WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

woensdag 31 maart 2010

Wat ik las 43

Dit boekje, waarin weinig valt te lezen maar des te meer te bekijken, en dat volgens de achterflap de titel Normale mensen heeft gekregen, is een bundeling van de foto's die Ari Versluys en Ellie Uyttenbroek van 2002 tot 2004 maakten voor de reclamecampagne 'Altijd jezelf' van de Hema. Er staan ongeveer 200 'gewone' (en enkele bekende) Rotterdammers in, gefotografeerd met een bij hen passend Hema-artikel, of gewoon als zichzelf. De foto's hebben op posters gestaan die b.v. in bushuisjes hingen en sommige stonden op de Hema-vrachtwagens.

Ik zag het een paar weken geleden in de winkel van museum Boijmans en vond het op het eerste gezicht al leuk en toen ik het later verder bekeek nog veel leuker. Een van de geportretteerden is de mevrouw bij wie ik jarenlang op de markt tuinplanten heb gekocht (zij is er nu mee gestopt). Zij vertelde me destijds dat ze had genoten van haar bezoek aan de studio en ze had de poster in haar stand opgehangen. Zij zal het vast wel goed vinden dat ik de foto hier ook laat zien. (En ik hoop maar dat de makers van de foto dat ook goed vinden, het is als reclame voor hun boek bedoeld!)

Ik vind het een prachtig boekje. Wat zou het leuk zijn als Versluis en Uyttenbroek ook eens een campagne voor de bibliotheek konden doen. Zij maakten ook het boek/de boeken (er zijn diverse versies van verschenen zag ik) Exactitudes, ook zeer het bekijken waard.

Trendwatching 2

















Gisteren zag ik weer twee gevallen van looplezen, d.w.z. de variant daarvan waarin iemand met een boek in de hand het OV instapt om daarna meteen te gaan lezen. (Het is in strikte zin dus geen echt looplezen.) 's Morgens stapte een (jonge) vrouw voor mij de bus in met, zoals ik later kon zien, Overdosis van Helen Vreeswijk in de hand, waarin ze meteen (verder) begon te lezen. 's Middags in de tram kwam een man binnen met een boek in de hand waarin hij staande ging lezen. Het leek een beetje op een bijbel, maar toen wij tegelijk uitstapten zag ik dat er o.a. 'works' op de rug stond. Waarschijnlijk dus een verzamelbundel of een deel uit een reeks. Het was zwart en vrij klein en voorop stond een kleine gouden cirkel. Iemand een idee?


Foto: Flickr, gemaakt door Macielpaludo.

Wat ik las 42

Waarschijnlijk is Hemelsleutels van Tania Heimans het eerste boek dat ik heb uitgelezen uit solidariteit met de hoofdpersoon. Mijn vader (die het vermoed ik was gaan lezen vanwege een recensie in de NRC waarin het een 'droomdebuut' en een 'prachtige roman' werd genoemd) vond het een vreselijk boek en legde het weg. Een van mijn dochters (aan wie ik het gegeven had omdat ik er iets, ik weet niet meer wat, over had gelezen en dacht dat het wel een boek kon zijn dat haar zou bevallen) vond het goed. Ik was daarom wel benieuwd wat ik er zelf van zou vinden. Ik voelde af en toe ook beslist die neiging het weg te leggen, maar las het toch uit. Niet omdat ik het zo'n goed boek vond (want dat vond ik het niet, al vond ik het ook zeker niet slecht), maar vooral omdat ik over de hoofdpersoon dacht: als zij het jaren heeft volgehouden kan ik toch wel een paar uur doorzetten. Het leek of ik haar in de steek zou laten als ik niet doorlas (onzin natuurlijk, maar zo voelde het toch).

Het verhaal speelt in de jaren '70. De hoofdpersoon is Linde, een meisje dat aan het begin van het verhaal zes wordt en aan het eind ervan acht is. Het perspectief van het verhaal is dat van Linde, zij vertelt het a.h.w., dus de zinnen zijn kort en zij begrijpt niet alles wat de lezers begrijpen. Vlak na Lindes zesde verjaardag springt haar depressieve moeder van het balkon (en komt terecht tussen de hemelsleutels in de tuin beneden) als Linde met haar alleen thuis is en beloofd heeft op haar te letten. Linde blijft achter met haar vader en de hond Boeddha en met schuldgevoelens omdat ze niet goed genoeg op haar moeder heeft gelet (ze was net even gaan theezetten toen haar moeder sprong). Haar vader slaapt lang uit, schildert, drinkt en neemt zijn naaktmodellen mee naar bed. Linde is de enige die af en toe de hond uitlaat; verder poept die in de gang op een krant. Een van de vriendinnen van haar vader heeft een geestelijk gehandicapt dochtertje dat het leuk vind om de drollen van Boeddha in de biezen matten te wrijven (een van de scènes waarbij ik de neiging voelde met het boek te stoppen) waardoor Linde goed moet opletten om ze bijtijds in de vuilnisbak te kunnen gooien.

Linde gaat naar de Vrije School en vertelt daar op haar eerste schooldag een schuine mop waar haar vader altijd veel succes mee heeft. De ouders van haar moeder, opa en oma Kroos (door haar vader 'de Kroosjes' genoemd) willen dat ze bij hen komt wonen, maar haar vader staat slechts één bezoekje per maand toe. Onder Linde en haar vader woont de andere oma, oma Sytalis, die aan het dementeren is en verzorgd wordt door een verpleegster. Linde kan goed met oma opschieten en gaat stiekem naar haar toe als Ada (de verpleegster) er niet is. Oma heeft enkele lijfspreuken, zoals 'Ik ben een keurig getrouwde vrouw' en 'Gewoon negeren dat mens'.

Haar vader hoopt beroemd te worden met zijn schilderijen en als dat maar niet lukt schrijft hij een liedje dat door een van zijn vriendinnen gezongen wordt en waar hij een singletje van laat maken dat hij naar een aantal radiostations stuurt. Hij heeft daarna de hele dag vier radio's tegelijk aanstaan op verschillende zenders, om te horen of het liedje gedraaid wordt (wat niet het geval is).

Tussen de volle vuilniszakken, de drollen en de gaande en komende vriendinnen die naakt door het huis lopen, en op een dieet van salami en afhaalchinees, weet Linde zich staande te houden en begrip voor haar vader op te brengen. Zij weet ook nauwelijks hoe een ander leven eruit zou kunnen zien.

Er volgt nog meer ellende: Grote Henk, een broer van haar vader, misvormd omdat hij een keer van de trap is gevallen, zal Linde een keer naar school brengen met de auto, maar neemt haar mee naar het havengebied en verkracht haar. Linde ziet het als een boetedoening omdat ze niet op haar moeder gelet heeft. Het idee van boete doen is bij haar opgekomen door Hanneke, haar (christelijke) vriendinnetje, die haar over het offer van Abraham heeft verteld.

Linde wordt erg ziek en komt in het ziekenhuis. Ze blijkt hepatitis-B te hebben en men probeert uit haar te krijgen wat er gebeurd is, maar Linde vertelt niets. Als de dokter tenslotte vraagt of ze in het speeltuintje vlakbij haar huis wel eens injectiespuiten heeft gezien en zich daar misschien aan heeft geprikt, geeft ze dat toe, hoewel ze daar nooit speelt. Er komt een foto van haar in een krant, bij een stuk van de actiegroep die drugsgebruikers de buurt uit wil hebben.

Aan het eind van het boek komen er mensen van de kinderbescherming aan de deur. Daar moeten de Kroosjes voor gezorgd hebben. Boeddha is inmiddels dood en het huis zit vol vlooien. De vuilniszakken zitten vol maden. Hoe het precies afloopt is niet helemaal duidelijk. Wel blijkt dat fantasie en werkelijkheid voor Linde inmiddels door elkaar zijn gaan lopen en dat je daar als lezer in mee bent gegaan, wat ik verrassend vond.

De 'kinderlijke' stijl begon me op de duur te hinderen, al zou ik niet weten hoe het anders had gemoeten. De manier waarop Linde de wereld zag kwam wel overtuigend over. En Linde 'als persoon' was een heldin die ik als lezer niet in de steek kon laten, wat toch wel iets zegt over de manier waarop ze is neergezet.

Voor mij had het boek iets extra's omdat het zich in de buurt waar ik woon afspeelt. De straten ken ik, het speeltuintje (dat inmiddels weg is) kende ik, de achtiegroep herinner ik me, het verhaal over het bombardement van de dierentuin, waar oma Sytalis het vaak over heeft, kende ik ook.

maandag 29 maart 2010

Gecombineerd geciteerd 5






















Op twitcit staan inmiddels ongeveer 400 citaten. O.a. deze, over sokken:


Is er een mooier zinnebeeld van het geluk dan een paar gave sokken? Frans Kellendonk.

Want er was een meisje met witte sokjes dat ik iedere morgen in de trein zag stappen. Voor haar worstelde ik me wakker. F.B.Hotz


Foto: Flickr, gemaakt door: madelinetosh.

Wat ik las 41-2


















In De barbaren (hier staat mijn vorige stukje over dit boek) laat Alessandro Baricco zien hoe de manier waarop mensen ervaringen opdoen sterk aan het veranderen is. Voor de 'oude mens' waren geduld en studie de aangewezen weg. Een ervaring kon je soms ook ineens, in één magisch moment overkomen, maar hij had altijd iets te maken met diepgang en inzicht. Voor de 'barbaar' ligt dat anders: die doet ervaringen op door zich snel van het ene ding (situatie, plaats, stukje informatie) naar het andere te verplaatsen. De ervaring wordt gevormd door het aaneenrijgen van een aantal punten. De barbaar zoekt daarom bij voorkeur dingen op die hem voldoende energie geven om weer verder te kunnen naar een volgend ding. Hij heeft constant beweging nodig en probeert op de top van de dingen te blijven. Surfen en multitasking zijn woorden die hier precies bij passen. Multitasken kun je zien als een aantal dingen tegelijk oppervlakkig doen, maar voor barbaren is het in feite gewoon het doen van één ding.

Voor barbaren is het verleden iets dat alleen maar interessant is voor zover het bruikbaar is als materiaal voor het heden, d.w.z. als er ervaringen aan te ontlenen zijn die weer naar volgende ervaringen kunnen leiden. Voor een barbaar is niets 'heilig' zou je kunnen zeggen. En als je een barbaar vraagt of hij niet bezig is zijn ziel te verkopen kijkt hij je verbaasd aan omdat het begrip 'ziel' hem onbekend is. Zo ongeveer begreep ik Baricco. Ik doe het boek tekort, maar je kunt het natuurlijk ook zelf lezen.

