WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

zaterdag 31 januari 2009

Een jaar in 'postings'*


Bron: Flickr, foto: youngdoo


Na (ruim) een jaar bloggen (en 337 'postings') moet er maar eens een kleine balans worden opgemaakt. Ik ben gaan bloggen omdat het moest en toen het niet meer moest ben ik het blijven doen omdat ik het niet meer kon laten. Zo zit het. En hoe is dat dan gekomen? Wie het weet mag het zeggen, maar ik kan er zelf slechts naar raden. Ik ging tijdens de 23dingen nogal eens te keer tegen het 'kijk-mij-eens'-gehalte van veel van de dingen. Bloggen heeft natuurlijk ook een hoge kme-factor en toch doe ik het. Blijkbaar hou ik ook wel van een beetje aandacht, ik kan niet anders concluderen. Die 'ik' is in dit geval 'schrijverdezes', die niet geheel samenvalt met mijn 'eigenlijke' ik. Jammergenoeg wordt het steeds lastiger deze twee gescheiden te houden. Weten wie iets zegt (de uitdrukking 'ik weet wie het zegt' wijst er al op), beïnvloedt meestal de mening die de toehoorder heeft of vormt over wát er gezegd wordt. Dat is begrijpelijk, maar ik zou het leuk gevonden hebben als het in de blogwereld anders had kunnen zijn.

Dit was teleurstelling 1. Er komt er nog een. Ik hoopte door het bloggen af en toe in gesprek en liever nog in discussie te raken met andere bloggers of lezers. Héél af en toe is dat ook wel gebeurd en dat heeft me veel plezier gedaan. Maar het gebeurt zo zelden dat ik er toch in teleurgesteld ben. Ik merk dat het op andere blogs die ik lees evenmin gebeurt en ik zoek de oorzaak daarom maar niet bij mezelf, maar in het fenomeen weblog op zich. Dat is blijkbaar niet geschikt om een discussie op gang te brengen. Iedereen blogt wat voor zich uit en zet daar misschien een lezer wel eens mee aan het denken, maar een vorm van gezamenlijk verder denken komt zelden van de grond.

Dit was teleurstelling 2. Er komt er nog een. Ik dacht aanvankelijk dat ik steeds wel weer iets zou vinden om over te bloggen. Dat is ook een hele tijd zo geweest, maar ik begin nu te merken dat ik steeds vaker in herhaling verval. Dat is eigenlijk ook heel logisch, want dit blog is een 'meningenblog' en heeft nauwelijks een informatief karakter. En meningen zijn op een keer op, zeker als het alleen om meningen over bibliotheekgerelateerde zaken gaat, zelfs als je dat een beetje ruim opvat. Na een tijdje heb je al je meningen wel een keer verteld en dan vertel je ze nog 's in andere bewoordingen en met een ander voorbeeld erbij, maar een derde keer is meestal overbodig. Die meningen van mij zijn o.a.: de bibliotheek zou mooier, levendiger en aantrekkelijker moeten zijn, er zou meer geëxperimenteerd moeten worden, de diverse catalogi zouden een stuk beter kunnen, er zou meer landelijk aangepakt moeten worden, de bibliotheek zou meer 'voor iedereen' moeten zijn en vooral: de bibliotheek zou een plaats moeten zijn waar lezen en literatuur in hoog aanzien staan. Maar ja, dat is inmiddels allemaal wel bekend bij de mensen die dit blog al een tijdje volgen. Het is eigenlijk al heel wat dat ik er een jaar lang stukjes mee heb weten te maken. Dit was dus geheel te verwachten maar dat neemt niet weg dat het een beetje een teleurstelling is: nummer 3.

Zijn er n.a.v. een jaar bloggen dan geen positieve dingen te zeggen? Jazeker, maar wie gebrek aan inspiratie heeft houdt graag iets achter de hand, dus dat komt nog.

Wie concludeert dat momenteel de ware bloggeest mij aan het ontglippen is, heeft gelijk. En zonder bloggeest geen blog, in elk geval geen geïnspireerd blog. Ik ben zelf ook benieuwd hoe dat gaat uitpakken. Want van zo'n blogverslaving ben je natuurlijk niet zomaar af.

Wordt vervolgd.

*De titel is een variatie op Een jaar in scherven van Koos van Zomeren, een boek dat ik van harte aanbeveel. De uitgave in de serie Privé-domein is uitverkocht maar nog wel te leen bij de bibliotheek hoop ik, en een herdruk uit 2008 is nog te koop.

vrijdag 30 januari 2009

Plaatje























Franz Eybl (1806-1880)
Lesendes Mädchen, 1850



Van schrik en wegens een onmiskenbaar gebrek aan inspiratie maar weer eens een plaatje. Volgens mij niet eerder geplaatst.

In de herhaling













Plaatje hier gevonden.


Ineens bekroop mij een onaangenaam vermoeden. En het bleek terecht: het gedichtje dat hieronder staat heb ik al eens eerder als blogpostje gebruikt, eveneens met een verwijzing naar twitter. Ik denk het de laatste tijd steeds vaker: ik begin mezelf te herhalen. Maar dit is wel érg letterlijk... Is een jaar bloggen lang genoeg geweest? Daar moet ik eerst maar 's een nachtje over slapen.

donderdag 29 januari 2009

Voor twitteraars, ter overname


Foto hier gevonden.


't Is niet de vraag al wat in boeken steekt
In 't hoofd te zaamlen, doch of 't daar iets wekt en kweekt.


Carel Vosmaer


Naschrift: niet de boeken zijn ter overname, maar het gedicht.

woensdag 28 januari 2009

Weer eens iets over de catalogus


Bron: Flickr, foto: altopower


Een tijdje geleden zat ik in afwachting van een presentatie o.i.d. tussen een stel collega's en hoorde een van hen zeggen: 'Ik heb dat WorldCat eens geprobeerd en dat werkt echt goed. Ik heb een paar nogal zeldzame boeken erin opgezocht en ze kwamen keurig tevoorschijn.' Dit vertelde ik later aan een collega die er niet bij had gezeten en die zei: 'Maar je moet in een catalogus óók dingen kunnen vinden waarvan je niet weet dat je ze zoekt en die vind je vaak níet'.

Deze collega bedoelde daar niet mee dat het leuk is om 's op een idee gebracht te worden door een woordenwolk. Zij bedoelde dit: je bent op zoek naar alles wat een bepaalde auteur geschreven heeft en misschien ook naar alles wat óver deze auteur geschreven is. Je voert dus de naam van die auteur in en zou dan meteen alles willen vinden. Helaas werkt het zo niet, omdat veel auteurs meer dan een keer in de catalogus vermeld staan, en steeds met een ander rijtje titels eronder. Daarnaast zijn 'feestbundels' vaak niet te vinden onder de afzonderlijke auteurs, dus zo mis je ook nog eens artikelen. Tot zover mijn collega.

Als we alle catalogi van Nederland of voor mijn part van de wereld aan elkaar gaan koppelen, wat op zich natuurlijk prachtig is, worden dit soort fouten ook gewoon aan elkaar gekoppeld. Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom dit niet veel belangrijker wordt gevonden. Zet er een groepje deskundige en serieuze mensen op en ga fout voor fout in alle catalogi te lijf, zou ik denken. Ik snap ook wel dat het een illusie is om te verwachten dat je echt álle fouten er uit kunt halen, maar ik denk dat je een heel eind kunt komen. Als we het zouden willen.

Ik denk wel eens dat ik mezelf zo langzamerhand steeds vaker begin te herhalen en dit is weer zo'n voorbeeld want tijdens de 23dingen schreef ik hier ook al over en dat was niet de enige keer. Maar ja, je weet maar nooit wie het deze keer eens leest...










Uit de catalogus van de OBA.

dinsdag 27 januari 2009

The joy of reading

Op het blog van (helaas) ex-collega TT, vond ik een mooi filmpje:



Het allermooiste van dit filmpje vind ik de de woorden 'spreading the joy of reading throughout the community'. Dát is nou precies wat ik graag als hoofddoel van de bibliotheek zou zien, laat ik het maar eerlijk toegeven.

'Wat in Amerika gebeurt, gebeurt hier 15 jaar later', werd vroeger wel gezegd. Inmiddels is die termijn vast korter geworden...

maandag 26 januari 2009

}:[

Plaatje hier gevonden.

Op een privéblog hoor je niet uit de school te klappen over je werk. Ik heb het gevoel dat ik dat ook niet doe, of in elk geval niet erg vaak en dan nog alleen in algemene zin. Omgekeerd vind ik dat men op je werk niet jouw privédingen naar buiten hoort te brengen. Vandaag gebeurde dat toch en daarom voel ik me nu even niet gebonden aan mijn eigen regels. Sommige lezers van dit weblog herinneren zich misschien nog dat ik mij al op de 2e dag van de 23dingen druk maakte over de privacy van de deelnemers i.h.a. en die van mezelf in het bijzonder. Ik heb die strijd toen verloren en me daar, uiteraard, bij neergelegd. Vandaag kwam het oude gevoel weer even terug, want in het personeelsblad van ProBiblio stond: Naast het weblog van X en Y zijn er ook nog de blogs van P en Q. Q was in dit geval mijn naam en die ging vergezeld van de URL van 'schrijverdezes'. (X en Y waren een vorige keer vermeld, maar dat had ik toen helaas niet gezien.)

