dacht: dan moet ik hem toch nog eens proberen. Ik heb, na het brievenboek, inmiddels Brooklyn-dwaasheid, Op reis in het scriptorium en Onzichtbaar gelezen. En heb het plan verder te gaan met zijn andere boeken, voor zover die in het Nederlands vertaald zijn, maar misschien zijn ze dat allemaal wel.Dat ik van plan ben verder te gaan is omdat ik het wel fijn vind een 'leesproject' te hebben. Zo'n zelfopgelegde verplichting om een schrijver te leren kennen. Zo heb ik ooit ook Proust gelezen. Dat viel niet altijd mee, maar omdat het de projectstatus had heb ik het volgehouden. Met mijn Vestdijkproject ben ik tot ongeveer halverwege gekomen, toch altijd nog zo'n 26 titels.
Je zou hier uit kunnen afleiden dat ik Auster níet verder wil lezen omdat hij me meteen te pakken heeft. Want dan hoefde ik er tenslotte geen project van te maken, dan zou ik het toch wel doen. En dat klopt, ik ben nog niet gegrepen. Ik ben wél onder de indruk trouwens. Dat is iets anders. Maar wat niet is kan komen. En misschien kan ik nog eens met een Auster-liefhebber van gedachten wisselen om erachter te komen waarom hij/zij liefhebber is. Je weet maar nooit.
Van de drie titels die ik nu van hem las vond ik Onzichtbaar de beste. Toen ik het uit had dacht ik: het is eigenlijk een soort interactief boek. Zo'n digitaal boek waarin je zelf kunt kiezen voor het vervolg. Misschien bestaan ze zelfs ook wel op papier: wil je een happy-end, ga dan verder op bladzij 110, wil je een open einde, lees dan vanaf bladzij 135. Ofzoiets.
Ik dacht dit omdat je in Onzichtbaar keuzes kunt (en eigenlijk misschien wel moet) maken in wat je wel en niet voor waar aanneemt. Met 'waar' bedoel ik: waar in deze roman. Er worden in het boek door de ene persoon verhalen verteld die door een ander als verzonnen worden bestempeld. Een moord, een seksuele relatie tussen een broer en een zus, ingrijpende dingen dus. Die als ze 'waar' waren een ander beeld geven van de hoofdrolspelers in het boek dan als ze dat niet geweest zijn.
Het boek zit tamelijk ingewikkeld in elkaar maar is toch goed te volgen. Navertellen is weer wat anders. Een schrijver, Jim, krijgt een brief van een vroegere vriend, Adam, die hij veertig jaar niet gesproken heeft. Adam heeft nog maar kort te leven en is een boek over een belangrijk jaar uit zijn leven aan het schrijven maar is vastgelopen in het tweede hoofdstuk. Hij wil zijn vroegere vriend om advies vragen. Hij stuurt hem het eerste hoofdstuk. Ze maken een afspraak voor een ontmoeting. Jim geeft Adam alvast de raad om te proberen het tweede hoofdstuk in de tweede persoon te schrijven. Dat blijkt een goed advies en het hoofdstuk lukt en Adam stuurt het naar Jim. Kort voor hun afspraak gaat Adam dood. Omdat niemand dat Jim verteld heeft staat die op het afgesproken tijdstip voor de deur van Adam. Hij wordt ontvangen door Adams stiefdochter. Hij krijgt aantekeningen mee van het derde hoofdstuk. Die werkt hij uit. (De hoofdstukken zijn tevens hoofdstukken van Onzichtbaar.) Hij overlegt met Adams zus over een eventuele uitgave van het boek. Als hij in Parijs moet zijn, waar een deel van Adams boek speelt (de rest speelt in Amerika), maakt hij een afspraak met een van de personen uit het boek, een vrouw die veertig jaar geleden als meisje van achttien verliefd op Adam is geweest en hem nooit is vergeten.
Vertellen wat er in Adams leven en in het bijzonder in dat ene jaar is gebeurd zou niet aardig zijn voor wie het boek nog wil lezen, en bovendien lijkt het me nogal moeilijk. Dus dat doe ik niet. Het was boeiend om te lezen en ik kon het boek slecht wegleggen. De constructie is ingewikkeld maar het is zo knap gedaan dat het me niet hinderde, integendeel, de constructie maakte me enthousiast omdat ik hem zo goed vond. En het taalgebruik laat ook niets te wensen over. En toch heb ik een wat onbevredigd gevoel na het lezen van dit boek. Het was boeiend maar het ontroerde me nergens. Het zette aan tot nadenken: wie moet ik geloven, wat zou de waarheid zijn? Dat vond ik interessant, maar niet ontroerend of aangrijpend. En nu vraag ik me af: waarom wil ik dat dan, ontroerd worden door een boek? Of ervan ondersteboven zijn? Zoals ik dat bij In ongenade van Coetzee had? Of er nieuw inzicht aan ontlenen? Moet literatuur dat per se doen? Of beter: wil ik dat literatuur dat (met mij) doet? En is dat dan misschien calvinistisch, als je dat wilt?
En ik vraag me ook af: waren anderen wél ontroerd door dit boek? Greep het anderen wél aan? Of waarderen die het om andere redenen? Ik zal maar eens wat recensies opzoeken.
En verder ga ik aan de volgende Auster die de bibliotheek opleverde beginnen: Maanpaleis.