Baricco schreef het laatste hoofdstuk aan de voet van de Chinese muur, nadat hij daar uren over gewandeld had. Hij was daar speciaal naartoe gegaan omdat hij het een mooi voorbeeld vindt van de manier waarop de 'beschaving' geprobeerd heeft de 'barbaren' buiten te houden. Maar de barbaren laten zich door een muur, hoe lang die ook is, niet tegenhouden, ze trekken er gewoon omheen of slaan er een bres in. In plaats van hardnekkig verzet te bieden tegen de barbaren is het volgens Baricco dan ook veel nuttiger om intelligent mee te varen op de stroom.

Varen, dat is onze taak. In wezen komt het er denk ik op neer dat we kunnen besluiten wat we van de oude wereld willen meenemen naar de nieuwe wereld. De dingen waarvan we willen dat ze intact blijven, ook tijdens de onzekerheid van een duistere reis. De banden die we niet willen verbreken, de wortels die we niet willen kwijtraken, de woorden die we nog altijd willen uitspreken, en de ideeën die we willen blijven denken. Het is een verfijnd werkje, een zorg: in die grote stroom in veiligheid brengen wat ons dierbaar is. Het is een moeilijke taak omdat het nooit betekent dat we iets in veiligheid brengen tégen de mutatie, maar altijd ín de mutatie. Want dat wat gered wordt zal nooit datgene zijn wat we tegen de tijd hebben beschermd, maar dat wat we hebben laten muteren, zodat het opnieuw zichzelf zou worden in een nieuwe tijd.

Misschien klinkt dit wat vaag en zweverig, en ik daar hou ik eigenlijk helemaal niet van, maar het sprak me hier toch aan en ik dacht ineens aan de bibliotheek: wat zou het leuk zijn om eens met een stel bibliotheekmensen over dit boek te praten. En ik dacht ook: dát is onze taak, dingen die we willen bewaren in veiligheid brengen. Niet door ze in een kluis te stoppen, maar door ze te digitaliseren, zal ik maar zeggen. Zodat ze mee kunnen in die stroom waar we niet tegenop moeten roeien, maar die we intelligent moeten bevaren.

En toen dacht ik ook nog: daarom heeft de bibliotheek mensen nodig die weten wat het is om een barbaar te zijn, maar die ook weten hoe het 'vroeger' was. Mensen die een verbinding kunnen leggen tussen de oude en de nieuwe beschaving. Die weten wat het is om zich ergens in te verdiepen maar die ook gemakkelijk van de ene ervaring naar de andere kunnen surfen. Die er over nadenken wat uit verleden en heden een rol zou moeten blijven spelen in de toekomst. Mensen die midden in de mutatie staan. Die nog longen hebben maar ook al kieuwen, om een beeldspraak van Baricco te gebruiken.

Zulke mensen zijn volgens mij in de bibliotheekwereld tamelijk zeldzaam. Het zou dus aanbeveling verdienen ze, voor zover ze er zijn, op waarde te schatten en naar ze te luisteren. Ik heb wel eens het gevoel dat dat te weinig gebeurt.


Foto: Flickr, gemaakt door wizwise.

zondag 28 maart 2010

Vraagje













Beste Bibliotheek medewerker,

Mijn vraag is deze: waarom schrijft u niet gewoon bibliotheekmedewerker (zonder spatie) of, als u die hoofdletter belangrijk vindt, Bibliotheekmedewerker of medewerker van de Bibliotheek?

Met vriendelijke groet, schrijverdezes

zaterdag 27 maart 2010

Wat ik las 41

In De Pers staat op dinsdag een column van Tommy Wieringa die ik altijd lees. Een paar weken geleden was het deze, waarin hij over De barbaren van Alessandro Baricco schreef en wel zó dat ik dacht: dat wil ik lezen. En toen ik kort daarna in de boekhandel was dacht ik er warempel weer aan en kocht het boek en inmiddels heb ik het gelezen. Zelfs twee keer, omdat ik na de eerste keer onvoldoende begrepen had wat de schrijver er precies mee wilde zeggen. De tweede keer heb ik er een potlood bij genomen en voor het eerst sinds mijn schooltijd weer eens streepjes in een boek gezet. Door die tweede keer lezen is het me wel iets duidelijker geworden, al weet ik nog steeds niet goed wat de schrijver wil zeggen. Maar nu denk ik dat hij misschien ook niet echt iets wil zeggen, in de zin van 'dit is mijn advies aan u', maar dat hij ons een beeld schetst waar we zelf maar eens verder over moeten gaan denken. Dat verder denken lijkt me o.a. juist voor bibliotheekmensen nuttig, maar daar hoop ik nog op terug te komen.

Het boek is aanvankelijk verschenen als een reeks van dertig krantenartikelen (in La Repubblica), in 2006. Op een enkel punt lijkt het daarom al weer wat verouderd: de e-reader wordt er b.v. niet in genoemd als het gaat over boeken lezen op een scherm. Maar dat is alleen maar illustratief voor waar het boek o.a. over gaat, nl. over de snelheid waarmee dingen 'tegenwoordig' veranderen.

De 'barbaren' in het boek zijn wat de schrijver een 'mutatie' noemt (hij had zijn boek eigenlijk De mutatie willen noemen, maar die titel vond niemand mooi). Hij ziet om zich heen dat veel dingen veranderen en dat veel mensen wat ze zien en meemaken op een nieuwe manier benaderen en daardoor zelf ook veranderen en hij merkt daar soms bij zichzelf ook iets van, en hij wil proberen die veranderingen en de nieuwe mensensoort die aan het ontstaan is te beschrijven.

Hij doet dat aan de hand van drie voorbeelden: wijn, voetbal en boeken. Wijn was vroeger iets dat maar in een paar landen gedronken werd, nu drinkt men het over de hele wereld. De wijn die de wereld veroverd heeft noemt Baricco 'Hollywoodwijn'. Typerend ervoor is dat hij 'makkelijk' te drinken is zodat bijna iedereen hem meteen lekker vindt, en dat de kwaliteit constant is. Voor wijn van het oude stempel moest je moeite doen, je moest hem 'leren drinken' en elke wijn had zijn eigen kenmerken.

Wat betreft voetbal: het kan gebeuren dat de beste speler uit een team wekenlang op de reservebank zit, omdat het in het moderne voetbal niet meer gaat om individuele prestaties maar om het elftal als geheel. De term hiervoor komt uit Nederland: totaalvoetbal.

Over boeken schrijft Baricco drie hoofdstukken die ik hier niet kan samenvatten, maar een van de dingen die hij zegt is dat boeken om door veel mensen gelezen te worden in verband moeten staan met andere zaken: de schrijver is b.v. tv-presentator of een bekende persoonlijkheid, of het boek is verfilmd. Hij zegt het zo:

(...) de barbaren neigen er alleen maar toe boeken te lezen waarvan de gebruiksaanwijzing wordt gegeven op plekken die níét boeken zijn.

Uit dit alles concludeert hij dat een een aantal zaken een rol spelen als de barbaren een gebied 'innemen': technologische vernieuwing, commerciële vervoering, spectaculariteit, moderne basistaal (d.w.z. de taal van de televisie e.d.), vereenvoudiging, oppervlakkigheid, snelheid, middelmatigheid, aanpassing aan de Amerikaanse ideologie, neiging tot het seculiere, inbedding in een opeenvolging van ervaringen.

Toen ik het stuk van Wieringa las dacht ik dat Baricco zich zou verzetten tegen die oppervlakkigheid, commercialiteit e.d. Dat was, moet ik eerlijk bekennen, ook waarom ik dacht dat ik het boek wilde lezen. Maar hij verzet zich niet, hij beschrijft alleen. En later in het boek zegt hij zelfs dat verzet zinloos is. Dat was even slikken. Maar door flink te kauwen heb ik het brok toch door mijn keel gekregen en helemaal aan het eind werd ik daar zelfs nog een beetje voor beloond. Maar daarover een andere keer.

vrijdag 26 maart 2010

Trendwatching


















Het voelt bijna of ik een trend op het spoor ben... De omvang ervan overtreft nog nauwelijks het lezen op een e-reader, maar toch wil ik hem even beschrijven. Het gaat om 'staan of lopen met een boek'.

In de afgelopen twee of drie weken zag ik minstens vijf keer iemand stáán lezen op station of bushalte of in de trein, óf de trein instappen met een vinger tussen de pagina's van een boek en meteen na het plaatsnemen verder lezen. Ik zag ook iemand lezend over de (R'damse) Heemraadssingel lopen. (De vorige keer dat ik iemand lopend zag lezen is denk ik wel 30 jaar geleden.) Vanmiddag in een overvolle tram zag ik een jongen van een jaar of 18 (met een -zo te zien- dure spijkerbroek en een leren jackje) met één arm rond een stang zonder op of om te kijken lezen in wat (toen hij tegelijk met mij uitstapte) Venijn van Jan & Sanne Terlouw bleek te zijn.

Als drie e-readers in vijf maanden het bewijs van een hype kunnen zijn, kan dit misschien ook wel iets betekenen. Ik blijf opletten.


Foto: Flickr, gemaakt door: biblicone

woensdag 24 maart 2010

Lezende schrijvers

















Afgelopen zaterdag bezocht ik twee 'literaire evenementen'. Eerst ging ik naar Boekhandel Van Gennep, waar Tom Lanoye kwam voorlezen uit Sprakeloos, en daarna naar Boek & Bal, het lezersfeest van Bibliotheek Schiedam. Beide bezocht ik in gezelschap van een van mijn dochters.

Het voorlezen door Lanoye duurde een uur en 20 minuten en toen was het pauze en kwamen er drankjes en hapjes en daarna zou het voorlezen misschien nog wel verder gaan (want waarom zou hij het anders pauze genoemd hebben), maar wij moesten helaas weg omdat we anders Boek & Bal niet zouden halen. Dat vond ik wel een beetje jammer, want het voorlezen was prachtig. Ik had het boek net gelezen en was voor m'n gevoel bijna alles alweer vergeten (behalve dat ik het een erg goed boek vond), maar tijdens het voorlezen herinnerde ik het me toch allemaal weer en verheugde me op wat komen ging, ongeveer zoals je dat bij een bekend en geliefd muziekstuk kunt hebben.

Lanoye leest heel mooi en nam er ruim de tijd voor. Ik vind 'eigenlijk' dat je boeken gewoon moet lezen en dat naar schrijvers kijken en luisteren niets toevoegt, maar er zijn uitzonderingen en dit was er een van. Mijn dochter, die het boek niet gelezen had (maar dat nu wil gaan doen) had ook genoten.

