
Plaatje hier gevonden.
Zo af en toe duikt er ineens een nieuwe veelgebruikte term op in het dagelijks taalgebruik. Momenteel is dat 'toch?' Zoals ik vanavond bij AH het ene meisje tegen het andere hoorde zeggen: 'Dat was het dan wel, toch?' Let maar eens op als het je nog niet is opgevallen. 'Toch?' lijkt mij de opvolger van 'zeg maar', maar het is heel goed mogelijk dat ik er tussenin iets gemist heb. 'Zeg maar' is inmiddels teruggedrongen naar een uithoek van de samenleving en wordt vrnl. nog gebruikt door meisjesstudenten van rond de 20. 'Toch?' heeft vergeleken met 'zeg maar' het voordeel dat het per zin maar een keer gebruikt kan worden, nl. aan het eind, terwijl er mensen zijn die 'zeg maar' in een zin wel drie keer weten in te passen. Anders aan 'toch?' is dat het ook in de schrijftaal opduikt, terwijl 'zeg maar' echt spreektaal is (zoals de term zelf natuurlijk al aangeeft). Soms wordt 'toch?' aan het eind van een zin achter een komma gebruikt, soms is het een nieuw zinsdeel na een punt. Dus b.v.: 'Dat is wel een goed idee, toch?' of: 'Dat is wel een goed idee. Toch?'
Bij dit soort dingen vraag ik me altijd af: wie is er mee begonnen en hoe heeft het zich verspreid? Zou dat uit te zoeken zijn? En hoe komt het dat het zo aanstekelijk werkt? Op zoek naar een illustratie vond ik bovenstaande cd, die ik niet ken. (Ik hoop maar dat het geen al te slecht idee is om hem hier te plaatsen.) Is die de oorzaak of was het woord er al eerder?
Ik ben nog uit de tijd van 'weetjewel'. Om je dat te herinneren moet je denk ik wel boven de 50 zijn, toch?