Wie mij een beetje kent zal er niet raar van opkijken dat ik 'op hoge poten' naar de redactie van het personeelsblad ging en daar vertelde dat ik onaangenaam getroffen was. Tja, te laat natuurlijk. Excuses, maar men dacht dat iedereen het wel wist. (Je vraagt je af waarom het dan nog vermeld moest worden.) En Y had er helemaal geen problemen mee gehad. (Nee, maar ik ben Q.)

Het schrijven van dit weblog is een privézaak, ook al gaat het vaak over bibliotheekgerelateerde zaken. Bibliotheekdingen hebben mijn belangstelling, maar dit blog schrijf ik in mijn vrije tijd en is dus een hobby. En ik vind dat in een personeelsblaadje niet zonder mijn toestemming mijn hobby's besproken horen te worden. Het was ook mogelijk geweest wel de namen van de weblogs maar niet die van de makers te noemen. Daar zou ik niet moeilijk over gedaan hebben. Dit zal wel geen mens kunnen meevoelen (daar moet je misschien een muis voor zijn), maar dat geeft niet, ik wou het toch even kwijt.

zondag 25 januari 2009

Moralistisch open deur-praatje


The Open Door
, foto uit 1844, hier gevonden


Al jaren las ik elke ochtend als ik naar mijn werk ging in de trein ongeveer een kwartier (tot aan Den Haag) in de Metro. In die krant staan elke week wel een paar moorden, althans zo herinner ik het me. Je kunt die moorden natuurlijk overslaan, maar dat lukte me nooit, ik las altijd het hele verhaal en dacht dan: wat zijn de mensen en de wereld toch slecht/gek/tragisch enz. En dan bleef ik nog wel eens een tijdje aan zo'n verhaal denken en stelde mijn huisgenoten er 's avonds soms ook van op de hoogte.

Om redenen die ik me niet meer herinner (als er al van een echte reden gesproken kan worden) ben ik een paar maanden geleden overgestapt op De Pers. In die krant staan bijna nooit moorden, althans niet het soort moorden waar de Metro zo graag verslag van doet (drama's in de relationele sfeer, roofovervallen e.d.). Ik word op dat gebied dus meer niet meer geïnformeerd. Voor het aantal moorden in Nederland maakt het niks uit en mijn geestelijk welbevinden is er misschien een pieklein beetje op vooruitgegaan. Mijn huisgenoten lijken er ook niks aan te missen, ze vragen in elk geval nergens naar.

Ik dacht hier aan omdat ik de laatste tijd wel eens mensen hoor klagen over een 'information overload'. Vooral bibliotheekmensen schijnen daar last van te hebben omdat 'informatie' hun specialisme is, heet te zijn of zou moeten zijn, afhankelijk van hoe je het wilt zien.

Zelf heb ik van een 'information overload' m.b.t. mijn werk eerlijk gezegd geen last. Mijn werk is in elk geval níet dat van informatiespecialist, maar dat van collectiemaker en dat dan nog alleen voor zorginstellingen. Om bij te houden wat zich op dat gebied afspeelt kun je het nog heel goed zonder feedreader stellen.

Ik heb dus makkelijk praten en ik begrijp heus wel dat het elders anders is. Maar ik denk ook dat het van allerlei dingen op de hoogte willen zijn soms iets verslavends heeft zonder dat het iets verandert of toevoegt aan je dagelijkse werkzaamheden. Bovendien gaat het zoveel mogelijk willen verzamelen van informatie altijd ten koste van de diepgang omdat een dag nu eenmaal maar 24 uur heeft en je ook nog moet slapen en eten en je kinderen naar zwemles brengen.

Misschien valt het eens te proberen om bepaalde dingen waarvan je je toch al half-en-half afvraagt waarom je ze eigenlijk wilt weten (zoals ik dat had met de moorden) gewoon eens een tijdje niet meer te lezen en even af te wachten hoe dat uitpakt. En als je achteraf toch denkt dat je wat gemist hebt kun je het altijd nog googelen of aan een collega vragen.

Beetje een moraliserend praatje vandaag, dat geef ik toe. Beetje een open deur ook, inderdaad. Maar ja, het stónd er boven en je bent het toch gaan lezen...

zaterdag 24 januari 2009

Vergelijking















Foto: ANP


Een collega van me heeft vorige week een kleindochter gekregen en gisteren vroeg ik hoe het met het kleine meisje ging. Het ging goed, zei mijn collega, maar de ouders waren wel blij dat de kraamverzorgster vertrokken was. Hoezo, was het geen leuke zuster? Nee, ze hield helemaal niet van kinderen, dat had ze zelf verteld. Verontwaardiging bij de toehoorders: waarom kies je dan zo'n beroep?? Tja, ze zat eerst in de bloemen maar daar was geen werk meer.

Hier later nog wat over nadenkend wist ik ineens waar het me aan deed denken: aan de bibliothecaris die geen romans leest. Ik was van plan het daar niet meer over te hebben, maar ik doe het toch nog eventjes. Toen ik schreef dat ik vond dat bibliothecarissen romans horen te lezen, kreeg ik o.a. als reactie dat het belangrijk is dat je je klanten goed over boeken kunt adviseren, maar dat je daarvoor die boeken niet zelf hoeft te lezen. Ik vond dat eigenlijk wel redelijk en ik had me er al min of meer bij neergelegd. Maar dankzij de kraamverzorgster die niet van kinderen houdt zie ik het nu toch weer een beetje anders.

Als je net een kind hebt gekregen vind je dat het mooiste en liefste wezentje van de wereld. (Dat kan later veranderen, maar daar gaat het nu niet om.) Je kunt je dan nog wel voorstellen dat de kraamverzorgster er iets genuanceerder over denkt, want zij ziet natuurlijk elke week een nieuw pasgeboren wereldwonder. Maar je verwacht toch op zijn minst dat ze het bijzondere van jouw baby inziet en ook dat ze dol is op baby's in het algemeen. En als dat niet zo is ben je blij als ze weer vertrekt.

En als je naar de bibliotheek gaat omdat je van lezen houdt, verwacht je toch op zijn minst dat de mensen die daar werken óók van lezen houden. Nee, wie van baby's houdt hoeft ze niet zelf te krijgen, maar zal ze wel knuffelen en de hemel inprijzen. En wie van boeken houdt hoeft ze niet zelf te schrijven, maar zal ze in elk geval lezen en er waarschijnlijk ook graag over praten.

vrijdag 23 januari 2009

Feestje?






















Vandaag las ik bij Tenaanval dat haar blog precies een jaar oud is. Ik verkeerde in de veronderstelling dat het mijne eind volgende week 'jarig' zou zijn, maar nu begon ik te twijfelen, want we zijn bij ProBiblio allemaal op dezelfde dag met de 23dingen-cursus begonnen. En inderdaad, ik ben ook op 23-1-2008 met mijn weblog begonnen. Omdat ik dacht dat ik nog even de tijd had, heb ik nog niet nagedacht over een 'evaluatie' dus die houden jullie tegoed. Maar ik wou het toch alvast even memoreren. Felicitaties zijn niet nodig. Maar neem gerust een stukje taart, hij staat ervoor.

donderdag 22 januari 2009

Beetje taal


















Plaatje hier gevonden.

Zo af en toe duikt er ineens een nieuwe veelgebruikte term op in het dagelijks taalgebruik. Momenteel is dat 'toch?' Zoals ik vanavond bij AH het ene meisje tegen het andere hoorde zeggen: 'Dat was het dan wel, toch?' Let maar eens op als het je nog niet is opgevallen. 'Toch?' lijkt mij de opvolger van 'zeg maar', maar het is heel goed mogelijk dat ik er tussenin iets gemist heb. 'Zeg maar' is inmiddels teruggedrongen naar een uithoek van de samenleving en wordt vrnl. nog gebruikt door meisjesstudenten van rond de 20. 'Toch?' heeft vergeleken met 'zeg maar' het voordeel dat het per zin maar een keer gebruikt kan worden, nl. aan het eind, terwijl er mensen zijn die 'zeg maar' in een zin wel drie keer weten in te passen. Anders aan 'toch?' is dat het ook in de schrijftaal opduikt, terwijl 'zeg maar' echt spreektaal is (zoals de term zelf natuurlijk al aangeeft). Soms wordt 'toch?' aan het eind van een zin achter een komma gebruikt, soms is het een nieuw zinsdeel na een punt. Dus b.v.: 'Dat is wel een goed idee, toch?' of: 'Dat is wel een goed idee. Toch?'

Bij dit soort dingen vraag ik me altijd af: wie is er mee begonnen en hoe heeft het zich verspreid? Zou dat uit te zoeken zijn? En hoe komt het dat het zo aanstekelijk werkt? Op zoek naar een illustratie vond ik bovenstaande cd, die ik niet ken. (Ik hoop maar dat het geen al te slecht idee is om hem hier te plaatsen.) Is die de oorzaak of was het woord er al eerder?