Toen snel naar huis om te eten en verder naar Boek & Bal. Ik was daar nog nooit geweest, maar ik was wel nieuwsgierig naar Bibliotheek Schiedam en het programma zag er leuk uit, dus ik wilde maar eens gaan. Ik had bedacht dat ik in elk geval Ilja Leonard Pfeijffer en Franca Treur wilde horen en dat het me voor de rest niet veel uitmaakte. Ilja Pfeijffer heb ik inderdaad gehoord, maar Franca Treur niet. Omdat je moest kiezen uit verschillende locaties was het lastig combineren. We gingen ook naar de 'Cursus humor' van Urgert en Geleijnse, waar ik een keer op het Lezersfeest in Rotterdam een uur voor in de rij had gestaan en toen toch de zaal niet meer in kon. In Schiedam kon je zonder moeite naar binnen en nu weet ik in elk geval dat ik er nooit meer voor in de rij hoef te gaan staan: het was niet onaardig, maar echt leuk vond ik het toch niet.

Ilja Pfeijffer werd samen met Rien Vroegindeweij, Vrouwkje Tuinman en Ramsey Nasser geïnterviewd door Ron Elshout, stadsdichter van Schiedam. Later las elk van de vijf dichters nog voor, maar toen zat ik inmiddels bij de humorcursus (wat ik achteraf de verkeerde keuze vond, maar ja). Zo'n interview is nogal zinloos en zou eigenlijk niet moeten gebeuren, maar het gebreurt natuurlijk toch. 'Hoe ga je te werk als je een gedicht schrijft' en dat soort vragen. Vrouwkje Tuinman begint altijd met de laatste regel, dat weet ik nu in elk geval.

Mijn dochter wilde graag naar Nico Dijkshoorn, die voorlas en optrad met zijn band, dus daar gingen we ook naartoe. Ik meende me ineens te herinneren dat een collega van me in die band speelt en dat was ook zo: hij was de drummer en het was leuk hem te zien spelen. (Dijkshoorn en hij kennen elkaar uit Bibliotheek Amstelveen, waar ze allebei als dienstweigeraar te werk waren gesteld, als ik goed ben geïnformeerd.)

Ik kwam nog meer collega's tegen (en zelfs de directeur die bij de ingang stond om iedereen te verwelkomen kende ik nog van vroeger bij ProBiblio) en het was al met al dus best gezellig, maar als ik 'met de kennis van nu' had moeten kiezen tussen Boek & Bal en Tom Lanoye zou ik zeker voor Lanoye gekozen hebben (en dat was ook nog 's gratis, terwijl B&B 15 euro p.p. kostte). Maar ik hoefde niet te kiezen en kon gewoon naar allebei.


Foto: Arie Kers, gevonden op de website van Boekhandel Van Gennep.

Blogbrief uit Rotterdam-West (6)















Dag Henk,

Hartelijk dank voor je beide blogbrieven (voor de andere lezers: zie hier en hier). Je brief over het geloof verraste me, niet alleen doordat hij zo snel op de voorgaande brief volgde, maar vooral door de inhoud. En die inhoud verraste me dan weer niet zozeer door wát je vertelde, maar meer vanwege het feit dát je het vertelde.

Volgens mij stel je maar één vraag in die brief, nl. of je mijn zondag er niet mee bedorven hebt. En zelfs dat vraag je niet eens echt, maar je spreekt de hoop uit. Wees gerust: je hebt mijn zondag niet bedorven.

Maar impliciet vraag je voor m'n gevoel toch wel iets, nl. hoe het míj in geloofszaken vergaan is. Het is aardig van je dat het niet écht vraagt, want zo kan ik doen of er geen vraag gesteld is en gewoon geen antwoord geven. Maar van die ontsnappingsmogelijkheid zal ik geen gebruik maken. Maar anders dan bij je eerdere brieven lukte het me niet om meteen te antwoorden. Dat komt omdat ik bij dit onderwerp niet goed weet waar ik de grens wil leggen tussen wat ik je eventueel best in een persoonlijke brief zou willen vertellen én wat ik 'open en bloot' op mijn blog zet. Dus ik ga maar eens wat proberen, schrappen kan natuurlijk altijd nog. Het zal, denk ik, een beetje een oppervlakkig antwoord worden, maar misschien valt er ook nog iets tussen de regels door te lezen. Dat oppervlakkige komt dan door die grens die ik noemde en ook door de vele jaren die mij inmiddels scheiden van de tijd dat ik gelovig was. M.a.w.: ik weet gewoon niet goed meer wat en hoe ik toen dacht.

Wat je schreef was heel herkenbaar voor me. Mijn gereformeerde jeugd en opvoeding lijken veel op de jouwe en ook hoe het je op geloofsgebied daarna vergaan is vertoont overeenkomst met hoe het mij verging. Ik vraag me af of het misschien een proces is dat veel ex-gereformeerden hebben doorgemaakt: als kind ben je opgevoed in de christelijke leer, als 'jong-volwassene' wordt je beeld verruimd door invloed van een groep die het geloof anders beleeft en tenslotte kom je tot de conclusie: ik geloof niet meer.

Ook van mijn opvoeding waren de christelijke lagere school, de christelijke middelbare school, bidden en bijbellezen aan tafel en de catchisatie (bij ons net als bij jullie ook wel kattebak geheten) belangrijke onderdelen. Een verschil is dat ik nooit belijdenis heb gedaan: hoewel ik op het moment dat je geacht werd dat te doen (zo rond je 20e jaar als ik mij goed herinner) nog wel geloofde, was het ja zeggen op de bij de belijdenis gestelde vragen toch iets waarvan ik dacht dat ik het niet met overtuiging zou kunnen doen. Ik ben ook niet naar belijdeniscatechisatie gegaan. De preciese argumenten weet ik niet meer.

Wat voor jou Taizé was, was voor mij min of meer het 'Leerhuis'. Dat was een soort cursus over bijbel en geloven, gegeven door Tom Naastepad (hier vind je een stukje over hem uit Trouw), pastor van een gemeente hier in R'dam. Ik was daar trouwens geen lid van en ging nog gewoon naar de gereformeerde kerk. Maar op dat Leerhuis kwam ik in aanraking met een voor mij nieuwe manier van bijbeluitleg. Geloven was niet iets van 'Jezus in je hart', maar ging over de manier waarop je in de maatschappij stond. De bijbel kon je lezen als een politiek boek: tegen de onderdrukking. Geloven was links zijn. Ik versimpel het nu natuurlijk, maar dit is toch wel zo'n beetje de samenvatting.

Het was niet zomaar alleen een politieke interpretatie van de bijbel, er werd ook grondig aan bijbelstudie gedaan. Een belangrijke inspirator was Karl Barth. Er was ook een serie boekjes van theologen uit deze stroming, die wel de Amsterdamse school genoemd werd: de Amsterdamse cahiers. Er staat hier nog een rijtje van in de kast. Wat overigens niet wil zeggen dat ik ze allemaal gelezen heb.

Zoals het contact met Taizé bij jou voorbij ging (als ik je althans goed begrepen heb) kwam voor mij een einde aan de periode dat ik naar het Leerhuis ging. En ik ging ook niet meer naar de kerk. Ik ben nog eens geïnterviewd door een kennis die theologie studeerde en die onderzoek deed naar waarom en hoe mensen de kerk verlieten. Ze wilde meer weten van de strijd die men daarvoor met zichzelf en/of met de kerk leverde en naar de onderwerpen waarover die strijd ging. Maar ik kon over zo'n strijd niets vertellen omdat ik hem niet had gevoerd. Ik weet nog dat ik iets zei als: ik bleef af en toe eens uitslapen op zondagochtend en dat gebeurde steeds vaker en ik merkte toen dat ik de kerk eigenlijk niet miste. En zo verloor ik langzaam maar zeker zowel het contact met de kerk als mijn geloof. Zonder veel getob of drama.

Blijkbaar heeft het nooit erg diep gezeten, heb ik later wel gedacht. Het geloof bepaalde weliswaar je hele leven, maar het waren vooral de regels en gebruiken en de mensen met wie je omging die het belangrijk maakten. Je dácht ook wel dat je een band met God (ik schrijf het toch nog met een hoofdletter...) had, maar dat was niet veel anders dan geloven in Sinterklaas, denk ik nu. Het was je door je ouders en meesters en juffrouwen en de dominee verteld, dus je wist niet beter of het was zo en het kwam aanvanklijk niet in je op om er aan te twijfelen. Dat kwam pas later. Ik realiseerde me toen ik een jaar of 25 was, enigszins tot mijn schrik, dat termen als genade, barmhartigheid, vergeving, enz., die me mijn hele leven vertrouwd waren geweest en die altijd een bepaald gevoel bij me hadden opgeroepen, me niets meer zeiden. Het leek een andere taal te zijn.

Dit was geen goed opgebouwd verhaal vrees ik. Maar misschien komt e.e.a. toch wel over. En anders vraag je nog maar wat.

Schuldegevoelens, ja als er íets gereformeerd is, zijn die het wel geloof ik. Veel last heb ik er niet meer van, maar helemaal kwijt raak je ze nooit.

Dertig jaar geleden had ik over dit onderwerp heel wat brieven vol kunnen schrijven (en dat heb ik ook wel gedaan). Nu was eentje al moeilijk...

Nou, dat was het dan. Tot schrijfs maar weer! Hartelijke groet, schrijverdezes


Op de foto zie je de Mathenesserbrug, hier vlakbij. Gevonden op wikipedia.

maandag 22 maart 2010

Gecombineerd geciteerd 4

















Op twitcit staan inmiddels ongeveer 400 citaten. O.a. deze, bij elkaar gezocht voor Edwin, vanwege zijn nieuwe wending.


'De dingen kunnen vreemd lopen, en vaak doen ze dat ook.' Atte Jongstra

Godlof dat onkruid niet vergaat. / Het nestelt zich in spleet en steen, / breekt door beton en asfalt heen, / (...). Ida Gerhardt

Ik hou van de Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog. Tjitske Jansen

'Kracht put je uit de zekerheid dat je leeft zoals je leven wilt,' vervolgde hij. J.J.Voskuil

Wat is het goed dat de omstandigheden je er soms toe dwingen dingen te doen die je uit vrije wil nooit zou ondernemen. Maarten 't Hart

Ergens loopt een scheidslijn die ons verdeelt in burgers en avonturiers. Bep Vuyk

Wat ook mogelijk is, dacht de bibliothecaris op zekere ochtend, ik steek de boel in brand. Herman Brusselmans

Muziek, dat helpt. Gerard Reve

Het is goed werk te hebben waar je zo van houdt, dat je niet in de eerste plaats aan het geld denkt. Iedereen zou dat moeten hebben. Jacoba van Velde

Wijsheid is dat je uit al je mogelijkheden de saaiste moet kiezen. Koos van Zomeren

De dood die heb je al, bedoel ik, maar het leven is wat je er zelf van weet te maken. Gerard Reve

Wat zou je liever willen, twee levens van veertig of een van tachtig? Renate Rubinstein

Hey! Wacht! Spit door / een gelukskiezel verschuilt zich onder de aarde / aarzel niet spoor hem op / (...) / toe nou. Nafiss Nia

Hij zei ook: Je moet in het leven goed in iets zijn geweest, je moet in iets hebben uitgeblonken (...). Jeroen Brouwers

Alles gaat toch zoals het moet en heel anders dan men het graag zou willen, of denkt dat men het graag zou willen (...). Nescio

De enige fatsoenlijke manier van leven is je bedrinken. J.J.Voskuil

AANGENAAM De onbekende / kan reeds morgen / een bekende zijn. J.A.Deelder

Want het zij zo, en is zo, en zo is het. Ja. Rogi Wieg


Afbeelding hier gevonden.

zaterdag 20 maart 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (5)























Dag Henk,

Hartelijk dank voor je 'tussenbrief'. Misschien is dit nu dan een 'tussenantwoord'? Het wordt wel een beetje ingewikkeld, maar in feite maakt het niks uit: een brief is een brief.

Wat betreft Gerard Reve: ik heb De avonden ook gelezen, maar pas toen ik een jaar of 40 was (schat ik). Toen ik nog op school zat las ik Nader tot u en Op weg naar het einde, die ik altijd door elkaar haal, vooral ook omdat ze er in de uitgave die ik heb (bijna) hetzelfde uitzien. (Zie hier.) Ik weet daarom niet meer welke van de twee ik het eerste las, maar ik weet nog wel dat het veel indruk op me maakte. Ik weet ook nog waar ik het las: in een vakantiehuisje in Ouddorp, waar ik toen met mijn ouders verbleef. Ik denk dat ik 17 was, het was paasvakantie en het sneeuwde en ik las, liggend op een stapelbed, dat boek van Reve. Wat het precies teweeg bracht weet ik niet meer, maar dát het iets teweeg bracht weet ik nog heel goed. Waarschijnlijk was het vooral verwarring. Ik weet allang niet meer waar het boek over gaat (een boek herlezen dat veel indruk heeft gemaakt durf ik niet altijd aan), maar het zal vast en zeker treurig zijn geweest, maar geschreven in een stijl die blij maakte omdat hij zo prachtig is. Althans dat vond ik. Nooit eerder had ik iets gelezen dat zo mooi geschreven was (ik had toen ook nog niet erg veel gelezen). En als je 17 bent en je zit met je ouders in een vakantiehuisje en het sneeuwt, ja dan kunnen dingen wel eens wat harder aankomen dan als je in je 'gewone doen' bent.

Daarna heb ik meer van Reve gelezen en ben altijd van zijn stijl blijven houden. Niet alle boeken vond ik goed, latere bevielen me soms zelfs helemaal niet. Zijn brievenboeken vind ik allemaal zeer de moeite waard. Ik vind hem een geniaal brievenschrijver en het woord 'geniaal' gebruik ik maar hoogst zelden, dus ik bedoel ook echt geniaal en niet gewoon 'goed' (waar geniaal tegenwoordig voor mijn gevoel een soort synoniem van is geworden).

Je schrijft over De avonden:

Ik herinner me weinig van het boek. De sluimerende homo in mij is er in ieder geval toen niet door wakker geschud, maar ik was een laatbloeier en kwam pas rond mijn vijfentwintigste uit de kast.

Misschien zeg ik nu iets doms en ik hoop dan maar dat deze brief door een Reve-kenner wordt gelezen die me zal verbeteren, maar voor zover ik me herinner gaat het in De avonden helemaal niet over het al dan niet homo zijn van de hoofdpersoon. Dus viel er met dat boek ook niets wakker te schudden. Daar had je andere Reve-boeken voor moeten lezen...

Waar ik ook even over nadacht is dat 'uit de kast komen'. Ik heb altijd gedacht (d.w.z. sinds ik de uitdrukking leerde kennen) dat dat betekende: ervoor uitkomen dat je homo bent, dus het aan je ouders en je vrienden en collega's vertellen. Zoals jij erover schrijft lijkt het te gaan over er zélf achter komen dat je het bent. Of viel het een bij jou met het ander samen? Waarmee ik bedoel: heb je toen de in je sluimerende homo wakker werd dat meteen aan b.v. je ouders verteld? Ik realiseer me dat dit misschien een te persoonlijke vraag is en ik zou hem ook niet gesteld hebben als je niet zelf over dat uit de kast komen was begonnen. En daarnaast geef je op je blog ook zeker niet de indruk dat homo zijn iets is waarover je het buiten de privé-sfeer niet wilt hebben. Maar als je er niet op in wilt gaan moet je dat natuurlijk gewoon niet doen.

Leuk om te lezen over de dominee die auto's haatte. Die had ik graag horen preken. Wij hadden overigens in de jaren '70 ook zo'n 'linkse' dominee, maar hoe hij over auto's dacht weet ik niet meer. Ik herinner me ook niet of er wel eens mensen de kerk zijn uitgelopen. Er moet ongetwijfeld discussie geweest zijn over zijn ideeën. Ik heb toen zelf (ik was een jaar of 18) in een of andere kerkelijk werkgroepje (ik heb vaag het gevoel dat het 'De Vredesgroep' heette) gezeten, maar wat we deden weet ik niet meer. Wat wel jammer is.

Of bij mijn opa wel eens mensen zijn weggelopen weet ik niet. Conflicten zal hij vast wel gehad hebben, want bepaald makkelijk was mijn opa niet. Maar van zijn geloofsopvattingen weet ik niets. Er zijn in zijn tijd wel een paar 'kerkscheuringen' geweest en misschien gingen die wel gepaard met het opstaan en weglopen van een bepaalde groep. Maar ook weer niet in elke gemeente zal de kerk 'gescheurd' zijn.

Nu het toch over lopen in de kerk gaat zal ik je een kleinigheidje opbiechten (hoewel dat natuurlijk een te katholiek woord is). Ik was als kind, en ook als puber nog, bang voor het doorgeven van het collectezakje. D.w.z. als er in de bank waarin ik zat een stuk leeg was en ik dus een eindje met het zakje moest lopen om het aan de volgende kerkganger door te geven. Ik dacht dan dat de hele kerk naar me keek en voelde me erg slecht op mijn gemak. Als ik dus de pech had in een half-lege bank te zitten, was ik de hele dienst zenuwachtig voor de collecte (want die kwam pas tegen het eind).

Centraal Weekblad zegt me wel iets, zeer goed mogelijk dat mijn opa dat las. Maar ik geloof niet dat wij het thuis hadden. Lazen jullie Trouw? Mijn ouders niet, die hadden de NRC. Toch herinner ik me wel bladzij 2 van Trouw, met het kerknieuws. Waar ik dat dan las weet ik ook al niet meer. Wat ook wel weer jammer is.

En tot slot, wat betreft de kerk (voor nu): heb jij op een kerkelijke jeugdclub gezeten? In mijn tijd heette dat nog GJV: Gereformeerde Jongelings Verening. (Wat eigenlijk een vorm van onterecht spatiegebruik is, maar ik geloof toch dat het zo geschreven werd. Maar iedereen zei geejeevee.) Ik ben daar lid van geweest en daarvóór van de 'Brugclub', die was voor 14 en 15-jarigen geloof ik. Voor jongere kinderen waren er ook clubs, maar daar heb ik nooit op gezeten. Wel op catechisatie. Was dat er in jouw tijd ook nog?

Het gaat wel weer erg de nostalgie-kant op... Dus als je het te gek vindt worden laat je het maar gewoon zitten hoor!

Mijn laatste vraag gaat in elk geval over korter geleden: waarom ben jij destijds eigenlijk gaan bloggen? Als ik er niet door de 23dingen toe gedwongen zou zijn zou ik er zeer waarschijnlijk nooit aan begonnen zijn, maar voor jou moet dat anders liggen. En in het verlengde ervan vraag ik me af waarom je het nog steeds doet. Dat is een vraag die ik mezelf ook regelmatig stel, vooral in tijden van inspiratiegebrek, zoals de laatste maanden. Onze correspondentie is in elk geval een mooi houvast in onzekere blogtijden!

Het blog van je collega ziet er mooi uit en ze schrijft goed. Denk je echt dat ze op de briefgedachte is gekomen door onze blogbriefwisseling? Maar dan heeft ze eigenlijk ook een lezer nodig die terugschrijft. Misschien moet de hele blogwereld maar eens een tijdje twee aan twee aan het corresponderen slaan. Vaak kom je toch op ideeën omdat iemand je ergens iets over vraagt.

Vanavond ga ik (met een van mijn dochters) naar Boek & Bal in Schiedam. En aan het eind van de middag waarschijnlijk luisteren naar Tom Lanoye, die komt voorlezen bij boekhandel Van Gennep.

Tot de volgende brief maar weer! Hartelijke groet, schrijverdezes


p.s. Nu vergat ik nog iets te zeggen over de bezuinigingen. Ellendig is dat. En bedreigend. Het lijkt erop of het bijna alle bibliotheken en bibliotheekorganisaties gaat treffen. Het excuus zal de crisis wel zijn. En je zult ook wel mensen hebben die zeggen dat het kansen biedt. Inderdaad: gezond verstand en liefde voor boeken zijn hard nodig. ('Liefde voor media' klinkt minder goed, maar is wel politiek-correcter natuurlijk.)


Foto: Flickr, gemaakt door Miek37.

vrijdag 19 maart 2010

DOK avant la lettre




Een collega die themacollecties voor activiteitenbegeleiders (in zorginstellingen) samenstelt liet me een paar weken geleden een boek zien over reclame-grammofoonplaatjes: De muzikale verleiding, en vroeg of ik er liedjes van kende. Ik kende er geeneen maar de titel Ga toch mee naar die hippe, hippe leeszaal maakte me wel nieuwsgierig en ik vroeg of ze dat even wilde laten horen (er zaten - uiteraard - ook cd's bij). Ik vond het een gek maar ook wel grappig liedje en schreef titel en zanger op met de gedachte: daar ga ik een keertje op googelen. Zojuist kwam het daar eindelijk van en tot mijn verrassing bleek het zelfs op YouTube te vinden, zodat ik het kan 'delen' (let maar niet op het filmpje). De zanger is Robert Kreis en het liedje is van omstreeks 1974.

woensdag 17 maart 2010

Beetje gemijmer




















Bij ons op het werk wordt de zogeheten peuterbus ingericht en bemand/-vrouwd. Die bus rijdt (op verzoek) naar peuterspeelzalen en biedt de peuters daar een programma over het Prentenboek van het jaar (dit jaar De wiebelbillenboogie). Je hebt ook de themabus, voor oudere kinderen. Ik spreek wel eens een collega die op die bussen werkt en wat ze erover vertelt is erg leuk. De achterliggende gedachte is natuurlijk leesbevordering. Ik neem aan dat het om die reden ook gesubsidieerd wordt: een bezoek van de peuterbus of themabus kost maar weinig.