Ik ben nog uit de tijd van 'weetjewel'. Om je dat te herinneren moet je denk ik wel boven de 50 zijn, toch?

woensdag 21 januari 2009

Treingedicht


















Bron: Flickr, foto: dearbarbie

SCRIPTA MANENT, MAAR NIET ALTIJD

Je droomde dat je reisde in een trein.
Je had een boek op schoot. Je las eruit.
De wereld die voorbijschoof aan de ruit
Ontging je. Je onderging alleen de pijn

Van liefde in een opzwepende roman.
Je leefde mee met al het wel en wee.
Zo kan alleen voor een vergeten man
Bloedlauwe gloed ontstaan in een coupé.

Je was op bladzij honderzeventien
En daar verdwijnt de trein een tunnel in.
Je kon geen hand, vervloekt, voor ogen zien.
Je zat maar en verroerde daar geen vin.

De wand weerkaatste ploffend het getjoek.
Na uren werd het licht. Je zat er nog,
Maar hield nu in je handen stof, bedrog.
Je tuurde naar een onherkenbaar boek.

Het was als na het vallen van een doek.
Een mens doorkruist zo dikwijls tunnels, ach,
Wat ooit begint als hartslag en gelach
Raakt als een zakmes uit een jongensbroekzak zoek.

Gerrit Komrij

dinsdag 20 januari 2009

Beetje blij

Sommige sombere buien waaien snel over. En het is niet voor het eerst dat gamen daartoe leidt. Kijk nou toch eens wat een leuk filmpje ik zojuist ontdekte op Bibliotheek 2.0:

Beetje treurig 2


Bron: Flickr, foto: f-l-e-x

Gisteren werd ik gelukkig bijtijds door De Pers gewaarschuwd dat het de somberste dag van het jaar ging worden, dus toen kon ik mij ertegen wapenen. Maar vanmorgen, toen ik dacht 'dat hebben we ook weer gehad', raakte ik onverwacht alsnog gedeprimeerd. Wat was de reden? Ik lees al geruime tijd in De Welwillenden van Jonathan Littell en vanmorgen, toen ik er in de trein in zat te lezen, leek het me opeens toch zo fijn om er eens met iemand die dat boek ook aan het lezen is of het gelezen heeft over van gedachten te wisselen. En vervolgens dacht ik: waarom kan zoiets nou niet in de bibliotheek? Je kunt aan de bibliotheek gerust een vraag stellen als 'Hoe kunnen koeien melk geven als ze alleen maar groen gras eten?' (gevonden bij al@din) en daar krijg je dan een keurig antwoord op, maar er is geen mogelijkheid om even over een boek te praten als je daar behoefte aan hebt.

Ja, ik weet dat er leeskringen zijn. Maar ik wil alleen maar even over De Welwillenden praten. Nee, ik verwacht niet dat er een bibliothecaris voor me klaarzit die het boek gelezen heeft en ook niet dat hij me kan doorverbinden met een collega elders in het land die dat wél deed. Ik verwacht niet eens dat er ergens een bibliothecaris is die het boek gelezen heeft (al sluit ik het ook niet uit). Maar zou het niet mooi zijn als er b.v. op de bibliotheeksite een digitaal prikbord was waar je op kon zetten 'Wie wil met me mailen over De Welwillenden?' En dat dat dan echt iets opleverde? Ja, bij LibraryThing zal zoiets wel kunnen. Maar het lijkt me toch veel mooier als het bij de bibliotheek ook zou kunnen. Waarom is de bibliotheek, naast alles wat hij nog meer is of wil zijn, toch ook niet de plaats waar literatuur een hoofdrol speelt? Van die gedachte werd ik een beetje somber.

maandag 19 januari 2009

Alibi















Plaatje hier gevonden.

zondag 18 januari 2009

Axie 2









Het weblog(je) Nederland Leest in Grote Letter is klaar en een beetje aangekleed. Binnenkort ga ik de mij bekende contactpersonen voor het ouderenwerk van bibliotheken (en waar mogelijk ook de contactpersonen in zorginstellingen) in Noord- en Zuid-Holland een mailtje sturen met het verzoek de 'actie' te ondersteunen. Als iemand van jullie ook een woordje van solidariteit op het NL in GL-blog wil toevoegen: graag. En als in je bibliotheek een contactpersoon ouderenwerk is en je zou die er op willen wijzen: graag. Ook wie niet 'van een bibliotheek' is wordt van harte uitgenodigd desgewenst een reactie te plaatsen.

Misschien een beetje flauw, maar omdat ik het zo 'officieel' mogelijk wil houden vanwege het t.z.t. hopelijk kunnen overdragen van de reacties aan de CPNB: graag ondertekenen met naam en (indien van toepassing) functie en bibliotheek en a.u.b. maar liever niet aan 'schrijverdezes' refereren.

Als je niks met ouderenwerk hebt of het plan onzin vindt, voel je dan vooral niet verplicht!

zaterdag 17 januari 2009

Axie















Een paar maanden geleden nam ik mij voor om de CPNB een brief te schrijven met het verzoek bij de volgende ronde van Nederland Leest het gekozen boek ook in een grootletterversie te laten verschijnen. Nu het nieuwe boek bekend gemaakt is dacht ik dat ik nu mijn brief maar eens moest schrijven. Ik heb eerst wat contactpersonen voor het ouderenwerk in bibliotheken gevraagd wat zij ervan dachten en de reacties waren dermate positief dat ik de brief geschreven heb.

Inmiddels heb ik begrepen dat er vorig jaar ook een dergelijk verzoek gedaan is en dat de CPNB wel bereid was een grootletterversie uit te brengen, maar dat het geld dat daarvoor nodig was elders vandaan zou moeten komen. Daar is het helaas op stukgelopen. Mijn verwachting dat het dit jaar wel zal lukken is niet hooggespannen, maar ik wil toch nog wel even verder gaan met mijn 'actie', omdat ik vind dat bibliotheekleden die op grote letters zijn aangewezen niet van Nederland Leest uitgesloten zouden horen te worden. (Dit staat los van wat ik verder van Nederland Leest vind.)

Ik ben nu bezig met het maken van een weblog waarop namen en opmerkingen van mensen die er ook zo over denken verzameld kunnnen worden. Gezamenlijk kunnen we waarschijnlijk meer druk op de CPNB uitoefenen. Helaas zijn mijn 23dingen-vaardigheden, die toch al nooit zoveel voorstelden, bij gebrek aan oefening sterk achteruitgegaan. Het maken van dat weblog kost me daarom meer tijd dan ik verwacht had. En dan moet ik straks ook nog mensen erop gaan attenderen. Deze activiteiten staan, net als het lezen van romans, niet in mijn taakomschrijving en dienen dus evenals dat lezen in mijn vrije tijd te gebeuren. De brief heb ik eerlijk gezegd onder werktijd geschreven, maar veel gekker kan ik het niet maken.

Conclusie van dit verhaal: ik heb even geen tijd om te bloggen. Tot later maar weer.

vrijdag 16 januari 2009

Wie wat vindt heeft slecht gezocht*

















Plaatje komt van BoekenDingen.


Ik heb wel eens eerder gezegd dat volgens mij diverse catalogi nog een heel stuk verbeterd zouden moeten worden voor ze echt klantvriendelijk zijn. En vandaag zeg ik het nog maar eens.

Een collega vertelde me iets over een zoekactie in de catalogus van Bibliotheek Rotterdam. Ik heb die actie nu zelf ook even uitgevoerd en inderdaad: merkwaardig. Het is een heel simpel zoekactietje, nl. dit: we zoeken het boek van Cees Dekker,
En God beschikte een worm, en daarna kijken we eens wat die Dekker nog meer geschreven heeft.

Stap 1. Intikken van de titel in het zoekvenster bij 'uitgebreid zoeken'. Keurig verschijnt het boek op het scherm met daaronder de namen van de beide auteurs: C. Dekker en R.W.J. Meester. Beide namen zijn aanklikbaar, dus wat lijkt logischer dan stap 2. te zetten en op C. Dekker te klikken, in de verwachting dat je dan een lijstje met de andere titels van C. Dekker te zien krijgt. Maar zo werkt het helaas niet: je krijgt wel een lijstje maar daar staan opeens allerlei Dekkers op, waar je de C. Dekker die je zoekt tussenuit moet vissen. Dat lukt met een beetje moeite wel, maar handig kan ik het niet vinden. Je zou toch denken dat het niet al te ingewikkeld moet zijn om die catalogus zó te programmeren dat je, als je op een auteursnaam klikt, alleen de titels van díe auteur te zien krijgt en niet ook vanalles (alles?) van zijn naamgenoten. Maak anders zo'n naam maar liever niet aanklikbaar, want dat wekt toch bepaalde verwachtingen.

Eerlijk gezegd vind ik dit nogal stom overkomen.

Nog vreemder wordt het als je 'Cees Dekker' ('Dekker, Cees' geeft hetzelfde) invult in het allereerste zoekvenster dat je op de site tegenkomt. Je krijgt dan drie treffers, waar geen enkele Dekker bij zit. Wel krijg je er geheel gratis een prachtige woordenwolk bij, waaruit je b.v. kunt opmaken welke auteurs nog meer Cees (Nooteboom) of Dekker(s) (Marlies) heten.

Stel dat je, op zoek naar boeken van Cees Dekker, wetend dat hij
En God beschikte een worm geschreven heeft, op de site van Bibliotheek Rotterdam bent terechtgekomen via Google. (Dat zou zomaar kunnen, konden wij op ZB Digitaal lezen.) En dan maak je mee wat ik hierboven beschreef. Dan fiets je toch zo snel als je kunt naar de bibliotheek om lid te worden?






