Ik vind dat prachtig. Hoe meer kinderen met boeken in aanraking komen, hoe mooier ik het vind. Maar omdat ik zelf voor de andere kant van het menselijk spectrum werk, nl. voor (hoog)bejaarden, mijmer ik wel eens wat over een bus voor díe doelgroep. Ik geef toe: leesbevordering heeft daar misschien niet zoveel zin meer. Als je 85 bent en nog steeds niet wil lezen mag je dat inmiddels zelf weten. Maar de bibliotheek is er niet alleen voor de leesbevordering, maar streeft er o.a. ook naar mensen een 'belevenis' te bieden. Hoe je daar ook over mag denken, een feit is inmiddels dat die 'belevenis' er bij hoort: lezingen, films, lezersfeesten, high-tea's met een schrijver, game-evenmenten, enz.

Dat gebeurt allemaal in de bibliotheek, maar wie in een zorginstelling woont kan daar meestal niet meer naartoe. Dat is treurig. Maar de bibliotheek heeft tegenwoordig nóg een devies: zijn waar de klanten zijn. Zo zijn we als bibliotheek soms op het strand, soms bij een festival, komen we met de bus naar de peuterspeelzaal, zitten we op hyves en twitter en straks misschien op het station of het vliegveld.

Ik heb het wel eens eerder gezegd, dus ik hou het nu kort: helemaal eerlijk vind ik het niet, dat je als je in een zorginstelling woont van de bibliotheek weinig meer merkt. Misschien 150 boeken in een kast en een aardige mevrouw die ze aan je uitleent. Maar belevenissen? Vergeet het maar. Waarom niet ook 's een lezing in een zorginstelling of een schrijver die daar langskomt?

En, waar ik door die bussen aan moest denken: waarom ook niet een bus die leuk is voor ouderen? Die voor kan rijden bij een zorginstelling? Bijvoorbeeld ingericht in jaren '50-stijl met boeken uit en over die tijd, en filmpjes en liedjes en radioprogramma's? Of een bus over de school van vroeger? Ik weet zeker dat daar iets leuks van te maken is. Ik weet ook bijna zeker dat er mensen zijn die je er een plezier mee zou doen. Natuurlijk zijn er problemen op te lossen: kun je zo'n bus in met een rollator bijvoorbeeld? Maar waar een wil is, is een weg nietwaar. En kan een beetje leesbevordering voor ouderen eigenlijk ook niet heel nuttig zijn? Als andere bezigheden zijn weggevallen kan lezen (of het luisteren naar gesproken boeken) ineens tóch iets zijn om nog of weer aan te beginnen. Maar dan moet je daar misschien eerst even op gewezen of enthousiast voor gemaakt worden.

'Voor een goed idee is altijd geld,' zei onlangs op mijn werk iemand die het weten kan tegen me. Ik vind dit zelf best een goed idee eigenlijk.


Foto: De Stem, hier gevonden.

maandag 15 maart 2010

Gecombineerd geciteerd 3


















Op twitcit staan inmiddels tegen de 400 citaten. O.a. deze, over wensen en verlangen:


En toch blijft er altijd een zekere treurnis en twijfel aan de mogelijkheid om 't geen ànders had kunnen zijn... Stijn Streuvels

De mens is niet gebouwd op de inlossing van wat hij wenst. Hij is gemaakt voor de wens en voor het verlangen. Godfried Bomans

want één hart blijft thuis en één hart gaat op reis / maar geen van de twee vindt het Paradijs. H.Marsman

We wachtten maar. Waarop? Dat hebben we nooit geweten. Nescio

Je halve leven verkwansel je aan verwachting en verlangen, de andere helft wordt vergald door de vervulling ervan! L.H.Wiener

Wat lang verbeid is, is voorbij voordat je er enige notie van hebt. Yves van Kempen

Onze wereld staat bol van de verwachtingen. En daarom heeft niemand plezier in de wereld. I.L.Pfeijffer

En toen kon het beginnen, we wisten alleen niet wat. Anna Loog



Foto: Flickr, gemaakt door hibecki

Gecombineerd geciteerd 2























Op twitcit staan inmiddels tegen de 400 citaten. O.a. deze, over drinken:


De drinker is conservatief, de drank daarentegen progressief. A.F.Th.van der Heijden

Waarop dronk een mens zoal? (...) Op de gezondheid? Het nieuwe jaar? Op een goede afloop? Op elkaar? Om het af te leren? Dimitri Verhulst

Wijn ripe ende van goeder smake / Es ene nuttelike sake, / Diene drinct int ghevouch: / Hie starct den lechame ghenouch Jacob van Maerlant

Den wyn is sterck en hy baert groote crachte,/Ouer hem dies te vele nut oft drinct,/ Hy werckt in hem dicmaels twist en tweedrachte J.v.d.Noot

als ik teveel drink / word ik ook kachel C.Buddingh'

DE ONTVANGER: Jenever es te stirk veur mij. 'k 'n Kan d'r nie goed tegen. DE JUGE: Ik uek niet. Uleken, gee mij nog nen dreupel. Cyriel Buysse

Men seydt: die wel drinckt, slaapt wel, en die wel slaapt en doet gheen sonden G.A.Bredero

"Welnu," zeide de waardin (...) "komt! drinkt als vroolijke gezellen met elkaar en laat dat eeuwige gekijf varen.(...)" Jacob van Lennep

'(...) ik rook nooit, en champagne is te zeer mijn dagelijkse drank dan dat ik er nog iets feestelijks in zou kunnen zien. (...)' A.Coolen

Whisky is het beste geneesmiddel als je zonderlinge gedachten hebt. Idiote gedachten kunnen niet tegen whisky. Tip Marugg


Gisteren enorm veel gedronken, omdat ik me ellendig gevoelde, en nu ben ik er natuurlijk nog veel beroerder aan toe. Gerard Reve


Foto: Flickr, gemaakt door Olivier Engel.

Gecombineerd geciteerd























Op twitcit staan inmiddels tegen de 400 citaten. O.a. deze, over het huwelijk:


(...) zij wist, dat zij eenmaal moest trouwen.... zij verlangde 't ook, zonder recht te weten waarom. Marcellus Emants

'(...) Trouwen? Ach ik weet het niet, het huwelijk is net een padvindersmes; alles zit erop en eraan, maar niks doet het echt goed.' Maarten 't Hart

Ik ben niet getrouwd: ik heb me laten trouwen. Maurice Gilliams

Zij had een mooi filetwerk onder de hand, hij een boek en hij rookte uit een studentikoze oliekop. Gerard Walschap

God heeft dan aan den man een hoger aard gegeven, / En aan het wijf gelast om onder hem te leven. Jacob Cats

In elk huwelijk begint na de bruiloft meteen al de eerste crisis, de crisis van het bereikte doel. Belcampo

Het is toch wél ongelukkig dat een mens zo vastzit aan z'n baantje. Door allerlei dingen, o.a. ook door getrouwd te zijn. Theo Thijssen

Wat 'n wonder - jij wàs al tweemaal getrouwd - as je de manne dan nóg niet kent .... Herman Heijermans


Foto: Flickr, gemaakt door: Ann Douglas.

zondag 14 maart 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (4)


















Dag Henk,

Er zijn nog twee onderwerpen van mijn kant half-afgemaakt blijven liggen, vandaar dat ik de vrijheid neem 'voor mijn beurt te gaan' en niet te wachten tot er een nieuwe 'blogbrief uit de Zeeuwse hoofdstad' komt.

Het eerste is hoe ik van de financiële administratie terecht ben gekomen op de afdeling Collecties (die sinds een paar dagen, na enkele naamsveranderingen, opnieuw zo heet). Dat zou een lang verhaal kunnen worden, maar omdat ik op mijn blog niet te diep wil ingaan op werkkwesties, zal ik het kort houden. Toen ik bij ProBiblio in Schiedam ging werken was de fusie tussen de bibliotheekcentrales van Noord en Zuid-Holland al een feit, maar beide partijen zaten nog op hun oude locatie: Schiedam of Alkmaar. Mijn aanstelling zou in principe duren tot de verhuizing naar Hoofddorp, maar door allerlei omstandigheden ben ik uiteindelijk toch 'mee verhuisd'. Het werk beviel me goed en ik was blij dat ik kon blijven, al was de nieuwe afstand natuurlijk wel een nadeel. Maar weer werkloos worden leek me toch veel erger.

Eenmaal in Hoofddorp veranderde er zoveel (waar ik niet over zal uitweiden) dat mijn werkplezier flink verminderde. Toen er dan ook een oproepje kwam van afdeling Personeelszaken om je aan te melden als je graag iets anders wilde gaan doen binnen het bedrijf, dacht ik: het zal vast niks worden maar proberen kan altijd, en gaf ik me op als belangstellende. Er volgde een gesprek met iemand van Personeelszaken over wat ik dan eventueel zou willen, en ik verwachtte dat het daar wel bij zou blijven. Ik was dan ook zeer verrast toen me niet al te lang daarna werd gevraagd of ik naar afdeling Collecties wilde om daar wisselcollecties voor zorginstellingen te gaan maken. Ik vroeg of ik dat zonder bibliotheekopleiding wel zou kunnen en het antwoord, dat ik vermoedelijk nooit zal vergeten, was: 'Gezond verstand en liefde voor boeken zijn genoeg.' De afspraak werd dat het van beide kanten een proef zou zijn en dat ik, als het een van de partijen niet beviel, weer terug zou kunnen naar mijn oude plaats. Maar dat bleek niet nodig. Ik had al snel het gevoel 'hier wil ik blijven' en dat kon gelukkig ook. Mijn nieuwe collega's waren, net als ik dat op de financiële administratie was, niet onverdeeld gelukkig met de door de fusie veroorzaakte veranderingen, maar ik wist natuurlijk niet hoe het 'vroeger' op deze afdeling geweest was, dus ik kon er ook niet naar terugverlangen. En ik vond het heerlijk om de hele dag met boeken bezig te zijn. Collecties maken is iets waar je volgens mij vooral een soort 'gevoel' voor moet hebben en dat gevoel had ik geloof ik wel, of in elk geval heb ik het in de loop van de tijd ontwikkeld. Ik vind het nog steeds fijn om te doen, al zijn er inmiddels wel weer dingen veranderd die, enz. (daar heb ik het verder niet over).