* Wie wat vindt heeft slecht gezocht is de titel van een gedicht (en van een bundel) van Rutger Kopland.

donderdag 15 januari 2009

Beetje treurig













Foto: wikimedia


Soms word je wel eens een beetje blij van een kleinigheid, maar een andere keer toch weer een beetje treurig. Vandaag iets over twee zaken die mij niet vrolijk stemden.

1. Vanmorgen in de trein las ik in De Pers deze regel:

In de VS krijgt iedereen die 10 vriendjes op Facebook dumpt, een gratis Whopper bij Burger King.

In mijn naïviteit dacht ik nog even dat 'dumpen' in dit geval zoiets betekende als 'aanmelden', maar verder lezend begreep ik dat toch gewoon 'eraf gooien' bedoeld werd. Thuisgekomen googelde ik het even en werd me al snel duidelijk hoe het zat én dat het aansloeg.

Ik weet natuurlijk ook wel dat Facebookvrienden meestal geen vrienden in de oude zin des woords zijn, maar het waren toch ooit op zijn minst mensen van wie je het leuk vond dat hun foto bij de postzegelverzameling op je site stond. Maar ja, in een tijd van kredietcrisis is een hamburger nooit weg natuurlijk. 'Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral' zoals Brecht ons lang geleden al voorhield. Waarom daar nu nog om treuren?

2. Ik las vandaag ook het weblog van de bibliothecaris die mij eerder lichtelijk onthutste door de mededeling dat het lezen van romans had moeten wijken voor het lezen van weblogs e.d. Vandaag schreef deze bibliothecaris, van wie de naam er ook nu niet toe doet omdat het me om het verschijnsel gaat, het volgende:

In de afgelopen weken heb ik de schaarse vrije tijd online vooral gevuld met Twitter en de randverschijnselen van Twitter en het lezen van discussies over het nut van Twitter en ik ben bepaald niet de enige. Dat betekent concreet dat je andere dingen laat liggen. Bijvoorbeeld het lezen van Next.

Met het lezen van Next wordt neem ik aan het lezen van nrc.next bedoeld, op zich al een krant voor mensen die het nieuws in hapklare brokken tot zich willen nemen. En Twitter is natuurlijk nog een flinke stap verder, want dat is nieuws in 140 posities. Van mij hoeft niemand de krant te lezen, ik doe het zelf ook vaak niet, maar realiseer je wél dat je alleen ergens van op de hoogte kunt raken door er vele malen meer dan 140 posities over tot je te nemen en geloof maar liever niet dat je door te twitteren ook heel goed van het nieuws op de hoogte kunt blijven, zoals deze bibliothecaris wél doet:

Je kunt daardoor razendsnel koppensnellen en dat is voor informatiegrootverbruikers zoals ik werkelijk een uitkomst.

Maar laat ik niet te veel moraliseren. Eerst maar 's wat eten.

woensdag 14 januari 2009

Wat ik las 8

Voordat ik De jongen in de gestreepte pyjama las, las ik Sneeuweieren van Ricus van de Coevering. Dit boek hoort thuis in het volgende lijstje:

1. Ricus van de Coevering: Sneeuweieren
2. Simone Lenaerts: Zeewater is zout, zeggen ze
3. Willem Jardin: Monografie van de mond
4. Tania Heimans: Hemelsleutels
5. Janneke van der Horst: Ik weet hoe jongens huilen

Herkende iemand dit lijstje? Het zijn de genomineerde boeken voor de Academia DebutantenPrijs 2009. En voor wie nu denkt 'wat is dat nu weer voor een prijs?' geef ik hier enkele winnaars uit voorgaande jaren:
• Anna Enquist voor Het Meesterstuk in 1995
• Jessica Durlacher voor Het Geweten in 1998
• Erwin Mortier voor Marcel in 2000
• Gerbrand Bakker voor Boven is het stil in 2006
• Marieke van der Pol voor Bruidsvlucht in 2007/2008

Sneeuweieren was me een keer in de boekhandel aangeraden en toen onlangs een kennis met wie ik wel eens over boeken praat er ook erg enthousiast over was, ben ik het gaan lezen.

Is er iemand die dit stukje leest en die Boven is het stil van Gerbrand Bakker mooi vond? Die kan ik Sneeuweieren van harte aanraden. Het is een boek met een soortgelijke sfeer en een soortgelijk taalgebruik en ook de meeste recensies die ik gelezen heb wijzen op de overeenkomsten.

Zelf hoorde ik tot die paar lezers (als ik niet de enige was) die Boven is het stil niet zo konden waarderen, en ook van Sneeuweieren was ik niet bijzonder onder de indruk. Ik ging op zoek naar bevestiging van mijn oordeel, want vaak is er toch wel één recensie te vinden die jouw mening tot uitdrukking brengt, maar ik vond alleen lof voor dit boek. Trek je van mij dus vooral niks aan en lees het.

Ik zal niet te veel prijsgeven want het is een boek met een soort 'plot' en die hoor je natuurlijk niet te vertellen als je een boek bespreekt, al doen recensenten dat soms wel.

Het boek gaat over drie mensen die tot elkaar veroordeeld zijn, zoals dat vaker gaat in gezinnen. Het zijn kippenboer Harm, zijn vrouw Olga, die voor ze met hem trouwde zijn huishoudster was, en hun uit Ghana afkomstige geadopteerde zoon David. Harm en Olga hebben David geadopteerd nadat ze een doodgeboren dochtertje hadden gekregen, waarna Olga zelf geen kinderen meer kon krijgen. David was op de basisschool in het dorp een buitenbeentje en werd gepest, maar in de brugklas in de stad is hij niet de enige bruine leerling en daar voelt hij zich beter thuis. Hij is geïnteresseerd in de natuur en wil bioloog of arts worden. Harm zou graag zien dat David later het bedrijf overnam, maar daar voelt David niks voor. Zelf werkt Harm keihard in zijn fokkerij van scharrelkippen en heeft soms niet eens tijd om even naar binnen te gaan om te gaan eten, zodat Olga vergeefs op hem zit te wachten. David haalt af en toe rotstreken uit, zoals het in brand steken van de vogelverschrikker van de buurman. Harm geeft hem dan wel eens een klap. Olga had graag zangeres willen worden en zingt nu in een kerkkoor. Op een dag in de herfstvakantie gaat David naar het moeras om daar een mot die hij gevangen heeft vrij te laten. Na uren is hij nog niet terug en als het al bijna donker is gaat Harm hem zoeken. De rest laat ik onbesproken.

De kennis die me het boek aanraadde noemde het 'verstild' en dat vind ik wel een toepasselijke term. Het verhaal is sober en de stijl ook. Dat beviel me wel, al vond ik sommige zinnen wat stijf en leek het alsof de auteur krampachtig probeerde geen fouten tegen bepaalde 'regels' te maken (zoals niet twee keer achter elkaar hetzelfde woord gebruiken, waardoor 'zien' ineens 'ontwaren' wordt). Wat me hinderde was de vele kippensymboliek: te vaak naar mijn smaak ging het over eieren, veren en het eten van kip. De sneeuweieren uit de titel zijn ook een gerecht met veel eieren, het lievelingstoetje van David. Aan het eind van het boek verkleedt Olga zich in een jurk waar ze zelf veren op genaaid heeft en doet er laarzen bij aan, zodat je meteen denkt: ze ziet eruit als een kip.

Het is een treurig boek over mensen die teleurgesteld zijn in het leven en in elkaar en hoewel ik niets heb tegen dergelijke boeken, integendeel zelfs, miste ik een beetje humor of ironie. Ik denk dat dat de reden is waarom ik het boek niet echt goed vond. Maar nogmaals, als je van Gerbrand Bakker houdt zal Sneeuweieren je hoogstwaarschijnlijk ook bevallen.

Zie hier het weblog van Ricus van de Coevering.

dinsdag 13 januari 2009

Wat ik las 7

De afgelopen dagen las ik De jongen in de gestreepte pyjama van John Boyne. Een collega raadde me dit boek dringend aan, Wies schreef dat het veel indruk op haar had gemaakt en een van mijn kinderen las het op aanraden van een vriendin die het erg goed vond en vond het zelf 'wel goed maar niet geweldig'. Genoeg om me te doen besluiten het ook te gaan lezen.

Voor wie het nog wil lezen en op wikipedia gelezen heeft hoe het afloopt, dat had ik ook gelezen en het maakte mij niks uit. Dit is geen boek waarin het om de afloop gaat, al is die dramatisch. Integendeel, je leest het misschien wel aandachtiger als je al weet hoe het gaat eindigen. Dit ter geruststelling.

Een samenvatting is her en der te vinden, dus ik hou het kort. De 9-jarige Bruno verhuist in 1943 onverwacht, samen met zijn ouders en zijn zusje Gretel van 12 en hun dienstmeisje Maria, van Berlijn naar een plaats die hij uitspreekt als Oudwis. Zijn vader is een hoge officier in het Duitse leger en geniet de speciale belangstelling van de 'Furie', die een keer met zijn vriendin Eva bij hen is komen eten.

Bruno mist hun fijne huis, de buurt en zijn vriendjes. Vlakbij hun nieuwe huis is een groot terrein met een hek eromheen waar hij mensen ziet lopen in gestreepte pyjama's en met een gestreepte muts op. Hij is een beetje jaloers omdat die mensen het voor zijn gevoel gezelliger hebben. Hij gaat wandelen langs het hek en maakt kennis met Shmuel, een jongen die achter het hek woont en zich graag afzondert in een uithoek van het terrein. Ze blijken precies even oud te zijn. Als Bruno de kans heeft gaat hij naar Shmuel toe en praat met hem. Soms geeft hij hem wat te eten. Ze worden vrienden.

Uit het verhaal valt op te maken dat Bruno's vader de leiding heeft over het kamp. Van zijn zusje hoort Bruno dat in het kamp Joden wonen, maar verder heeft hij geen idee van wat er aan de hand is. Shmuel vertelt hem wel hoe hij in het kamp is terechtgekomen, maar niet wat zich er afspeelt. Bruno's moeder wil terug naar Berlijn en Bruno en zijn zusje moeten mee. Bruno vertelt het aan Shmuel en vraagt of hij de laatste keer dat ze elkaar zullen zien mee mag het kamp in. Zijn hoofd is kaalgeschoren omdat hij luizen had en Shmuel kan wel zo'n gestreepte pyjama voor hem meebrengen, zodat hij niet zal opvallen. De rest zal ik niet vertellen.

Wat vond ik van het boek? Ik vond het een echt jeugdboek, al weet ik niet zeker of het zo bedoeld is, en het lijkt mij heel bruikbaar voor de geschiedenisles. Ik vond Bruno wel wat onwaarschijnlijk naïef in zijn onbegrip, maar het lijkt me toch ook weer niet onmogelijk dat een kind zo tegen de dingen aankijkt. De ontmoetingen met Shmuel leken me erg onwaarschijnlijk en dat riep bij mij de vraag op of je Auschwitz wel zo mag voorstellen. Het antwoord op die vraag weet ik niet. Enerzijds denk ik dat in de literatuur alles mag, maar anderzijds denk ik dat je wat in de concentratiekampen is gebeurd misschien niet op deze manier mag gebruiken. Maar als het een boek voor kinderen is denk ik dat het toch weer anders ligt, omdat je kinderen omzichtig over deze dingen moet inlichten. Een verhaal over één joodse jongen is dan beter geschikt om mee te beginnen dan een les over de 6 miljoen.

Het is een aangrijpend boek, maar ik denk dat dat voor ons als volwassenen mede bepaald wordt door wat wij eerder al over de concentratiekampen gelezen hebben. Een kind dat via dit boek te weten komt dat er dergelijke kampen geweest zijn zal daar meer uitleg over moeten krijgen om er zich een enigszins waarheidsgetrouw beeld van te vormen, al is zo'n beeld natuurlijk, ook al lees je er nog zoveel over, maar zeer beperkt mogelijk.

Het boek bevat in elk geval goede aanknopingspunten om grote onderwerpen als anti-semitisme, goed & kwaad en vriendschap te bespreken. De stijl vond ik mooi sober, behalve dan de vele herhalingen die het boek (naar ik aanneem) een ironisch tintje moeten geven, zoals over de werkkamer van Bruno's vader 'die Verboden Terrein was. Altijd. Zonder Uitzondering.' En dat staat er dan steeds als het over die kamer gaat. Kinderen vinden dat misschien juist leuk en andere volwassen misschien ook wel, maar mij irriteerde het een beetje. Leuk voor Winnie de Poeh, maar in een boek als dit hou ik er niet van. Maar wie weet heeft de schrijver het bewust gebruikt om het dramatische verhaal wat draaglijker te maken, zoals Foer in Alles is verlicht voor mijn gevoel ook de stijl gebruikte om het drama wat minder dramatisch te maken.

Al met al voel ik me het meest thuis bij de mening van mijn dochter: ik vond het wel goed maar niet geweldig. Maar lees het vooral zelf en voor een jeugdbibliothecaris lijkt het me eigenlijk een verplicht boek.

maandag 12 januari 2009

Theetijd














Fluitketel Le Lapin van de Hema.

Ik zit me nu al een uur af te vragen waar ik het eens over zal gaan hebben en aangezien dat niets heeft opgeleverd, heb ik het vandaag gewoon nergens over. Geeft jullie de tijd om ff iets te googelen, wat, zoals vandaag in de krant (NRC Handelsblad) staat, net zoveel energie kost als een kop thee zetten. Dat laatste ga ik nu maar 's doen.







Klik op de tekst om hem te vergroten.

zaterdag 10 januari 2009

Wie appelen vaart... 2
















Bron: Flickr, foto: Ferdi's World.

Ik had beloofd nog even terug te komen op de vraag 'moet een bibliothecaris romans lezen?' Een vraag die ik zelf met een 'ik vind van wel' beantwoordde in mijn stukje van een paar dagen geleden. Ik kreeg daar interessante reacties op (hartelijk dank, dames uit het oosten!) en die hebben mijn mening genuanceerd. (Wat ik o.a. zo leuk aan bloggen vind, is dat je er nog eens door op andere gedachten wordt gebracht.)

De regel waar ik mij het meest in herkende kwam van Steenwijk23: 'Als je niet van lezen houdt begrijp je toch helemaal niet wat die mensen in vredesnaam te zoeken hebben in een bibliotheek.' Maar ik heb inmiddels mijn mening bijgesteld en hem ingekrompen tot: een bibliothecaris die op de romanafdeling werkt hoort zelf regelmatig romans te lezen. Van dit standpunt ben ik waarschijnlijk écht niet af te brengen, maar probeer het gerust als je zin hebt.

(Wat ik me, tussen haakjes dus, wel afvraag is: werken er op de romanafdeling van bibliotheken nog wel bibliothecarissen? Ik bedoel het zo: als ik in een bibliotheek op de romanafdeling rondloop en ik zou advies willen vragen over een te lezen boek, is er dan een bibliothecaris aan wie ik dat kan vragen? En als die er inderdaad is, is hij/zij dan een beetje in de buurt en hoef ik niet in de rij te staan om hem/haar te spreken? Want als er nog iemand achter je staat ga je natuurlijk niet zo snel een gezellig praatje staan maken over boeken. Ik kom eerlijk gezegd te weinig in een bibliotheek om dit te weten. In de Centrale van Bibliotheek R'dam, waar ik af en toe kom, is wel altijd iemand achter een balie te vinden en dat lijken me meestal ook wel echte 'bibliotheekmensen', maar ik vraag hun zelden of nooit wat. Daar is op de een of andere manier blijkbaar de sfeer niet naar, want in de boekhandel doe ik het wel; het ligt dus niet aan mij, wil ik maar zeggen. Ik zou het zelf een groot pluspunt vinden als ik in de bibliotheek over boeken kon praten, liefst met iemand die er meer vanaf weet dan ikzelf.)

En dan de rest van de bibliothecarissen, nl. de mensen die je als lener nooit tegenkomt, de mensen van de 'back-office'. Die ontsla ik hierbij van hun verplichting tot het lezen van romans. Ga gerust lekker schaatsen, rapporten lezen, met de hond wandelen, naar een museum, twitteren of wat je verder leuk vindt en laat die romans maar zitten. Als je er voor openstaat kun je ook op het ijs of in rapporten het nodige over de maatschappij en over wat de mensen willen (lees Tenaanval) te weten komen. Ik twijfel er niet aan: je kunt ook heel goed plannen maken, adviezen geven, budgetten bewaken en al die andere dingen die 'achter de schermen' gebeuren, zonder ooit een roman te lezen. Dit klinkt misschien ironisch of zelfs cynisch, maar ik meen het serieus: ik realiseer me inmiddels dat de wens (om over de eis maar te zwijgen) dat iedere bibliothecaris van romans houdt op zijn minst achterhaald is en slechts een uiting van mijn strikt persoonlijke romantische verlangen naar een bibliotheek waar alleen maar enthousiaste romanlezers zouden werken. Zoiets als dat boeren altijd klompen zouden moeten dragen en de hele week aardappels eten.

Dat je door romans te lezen een samenleving zou kunnen leren kennen vind ik nog steeds een mooi idee van mijn leraar sociologie maar het is natuurlijk wel een idee van 40 jaar geleden en misschien toch een beetje achterhaald, en wie weet is het zelfs nooit echt waar geweest, al heb ik het altijd wel overtuigend gevonden. Ik schreef het ook alleen maar op omdat ik hoopte dat het heel misschien één enkele bibliothecaris die wél dit blog leest maar nooit romans, ertoe zou brengen toch weer eens een roman te pakken. En zelf blijf ik graag geloven in de uitspraak van mijn leraar, maar dat is natuurlijk omdat ik het een aardige leraar vond en omdat ik graag romans lees...

Als dit geen voortschrijdend inzicht was!

O ja, en dan de bakker nog. Dat vind ik een lastige. Moet een bakker zelf al zijn broden eten? Ik vind eigenlijk van wel, d.w.z. ik vind dat hij ze in elk geval een keer gegeten moet hebben. Een bakker die zelf bakt zal dat ongetwijfeld ook doen, want die wil weten wat hij gemaakt heeft. Een 'broodverkoper' zou het vind ik ook moeten doen, maar dat kun je misschien niet van hem/haar verwachten. Een bibliothecaris (op een uitzondering als Agnes Klitsie na) schrijft wat hij/zij uitleent natuurlijk niet zelf en lijkt dus in zijn relatie tot boeken op een broodverkoper. Toch is het ook wel weer een beetje anders, maar daar kom ik niet goed uit.

vrijdag 9 januari 2009

Boek&bieb 9

AvA wees me op een alinea uit Joe Speedboot van Tommy Wieringa waarin een bibliotheek voorkomt. Dankjewel AvA!