Het tweede onderwerp dat er nog ligt is je vraag wat ik had willen worden als ik mijn beroepsleven over mocht doen. Ik had daar eigenlijk nooit over nagedacht tot zo'n anderhalf jaar geleden, toen ik me door de 23dingen en het als gevolg daarvan bijhouden van een weblog, wat meer ben gaan verdiepen in de bibliotheekwereld. Collecties maken voor zorginstellingen staat nogal aan de zijlijn van het bibliotheekwerk en speelt zich bovendien af achter de schermen. Van de rest van de bibliotheekwereld wist ik daarom weinig. Dat veranderde door de 23dingen. Niet zozeer door de 'dingen' zelf, maar vooral door wat bloggen teweeg bracht: het lezen van andere blogs en het meer gespitst raken op informatie over de bibliotheek, b.v. in de krant, zowel om blogstof te verzamelen als omdat het me interesseerde.

Denkend en bloggend over de bibliotheek en over het belang van lezen en verwante zaken, kwam ik tot de conclusie dat een van de belangrijkste taken van de bibliotheek (misschien is het zelfs wel de allerbelangrijkste) volgens mij is om kinderen met boeken in aanraking te brengen. En toen dacht ik: jeugdbibliothecaris zou misschien wel een baan geweest zijn waar ik plezier in had kunnen hebben. In elk geval lijkt het me werk waarbij je je niet hoeft af te vragen of het wel 'nuttig' is wat je doet. Dat heb ik bij wat ik nu doe trouwens ook niet: ik ben er van overtuigd dat het nuttig is en dat er mensen zijn die er plezier aan beleven dat ik boeken voor ze uitzoek, en dat geeft een soort 'intrinsieke motivatie', die ervoor zorgt dat het in elk geval toch altijd (althans tot nu toe) tamelijk prettig werk blijft, ook al zijn de 'randvoorwaarden' wel eens wat minder motiverend, om het zo maar te zeggen.

Dit was slechts een berichtje tussendoor en ik laat het daarom bij deze twee onderwerpen. Het weekend is weer eens veel te snel voorbij gegaan om er in te doen wat ik moest en/of wilde, maar déze achterstand is in elk geval weggewerkt!

Hartelijke groet en tot schrijfs, schrijverdezes


Foto: Hans Karssenberg, hier gevonden.

zaterdag 13 maart 2010

Wat ik las 40

Op het GDMW-festival hoorde ik Tom Lanoye voorlezen uit Sprakeloos en was daar wel van onder de indruk. Nu kan goed voorlezen van een matig boek soms iets moois maken (en andersom), dus zegt dat nog niet alles, maar ik dacht in ieder geval: dat boek wil ik wel lezen. Maar zoals dat vaak gaat (althans bij mij): ik vergat het weer. Tot ik zowel bij Henk als bij Occy een bespreking van het boek las die me opnieuw deden denken dat ik het wilde lezen. En nu heb ik het dan eindelijk gelezen. Met zeer veel genoegen kan ik wel zeggen. Het begon al snel met glimlachen in de trein en die glimlach keerde regelmatig terug en werd zelfs een keer een echte lach (ook in de trein). (Dit boek bleek bij uitstek geschikt om medereizigers te laten denken: Hé, is lezen zó leuk? Dat ga ik ook eens doen.)

Toch is het in feite een treurig boek, want het gaat over de laatste levensjaren en de dood van de moeder van de auteur en ook de dood van zijn vader en die van een van zijn broers komen er in aan de orde. Maar om ons te laten weten wíe er dood gaan, en ook om nog niet aan het ergste te hoeven beginnen, vertelt Lanoye eerst over hun leven en het gezin waar ze deel van uitmaakten en de buurt waar ze woonden en hij vertelt dat allemaal zo aanstekelijk dat het toch ook een boek is waar je vrolijk wordt.

Het boek gaat vooral over de moeder, die als slagersvrouw en moeder van vijf kinderen een erg druk leven heeft: ze helpt in de zaak, regelt het huishouden, deelt de taken uit aan haar kinderen, maakt schotels op voor feesten en barbecues en is daarnaast ook nog actrice bij het amateurtoneel. Tijdens het strijken repeteert ze met haar jongste zoon (de latere schrijver van het boek) haar rollen: hij leest voor wat de andere personages zeggen en zij oefent haar eigen tekst. Ook in het dagelijks leven is theater haar niet vreemd: als iets haar niet zint weet ze overtuigend een hartaanval voor te wenden.

Ze praat veel en graag en houdt van discussie. Op latere leeftijd (hoe oud ze toen was kan ik niet vinden, maar ik schat tegen de 80) wordt ze getroffen door een herseninfarct waarna ze zich niet meer verstaanbaar kan maken. Ze praat nog steeds veel, maar in een taal die niemand verstaat. Als het wat beter met haar gaat krijgt ze opnieuw een infarct en zo volgen er meer totdat ze twee jaar later uiteindelijk sterft. Haar zoon wil een boek over haar schrijven maar dat lukt hem pas nadat zijn vader, weer twee jaar later, ook overleden is. En nog steeds blijft hij er omheen draaien, of liever er omheen schrijven. Zo beschrijft hij eerst de buurt en een aantal markante buurtbewoners: het kruispunt waar zoveel ongelukken gebeuren, Dikke Liza de huisbazin waar elke maand de huur gebracht moet worden, de klanten in de slagerij zoals Sidonie met de hazenlip, en de dagen- en nachtenlang tegen elkaar schreeuwende buurvrouwen door wie de auteur als kind vaak niet kon slapen. Hij vertelt over het buitenhuisje met het golfplaten dak dat zijn moeder 'de bungalow' noemt en waar ze, bij voorkeur in badpak, in de tuin werkt en asperges kweekt.

Dit alles met een fraai en overvloedig taalgebruik dat me veel plezier deed. 'Minder is minder,' zegt de schrijver en aan minimalisme in de taal doet hij niet mee. Gelukkig maar.

Inmiddels heb je als lezer wel begrepen wat er met zijn moeder gebeurd is en uiteindelijk komt hij er dan toch toe precies te vertellen waar het gebeurde en hoe het ging. Eerst beschrijft hij nog uitgebreid het interieur van het appartement waar zijn ouders na hun pensionering zijn gaan wonen en dat gevuld is met vele door zijn moeder op veilingen gekochte beeldjes en andere snuisterijen. En daar, tijdens een vredig avondje voor de tv, na het eten van een pizza, berooft een bloedpropje in haar hersenen haar van haar spraakvermogen en vliegt ze in plotselinge razernij haar echtgenoot naar de keel. Ze wordt opgenomen in een verzorgingshuis. Haar taalvermogen blijft ernstig gestoord en de woede-aanvallen komen af en toe terug. Soms lijkt ze het in de nog volgende twee jaar toch wel naar haar zin te hebben, maar haar zoon blijft zich afvragen of ze geen gehoor hadden moeten geven aan haar, onverwacht verstaanbare, verzoek van kort na haar eerste infarct 'Laat dat oud mensje toch gaan.'

Het taalgebruik in het boek is zoals de moeder was: theatraal, niet te stuiten, meeslepend. De beschrijvingen van mensen en gebeurtenissen zijn erg beeldend. De gevoerde gesprekken komen erg levensecht over. Dit alles zorgde voor veel leesplezier.

In juli werd de slagerij drie zaterdagmiddagen wat eerder gesloten, bij wijze van vakantie. Op een van die middagen ging het gezin dan naar Hulst om inkopen te doen en daarna naar Axel om daar in het openluchtbad te zwemmen. Nu heb ik als kind enkele jaren in Axel gewoond en ik ging 's zomers elke dag naar het zwembad. Dus daar zou ik ze wel eens gezien kunnen hebben. gezien. Maar helaas herinner ik me daar niets van.

Ooit ben ik gestopt in Kartonnen dozen van deze schrijver. Waarom ik dat deed weet ik niet meer, maar het lijkt me een goed idee om het opnieuw te gaan lezen.

dinsdag 9 maart 2010

Toen ík jong was...


















Geloof het of niet, maar aan dit stukje ben ik al bijna een week bezig (niet de hele dag natuurlijk). Het wil steeds maar niet worden wat ik wil dat het wordt, maar nu ga ik het toch maar eens 'posten', een beetje vanwege het werk dat er inmiddels in zit (al zie je dat nergens aan), een beetje omdat ik niks anders weet om over te bloggen, maar toch vooral omdat ik het wel een aardig onderwerp vind, al komt het dan niet helemaal uit de verf. Dat onderwerp is: repressieve tolerantie.

'Repressieve tolerantie' is een term die eind jaren '60 - begin jaren '70 vrij vaak gebruikt werd, maar die je tegenwoordig zelden meer hoort. Hij is geïntroduceerd door Herbert Marcuse, die er in 1965 een artikel over schreef. Als je in die tijd links was, wist je wat ermee bedoeld werd en zei je waarschijnlijk zelf ook wel eens: 'typisch een geval van repressieve tolerantie.'

Een tijdje geleden moest ik onverwacht weer eens aan die term denken. De reden dat ik er nu iets over opschrijf is dat ik me toen ook afvroeg: is het een begrip dat voor het begrijpen van sommige ontwikkelingen in de bibliotheekwereld nuttig zou kunnen zijn? En zo ja, kennen mensen van 45 of jonger het begrip eigenlijk nog wel? Want ik moest ook denken aan David Grossman, die een keer vertelde dat hij zich er pas van bewust werd wat frustratie was toen hij het woord 'frustratie' geleerd had, iets waar ik ooit nog 's een stukje over schreef. Dat zou voor andere begrippen ook kunnen opgaan. Hierop voortbordurend leek het me wel een idee om de term repressieve tolerantie weer eens af te stoffen. Wie weet wat hij voor deze of gene nog eens zal verhelderen. (Toen ik dat idee kreeg besefte ik nog niet hoe lastig het uitvoeren ervan zou zijn.)

'Repressieve tolerantie' is van oorsprong een politiek begrip en heeft te maken met het verzet tegen de heersende macht, destijds vaak het establishment genoemd. Of de heersende klasse. Of de kapitalisten. Het is maar net bij welke stroming je hoorde. Er is op internet het nodige over repressieve tolerantie te vinden, maar dat voert hier allemaal te ver. Dit blog gaat niet over politiek en ik weet er ook te weinig vanaf. Maar voor wat ik erover wil opmerken is de definitie van wikipedia voldoende:

Repressieve tolerantie is de techniek waarbij ideeën die voor de heersende macht ongewenst zijn, juist een plaats wordt gegund om ze op een dergelijke manier onschadelijk te maken. Men tolereert het omdat men hoopt dat daarmee het effect verloren gaat.