De ik-figuur/verteller in Joe Speedboot heet Fransje. Hij is verlamd, zit in een rolstoel en kan slechts een arm gebruiken. Hij beschrijft zijn leven in dagboeken.

Ik denk vaak aan de grote samoerai Miyamoto Musashi wanneer ik schrijf, die zegt dat de weg van de samoerai tweeledig is: de weg van het zwaard én die van het penseel, ofwel de pen. De weg van het zwaard is een beetje moeilijk voor mij, blijft die van de pen over. Ik heb dat uit Het Boek van de Vijf Ringen, Go Rin No Sho, het boek dat ik in de bibliotheek vond en stukgelezen heb. Ik heb het nooit teruggebracht.

Het motto van Joe Speedboot luidt:

Er wordt gezegd dat de samoerai
een tweevoudige Weg heeft,
van het penseel en het zwaard.

MIYAMOTO MUSASHI


Ik kan uit het boek niet opmaken of de schrijver een bestaande bibliotheek voor ogen heeft gehad. Daarom bovenstaand een plaatje van Het Boek van de Vijf Ringen.

donderdag 8 januari 2009

Op de goede weg

















Foto gevonden op 'venana, fallen off the face of the planet, for now's photostream' bij Flickr.


Een bericht uit De Poezenkrant (zoiets als ZB Digitaal, maar dan voor poezenliefhebbers), aflevering 53 , ca. begin 2009:

Naam
Poes BIBI is ooit zo genoemd omdat ze was gevonden op weg naar de bibliotheek. -
Steven Reijers

Op Flickr staan honderden foto's van katten die Bibi heten. Bovenstaande is er een van. (Met welgemeende excuses aan Anna en de commune idtvdb.)

woensdag 7 januari 2009

Boek&bieb 8










Foto van deze website.


Ik heb De Welwillenden even opzij gelegd en lees nu Sneeuweieren van Ricus van de Coevering. Het volgende citaat komt uit dat boek. Het gaat over David, de uit Ghana afkomstige geadopteerde zoon van Olga en Harm.
'Ampel' heeft denk ik het e.e.a. gemeen met Asten, de geboorteplaats van de auteur. Daarom een foto van de bibliotheek van Asten.

Ze ging tegenover Harm aan tafel zitten en zei: 'Maandag moet hij weer naar school.'
'Weet je nog dat we hem overal zochten? In huis, in de achterstal, op het erf. Nergens te bekennen.'
'Behalve in Ampel, toch?'
'Was hij helemaal naar de bibliotheek gefietst!'
Harm ging de bijkeuken in, schoot in zijn klompen en riep: 'Het is altijd wat met die boekenwurm - de bibliotheek!'


Op de website waar ik de foto vond, staan ook foto's van een lezing van Ricus van de Coevering in de bibliotheek van Asten.

dinsdag 6 januari 2009

Vals plat
















Booktable
, Richard Hutten, 2008

Hier gevonden.

Op BoekenDingen las ik een artikeltje dat was overgenomen uit Tubantia. Er staat in dat Bibliotheek Almelo binnenkort in enkele vestigingen de boekenkasten wegdoet en de boeken voortaan 'frontaal' zal presenteren op tafels.

Merkwaardig, om niet te zeggen hóógst merkwaardig, zoals De Schaduw dat placht uit te drukken. Frontaal presenteren van een deel van de boeken is leuk en zorgt ervoor dat boeken meer aandacht krijgen. Dat weet elke boekhandelaar en b.v. in DOK Delft en in ongetwijfeld veel meer bibliotheken werkt men er ook mee. Maar álle boeken?? Hoeveel boeken moeten ze daar in Almelo weggooien om de rest allemaal op tafels te kunnen leggen? Dat zou ik wel eens willen weten! Een boek dat je op een tafel legt neemt toch al gauw 5x zoveel plaats in als een boek dat op een plank staat en dan heb je in een kast ook nog 's een aantal planken boven elkaar. Dus het is nog héél voorzichtig als ik schat dat je maar 20% van je boeken op die tafels kwijt kunt. Moet de rest dan weg? Dat kan toch niet waar zijn?

En wat denken ze ermee te bereiken? Boeken die frontaal gepresenteerd worden, worden vaker uitgeleend dan boeken die in de kast staan, dat zal ongetwijfeld al een paar keer zijn aangetoond. Denken ze nu in Almelo dat als je alle boeken frontaal presenteert ze dan allemáál vaker uitgeleend worden? Ja, als je eerst 80% weggooit zou dat wel eens kunnen gebeuren natuurlijk...

Ik denk altijd maar: vooral niet alles geloven wat in de krant staat (Astrid zei het vandaag ook al). Dus dit geloof ik voorlopig ook nog maar even niet. Hoe zit dat, dames & heer in het oosten, weten jullie hier meer van?

Observatie

Soms word je wel eens even vrolijk in de tram en vandaag had ik dat. Toen ik van de trein naar de tramhalte liep kwam mijn tram net aanrijden en met een sprintje haalde ik hem. Hij was vol maar ik kon toch nog zitten. Dat was leuk. Maar het leukste was dit: naast mij zat een moslimmeisje van een jaar of 20 te lezen. Nieuwsgierig als ik ben naar wat mensen lezen probeerde ik te zien welk boek het was. Het bleek een omnibus van Julia Burgers-Drost te zijn. Dat is een auteur van familie-/streekromans van wie ik in vrijwel elke collectie die ik maak wel een paar boeken doe, behalve als men bij de wensen 'niet (te) christelijk' heeft vermeld. JBD schrijft nl. prot. chr. boeken. Het lukte me een regel te lezen: 'Folkert had resoluut een andere geloofsgemeenschap gezocht.' Toen ik moest uitstappen sloeg het meisje net haar boek dicht en kon ik ook nog de titel lezen: 'Met Open Armen'.

Kijk, daar werd ik nou vrolijk van en dat wilde ik graag even met jullie 'delen'.
Voor wie niet snapt hoe je dáár nou vrolijk van kunt worden: prima, maar ik ga het niet uitleggen.

zondag 4 januari 2009

Bieb de bouwer
















Kleurplaat hier gevonden.

Astrid wees ons op de uitzending van Boeken op TV van de VPRO over het boek De draagbare lichtheid van het bestaan, een bundel essays onder redactie van Valerie Frissen en Jos de Mul, die zelf ook een bijdrage aan dit boek leverden. Ik heb die uitzending inmiddels ook bekeken en kan aan de mooie samenvatting die Astrid ervan gaf niets toevoegen. Wel wil ik proberen iets te vertellen dat ik als gevolg van die uitzending dacht.

In het gesprek kwam een theorie van de (inmiddels honderdjarige) antropoloog Claude Lévi-Strauss aan de orde. Levi-Strauss onderscheidt twee manieren van denken: die van wat hij de 'ingenieur' noemt en die van de 'bricoleur' of 'knutselaar'. Met het denken van de ingenieur wordt de wetenschappelijke manier van denken bedoeld: gericht op de lange termijn en van een zeker abstractieniveau. De manier van denken van de knutselaar, het zgn. 'wilde' denken, is gericht op direct praktisch nut en maakt gebruik van 'bouwstenen' die (toevallig) voorhanden zijn. 'Web 2.0' is een mooi voorbeeld van dat wilde denken: met behulp van allerlei (ons inmiddels door de 23 dingen bekende) gebruiksvriendelijke webmogelijkheden knutselen wij er lustig op los: wij bloggen, flickeren, hyven, enz. enz. en geven daarmee ons dagelijks bestaan een bepaalde door ons gewenste vorm.

Het heeft mij altijd een beetje verbaasd dat wel gedacht wordt dat deze bouwstenen ook bij uitstek geschikt zouden zijn om de bibliotheek mee te hervormen, dus om a.h.w. een nieuwe bibliotheek mee in elkaar te knutselen. Ik heb daar vanaf het begin van de 23dingen-cursus een vaag onbehaaglijk gevoel bij gehad dat ik nooit echt goed onder woorden kon brengen, iets van voorlopigheid en van willekeurigheid en tijdelijkheid, van ad hoc-denken. Nu heb ik bij dat gevoel een term gevonden: knutselen (ofwel bricolage).

Met dat knutselen is op zich helemaal niks mis en het helpt de mens om zich te handhaven op een manier die hem bevalt. 'Web 2.0' sluit perfect aan bij wat veel mensen momenteel het belangrijkste in hun leven vinden: communiceren. Het lijkt me dus beslist een goed idee als de bibliotheek daar ook bij zou aansluiten. Maar zou er om de bibliotheek te laten overleven toch ook niet iets meer nodig zijn, iets wetenschappelijkers, iets van de langere adem, iets waar wat langer over nagedacht is? Die 2.0.-bouwstenen zijn maar voorlopig van aard en als er weer iets nieuws wordt uitgevonden gaan veel mensen daar graag meteen mee aan de slag en laten de vorige steen gerust weer vallen.