De vraag die bij me opkwam is deze: zou dat in de bibliotheekwereld ook kunnen voorkomen, dat daar ideeën een plaats gegund wordt met als onderliggende bedoeling ze onschadelijk te maken? Dat de 'heersende macht' weliswaar een plaats inruimt voor vernieuwing, maar (al dan niet bewust) met de hoop die vernieuwing daarmee zodanig te kunnen beheersen dat de structuur er niet door wordt aangetast?

De bibliotheekwereld staat niet bepaald bekend als dynamisch of veranderingsgezind. Je zou daaruit kunnen afleiden dat het establishment er tamelijk wat macht heeft. Over mogelijke veranderingen wordt lang nagedacht en veel vergaderd en er moet toch eerst nog maar eens wat onderzoek gedaan worden. Intussen staat een groep mensen te trappelen van ongeduld: opschieten, we zíjn al te laat, we missen elke boot, we worden aan alle kanten ingehaald door Google, facebook, LibraryThing, #durftevragen, enz., en als we als bibliotheek nog een rol van betekenis willen blijven spelen moeten we wel héél snel zorgen dat we hiermee kunnen concurreren: de klant betrekken in onze plannen, goed luisteren naar wat de mensen willen, interactief zijn, transparant, flexibel, een community vormen, games aanbieden, en noem het allemaal maar op.

En wat heeft dit dan met repressieve tolerantie te maken? Misschien wel niks. Maar misschien ook dit. In elke bibliotheek zijn waarschijnlijk wel wat mensen te vinden die vernieuwing voorstaan en die er waarschijnlijk zelfs van overtuigd zijn dat die vernieuwing de enige overlevingskans voor de bibliotheek is. Maar misschien voelt de leiding van zo'n bibliotheek waar die veranderingsgezinden werken daar helemaal niet zoveel voor. Dat kan allerlei redenen hebben, zoals een andere visie op bibliotheekwerk of de behoefte het zichzelf niet te moeilijk te maken of de gedachte: ik ga toch bijna met pensioen (het bibliothecaire establishment bestaat immers zoals bekend voor een aanzienlijk deel uit babyboomers). Je zoú in zo'n geval als 'machthebbers' je toevlucht kunnen nemen tot een vorm van repressieve tolerantie. Misschien gebeurt dat bewust, misschien gaat het min of meer vanzelf.

Hoe zou dat dan kunnen werken? Je geeft als gevestigde macht de 'vernieuwers' een plaats in de organisatie waar ze hun vernieuwende ideeën kunnen toepassen, maar waar je ze tevens in de gaten kunt houden en zo nodig een beetje afremmen. Je geeft ze vooral flink veel te doen, zodat ze gaan denken dat er ernstig rekening met hen wordt gehouden, maar je zorgt er tegelijk ook voor dat ze zóveel te doen hebben dat ze het allemaal niet al te snel voor elkaar krijgen. (Want wat niet af is, is meestal niet al te bedreigend.) Het toestaan van het bezoeken van een interessant congres kan misschien ook mooi de indruk van tolerantie geven. Je zegt ook af en toe dat je het heel belangrijk vindt wat er gedaan wordt, dat je begrijpt dat iemand er enthousiast over is en dat je dat zelf eigenlijk ook wel bent.

Zo ongeveer werkt volgens mij repressieve tolerantie, bewust of onbewust, wie weet een mengvorm van die twee. Je kunt het mischien ook gewoon 'inkapselen' noemen. (En als de vernieuwing vormen aan dreigt te nemen die je niet meer kunt beheersen kun je altijd nog zeggen dat het geld op is.)

Ik geef toe dat dit een beetje (of zo je wilt: erg) wantrouwig en cynisch klinkt. Maar het is slechts theorie. Ik wil helemaal niet beweren dat deze praktijken schering en inslag zijn in de bibliotheek. Ik weet daar niks van, dus ik kan er ook niks over zeggen. Er zullen vast en zeker veel 'machthebbers' in de bibliotheekwereld zijn die vernieuwing toejuichen en van harte steunen en die zelfs bereid zijn plaats te maken voor (jongere) mensen met andere ideeën. Maar misschien zijn er ook anderen, die hun positie niet zo makkelijk opgeven. En dan zoú het kunnen gebeuren dat die hun toevlucht nemen tot repressieve tolerantie. En wie daar de dupe van wordt, herkent het misschien eerder als hij er al eens van gehoord heeft, net zoals Grosmann zijn frustratie. Dat was de aanleiding voor dit stukje. Let wel: het zijn alleen maar wat gedachten. Ik laat ze me graag uit mijn hoofd praten.


Foto: Flickr, gemaakt door: svennevenn.

maandag 8 maart 2010

Kaart&boek 37


















Wegens aanhoudend gebrek aan bloginspiratie maar weer eens een kaart.


Kaart: Max Velthuijs

zondag 7 maart 2010

Blogbrief uit Rotterdam-West (3)























Dag Henk,

Dank voor je brief, de derde alweer! Wat betreft die 'persoonlijke informatie', daar heb ik inderdaad wel even over nagedacht. Je vermoeden dat ik gesteld ben op mijn privacy is terecht, maar uiteindelijk vond ik wat ik vertelde niet zo erg privé. Het zijn dingen die zich in het openbaar hebben afgespeeld: studie, werk, kinderen krijgen. Het lijkt misschien meer dan het is doordat het nu allemaal achter elkaar is opgeschreven en zo bijna de indruk van een 'levensverhaal' geeft. Maar in elk geval leuk dat ik je er mee heb kunnen verrassen! Het blijft denk ik, zolang wij deze blogcorrespondentie volhouden, steeds een beetje aftasten wat we wel en niet 'openbaar maken'. Het is toch iets heel anders dan een gewone briefwisseling, omdat bekenden en onbekenden meelezen (of dat in elk geval kunnen doen als zij er zin in hebben).

Maar dat maakt het ook extra leuk (ik zou haast zeggen: spannend), vind ik. Het is eigenlijk voor het eerst dat ik op mijn blog met mijn lezers rekening houd. In de eerste plaats met jou natuurlijk, omdat het iets is waar wij nu eenmaal samen mee bezig zijn, maar daarnaast ook met de mee-lezers. Ik heb in mijn blogstukjes altijd geschreven wat ik wilde, met het idee: wie het wil lezen kan dat doen en wie het niet wil lezen leest het gewoon niet. Ik heb er nooit over nagedacht wat voor anderen interessant zou kunnen zijn of wat ze leuk zouden kunnen vinden. Ik schreef voor m'n eigen plezier en ook omdat ik het niet kon laten. Wel legde ik me een paar beperkingen op: niet teveel persoonlijke informatie, en over mijn werk alleen algemene dingen.

Nu, met deze blogcorrespondentie, is dat toch een beetje anders geworden, want het kan daarbij haast niet anders of er moet wat persoonlijke informatie in. De bedoeling is toch (voor zover we 'überhaupt' een bedoeling hebben) dat hierin de twee corresponderenden elkaar wat beter leren kennen. Dat lukt niet, of slechts ten dele, als deze brieven in feite gewone blogstukjes zouden zijn. Maar het vreemde daaraan is dan meteen dat het tegelijkertijd toch ook gewoon blogstukjes zíjn. En daarom sta ik er nu voor het eerst wat langer bij stil dat wat ik schrijf door 'buitenstaanders' gelezen wordt. En kan het me ineens tóch een beetje schelen wat ze ervan vinden. Maar hóe ik daar rekening mee moet houden, dat weet ik dan weer niet.

Na deze uitweiding snel terug naar je brief. Ik begin nu al een achterstand op te bouwen, want ik zou je nog vertellen hoe ik van financieel medewerker collectiemaker werd en wat ik zou willen worden als ik mijn beroepsleven over kon doen. Maar achterstand is, moet ik eerlijk bekennen, de toestand waarin ik mij vrijwel altijd bevind. Ik ben zelden ergens 'bij' mee: altijd manden vol strijkgoed, altijd 'vensterenveloppen' die nog geopend moeten worden, een verjaardagskaart die (veel) te laat gaat komen, een kledingstuk dat gerepareerd moet, een boek dat op een stapel ligt enz. enz. (Mijn werk vormt hierop een uitzondering: ik ga in principe pas naar huis als dat voldoende 'bij' is.) Ik heb zo'n gevoel dat jij in zulke dingen veel beter bent. Waarop ik dat idee baseer? Misschien wel op dat ene zinnetje dat je eens schreef (in welk verband dat was weet ik niet meer): 'wij strijken onze eigen overhemden'. Dat heeft indruk op me gemaakt. Maar ook b.v. dat je je foto's op Flickr zet heeft ermee te maken. Mijn foto's, áls ik ze al maak, zwerven in (papieren) mapjes of zitten, sinds ze digitaal zijn, nog in het geheugen van het fototoestel of staan ergens op de harde schijf van de pc, of zijn gewoon nergens meer te vinden.

Waarmee ik maar wil zeggen dat het vandaag niet allemaal aan de orde komt... Maar nu in elk geval iets over corresponderen. De luchtpostbrief zoals je hem beschreef zag ik meteen voor me, maar ik ben er niet uitgekomen hoe dat komt. Ik moet ze ooit gezien hebben en misschien zelfs wel zelf hebben verstuurd, maar van wie ze kwamen of naar wie ze gingen weet ik niet meer. Voor zover ik weet schreven wij thuis niet met overzeese familieleden en ik herinner me ook geen vrienden of vriendinnen die in andere landen woonden.

Wat ik me wél herinner zijn de brieven van mijn opa. Die vormden de eerste correspondentie waar ik mee te maken had. Mijn opa (de vader van mijn moeder) schreef af en toe (van de frequentie heb ik geen idee meer) aan mijn ouders. (Dit gaat over de jaren '50 en '60.) Mijn opa had een vrijwel onleesbaar handschrift en de enige die het, min of meer, kon ontcijferen was mijn moeder. Die las de brief daarom voor aan mijn vader en mij. Ik herinner me vooral het fenomeen, van de inhoud weet ik alleen nog maar dat mijn opa, die dominee was, soms (of misschien altijd?) vermeldde waar hij gepreekt had en of de kerk vol was. 'De kerk was des morgens en des avonds goed bezet.' is een regel die me, als enige, is bijgebleven. In de marges van de brief schreef mijn oma, die juist een heel duidelijk en regelmatig handschrift had, ook nog een paar regels. Die stonden dan vaak dwars op de andere tekst (ik bedoel qua vlakverdeling, niet qua inhoud, dat zou mijn oma nóóit gedaan hebben...). Zelf schrijf ik, de keren dat ik nog iemand 'met de hand' schrijf, ook vaak achteraf nog iets in de kantlijn en ik realiseer me nu voor het eerst dat dat wel eens door het voorbeeld van mijn oma gekomen kan zijn. Zo zie je maar, wat deze (ik bedoel nu onze) correspondentie allemaal oproept.