Neem b.v. twitter, ook zo'n typisch knutselding: heel geschikt voor de mens die graag met veel andere mensen in contact staat, die zich graag bewust is van wat hij doet en die graag snel van een heleboel op de hoogte is. Een mooie bouwsteen voor een dynamisch sociaal leven, zogezegd. Maar dat je de laatste tijd regelmatig leest dat de bibliotheek ook iets met twitter 'moet', net zoals de bibliotheek iets 'moet' met hyves, dat begrijp ik niet zo goed. Je kunt met deze bouwsteen leuk communiceren, maar als je hem voor je organisatie wilt inzetten zul je toch wel iets van enig belang te communiceren moeten hebben. Dat Obama zijn succes voor een deel aan een 'tool' als twitter te danken heeft, zoals aan het begin van de uitzending aan de orde kwam, geloof ik onmiddellijk, maar ik geloof níet dat dat zonder een overtuigende inhoud óók gelukt zou zijn. Ik bedoel: als McCain enthousiaster getwitterd zou hebben, zou hij dan gewonnen hebben? Dat wil ik toch maar liever niet geloven.

Wat wil ik hier eigenlijk mee zeggen? Dat de bouwstenen van een knutselwerk anders zijn dan die van een bouwwerk voor de lange termijn. En dat de bibliotheek hopelijk nog iets is voor de lange termijn en daarom niet gered kan worden met alleen maar het soort bouwstenen dat bij uitstek geschikt is om mee te knutselen (de 2.0-bouwstenen). Zoiets.

Dit kwam in me op n.a.v. dit tv-gesprek. Ik geef meteen toe dat het nogal vaag klinkt allemaal.
Ik hoop het boek nog eens te lezen, of in elk geval het artikel van Valerie Franssen over de ingenieur en de knutselaar. Dan zal vast blijken dat ik het allemaal verkeerd begrepen heb, maar dat zal ik dan eerlijk opbiechten.

Wat ik zag

















Gisteren zag ik de film Oorlogswinter, mijn eerste film na De brief voor de koning en eveneens gebaseerd op een door mij zeer geliefd jeugdboek. De brief heb ik vele malen gelezen, Oorlogswinter maar een of misschien twee keer en dat is lang geleden, dus ik weet niet precies in hoeverre de film klopt met het boek maar dat is misschien wel zo prettig.

Ik ben bepaald geen filmkenner en een score van twee films in een half jaar is voor mijn doen al hoog, dus veel kan ik er niet van zeggen. Ik vond deze film in elk geval een stuk beter dan De brief, al vond ik sommige dingen nogal onwaarschijnlijk en voor m'n gevoel vooral bedoeld om het spannender te maken. Het besneeuwde landschap vond ik erg mooi, de aankleding van huizen en mensen leek me zorgvuldig gedaan en de hoofdrolspeler beviel me een stuk beter dan die in De Brief. Als ik leraar geschiedenis was in een brugklas zou ik hem zeker met mijn klas (gaan) bekijken en er een aantal lessen over WO II aan vastknopen. Achter mij zat een stelletje jongelui zoals ze gek genoeg altíjd achter me lijken te zitten: met XL-bakken popcorn en idem bekers cola en ook de bijbehorende maat monden, maar bij sommige scènes waren ze doodstil en dat zegt m.i. wel wat over de bruikbaarheid van deze film voor onderwijsdoeleinden.

zaterdag 3 januari 2009

Wie appelen vaart...


















Shirt hier te koop.

Gisteren was ik begonnen aan een stukje over bibliothecarissen en lezen, maar dat wilde niet meteen lukken. Vandaag wou ik het nog eens gaan proberen, maar eerst keek ik even op ZB Digitaal en las daar een stuk over het leesgedrag van Bush. Dat relativeert alles wat ik verder ga schrijven op voorhand, dus lees dat maar liever eerst en klik vooral even door op de link 'belezen man'.

Ik weet niet of ik het een keer opgeschreven heb of dat ik het alleen maar bedacht had, maar ik loop al een tijd rond met het plannetje eens iets te schrijven over het feit dat voor mijn gevoel veel bibliothecarissen maar weinig fictie lezen. Aanleiding hiertoe was wat een bekend bibliothecaris die ik hier niet met name zal noemen omdat het niet om de persoon maar om zijn uitspraak gaat me, nu drie maanden geleden, een keer in een reactie (op zijn eigen weblog) liet weten:

Fictie lezen doe ik overigens al een flinke poos niet meer, daar zijn andere dingen voor in de plaats gekomen zoals bloggen, artikelen schrijven en nonfictie lezen.

En ik vermoed dat deze bibliothecaris niet de enige is. Ik kan me natuurlijk vergissen en als iemand van het tegendeel overtuigd is hoor ik het graag, maar ik heb sterk de indruk dat bibliothecaris zijn en het regelmatig lezen van fictie niet rechtstreeks met elkaar samenhangen. Ik verbaas me daarover en ik betreur het ook. Ik heb inmiddels wel geleerd dat het een onjuiste gedachte is als je denkt dat het met elkaar hóórt samen te hangen, want ooit werd mij op mijn werk verteld dat je bij sollicitaties wel eens van die mensen tegenkomt die zeggen dat ze graag bij een bibliotheek willen werken omdat ze zo van lezen houden. Nou, veel fouter kon het eigenlijk niet.

Tot aan dat moment verkeerde ik nog in de naïeve veronderstelling dat van lezen houden dan misschien wel geen voldoende, maar toch op zijn minst een noodzakelijke voorwaarde voor het werken in een bibliotheek was, maar toen begreep ik dat het misschien zelfs tegen je kon pleiten. (Nog een geluk dat ik via de financiële admistratie ben binnengekomen, realiseer ik me nu...) Stiekem ben ik het overigens daarna ook nog blijven denken, maar ik durfde het niet meer hardop te zeggen. Maar onder de dekmantel van mijn pseudoniem durf ik het nu wel te bekennen: een bibliothecaris hoort volgens mij van lezen te houden en dat ook regelmatig te doen. En met lezen bedoel ik dan het lezen van fictie.

Romans en gedichten kun je om allerlei redenen lezen: ter ontspanning, om te ontsnappen aan het leven van alledag, om iets te weten te komen over werelden die je niet kent, om jezelf te leren kennen, om schoonheid te ervaren enz. enz. Dat is voor de meeste mensen natuurlijk in hoge mate privé, want je kunt al die dingen ook op een andere manier verkrijgen of ervaren: sport, muziek, reizen, 'geld, drank & lekkere wijven', gewoon thuis tv kijken, en wat niet al. Maar voor een bibliothecaris is het volgens mij beroepsmatig nodig dat hij/zij literatuur (in ruime zin opgevat) leest. Dat je jezelf 'informatiespecialist' voelt en het daarom voldoende vindt om te weten waar je een veelheid aan informatie kunt vinden is volgens mij maar een kant van je beroep. Veel (uit onderzoek van een paar jaar geleden bleek zelfs duidelijk: veruit de meeste) mensen komen naar de bibliotheek om 'leesboeken' te lenen. Ik neem aan dat dat alleen maar sterker wordt nu steeds meer mensen internet gebruiken om aan hun informatie te komen. Dus de kans wordt ook groter dat zo'n lezer de bibliothecaris aanspreekt met de vraag: kunt u me een goed boek aanraden? En dan kun je natuurlijk, deskundig als je bent, best even doorvragen in de trant van: van welk genre houdt u, heeft u een boek gelezen dat u erg beviel, kent u deze schrijver en wat vond u daarvan, en je zo snel een aardig beeld vormen van wat je die man of vrouw (het laatste ligt voor de hand) zou kunnen aanraden.

Dat is al heel wat, maar dat kunnen een 'woordenwolk' en LibrayThing en Bol.com ('anderen die dit boek kochten, kozen ook') ook al bijna. Maar wat je daar als bibliothecaris aan zou kunnen toevoegen is a. wat je gehoord hebt van andere lezers (daarvoor moeten ze wel met je praten natuurlijk) en b. je eigen leeservaringen. Natuurlijk kun je niet alles gelezen hebben en dat verwacht ook niemand. Maar als ik naar boekhandel v/h Van Gennep ga is het mij een groot genoegen daar met de boekhandelaar (m/v) te praten over recente leeservaringen. En als ik een boek zoek voor iemand anders kan ik daar advies krijgen. En daarom hou ik zo van die boekhandel. En ik zou wensen dat mensen ook op die manier van de bibliotheek konden houden: omdat er mensen werken die van boeken & lezen houden en daar met enthousiasme over kunnen vertellen. Zo, het is eruit.

Twee kanttekeningen:
1. Ik heb de indruk, al is die slechts gebaseerd op enkele ervaringen, dat jeugdbibliothecarissen vaak wél regelmatig boeken voor hun doelgroep lezen.
2. Ik realiseer me dat veel mensen wel bibliothecaris zijn maar zelden of nooit met leners in contact komen omdat zij in de 'back-office' werken. Je zou denken dat het verhaal voor hen niet opgaat, maar dan heb ik nog een laatste pijl op mijn boog: mijn leraar sociologie zei 40 jaar geleden: 'De beste manier om een samenleving te leren kennen is door het lezen van romans.' Dat heb ik altijd onthouden omdat ik het leuk vond, maar ook omdat ik denk dat het waar is. Met de krant en internet en blogs en weet ik wat nog meer kom je er niet als je een beetje wilt weten wat er in de maatschappij speelt. Romans voegen aan die kennis iets toe omdat kunst dingen soms zó verhevigt dat ze daardoor pas tot je doordringen (om het maar eens een beetje kort door de bocht te formuleren). En omdat ik denk dat de bibliotheekwereld moet weten wat er in de samenleving aan de hand is om te kunnen bepalen welke kant we met de bibliotheek op moeten, denk ik dus dat ook 'back-office'-bibliothecarissen romans moeten lezen. Vooral dit laatste wordt nogal ondergraven door het verhaal over Bush, maar misschien toch niet helemaal.