Als kind ben ik verschillende keren verhuisd en dat heeft een paar correspondenties opgeleverd met vriendinnetjes die ik achterliet. Die correspondenties zijn na verloop van tijd weer opgehouden. Met een van die 'meisjes' wissel ik wel nog steeds kerstkaarten. Later heb ik ook vele jaren met een oud-collega geschreven. Dat was inmiddels al per e-mail en ging vooral over literatuur, d.w.z. van mijn kant over de boeken die ik las en waar ik dan, ongeveer zoals nu op mijn blog maar dan wat persoonlijker, verslag van deed. Maar ook andere zaken kwamen aan de orde, want literatuur heeft natuurlijk veel te maken met 'levensgevoel'. Ook deze correspondentie heeft het tegen de tand des tijds moeten afleggen. En zo zijn er nog wel een paar geweest, de ene wat langduriger dan de andere, soms alleen op kaarten, een andere per e-mail. Er is er momenteel nog eentje gaande, naast onze 'blogcorrepondentie'. Een paar andere vertonen achterstand (!), maar zouden nog wel tot leven gewekt kunnen worden als ik daar mijn best voor deed.

Dat je een keer een correspondentie begonnen bent door een advertentie in de krant herken ik: dat heb ik ook een keer gedaan. Ik was een jaar of 23 denk ik en we lazen Hervormd Nederland (misschien een proefabonnement, of we kregen het van mijn ouders als die het uit hadden, dat weet ik niet meer). Het blad bestaat volgens mij allang niet meer, maar het was destijds een 'progressief kerkelijk blad', althans zo herinner ik het me. (Ik was overigens niet hervormd, maar gereformeerd.) Daarin stond een keer een advertentie van een gevangene die wilde corresponderen. Dat wilde ik wel proberen en het bleek heel leuk. Het was een jongen (man) van mijn leeftijd, hij schreef goed en er ging, zoals je zult begrijpen, 'een wereld voor me open', maar die wereld bleek toch ten dele ook wel weer herkenbaar, in die zin dat mensen met een heel uiteenlopende achtergrond toch naar dezelfde dingen in het leven op zoek kunnen zijn. We (mijn man en ik) hebben hem, toen hij weer vrij was, een keer opgezocht (in Amsterdam). Hij was toen gaan samenwonen en ik herinner me nu ineens dat we toen een Chinees theeserviesje hadden meegenomen, met van die rijstkorrels in het porselein gebakken. Heel wat jaren heb daar niet meer aan teruggedacht, tot jij het weer uit de diepere regionen van mijn geheugen omhoog bracht. Ik herinner me ineens ook weer de winkel in de Lijnbaan waar je toen zulke dingen kon kopen...

Voordat de nostalgie al te zeer uit de hand gaat lopen stop ik met deze brief. De andere zaken komen nog! (D.V., zou mijn opa daaraan toegevoegd hebben.) Ik heb deze keer geen vragen gesteld, maar ik neem maar aan dat er toch wel ergens een aanknopingspunt te vinden is waar je op door kunt gaan. En anders begin je vast wel met iets nieuws.

Vanwege het zonnige weer weer ben je misschien wel gaan wandelen vanmiddag? In Oranjezon b.v.? Of moet ik óp Oranjezon zeggen?

Hartelijke groet en tot schrijfs, schrijverdezes


p.s. Ik dacht eerst dat de foto bij je brief er 'zomaar eentje' was, maar toen ik je Flickr-account bekeek merkte ik dat je hem waarschijnlijk speciaal voor de gelegenheid hebt gemaakt. Leuk! Zelf ga ik toch maar weer op zoek naar een door een ander gemaakt R'dams plaatje.
p.s. 2 Ik heb, toen ik er een link naar wilde maken, gelezen hoe het zit met Hervormd Nederland. Dat heeft veel langer bestaan dan ik vermoedde: tot oktober 2002.


Foto: Flickr, gemaakt door: tnarik.

zaterdag 6 maart 2010

Vernieuwing




















Bij ons op het werk stonden tot voor kort in de hal twee Gispen-stoelen met een bijpassend tafeltje. Uiteraard in de eerste plaats bedoeld voor bezoekers die even moesten wachten, maar ze waren ook heel decoratief en ik vond het altijd een plezier om ernaar te kijken. Ze waren bekleed met zwart ribfluweel en zaten heerlijk, zoals ik geconstateerd heb toen ik er een keer even op (in) eentje was gaan zitten om op een collega te wachten met wie ik samen naar huis zou reizen. Ongeveer een maand geleden zijn deze stoelen vervangen door twee andere, waarvan ik de ontwerper (of het merk) niet ken. Ze hebben een soort (liggende) U-vorm en zijn lichtblauw. Ik heb er nog niet op ('in' is hier in elk geval niet het juiste woord) gezeten, maar het zou me zeer verbazen als ze lekker zaten, en ik vind ze in elk geval niet mooi. Eerlijk gezegd erger ik me er elke keer als ik er langs loop aan, maar het zal wel wennen.

En nou dacht ik gisteren, nadat ik er op weg naar huis weer voorbij gekomen was, ineens: is het vervangen van die klassieke (en in mijn ogen onovertroffen) Gispen-stoelen door deze onduidelijke, fletse 'zitobjecten' eigenlijk niet een beetje symbolisch voor de bibliotheek? Maar toen riep ik mezelf natuurlijk onmiddellijk tot de orde.


Foto hier gevonden.

woensdag 3 maart 2010

Wat ik las 39

Het eerste boek dat ik van Willem van Toorn las was De lotgevallen van Sebastiaan Terts. Ik was toen een jaar of 23 en ik weet nog waar ik het las: in een tot (primitief) vakantiehuisje omgebouwde varkensstal in Brabant. Het kán aan die varkensstal liggen, want die was ook wel een beetje bijzonder, maar ik denk toch dat het aan het boek ligt dat ik me dat nog herinner. Het maakte veel indruk op me en ik denk dat het de eerste keer is geweest dat ik me realiseerde dat bij een boek niet alleen het verhaal belangrijk is, maar ook de stijl. De stijl van Van Toorn is sober, rustig, onnadrukkelijk, schijnbaar achteloos. Ik vond dat toen heel mooi en ben het altijd blijven waarderen. Lang heb ik gedacht dat het de enige stijl was waar ik echt van zou kunnen houden, maar dat bleek (gelukkig) niet waar. Veel later leerde ik b.v. Vestdijk kennen, die toch heel anders schrijft, maar die me onverwacht toch ook erg beviel. En nog later b.v. Céline, wiens stijl het volstrekte tegendeel van onnadrukkelijk is. En ook van hem was ik erg onder de indruk.

Ik heb voor mezelf wel eens de theorie ontwikkeld (en ik vermoed dat ik hem ook al wel eens op m'n blog heb opgeschreven, maar ik herhaal hem toch nog even) dat je een boek mooi kunt vinden vanwege de inhoud of vanwege de stijl, maar dat de boeken die de meeste indruk op je maken dat doen doordat stijl en inhoud met elkaar overeenstemmen en elkaar versterken, waardoor het geheel meer is dan de som der delen.

Het is natuurlijk maar een theorietje voor eigen gebruik, maar ik heb er af en toe wel plezier van. Het geldt wat mij betreft voor Vestdijk en Céline en ook op Van Toorn vind ik het van toepassing: het sobere en achteloze van zijn stijl vind je ook bij de ínhoud van zijn romans en verhalen. Ze zijn nooit groots en meeslepend, maar gaan altijd over het tamelijk gewone leven van tamelijk gewone mensen. Ze zijn nooit dramatisch, eerder berustend: zo is het leven nu eenmaal. En juist daarom zijn ze zo mooi. Niet mooi op de ruim opgezette manier van Vestdijk of de verpletterende manier van Céline, maar mooi op die sobere, rustige, achteloze manier van Willem van Toorn. Ik zou haast zeggen: op een bedaarde manier. Dat ik dat toch net níet wil zeggen komt omdat Van Toorn de schrijver is die het woord 'bedaard' het allermeest gebruikt van welke schrijver dan ook die ik ken (ik vermoed dat er ook heel veel schrijvers zijn die het woord nóóit gebruiken), iets wat me altijd een beetje irriteert. Maar een geschikt woord zou het wel zijn, om zijn werk mee te typeren.

Van Toorn heeft een essaybundel geschreven over het landschap en hoe dat verpest wordt door dijkverzwaring e.d.: Leesbaar landschap (te vinden in de dbnl). Ik meen me te herinneren dat hij zich in dat boek echt kwaad maakt. Daarom denk ik dat hij het zich kwaad maken en zich opwinden reserveert voor zaken waar misschien nog iets tegen te doen is, of die in de toekomst voorkomen zouden kunnen worden. Maar dingen die nu eenmaal zijn zoals ze zijn en gaan zoals ze gaan: jeugdherinneringen, ouder worden, liefde en het soms weer voorbijgaan daarvan, die beschrijft hij constaterend, accepterend, zonder omhaal van woorden. Dat maakte indruk op me toen ik het voor het eerst las en ik vind het nog steeds mooi.

De geur van gedroogde appels, een bundel verhalen die allemaal iets met reizen (o.a. naar poëzie- en literatuurfestivals) te maken hebben, vind ik zeker niet zijn beste boek. Het mooiste (en langste) verhaal eruit is (voor mij) Haarlem Station, maar dat kende ik al omdat het eerder als apart boekje is uitgegeven. De andere verhalen zijn vooral 'meer van hetzelfde': Van Toorn zoals ik hem al ken, met een hoofdpersoon die ik ook al aardig ken. Meestal heet die hoofdpersoon Leeman. In dit boek heeft de hoofdpersoon ook andere namen en soms is de auteur zelf de hoofdpersoon. Ik vond dat een beetje hinderlijk, omdat ik het gevoel had steeds over dezelfde man te lezen, die dan ineens anders heette (en een andere vrouw/vriendin had). De bundel is zo voor mijn gevoel een beetje een rommeltje geworden en is daarom en ook omdat ik niet alle verhalen boeiend vond, niet het boek dat ik iemand zou aanraden om met Van Toorn kennis te maken. Daarvoor kun je beter een van zijn oudere boeken nemen. Maar voor wie al van zijn werk houdt (ik kan me haast niet voorstellen dat zich onder de lezers van dit blog zo iemand verschuilt, want ik heb sinds ik zijn werk heb leren kennen nog maar twee mensen ontmoet die ook van Van Toorn hielden, waarvan de eerste degene was door wie ik hem ben gaan lezen, maar ze moeten wel bestaan natuurlijk want anders werden zijn boeken niet verkocht) is deze bundel toch wel het lezen waard.