Let wel: hier is over nagedacht, maar het blijft slechts een soort 'stelling'. Tegenwerpingen stel ik zoals altijd op prijs.

De dichter van de kroketten












Deze hadden jullie nog tegoed:


Made in Madurodam

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant


C.B. Vaandrager


Lees b.v. hier iets over C.B. Vaandrager (1935-1992).

vrijdag 2 januari 2009

donderdag 1 januari 2009

al@din nieuwe stijl 3 - slot



















Rotterdam, 1-1-2009


Beste Ria en Tenaanval,

Hartelijk dank voor jullie reacties op mijn twee stukjes over al@din nieuwe stijl. Ik zeg af en toe dat ik kritiek krijgen het leukste van bloggen vind, omdat er uit blijkt dat je serieus genomen wordt en omdat het je aan het denken zet. Maar in dit geval moest ik wel even slikken, want het werd me duidelijk dat van mijn mening niet veel overblijft. Maar wie kaatst moet de bal verwachten nietwaar, en wie zijn gat verbrandt zit nu eenmaal wat minder lekker, eigen schuld.

Ik heb er ook nog 's even over gepraat met de collega die mij inspireerde tot deze stukjes en we kwamen tot de conclusie dat wij waarschijnlijk een verkeerd beeld hadden van de vragen die aan al@din gesteld worden. Mijn collega zei: 'Er zijn toch heel veel vragen waarop je het antwoord helemaal niet kunt opzoeken?' En zo is het volgens mij ook, maar omdat jullie allebei benadrukken dat een bibliothecaris goed is in het zoeken van antwoorden (wat ik zondermeer aanneem) en daarom de beste papieren heeft om goede antwoorden te geven, denken wij nu dat bij al@din blijkbaar vooral vragen gesteld worden waarop het antwoord wel degelijk ergens te vinden is. (Dat geeft mij overigens wel te denken over de luiheid van de vragenstellers, en of die eerst zelf wel geprobeerd hebben dat antwoord te vinden en of een bibliothecaris er eigenlijk wel is om, gesubsideerd door de gemeenschap, het de mensen makkelijk te maken. Maar ik geloof dat dat een andere discussie is.)

Zowel mijn collega als ikzelf hebben in het verleden een paar keer een vraag aan al@din gesteld en wij waren over de antwoorden niet erg enthousiast. Zelf heb ik wel eens een bruikbaar antwoord gekregen, maar voor mijn collega geldt dat niet. Ik heb trouwens ook een keer helemaal geen reactie gekregen, maar ik neem aan dat dat een uitzondering is. Dit bepaalt natuurlijk wel een beetje het beeld dat wij van al@din hebben.

Ik wilde graag eens wat al@dinvragen lezen om een idee te krijgen van wat men zoal vraagt. Ik heb op de al@din-site helaas geen mogelijkheid ontdekt om die vragen ergens te vinden. Wel kon ik door zelf een vraag te bedenken een aantal vragen met een zelfde trefwoord erin vinden, maar dat leverde natuurlijk niet zoveel op.

Ik heb ook naar de 'hersenkrakers' (vragen waar men in de bibliotheek niet uitkwam en die daarom aan het publiek worden voorgelegd) gekeken en vond daar het soort vragen waar wij waarschijnlijk teveel aan dachten: vragen waarop je het antwoord eigenlijk niet kúnt opzoeken, zoals vragen in de sfeer van 'ik heb 50 jaar geleden een boek gelezen over twee jongens die met een boot allerlei avonturen beleefden, hun vader was molenaar geloof ik'. Ja, dáár komen we nog wel uit: dat is De Kameleon natuurlijk, al was die vader weliswaar geen molenaar maar smid. Maar een slagje moeilijker en het lukt niet meer: 'mijn oma zong vroeger altijd een versje over een varkentje en er kwam geloof ik ook een viool in voor, weet u misschien welk versje dat was?' Vast en zeker weten honderden mensen op zo'n soort vraag het antwoord, maar echt opzoeken kun je het volgens mij niet. Daarom lijkt het me erg leuk als de bibliotheek de mensen die zoiets weten kan motiveren mee te gaan doen. Ik ben erg benieuwd of dat zal lukken, want de reacties op die hersenkrakers vond ik nog niet echt hoopgevend over wat je van het publiek kunt verwachten.

Dan heb je ook nog de vragen waarover zoveel te zeggen is dat de informatie uit een naslagwerk te kort schiet of misschien juist te ingewikkeld is voor de vragensteller. Dat is óók een soort vragen waar wij aan dachten en daarom leek het ons mooi als de bibliotheek een netwerk zou kunnen opbouwen van mensen met allerlei soorten kennis naar wie je dan verwezen zou kunnen worden. Laten we zeggen dat je wilt weten hoe zo'n kredietcrisis nou precies ontstaat en dat er dan een gepensioneerde economieleraar is die dat wil uitleggen, een beetje aangepast aan het kennisniveau van de vragensteller. Het lijkt mij nuttig als de bibliotheek een aantal van zulke mensen in een bestand zou hebben. En dan komt er misschien zelfs eens een informatie-avond in de plaatselijke bibliotheek met zo'n leraar die een soort openbare les geeft over de crisis... Ja, daar zijn best leuke dingen mee te verzinnen!

Maar waarschijnlijk worden bij al@din dus vooral vragen gesteld die opzoekbaar zijn en dan is de bibliothecaris uiteraard, zoals jullie ook zeggen, de aangewezen persoon om die zoekactie uit te voeren omdat hij er nu eenmaal voor geleerd heeft. (Eigenlijk, realiseer ik me ineens, wordt al@din nieuwe stijl dan toch niet echt een voorbeeld van 'crowd-sourcing' zoals we dat in de 23dingen tegenkwamen. Toen zei ík notabene, n.a.v. het taggen, dat bibliothecaris een vák is dat heus niet iedereen beheerst...)

Ik wil, in stijl, eindigen met een paar vragen:
- Ik merk dat ik steeds 'bibliothecaris' schrijf en dat deden jullie zelf ook, maar moeten we eigenlijk niet 'informatiespecialist' zeggen?
- Zijn de al@dinvragen ergens te vinden?
- Is er een boek over 'informatie zoeken & vinden' (uit de bibliotheek-/informatieopleiding) dat jullie me kunnen aanraden?

Dames R en T, ik hoop dat jullie nu iets beter begrijpen hoe ik op mijn dwaalspoor geraakt ben. Ik dank jullie nogmaals voor jullie kritische reacties en hoop er in het nieuwe jaar weer een aantal te mogen krijgen.

Met hartelijke groet, schrijverdezes

Bloggende lezers en andere links

23 dingen in Steenwijk
Aagjes (afrikaanse) avonturen
Achille van den Branden
Anna Loog
Arnon Grunberg
Astrids Scribbles
Au bonheur de lire
Bibliobus en nu?
biebmieke
Boekendingen
Boekwinkeltjes
book lovers never go to bed alone
Cees Maas
De gelukkige lezer
De Groene Amsterdammer boeken
de occamsrazorlibrary
De papieren man
De taalprof
De wereld van Sofie
EFCE
Einnasblog
Falstaff & Fakir
Festina Lente
Foxxblok
Gerrit Komrij
Gluren op het web
Informatiegebruiker
Jan van Mersbergen
JeroenLouis
Judy Elfferich
Lali
L.A.R.S.
LibraryLingo
Literatuurplein
LLIBRE
mijns inziens
Niels Roelen
NRC Boeken
Onze Taal
over lezers, boeken, letters en cijfers
Piet's dingen die deugen
Poëzieweblog De contrabas
Ron Scherpenisse
Tenaanval
Theetante in boekenland
TZUM
Woest en Ledig

De beste wensen

G N

Zoals ik me eerder al eens realiseerde dat ik ruim 40 jaar geleden al 'een soort van' tweets schreef, bedacht ik onlangs dat een oudtante van me nóg langer geleden al sms-taal gebruikte. Deze tante stuurde aan mijn ouders met nieuwjaar een visitekaartje waarop zij 'g.n.' had geschreven. (Dat zij visitekaartjes had was overigens niet het gevolg van een chique afkomst, maar kwam naar ik vermoed door het feit dat zij een (kruideniers)winkeltje had. Of misschien was het gebruik van visitekaartjes in de jaren 50 gangbaarder dan tegenwoordig.) Met verjaardagen stuurde zij zo'n zelfde kaartje, maar dan met de tekst 'p.f.' erop. De naam van mijn oudtante bestond, inclusief voorletter, uit 4 letters. Het kaartje was daarom voornamelijk wit.

In navolging van mijn oudtante wens ik alle lezers van dit weblog g.n.